Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BD1769

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
22-04-2008
Datum publicatie
16-05-2008
Zaaknummer
168214
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De eerste vordering ziet op een op te leggen gebod om inzage te verlenen in alle gegevens met betrekking tot de in het dekseizoen 2007 verkochte dekkingen.

tweede vordering ziet op een op te leggen gebod om alle rietjes overgebleven diepvriessperma onverwijld aan een door eiseres aan te wijzen Nederlandse hengstenhouder ter hand te stellen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 168214 / KG ZA 08-212

Vonnis in kort geding van 22 april 2008

in de zaak van

de vennootschap naar het recht van de Verenigde Staten

[eiseres],

gevestigd te [woonplaats],

eiseres,

procureur mr. A.T. Bolt,

advocaat mr. M.L. Blackstone te Leeuwarden,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[gedaagde 1].,

h.o.d.n. [gedaagde 1],

statutair gevestigd te [vestigingsplaats],

gedaagde,

vertegenwoordigd door de heer J. van der Holst,

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. J.M. Bosnak,

advocaat mr. J.G.J. Kersemakers te Gemert.

Partijen zullen hierna [eiseres], [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties

- de producties van [gedaagde 2]

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiseres].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiseres] is eigenares van het internationale Grand Prix dressuurpaard [naam paard] ([XX]). [naam paard] is voormalig Nederlands kampioen, meervoudig medaillewinnaar in het Nederlandse dressuurteam en reservekampioen in de Wereldbekerfinales van 2004 en 2005.

2.2. [naam paard] is bij het Koninklijk Warmbloed Paardenstamboek Nederland (KWPN) goedgekeurd als dekhengst.

2.3. [eiseres] heeft [naam paard] op 14 november 2006 in eigendom verworven van [gedaagde 2] krachtens een koopovereenkomst die in het Engels op schrift is gesteld (“Purchase Agreement”). In deze in het Engels opgestelde akte is onder meer het volgende opgenomen.

SEMEN

1. Seller is the sole owner, with clear title, of a quantity of frozen semen (the “Semen”) previously collected from the horse.

This Semen is currently being held in the Netherlands, United States and Canada, at the following locations and in the following amounts:

a. Vanderholst Equine Reproductions Laboratories bv

(…)

Straws Number 810 Straws Sizes 0,5 ml

Doses Number 135 Mares Number 45

(…)

2. Seller warrants that no other Semen exists except for Semen identified above and Semen previously sold to third parties by Seller and/or Sellers’s agents.

The Semen identified above MAY NOT BE DESTROYED.

3. At the transfer of title and possession of the Horse to Buyer, ALL SEMEN LOCATED IN THE UNITED STATES AND CANADA WILL BECOME THE PROPERTY OF BUYER.

Buyer will contact the above mentioned locations where the semen is held.

The purchase price for the semen being held in the USA and Canada shall be a total of € 1 (One Euro).

Upon receipt of the purchase price, Seller will have no further responsibility with respect to the Semen located in the USA and Canada.

4. For a period of one year after the date of transfer of title and possession of the Horse to Buyer, Seller and Seller’s agents shall have the right to sell the Semen located in the Netherlands worldwide, except NOT to the UNITED STATES AND CANADA.

AT THE EXPIRATION OF THE ONE-YEAR period, Seller and Seller’s agents will have no right whatsoever to sell the Semen to anyone, and Buyer shall have the sole and exclusive right to sell semen from the Horse throughout the world.

2.4. Holstud verzorgt blijkens haar website www.holstud.nl in een EU-gecertificeerd hengstenstation te Harskamp de spermawinning en distributie voor een groot aantal hengstenhouders. Daarnaast kunnen merriehouders bij Holstud terecht voor een professionele begeleiding en inseminatie van merries.

2.5. Bij de stukken bevindt zich een schriftelijke verklaring van [gedaagde 2] en [XXX] van 8 oktober 2007, luidende:

Ondergetekende Th.A. van Sadelhoff (…) verklaart hiermede verkocht te hebben aan [XXX] (…) het restant van het diepvriessperma van de K.W.P.N. hengst [naam paard] (Flemming X Columbus stamboek nr. 9386662) voor 25,00 Euro Zegge vijfentwintig Euro.

2.6. [eiseres] heeft vanaf november 2007 aan zowel [gedaagde 2] als Holstud om afgifte verzocht van de overgebleven rietjes diepvriessperma van [naam paard]. Tevens heeft zij hen verzocht om behoorlijk rekening en verantwoording af te leggen van het aantal dekkingen van [naam paard] in het dekseizoen 2007. Zowel [gedaagde 2] als Holstud heeft hieraan geen gehoor gegeven.

2.7. [eiseres] heeft na daartoe verkregen verlof van de voorzieningenrechter van deze

rechtbank op 17 maart 2008 ten laste van [gedaagde 2] conservatoir derdenbeslag gelegd onder Holstud op de aan [gedaagde 2] toebehorende roerende zaken die geen registergoederen zijn, die onder Holstud mochten berusten, in het bijzonder, maar niet uitsluitend, de rietjes diepvriessperma van [naam paard] (Flemmingh x Columbus) en op alle vorderingen, in het bijzonder ter zake van gelden en/of geldwaarden die [gedaagde 2] op Holstud mocht hebben of uit een op heden reeds bestaande rechtsverhouding rechtstreeks zal verkrijgen. De vordering van [eiseres] op [gedaagde 2] is daarbij begroot op

€ 75.000,00.

3. Het geschil

3.1. [eiseres] vordert dat Holstud en/of [gedaagde 2]:

a. wordt geboden om binnen twee dagen na betekening van dit vonnis inzage te verlenen in alle gegevens met betrekking tot de in het dekseizoen 2007 verkochte dekkingen van de KWPN-hengst [naam paard] (Flemmingh x Columbus), een en ander in de ruimste zin des woords, daaronder begrepen alle gegevens omtrent de totale hoeveelheid bestelde rietjes diepvriessperma, gegevens omtrent de identiteit van de betreffende merriehouders en gegevens omtrent de geïnsemineerde merries, alsmede gegevens omtrent de in 2008 te verwachten veulens van [naam paard] en voorts alle gegevens omtrent de afspraken met de merriehouders, indien de betreffende merrie in het dekseizoen 2007 “gust” is gebleven;

b. wordt geboden alle rietjes overgebleven diepvriessperma van de hengst [naam paard] onverwijld aan een door [eiseres] aan te wijzen Nederlandse hengstenhouder ter hand te stellen, zodat [eiseres], als rechthebbende, in staat kan worden gesteld om in het dekseizoen 2008 dekkingen van deze hengst te verkopen en te leveren;

c. wordt verboden om aan wie dan ook ter wereld dekkingen van de KWPN-hengst [naam paard] aan te bieden, diens diepvriessperma te verkopen en/of te leveren of zonder uitdrukkelijke toestemming van [eiseres] als rechthebbende anderszins commercieel gebruik te maken van deze hengst, een en ander in de ruimste zin des woords;

een en ander telkens op straffe van een dwangsom;

d. hoofdelijk worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

3.2. [eiseres] legt samengevat het volgende aan haar vorderingen ten grondslag.

Door de weigering van zowel Holstud als [gedaagde 2] om [eiseres] als hengstenhoudster behoorlijk inzage te geven in de dekkingsgegevens van [naam paard] in het dekseizoen 2007 is het haar niet alleen onmogelijk een commerciële relatie met de klanten te onderhouden, maar kan zij evenmin de in 2008 geboren en toekomstige nafok van haar hengst bekijken. Dit is onrechtmatig jegens [eiseres].

Voorts is op grond van de Purchase Agreement noch Holstud, noch [gedaagde 2] bevoegd om na 16 november 2007 diepvriessperma van [naam paard] te verkopen en te leveren, anders dan met uitdrukkelijke toestemming van [eiseres]. Desondanks biedt Holstud tot op heden zonder toestemming van [eiseres] dekkingen van [naam paard] aan, hetgeen kan worden afgeleid uit de vermelding op de website van Holstud, ‘www.holstud.nl’, en uit een speciale hengstenbijlage bij een recente uitgave van ‘De Paardenkrant’. Ook dit is onrechtmatig jegens [eiseres].

Ten slotte betwist [eiseres] de rechtsgeldigheid en waarachtigheid van de tussen [gedaagde 2] en [XXX] gesloten onderhandse akte van 8 oktober 2007. Volgens [eiseres] is er sprake van een paulianeuze rechtshandeling, die zij inmiddels buitengerechtelijk heeft vernietigd.

3.3. Holstud en [gedaagde 2] hebben deels gemotiveerd verweer gevoerd waarop, voor zover van belang, hierna zal worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de stellingen van [eiseres].

4.2. De eerste vordering van [eiseres] ziet op een aan Holstud en/of [gedaagde 2] op te leggen gebod om inzage te verlenen in alle gegevens met betrekking tot de in het dekseizoen 2007 verkochte dekkingen van [naam paard].

4.3. Holstud en [gedaagde 2] hebben deze vordering van [eiseres] inhoudelijk niet betwist. Beiden hebben ter zitting zelfs aangegeven dat zij bereid zijn mee te werken aan het verlenen van inzage in de door [eiseres] gevraagde gegevens. Nu deze vordering de voorzieningenrechter evenmin onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal zij dan ook worden toegewezen. De gevorderde dwangsommen komen daarbij niet onredelijk voor, nu het kennelijk tot een kort geding heeft moeten komen voordat genoemde bereidheid bleek. Wel zullen de aan Holstud en [gedaagde 2] op te leggen dwangsommen worden gemaximeerd in voege zoals hierna aan te geven.

4.4. De tweede vordering van [eiseres] ziet op een aan Holstud en/of [gedaagde 2] op te leggen gebod om alle rietjes overgebleven diepvriessperma van [naam paard] onverwijld aan een door [eiseres] aan te wijzen Nederlandse hengstenhouder ter hand te stellen.

4.5. Uitgangspunt bij de beoordeling van deze vordering is de Purchase Agreement van 14 november 2006. Op grond van artikel 4 van die Purchase Agreement was [gedaagde 2] gedurende één jaar na de verkoop en eigendomsoverdracht van [naam paard] op 16 november 2006, gerechtigd tot de verkoop van het op dat moment reeds gewonnen diepvriessperma van [naam paard]. Nu [gedaagde 2] op 8 oktober 2007 het restant diepvriessperma voor € 25,00 heeft verkocht aan zijn dochter, zijnde [XXX], heeft hij in beginsel niet onrechtmatig gehandeld jegens [eiseres]. Hij was hiertoe immers gerechtigd op grond van de Purchase Agreement. [eiseres] heeft evenwel de rechtsgeldigheid en waarachtigheid van de tussen [gedaagde 2] en zijn dochter gesloten overeenkomst betwist. Volgens haar is er sprake van een paulianeuze rechtshandeling, die zij inmiddels buitengerechtelijk heeft vernietigd.

4.6. Artikel 3:45 BW geeft - kort gezegd - een schuldeiser de mogelijkheid tot vernietiging van rechtshandelingen van zijn schuldenaar die hem in zijn verhaalsmogelijkheden benadelen. Op grond van artikel 3:46 lid 1 sub 1 BW wordt daarbij vermoed dat men aan beiden zijden wist of behoorde te weten dat één of meer schuldeisers zijn benadeeld, indien de betreffende rechtshandeling is verricht binnen een jaar voor het inroepen van de vernietigingsgrond en indien het gaat om een overeenkomst waarbij de waarde der verbintenis aan de zijde van de schuldenaar aanmerkelijk die der verbintenis aan de andere zijde overtreft.

4.7. Ter zitting heeft [eiseres] aangegeven dat dekkingen van [naam paard] voor € 1.200,00 per

dekking kunnen worden verkocht. [gedaagde 2] heeft dit niet betwist. Voorts heeft [eiseres] onweersproken gesteld dat er met het op het moment van eigendomsoverdracht reeds gewonnen diepvriessperma van [naam paard] ongeveer 45 merries kunnen worden gedekt. Ervan uitgaande dat er in het dekkingsjaar 2007 drie dekkingen hebben plaatsgevonden, zoals [gedaagde 2] zelf ter zitting heeft gesteld, vertegenwoordigt het door [gedaagde 2] aan zijn dochter verkochte restant diepvriessperma een waarde van ongeveer € 50.000,00 (45 dekkingen minus 3 dekkingen in 2007 x € 1.200,00 per dekking). Daarmee kan vooralsnog worden aangenomen dat het bedrag dat [gedaagde 2] voor de resterende rietjes diepvriessperma van zijn dochter heeft ontvangen, te weten € 25,00, in geen verhouding staat tot de waarde van dat restant. Dit betekent dat op grond van artikel 3:46 lid 1 sub 1 BW goede trouw aan beide zijden wordt vermoed te hebben ontbroken. Het hieruit voortvloeiende wettelijk vermoeden van benadeling door [gedaagde 2] wordt met de enkele stelling dat hij de resterende rietjes aan zijn dochter heeft verkocht om eventuele schadeclaims van louche handelaren aan zijn adres te voorkomen, voorshands geoordeeld niet door [gedaagde 2] weerlegd. Feit blijft dat de waarde van het restant diepvriessperma van [naam paard] vele malen hoger ligt dan het bedrag dat [gedaagde 2] daarvoor heeft ontvangen.

4.8. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat [eiseres] voorlopig geoordeeld op goede gronden genoemde rechtshandeling buitengerechtelijk heeft vernietigd (zie artikel 3:49 juncto 3:50 BW), waardoor deze vernietiging het daarmee beoogde effect heeft. Ingevolge artikel 3:53 BW heeft deze vernietiging terugwerkende kracht. [eiseres] kan derhalve het restant diepvriessperma van [naam paard] van [gedaagde 2] opeisen.

4.9. Weliswaar is, zoals [gedaagde 2] stelt, in de Purchase Agreement niet met zoveel woorden opgenomen dat de overgebleven rietjes na het verstrijken van een jaar in eigendom overgaan op [eiseres], maar daarmee miskent [gedaagde 2] dat voor wat betreft de uitleg van een overeenkomst niet alleen gelet dient te worden op de bewoordingen van die overeenkomst, maar dat het ook aankomt op de zin die partijen over en weer redelijkerwijs aan elkaars verklaringen en gedragingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (de zogenaamde Haviltex-maatstaf).

4.10. Voorshands geoordeeld kan artikel 4 van de Purchase Agreement in redelijkheid niet anders worden uitgelegd dan dat [gedaagde 2] slechts gedurende één jaar na de verkoop en eigendomsoverdracht van [naam paard] op 16 november 2006 gerechtigd was tot de verkoop van het op dat moment reeds gewonnen diepvriessperma van [naam paard]. Dit impliceert dat het niet verkochte diepvriessperma van [naam paard] na het verstrijken van die termijn door [gedaagde 2] aan [eiseres] in eigendom moet worden overdragen. Dit geldt te meer nu het overige diepvriessperma van [naam paard] - dat zich bevindt bij Amerikaanse en Canadese fokkers - reeds onmiddellijk na genoemde verkoop en eigendomsoverdracht eigendom is geworden van [eiseres]. Het gevorderde onder 3.1. sub b zal ten aanzien van [gedaagde 2] dan ook worden toegewezen. De daarbij aan [gedaagde 2] op te leggen dwangsommen zullen worden gemaximeerd in voege zoals hierna aan te geven.

4.11. Ten aanzien van Holstud zal deze vordering worden afgewezen. Vast is komen te staan dat Holstud aanvankelijk voor [gedaagde 2] heeft gehandeld en thans voor [eiseres] handelt. Holstud heeft ter zitting onbetwist gesteld dat zij geen dekkingen van [naam paard] via haar website ‘www.holstud.nl’ aanbiedt of heeft aangeboden. Zij heeft slechts een bemiddelende rol gespeeld. Wanneer men op genoemde website op de naam ‘[naam paard]’ klikt, wordt men immers direct doorgelinkt naar de website van [eiseres]. Dat Holstud dekkingen van [naam paard] heeft aangeboden in een recente uitgave van ‘De Paardenkrant’ is door [eiseres] slechts gesteld, maar niet met stukken onderbouwd. Ten slotte heeft [gedaagde 2] ter zitting aangegeven dat hij op 9 oktober 2007 de resterende rietjes diepvriessperma van [naam paard] bij Holstud heeft opgehaald, zodat Holstud daar ook feitelijk niet meer over beschikt.

4.12. De derde vordering van [eiseres] ten slotte ziet op een aan Holstud en/of [gedaagde 2] op te leggen verbod om - kort gezegd - aan wie dan ook ter wereld dekkingen van [naam paard] aan te bieden. Deze vordering zal worden toegewezen, nu zowel Holstud als [gedaagde 2] de vordering niet heeft betwist. Bovendien is, zoals hiervoor reeds is overwogen, noch Holstud, noch [gedaagde 2] op grond van de Purchase Agreement bevoegd om na 16 november 2007 diepvriessperma van [naam paard] te verkopen en te leveren, anders dan met uitdrukkelijke toestemming van [eiseres]. Beiden hebben ter zitting aangegeven zich hieraan te zullen houden. De gevorderde dwangsommen zullen eveneens worden toegewezen nu zij niet onredelijk voorkomen. Bovendien is de enkele toezegging van Holstud en [gedaagde 2] dat zij zich zullen onthouden van het aanbieden van dekkingen van [naam paard] aan wie dan ook onvoldoende om van het opleggen van dwangsommen af te zien, gelet op de grote financiële belangen aan de zijde [eiseres]. Wel zullen de aan Holstud en [gedaagde 2] op te leggen dwangsommen worden gemaximeerd in voege zoals hierna aan te geven.

4.13. Met betrekking tot de gevorderde beslagkosten wordt het volgende overwogen. Weliswaar heeft het beslag (deels) geen doel getroffen, maar de kosten die voor het beslag zijn gemaakt, zijn wel aan te merken als schade. Deze zijn gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv ook toewijsbaar en worden overeenkomstig de gebruikelijke beslagnorm begroot op € 359,44 voor verschotten en € 452,00 voor salaris procureur (1 rekest x € 452,00).

4.14. Holstud en [gedaagde 2] zullen als de (overwegend) in het ongelijk gestelde partij hoofdelijk in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:

- dagvaarding € 85,44

- vast recht € 254,00

- salaris procureur € 816,00

Totaal € 1.155,44

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1. gebiedt Holstud en [gedaagde 2] om binnen twee (2) dagen na betekening van dit vonnis inzage te verlenen in alle gegevens met betrekking tot de in het dekseizoen 2007 verkochte dekkingen van de KWPN-hengst [naam paard] (Flemmingh x Columbus), een en ander in de ruimste zin des woords, daaronder begrepen alle gegevens omtrent de totale hoeveelheid bestelde rietjes diepvriessperma, gegevens omtrent de identiteit van de betreffende merriehouders en gegevens omtrent de geïnsemineerde merries, alsmede gegevens omtrent de in 2008 te verwachten veulens van [naam paard] en voorts alle gegevens omtrent de afspraken met de merriehouders, indien de betreffende merrie in het dekseizoen 2007 “gust” is gebleven;

5.2. veroordeelt Holstud en [gedaagde 2] om, ingeval zij na betekening van dit vonnis het hiervoor onder 5.1. weergegeven gebod niet opvolgen, aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 1.000,00 per dag, een deel van een dag daaronder begrepen, echter met een maximum van € 100.000,00;

5.3. gebiedt [gedaagde 2] om binnen twee (2) dagen na betekening van dit vonnis alle rietjes overgebleven diepvriessperma van de hengst [naam paard] onverwijld aan een door [eiseres] aan te wijzen Nederlandse hengstenhouder ter hand te stellen, zodat [eiseres], als rechthebbende, in staat kan worden gesteld om in het dekseizoen 2008 dekkingen van deze hengst te verkopen en te leveren;

5.4. veroordeelt [gedaagde 2] om, ingeval hij na betekening van dit vonnis het hiervoor onder 5.3. weergegeven gebod niet opvolgt, aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 1.000,00 per dag, een deel van een dag daaronder begrepen, echter met een maximum van € 100.000,00;

5.5. verbiedt Holstud en [gedaagde 2] om binnen twee (2) dagen na betekening van dit vonnis om aan wie dan ook ter wereld dekkingen van de KWPN-hengst [naam paard] aan te bieden, diens diepvriessperma te verkopen en/of te leveren of zonder uitdrukkelijke toestemming van [eiseres] als rechthebbende anderszins commercieel gebruik te maken van deze hengst, een en ander in de ruimste zin des woords;

5.6. veroordeelt Holstud en [gedaagde 2] om, ingeval zij na betekening van dit vonnis het hiervoor onder 5.5. weergegeven verbod overtreden, aan [eiseres] een dwangsom te betalen van € 1.000,00 per dag, een deel van een dag daaronder begrepen, echter met een maximum van € 100.000,00;

5.7. veroordeelt Holstud en [gedaagde 2] hoofdelijk, met dien verstande dat indien en voor zover de één betaalt, ook de ander daardoor zal zijn bevrijd, in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 811,44;

5.8. veroordeelt Holstud en [gedaagde 2] hoofdelijk, met dien verstande dat indien en voor zover de één betaalt, ook de ander daardoor zal zijn bevrijd, in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.155,44;

5.9. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

5.10. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. van Gameren op 22 april 2008.