Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BC8266

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
05-03-2008
Datum publicatie
01-04-2008
Zaaknummer
155557
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De rechtbank draagt Nationale-Nederlanden op te bewijzen dat ged.conv./eis.reconv. 1 vanwege het niet betalen van premies is tekortgeschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting, en voorts dat ged.conv./eis.reconv. 1 opzettelijk onjuiste opgaven heeft gedaan met betrekking tot het ziekteverzuim van haar werknemer.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 155557 / HA ZA 07-788

Vonnis van 5 maart 2008

in de zaak van

de naamloze vennootschap

NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MIJ. N.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. J.M. Bosnak,

advocaat mr. S.E. Pontier te 's-Gravenhage,

tegen

1. de maatschap

[gedaagde conv./eis. reconv. 1],

gevestigd te [woonplaats],

2. [ged. conv./eis.reconv. 2],

wonende te [woonplaats],

3. [ged. conv. / eis. reconv. 3],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procureur mr. F.P. Lomans,

advocaat mr. A.C.M. Verhoeven te Rotterdam.

Eiseres in conventie zal hierna Nationale-Nederlanden genoemd worden, gedaagden in conventie respectievelijk [ged.conv./eis.reconv.1], [ged.conv./eis.reconv.2] en [ged.conv./eis.reconv.3]. Gedaagden in conventie zullen gezamenlijk [gedn.conv./eis.reconv.] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 22 augustus 2007

- de conclusie van antwoord in reconventie

- het proces-verbaal van comparitie van 27 november 2007

- een akte na comparitie van [gedn.conv./eis.reconv.]

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De commanditaire vennootschap Accountantskantoor [ged.conv./eis.reconv.3] C.V. (hierna [ged.conv./eis.reconv.3] C.V.) heeft met ingang van 1 april 1998 een Ziekengeld Standaard Polis afgesloten bij Nationale-Nederlanden. Met deze polis is loondoorbetaling bij ziekte van werknemers verzekerd. [ged.conv./eis.reconv.3] heeft namens [ged.conv./eis.reconv.3] C.V. het aanvraagformulier voor deze polis en de door Nationale-Nederlanden opgestelde offerte ondertekend.

2.2. In juni 2002 is de polis na een mutatie voortgezet op naam van

[ged.conv./eis.reconv.1].

2.3. [ged.conv./eis.reconv.2] en [ged.conv./eis.reconv.3] zijn de vennoten van [ged.conv./eis.reconv.1].

2.4. Op de polis zijn polisvoorwaarden van toepassing. Hierin staat onder meer:

Hoofdstuk 2 Omschrijving van de dekking

Artikel 2.1. Omvang van de verzekering

De verzekering omvat

2.1.1. Uitkering bij loondoorbetalingsplicht

2.1.2. (…)

f. Indien en voor zolang sprake is van (gedeeltelijke) werkhervatting op therapeutische

basis, wordt in ieder geval na 4 weken, te rekenen vanaf de datum van de (gedeeltelijke) werkhervatting, geen vergoeding meer gegeven voor de loondoorbetaling voor dat deel waarop therapeutisch wordt gewerkt (…).

Hoofdstuk 3 Uitsluitingen

Deze verzekering biedt geen dekking voor de doorbetalingsplicht: (…).

3.3. Fraude

Indien de verzekeringnemer met betrekking tot de ziekte van zijn werknemer en/of de loondoorbetaling opzettelijk een verkeerde voorstelling van zaken geeft of een onware opgave doet (…).

Hoofdstuk 4 Schade

Artikel 4.1 Verplichtingen van de verzekeringnemer

De verzekeringnemer dient op straffe van verlies van zijn rechten uit de polis aan de hierna

genoemde verplichtingen te voldoen:

a. Zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen één maand na afloop van ieder

kalenderkwartaal, de maatschappij opgave van het ziekteverzuim op grond van de loondoorbetalingsplicht te doen door middel van het door de maatschappij voorgeschreven formulier van aangifte. Ten behoeve van de berekening van de omvang van de schadevergoeding dient daarbij een bewijs van het over de periode van ziekte betaalde loon op grond van de loondoorbetalingsplicht te worden gevoegd (….).

a. Een adequaat controle- en verzuimbeleid te voeren, hetgeen de volgende verplichtingen omvat:

- iedere zieke medewerker uiterlijk op de 7e dag van ziekte bij de arbodienst te melden

- bij toe- of afname van arbeidsongeschiktheid van de zieke werknemer de arbodienst hiervan binnen 2 dagen op de hoogte te brengen (...).

Hoofdstuk 5 Premie

(…)

Artikel 5.3. Premievaststelling en naverrekening

a. De op het polisblad vermelde premie is een voorschotpremie. Bij de aanvang van de verzekering wordt de voorschotpremie gebaseerd op de gegevens die de verzekeringnemer voorafgaand aan de ingangsdatum heeft verstrekt. Aan het begin van ieder verzekeringsjaar zal de voorschotpremie voor dat jaar worden berekend aan de hand van de verzekerde som over het afgelopen verzekeringsjaar. Zolang geen nieuwe voorschotpremie is vastgesteld dient de verzekeringnemer bij prolongatie de voorschotpremie van het afgelopen verzekeringsjaar te betalen, die zal worden verrekend met de nieuwe voorschotpremie zodra deze is vastgesteld.

b. Na ontvangst van de in artikel 5.4. bedoelde opgave wordt de definitieve premie over het voorafgaande verzekeringsjaar vastgesteld aan de hand van de feitelijke verzekerde som over dat jaar en verrekend met de in dat verzekeringsjaar betaalde voorschotpremie (…).

Hoofdstuk 8 Einde van de verzekering

De verzekering eindigt zoals hieronder nader is bepaald: (…)

Artikel 8.2. Opzegging door de maatschappij (…)

8.2.2. Fraude

Bij opzegging van de verzekering door de maatschappij indien een verzekeringnemer met betrekking tot ziekte van zijn werknemer opzettelijk een verkeerde voorstelling van zaken geeft of een onware/onjuiste opgave doet, mits de opzegging schriftelijk geschiedt en daarbij een termijn van ten minste 2 weken in acht wordt genomen (…).

2.5. Het ziekteverzuim van een werknemer wordt door middel van een schade-

aangifteformulier aan Nationale-Nederlanden doorgegeven.

2.6. [naam werknemer] is tot en met 30 september 2004 werkzaam geweest bij

[ged.conv./eis.reconv.1].

2.7. [naam werknemer] is ziek geweest in de periode van 3 december 2003 tot 6 december

2003. Op de loonstrookjes en urenregistratie van [ged.conv./eis.reconv.1] is dit ziekteverzuim vermeld.

2.8. Vanwege de ziekmelding van [naam werknemer] op 3 december 2003 heeft Maetis Arbo

Eindhoven bij brief van 10 februari 2004 [ged.conv./eis.reconv.1] bericht dat [naam werknemer] wordt opgeroepen voor het spreekuur van de verpleegkundige. Bij brief van 16 februari 2004 heeft Maetis Arbo Eindhoven [ged.conv./eis.reconv.1] bericht dat [naam werknemer] was uitgenodigd voor het spreekuur op 16 februari 2004, doch dat hij niet verschenen is.

2.9. [ged.conv./eis.reconv.1] heeft op een schade-aangifteformulier aan Nationale-

Nederlanden doorgegeven dat [naam werknemer] hele dagen ziek is geweest gedurende de periode 3 december 2003 tot 16 februari 2004.

2.10. [naam werknemer] is eveneens ziek geweest in de periode van 5 maart 2004 tot 30 september 2004. In de laatste week van deze periode, 22 september 2004 tot 30 september 2004, heeft [naam werknemer] halve dagen op arbeidstherapeutische basis gewerkt.

2.11. [ged.conv./eis.reconv.1] heeft op een schade-aangifteformulier aan Nationale-Nederlanden doorgegeven dat [naam werknemer] hele dagen ziek is geweest gedurende de periode 5 maart 2004 tot 30 september 2004.

2.12. Nationale-Nederlanden heeft voor het ziekteverzuim van [naam werknemer]

ziekengelduitkeringen betaald aan [ged.conv./eis.reconv.1]. Voor de periode 3 december 2003 tot 16 februari 2004 gaat het om € 4304,78, voor de periode 5 maart 2004 tot 1 juli 2004 om

€ 8409,34 en voor de periode 1 juli 2004 tot 30 september 2004 om € 6507,23. In totaal heeft Nationale-Nederlanden een bedrag van €19.221,35 aan [ged.conv./eis.reconv.1] uitgekeerd.

2.13. De arbeidsovereenkomst tussen [ged.conv./eis.reconv.1] en [naam werknemer] is met ingang

van 30 september 2004 beëindigd.

2.14. Naar aanleiding van een telefoontje van [naam werknemer] over zijn ziekteverzuim heeft Nationale-Nederlanden een onderzoek ingesteld naar de opgaven die [ged.conv./eis.reconv.1] hierover heeft ingediend. In het kader van dit onderzoek heeft Nationale-Nederlanden onder meer een gesprek gevoerd met [naam werknemer].

2.15. Nationale-Nederlanden heeft de verzekering van [ged.conv./eis.reconv.1] met een beroep op artikel 8.2.2. van de polisvoorwaarden beëindigd met ingang van 1 november 2005.

2.16. De beëindiging van de verzekering is verwerkt in het Centrale Informatiesysteem

van de in Nederland werkzame verzekeringsmaatschappijen c.q. de Stichting CIS en in de incidentenregistratie van ING Verzekeringen N.V.

3. Het geschil

in conventie en in reconventie

3.1. Nationale-Nederlanden vordert – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad veroordeling van [gedn.conv./eis.reconv.] hoofdelijk tot betaling van € 23.407,49 aan hoofdsom, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. Nationale-Nederlanden legt aan een deel van de vordering ad € 2.633,64 ten grondslag dat [ged.conv./eis.reconv.1] is tekortgeschoten in haar verplichting tot premiebetaling. Zij stelt daarnaast voor een bedrag van € 19.221,35 onverschuldigd ziekengelduitkeringen aan [ged.conv./eis.reconv.1] te hebben betaald en maakt tevens aanspraak op vergoeding van haar onderzoekskosten ad € 1.552,50.

Nationale-Nederlanden stelt dat [ged.conv./eis.reconv.1] opzettelijk onware opgaven heeft gedaan van de ziekteverzuimperiodes van [naam werknemer], zodat de loondoorbetalingsplicht op grond van artikel 3.3. van de polisvoorwaarden komt te vervallen. Daarnaast stelt Nationale-Nederlanden dat [ged.conv./eis.reconv.1] niet heeft voldaan aan de op straffe van verlies van haar rechten uit de polis geldende verplichting een adequaat controle- en verzuimbeleid te voeren in de zin van artikel 4.1. onder c van de polisvoorwaarden.

Subsidiair stelt Nationale-Nederlanden dat zij het bedrag van € 4.304,78 over de eerste periode alsmede € 800,89 over de tweede periode onverschuldigd heeft betaald, aangezien [naam werknemer] gedurende een deel van die periodes niet meer ziek was en er dus geen sprake was van een verzekerd evenement.

Nationale-Nederlanden stelt dat [ged.conv./eis.reconv.1] als openbare maatschap met [ged.conv./eis.reconv.2] en [ged.conv./eis.reconv.3] hoofdelijk gehouden is tot terugbetaling. Zij stelt dat [ged.conv./eis.reconv.3] als beherend vennoot van [ged.conv./eis.reconv.3] c.v. en als vennoot van [ged.conv./eis.reconv.1] de verzekeringsovereenkomst heeft afgesloten, en dus de verplichtingen uit de polis op zich heeft genomen, terwijl [ged.conv./eis.reconv.2] verantwoordelijk was voor de loonadministratie en de onware ziekmeldingen heeft gedaan en heeft nagelaten deze ongedaan te maken. Nationale-nederlanden stelt dat [ged.conv./eis.reconv.2] en [ged.conv./eis.reconv.3] jegens haar toerekenbaar zijn tekortgeschoten dan wel onrechtmatig hebben gehandeld.

3.3. [gedn.conv./eis.reconv.] voert verweer. [gedn.conv./eis.reconv.] betwist dat zij is tekortgeschoten in de premiebetaling. [gedn.conv./eis.reconv.] betwist voorts dat zij opzettelijk onware ziekteverzuimperiodes van [naam werknemer] heeft opgegeven. Zij heeft een vergissing gemaakt en bij de eerste verzuimperiode niet de juiste einddatum van het verzuim, 6 december 2003, aan Nationale-Nederlanden doorgegeven. De tweede verzuimperiode is wel correct opgegeven. [naam werknemer] heeft weliswaar de laatste week van deze periode voor 50% op arbeidstherapeutische basis gewerkt, doch in de verzekeringspolis wordt geen verschil gemaakt tussen een zieke werknemer of een werknemer die op arbeidstherapeutische basis werkzaam is. Dit is niet van belang voor het recht op uitkering. Nationale-Nederlanden heeft ten onrechte met een beroep op artikel 3.3. en artikel 8.2.2. van de polisvoorwaarden de verzekeringsovereenkomst opgezegd. Deze polisvoorwaarden zijn bovendien stringenter dan hetgeen dwingendrechtelijk is bepaald in artikel 7:941 BW. [gedn.conv./eis.reconv.] heeft schade geleden door de opzegging van de verzekeringsovereenkomst en door de melding in de registers van Stichting CIS en ING Verzekeringen N.V. Die schade bestaat in ieder geval uit een premieverschil bij een nieuw af te sluiten verzekering, reputatieschade en omzetderving wegens het niet kunnen aanvragen van een vergunning bij de AFM.

3.4. Op voornoemde gronden vordert [gedn.conv./eis.reconv.] in reconventie – samengevat – bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad

- een verklaring voor recht dat Nationale-Nederlanden niet gerechtigd was de ziekengeldverzekering te beëindigen en dat zij aldus toerekenbaar tekortgeschoten is jegens [gedn.conv./eis.reconv.], althans onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld, en

- veroordeling van Nationale-Nederlanden tot vergoeding van de daardoor geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en

- veroordeling van Nationale-Nederlanden tot doorhaling van de meldingen bij het CIS en ING Verzekeringen N.V., binnen 48 uur na betekening van onderhavig vonnis, op straffe van een dwangsom ter hoogte van

€ 5.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat Nationale-Nederlanden niet aan dit vonnis gevolg geeft, althans op straffe van een zodanige dwangsom in goede justitie vast te stellen,

vermeerderd met de kosten in conventie en in reconventie.

3.5. Nationale-Nederlanden voert verweer tegen de vordering in reconventie. Gelet op de opzettelijk onware opgaven van het ziekteverzuim die [ged.conv./eis.reconv.1] heeft gedaan, was zij op grond van artikel 8.2.2. van de polisvoorwaarden gerechtigd om de verzekeringsovereenkomst te beëindigen. De polisvoorwaarden zijn niet ongunstiger dan artikel 7:941 BW. Gelet op de tussen verzekeraars geldende protocollen zijn de meldingen in de registers van de Stichting CIS en ING Verzekeringen N.V. gerechtvaardigd. [gedn.conv./eis.reconv.] heeft geen schade geleden. Zij wenste zelf de verzekeringsovereenkomst niet voort te zetten. De signalering van de meldingen in de registers is slechts intern en niet voor buitenstaanders te raadplegen. Van reputatieschade is dus geen sprake, terwijl evenmin is gebleken dat [ged.conv./eis.reconv.1] geen vergunning bij de AFM heeft kunnen aanvragen en daardoor omzet heeft gederfd. Nederlanden stelt dat, voor zover zij gehouden mocht zijn eventuele schade van [gedn.conv./eis.reconv.] te vergoeden, deze kan worden begroot zodat een verwijzing naar de schadestaatprocedure achterwege kan blijven.

3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

Premies

4.1. Partijen zijn het er niet over eens of [ged.conv./eis.reconv.1] is tekortgeschoten in de

nakoming van haar verplichting tot premiebetaling. Ter comparitie heeft [ged.conv./eis.reconv.2] verklaard dat er voor de polis voorschotbedragen zijn betaald en dat zij geen eindafrekening van de uiteindelijke premieverplichting heeft ontvangen. [gedn.conv./eis.reconv.] stelt dat er geen sprake kan zijn van een achterstand. [ged.conv./eis.reconv.2] heeft tevens verklaard dat er meerdere verzekeringen bij Nationale-Nederlanden liepen. Betalingen voor de beroepsaansprakelijkheidsverzekering zijn bijgeboekt op de ziekengeldverzekering, waarna de beroepsaansprakelijkheids-verzekering wegens premieachterstand beëindigd werd. Ter comparitie is namens Nationale-Nederlanden verklaard dat een aantal ziekengeldpremies is terechtgekomen bij de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van [ged.conv./eis.reconv.1]. Uit het door Nationale-Nederlanden bij dagvaarding aangeleverde overzicht van premiemutaties volgt dat enkele betalingen voor de ziekengeldverzekering zijn overgeheveld naar andere polisnummers. Uit het voorgaande volgt dat niet vast staat in welke mate premiebetalingen voor de ziekengeldverzekering op rekening van andere verzekeringen zijn geboekt en vice versa, waardoor evenmin vast staat dat [ged.conv./eis.reconv.1] is tekortgeschoten in de nakoming van haar premiebetaling. Conform de hoofdregel van artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rust de bewijslast op Nationale-Nederlanden. Zij zal worden toegelaten tot het door haar aangeboden bewijs van haar stelling dat [ged.conv./eis.reconv.1] vanwege het niet betalen van premies ten bedrage van € 2.633,64 is tekortgeschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting.

in conventie en in reconventie verder

Opgaven van ziekteverzuim

4.2. Partijen zijn het erover eens dat de opgave van [ged.conv./eis.reconv.1] met betrekking tot het eerste ziekteverzuim van [naam werknemer] niet juist is. De einddatum van deze periode was niet 16 februari 2004, maar 6 december 2003. Nationale-Nederlanden heeft naar aanleiding van de onjuiste opgave van [ged.conv./eis.reconv.1] € 4.304,78 aan ziekengeld uitgekeerd. Nationale-Nederlanden stelt dat zij dit bedrag onverschuldigd heeft betaald en dat zij daarom recht heeft op terugbetaling hiervan door [gedn.conv./eis.reconv.] [gedn.conv./eis.reconv.] heeft dit niet betwist. Volgens de hoofdregel zijn voor verplichtingen van de maatschap naast de maatschap zelf de vennoten onderling voor gelijke delen aansprakelijk. Ten aanzien van de maatschap [ged.conv./eis.reconv.1] is de vordering derhalve toewijsbaar, [ged.conv./eis.reconv.2] en [ged.conv./eis.reconv.3] zijn in ieder geval voor gelijke delen aansprakelijk.

Ten aanzien van de gevorderde hoofdelijkheid geldt voor [ged.conv./eis.reconv.3] dat deze niet enkel kan worden gebaseerd op het - niet weersproken - feit dat hij de overeenkomst is aangegaan, nu hij dit heeft gedaan namens de c.v. en later de maatschap. [gedn.conv./eis.reconv.] heeft gemotiveerd verweer gevoerd ten aanzien van de gestelde onrechtmatigheid/opzettelijk onware opgaven. Nationale-Nederlanden heeft haar stelling dat [ged.conv./eis.reconv.2] en/of [ged.conv./eis.reconv.3] jegens haar onrechtmatig hebben gehandeld en op grond daarvan hoofdelijk aansprakelijk zijn onvoldoende concreet onderbouwd om haar tot het bewijs daarvan toe te laten. De gevorderde hoofdelijke terugbetalingsverplichting komt derhalve niet voor toewijzing in aanmerking.

4.3. Tussen partijen is in geschil of [ged.conv./eis.reconv.1] ten aanzien van het

tweede ziekteverzuim van [naam werknemer] had moeten opgeven dat er sprake was van gedeeltelijke werkhervatting op arbeidstherapeutische basis. De rechtbank is van oordeel dat [ged.conv./eis.reconv.1] daarvan opgave had moeten doen en overweegt daartoe als volgt. In hoofdstuk 2 van de polisvoorwaarden is in artikel 2.2. vastgelegd op basis van welke criteria de omvang van de ziekengelduitkering wordt vastgesteld. In dit artikel is onder f, zoals omschreven in r.o. 2.3., vermeld dat bij (gedeeltelijke) werkhervatting op arbeidstherapeutische basis na vier weken geen vergoeding meer wordt gegeven voor de loondoorbetaling voor dat deel waarop therapeutisch wordt gewerkt. Hieruit volgt dat wijziging van de arbeidsongeschiktheid vanwege (gedeeltelijke) arbeidstherapeutische werkhervatting relevant is in verband met de uiteindelijk vast te stellen ziekengelduitkering. Daarnaast is van belang dat het schade-aangifteformulier van Nationale-Nederlanden naast de kolommen voor het invullen van gegevens als naam, data en ziektepercentage een kolom bevat waarin een code kan worden ingevuld. Aan de onderzijde van het formulier is - naast vijf andere codes - vermeld dat de code ‘AT’ staat voor werkhervatting op basis van arbeidstherapie. [ged.conv./eis.reconv.1] had naar het oordeel van de rechtbank uit voornoemde polisvoorwaarde en uit de opmaak van het schade-aangifteformulier moeten afleiden dat (gedeeltelijke) werkhervatting op arbeidstherapeutische basis diende te worden opgegeven aan Nationale-Nederlanden. Ter comparitie heeft [ged.conv./eis.reconv.2] nog verklaard dat door de assurantietussenpersoon verzekerd was dat een werkhervatting van 50% niet gemeld hoefde te worden, omdat dat voor de ziekengelduitkering niets uitmaakte. Nationale-Nederlanden staat echter buiten de verhouding tussen [ged.conv./eis.reconv.1] en haar assurantietussenpersoon. 4.4. Nationale-Nederlanden stelt dat een beroep op de fraudevervalclausule gerechtvaardigd is nu [ged.conv./eis.reconv.1] opzettelijk een onjuiste opgave heeft gedaan terzake van het eerste en het tweede ziekteverzuim, hetgeen [gedn.conv./eis.reconv.] betwist. Nationale-Nederlanden onderbouwt haar stelling met diverse aanwijzingen. Zij doelt onder meer op de urenregistratie en loonstrookjes van [naam werknemer] waarop de verzuimdagen juist zijn vermeld, de schriftelijke verklaring van [naam werknemer] dat hij [ged.conv./eis.reconv.2] twee keer heeft gemeld dat hij bij de arbodienst nog steeds als ziek stond gemeld en de brief van 10 februari 2004 van de arbodienst aan [ged.conv./eis.reconv.1]. De rechtbank is van oordeel dat genoemde aanwijzingen onvoldoende zijn om opzet bij de onjuiste meldingen aan te nemen. Nationale-Nederlanden zal daarom overeenkomstig haar bewijsaanbod worden opgedragen haar stellingen op dit punt nader met bewijs te staven.

4.5. De rechtbank volgt Nationale-Nederlanden in haar stelling dat uit de onjuiste opgaven met betrekking tot de twee verzuimperiodes van [naam werknemer] valt af te leiden dat [ged.conv./eis.reconv.1] geen adequaat controle- en verzuimbeleid in de zin van artikel 4.1. onder c van de polisvoorwaarden heeft gevoerd. Ook onder oud recht – volgens het toepasselijke overgangsrecht is de op 1 januari 2006 in werking getreden titel 17 van Boek 7 BW in deze zaak niet van toepassing – leidde volgens vaste rechtspraak niet-nakoming van de meldings- en inlichtingenplicht echter eerst tot verval van rechten uit de polis indien de verzekeraar daardoor in een redelijk belang was geschaad. Bij de tweede verzuimperiode werd, zoals door [gedn.conv./eis.reconv.] is gesteld en niet door Nationale-Nederlanden is weersproken, [naam werknemer]s arbeidsovereenkomst reeds beëindigd voordat de vierwekenperiode van artikel 2.2. onder f van de polis voorbij was. De rechtbank oordeelt dat ten aanzien van de onjuiste meldingen vooralsnog niet kan worden aangenomen dat Nationale-Nederlanden hierdoor zodanig in haar belangen is geschaad dat dit ieder verval van het recht op uitkering onder de polis rechtvaardigt. Uit de stellingen van partijen over en weer lijkt immers te kunnen worden afgeleid dat de juiste ziekteperioden ten aanzien van [naam werknemer] inmiddels wel zijn komen vast te staan en dat voor wat betreft de tweede periode geen sprake is van een te hoge uitkering. Nationale-Nederlanden heeft echter tevens aangevoerd dat sprake is van een bijzonder opmerkelijk dan wel volstrekt onwaarschijnlijk hoog ziekteverzuim ten aanzien van de andere werknemers van [ged.conv./eis.reconv.1], zonder dat daaraan een duidelijke conclusie is verbonden. Nationale-Nederlanden zal in de gelegenheid worden gesteld deze laatste stelling nader uit te werken en tevens te concretiseren of en op welke wijze zij door het niet voeren van een adequaat controle- en verzuimbeleid door [ged.conv./eis.reconv.1] schade heeft geleden dan wel anderszins in een redelijk belang is geschaad.

4.6. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. draagt Nationale-Nederlanden op te bewijzen

- dat [ged.conv./eis.reconv.1] vanwege het niet betalen van premies ten bedrage van € 2.633,64 is tekortgeschoten in de nakoming van haar betalingsverplichting,

- dat [ged.conv./eis.reconv.1] opzettelijk onjuiste opgaven heeft gedaan met betrekking tot het ziekteverzuim van [naam werknemer] en/of anderen,

5.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 19 maart 2008 voor uitlating door Nationale-Nederlanden als bedoeld in r.o. 4.5. en voor uitlating of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

5.3. bepaalt dat Nationale-Nederlanden, indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

5.4. bepaalt dat Nationale-Nederlanden, indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden april tot en met juni 2008 direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.5. bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van een nader te bepalen rechter in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4,

5.6. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

in conventie en in reconventie

5.7. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Boon en in het openbaar uitgesproken op 5 maart 2008.

Coll.:CYH