Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BC8206

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
31-03-2008
Datum publicatie
01-04-2008
Zaaknummer
rekest 08/175
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek dwangregeling ex artikel 287a Fw.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

rekestnummer: 08/175

uitspraakdatum: 31 maart 2008

Verzoek gedwongen schuldregeling artikel 287a Faillissementswet

In de zaak van: [XXX],

wonende te [woonplaats],

nader te noemen [XXX],

De procedure

[XXX] heeft bij de rechtbank op 29 november 2007 een verzoek ingediend tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Het verzoekschrift is behandeld ter terechtzitting van 4 februari 2008. Daarbij is [XXX] gehoord. De rechtbank heeft haar beslissing aangehouden omdat [XXX] aan de rechtbank heeft verzocht de SNS Bank te bevelen in te stemmen met een aangeboden schuldregeling als bedoeld in artikel 287a lid 1 van de Faillissementswet (Fw).

[XXX] is hierover door de rechtbank gehoord ter terechtzitting van 17 maart 2007. Tevens is gehoord mevrouw M. [XXX] van het Bureau Schuldhulpverlening/GKB van de gemeente Nijmegen. SNS Bank is opgeroepen voor deze zitting maar niet verschenen.

De feiten

Het verzoek betreft het opleggen van een schuldregeling aan de SNS Bank inhoudende dat [XXX] drie jaar lang zijn inkomen ter beschikking stelt aan Bureau Schuldhulpverlening en dat deze instelling het conform de uniforme rekenmethode van Recofa vast te stellen vrij te laten bedrag maandelijks betaalt aan [XXX] en het meerdere (in ieder geval een minimumbedrag van € 44,- per maand op basis van de NVvK-normen) reserveert voor de schuldeisers. Het gereserveerde bedrag wordt elk jaar (drie keer in totaal) aan de schuldeisers uitgekeerd. Voor deze werkzaamheden wordt door het Bureau Schuldhulpverlening 9% van de gereserveerde bedragen ingehouden vermeerderd met een bedrag van € 6,- per maand.

Gebaseerd op de huidige reserveringen zou dit voor de preferente schuldeisers een uitkering van 5,07% opleveren en voor de concurrente schuldeisers een uitkering van 2,54% van hun vordering tegen finale kwijting. Dit aanbod is volgens [XXX] en Bureau Schuldhulpverlening het uiterste waartoe [XXX] op dit moment financieel in staat kan worden geacht. [XXX] heeft aangegeven dat de genoemde percentages kunnen stijgen indien hij meer inkomsten uit arbeid genereert.

De totale schuld bedraagt € 31.890,- en er zijn vier schuldeisers.

Drie schuldeisers gaan akkoord met de aangeboden schuldregeling.

M. [XXX]heeft ter zitting verklaard dat Bureau Schuldhulpverlening jaarlijks een controle zal houden (door middel van een gesprek met [XXX]) op de sollicitatieplicht en tevens de systemen van de uitkerende instantie zal raadplegen of de sollicitatieplicht is nageleefd. Zij heeft tevens opgemerkt dat indien [XXX] tekortschiet in de nakoming van zijn sollicitatieverplichtingen, de schuldregeling zal worden beëindigd waarna het gespaarde tegoed onder de crediteuren zal worden verdeeld en zij voor het overige hun verhaalsrechten weer kunnen uitoefenen.

[XXX] heeft ter zitting verklaard dat hij een HBO-opleiding journalistiek volgt die hij in juni 2008 zal afronden. Elke dinsdag moet hij college volgen te Zwolle en is die dag niet beschikbaar voor arbeid. Tevens heeft [XXX] verklaard dat hij vrijwilligerswerk in de journalistiek verricht; hij hoopt echter betaald werk te zullen vinden.

De beoordeling van het verzoek

Het verzoek tot oplegging van genoemde schuldregeling aan de SNS Bank dient te worden toegewezen indien de SNS Bank in redelijkheid niet tot weigering van instemming met deze schuldregeling heeft kunnen komen, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang dat zij heeft bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van [XXX] of van de overige schuldeisers die door de weigering worden geschaad (artikel 287a Fw.).

Blijkens de wetsgeschiedenis (MvT Kamerstukken II 2004/05, 29942, nr. 3 p. 18) bij de totstandkoming van artikel 287a Fw kan een groot aantal toetsingscriteria van belang zijn bij de beantwoording van deze vraag. De SNS Bank is niet ter zitting verschenen. Dat neemt niet weg dat haar weigering moet worden beoordeeld in het licht van de feiten en omstandigheden van dit geval en in het bijzonder de bedoelde toetsingscriteria.

Allereerst is de vraag of het voorstel goed en betrouwbaar is gedocumenteerd en of voldoende duidelijk is dat het bod het uiterste is waartoe [XXX] financieel in staat moet worden geacht. Het aanbod houdt in dat het te behouden deel van het inkomen even hoog is als in het geval op [XXX] de schuldsaneringsregeling van toepassing zou zijn verklaard. In die zin is, afgezet tegen de mogelijkheid van een wettelijke schuldsaneringsregeling, sprake van een zo te noemen maximaal aanbod. Het verzoek is door Bureau Schuldhulpverlening van de gemeente Nijmegen getoetst en is goed onderbouwd.

Daar staat echter het volgende tegenover.

In de wettelijke schuldsaneringsregeling is de controle op de naleving van de sollicitatieplicht streng. Een schuldenaar zal de bewindvoerder iedere maand vier schriftelijke bewijzen van sollicitatieactiviteiten moeten overleggen. De schuldenaar dient te solliciteren op diverse fulltime banen, niet alleen op zijn vakgebied journalistiek. De bewindvoerder beoordeelt de naleving van de sollicitatieplicht onder toezicht van de rechter-commissaris. Deze controle kan Bureau Schuldhulpverlening niet garanderen.

Bovendien biedt de wettelijke regeling meer zekerheden door het huisbezoek, het onderzoek naar activa en de postblokkade.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat niet voldoende vast staat dat de uitvoering van het aanbod leidt tot een uitbetaling aan de schuldeisers die als uiterste moet worden beschouwd waartoe [XXX] in staat is indien dit wordt afgezet tegen hetgeen in een wettelijke schuldsaneringsregeling geldt.

Tevens is van belang dat de SNS Bank zowel relatief als absoluut een grote schuldeiser is met een vordering van € 14.248,28, welke 44,68% van de totale schuldenlast bedraagt. De SNS Bank heeft aldus een ‘zware’ stem bij de beslissing over de schuldregeling.

Tegen de achtergrond van genoemde feiten en omstandigheden kan niet geoordeeld worden dat de SNS Bank in redelijkheid niet tot weigering van instemming kon komen.

Het verzoek om de SNS Bank te bevelen in te stemmen met de schuldregeling zal derhalve worden afgewezen.

Op het verzoek van [XXX] om te worden toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling zal daarom op 7 april 2008 (op basis van de stukken uit het dossier en hetgeen ter terechtzitting van 4 februari 2008 is besproken) worden beslist. [XXX] hoeft daarvoor niet opnieuw naar de rechtbank te komen. Hij kan telefonisch informeren naar de uitspraak.

De beslissing

De rechtbank:

- wijst het verzoek af;

- bepaalt dat op het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling zal worden beslist op 7 april 2008 om 13.30 uur.

Dit vonnis is gewezen door mrs. B.J. Engberts, R.A. Boon en J.A. Verspui en in tegenwoordigheid van de griffier uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2008.