Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BC8050

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
12-03-2008
Datum publicatie
28-03-2008
Zaaknummer
156377 en 158109
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nu Auto Opgenoort niets heeft aangevoerd waaruit zou moeten volgen dat eiser niet te goeder trouw was ten tijde van de bezitsverkrijging, moet worden geoordeeld dat hij rechtmatig eigenaar is geworden van de auto, nu aan alle overige vereisten van art. 3:84 juncto 3:86 is voldaan. De gevorderde verklaring voor recht en de vordering tot afgifte van de auto met toebehoren zijn dan ook toewijsbaar.

De door eiser gevorderde verklaring voor recht dat Auto Opgenoort onrechtmatig heeft gehandeld jegens hem en dat zij wordt veroordeeld tot vergoeding van de geleden en nog te lijden schade, welke nader dient te worden opgemaakt bij staat, is eveneens toewijsbaar.

Gedaagde in de gevoegde zaak is gehouden de schade van Auto Opgenoort te vergoeden.

Auto Opgenoort wordt toegelaten tot het leveren van bewijs van haar stelling dat Car Centre eiser destijds een andere verklaring heeft gegeven voor de verkrijging van de auto dan thans in de procedure wordt gedaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

Vonnis in gevoegde zaken van 12 maart 2008

in de zaak met zaaknummer / rolnummer 156377 / HA ZA 07-892 van

[eiser hoofdzaak],

wonende te [woonplaats],

eiser,

advocaat en procureur mr. R.J. Verweij,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AUTO OPGENOORT NIJMEGEN B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

gedaagde,

advocaat en procureur mr. S.G.M. Goedvriend.

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 158109 / HA ZA 07-1141 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AUTO OPGENOORT NIJMEGEN B.V.,

gevestigd te Nijmegen,

eiseres,

advocaat en procureur mr. S.G.M. Goedvriend,

tegen

1. [gedaagde in gevoegde zaak],

zonder bekende woon- of verblijfplaats.,

gedaagde,

niet verschenen,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CAR CENTRE COENEN B.V.,

gevestigd te Groesbeek,

gedaagde,

advocaat en procureur mr. R.J. Verweij,

Partijen worden hierna [eiser hoofdzaak], Auto Opgenoort, [gedaagde in gevoegde zaak] en Car Centre [eiser hoofdzaak] genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 17 oktober 2007

- het proces-verbaal van comparitie van 23 januari 2008.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Tussen Auto Opgenoort en [gedaagde in gevoegde zaak] is op 7 december 2006 een schriftelijke koopovereenkomst gesloten waarbij [gedaagde in gevoegde zaak] van Auto Opgenoort een personenauto van het merk Peugeot, type 307, met kenteken [kenteken] (hierna: de auto) heeft gekocht, voor een koopsom van € 14.000,-.

Op voormelde datum is tevens een zogenaamde Lease & Finance-overeenkomst gesloten tussen [gedaagde in gevoegde zaak], Auto Opgenoort en PSA Finance Nederland B.V. (hierna: PFN).

In deze overeenkomst staat onder meer:

“1. Ondergetekenden:

a. PSA Finance Nederland B.V. (…)

Hierna te noemen : “PFN”.

b. Firmanaam :AUTO OPGENOORT NIJMEGEN BV (…)

Hierna te noemen: “dealer”

c. Naam : De Heer [gedaagde in gevoegde zaak] (…)

Hierna te noemen: “cliënt”

Zijn het volgende overeengekomen:

2. Verhouding dealer/cliënt

Dealer verklaart hierbij aan cliënt onder eigendomsvoorbehoud en onder de nader in de koopovereenkomst tussen dealer en cliënt genoemde voorwaarden te hebben verkocht, gelijk cliënt van dealer verklaart onder eigendomsvoorbehoud en onder de vorenbedoelde voorwaarden te hebben gekocht het onder 4 vermelde object voor de onder 5a vermelde contante verkoopprijs. (…)

3. Verhouding dealer/PFN

Dealer verkoopt en draagt hierbij aan PFN in volle en onbezwaarde eigendom over, welke verkoop en eigendomsoverdracht hierbij door PFN wordt aanvaard, het object alsmede alle voor dealer uit de onder 2 genoemde koopovereenkomst voortvloeiende rechten en vorderingen op cliënt tegen het onder 5d genoemde bedrag, zulks voor aflevering van het object aan cliënt. PFN verplicht zich het onder 5d genoemde bedrag aan dealer te betalen, zijnde de koopprijs uit hoofde van vorenbedoelde koopovereenkomst tussen PFN en dealer. (…) Cliënt verklaart met voornoemde verkoop en eigendomsoverdracht(en) bekend te zijn, deze te erkennen, per heden het onder 5i genoemde bedrag aan PFN verschuldigd te zijn en na aflevering het object te houden voor PFN.

9. Verplichtingen van cliënt

(…)

b. Cliënt is verplicht het object niet te verkopen, vervreemden, (…) zonder schriftelijke toestemming van PFN, noch op enigerlei wijze over het object te beschikken of daarmee te handelen in strijd met de belangen van PFN; ”

2.2. Auto Opgenoort heeft de auto op 14 december 2006 in het bezit gesteld van [gedaagde in gevoegde zaak]. De auto is op die datum tevens op zijn naam gesteld. In afwachting van de loongegevens van [gedaagde in gevoegde zaak], noodzakelijk voor het verkrijgen van financiering door PFN, heeft Auto Opgenoort het overschrijvingsbewijs en de reservesleutel van de auto achtergehouden.

2.3. Bij de stukken bevindt zich een inkoopverklaring van Car Centre [eiser hoofdzaak], ondertekend door Geert [eiser hoofdzaak], waarin - kort gezegd - staat dat zij de auto op 6 januari 2007 heeft ingekocht van [gedaagde in gevoegde zaak], tegen contante betaling van een bedrag van € 11.000,-.

2.4. Op 20 januari 2007 heeft Car Centre [eiser hoofdzaak] de auto verkocht en geleverd aan [eiser hoofdzaak], een oom van de directeur van Car Centre [eiser hoofdzaak], voor een bedrag van € 12.750,- , minus € 1.250,- aan inruilwaarde. Op die datum is de auto ook op naam van [eiser hoofdzaak] gezet. Op het kentekenbewijs staat als duplicaatcode “01”.

2.5. Omstreeks 11 februari 2007 heeft een medewerker van Auto Opgenoort de auto, die geparkeerd stond voor de woning van [eiser hoofdzaak], met behulp van de reservesleutel geopend en meegenomen naar de vestiging van Auto Opgenoort in Nijmegen.

2.6. Op 12 februari 2007 is namens Auto Opgenoort aangifte gedaan van verduistering van de auto door [gedaagde in gevoegde zaak].

2.7. Op 17 februari 2007 heeft [eiser hoofdzaak] aangifte gedaan van diefstal van de auto.

2.8. Op 10 april 2007 heeft Auto Opgenoort conservatoir beslag onder zichzelf laten leggen op de auto.

2.9. Op 25 april 2007 is namens [eiser hoofdzaak] eveneens conservatoir beslag gelegd op de auto.

2.10. Bij de stukken bevindt zich nog een afschrift van een bericht van de RDW waarin onder meer staat:

“Hebt u een vervangend kentekenbewijs ontvangen, omdat een kentekenplaat of (een deel van) het kenteken is vermist? Sinds 1 februari 2003 is het verplicht om uw oude kentekenplaten te vervangen door platen waarop de juiste duplicaatcode zichtbaar is ingeslagen.”

3. Het geschil

in de zaak 07-892

3.1. [eiser hoofdzaak] vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad samengevat - een verklaring voor recht dat hij eigenaar is van de auto en dat Auto Opgenoort wordt veroordeeld tot afgifte van de auto met toebehoren, op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag, en voorts een verklaring voor recht dat Auto Opgenoort onrechtmatig heeft gehandeld jegens hem en gehouden is de daaruit voortvloeiende schade te vergoeden, welke schade nader dient te worden opgemaakt bij staat, met veroordeling van Auto Opgenoort in de proceskosten, die van het beslag daaronder begrepen.

3.2. Auto Opgenoort voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in de zaak 07-1141

3.3. Auto Opgenoort vordert bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad samengevat - de hoofdelijke veroordeling van [gedaagde in gevoegde zaak] en Car Centre [eiser hoofdzaak] tot betaling van € 14.000,- vermeerderd met rente en kosten, inclusief de kosten van het beslag, met veroordeling van [gedaagde in gevoegde zaak] en Car Centre [eiser hoofdzaak] in de proceskosten.

3.4. Car Centre [eiser hoofdzaak] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in de zaak 07-892

4.1. [eiser hoofdzaak] stelt dat hij de auto rechtsgeldig in eigendom heeft gekregen en dat hij, voor zover hij mocht hebben verkregen van een beschikkingsonbevoegde, wordt beschermd op grond van artikel 3:86 BW, aangezien de overdracht anders dan om niet is geschied en hij te goeder trouw was. [eiser hoofdzaak] stelt dat hij een marktconforme prijs heeft betaald en dat hij in bezit is van kentekenbewijs I en II, alsmede het overschrijvingsbewijs. Bovendien stond de auto op het moment van verkrijging niet als gestolen of verduisterd geregistreerd.

4.2. Auto Opgenoort heeft daar tegen aangevoerd dat zij steeds eigenaresse van de auto is gebleven en dat zij de auto op 14 december 2006 onder eigendomsvoorbehoud heeft geleverd aan [gedaagde in gevoegde zaak], waarna [gedaagde in gevoegde zaak] bij de RDW een duplicaatkenteken heeft aange-vraagd en de auto heeft doorverkocht aan Car Centre [eiser hoofdzaak]. Volgens Auto Opgenoort heeft Car Centre [eiser hoofdzaak] de auto niet te goeder trouw in bezit gekregen, omdat zij mogelijk de hand heeft gehad in de verduistering en in ieder geval onderzoek had moeten verrichten naar de herkomst van de auto. Daarbij wijst Auto Opgenoort er onder meer op dat op de kentekenplaat geen ‘1’ stond, terwijl dit op grond van de duplicaatcode (“01”) op het kentekenbewijs wel was vereist, de auto slechts korte tijd in bezit is geweest bij [gedaagde in gevoegde zaak] en de directeur van Car Centre [eiser hoofdzaak] in het verleden werkzaam is geweest bij Auto Opgenoort en de auto uit dien hoofde ook kende. Volgens Auto Opgenoort volgt uit de dagvaarding van [eiser hoofdzaak] dat hij ook op de hoogte was van de feitelijke herkomst van de auto, zodat hij deze evenmin te goeder trouw in bezit heeft gekregen. Bovendien had ook [eiser hoofdzaak] volgens Auto Opgenoort onderzoek moeten doen naar de herkomst van de auto, vanwege de onjuiste kentekenplaten.

4.3. Voor de vraag of [eiser hoofdzaak] rechtmatig eigenaar is geworden van de auto is niet doorslaggevend of Car Centre [eiser hoofdzaak] beschikkingsbevoegdheid was, indien vast komt te staan dat [eiser hoofdzaak] te goeder trouw was (art. 3:86 BW). Dat is het geval indien [eiser hoofdzaak] ten tijde van zijn bezitsverkrijging niet wist of behoorde te weten dat Car Centre [eiser hoofdzaak] mogelijk beschikkingsonbevoegd was.

Dat in de dagvaarding van [eiser hoofdzaak] een andere verklaring wordt gegeven over de inkoop van de auto door Car Centre [eiser hoofdzaak] dan eerder daarover door de directeur van Car Centre [eiser hoofdzaak] op het politiebureau zou zijn gegeven maakt niet dat [eiser hoofdzaak] ten tijde van zíjn bezitsverkrijging op 20 januari 2007 ook op de hoogte was van de werkelijke herkomst van de auto. Deze kennis kan hij immers naderhand hebben verkregen en bovendien kan eventuele wetenschap van Car Centre [eiser hoofdzaak] met betrekking tot de herkomst van de auto niet aan [eiser hoofdzaak] worden toegerekend, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Daarvan is echter niet gebleken.

Ook uit het feit dat [eiser hoofdzaak] geen nader onderzoek heeft ingesteld naar de kentekenplaat volgt niet dat hij niet te goeder trouw was in de zin van artikel 3:86 jo. 3:11 BW. Er is niet gesteld of gebleken dat [eiser hoofdzaak], als leek, ook op de hoogte was of moest zijn van de verplichting om een ‘1’ aan te brengen op de kentekenplaat of van het ter zake door de RDW opgestelde bericht. Nu hij bovendien alle papieren, inclusief het overschrijvings-bewijs, heeft gekregen en de auto ook zonder problemen op zijn naam is gesteld valt niet in te zien waarom hij zou hebben moeten twijfelen aan de beschikkingsbevoegdheid van Car Centre [eiser hoofdzaak] of de (legale) herkomst van de auto. Daaraan doet ook niet af dat de auto nog op naam van [gedaagde in gevoegde zaak] stond, omdat het niet ongewoon voorkomt dat een garage, die een auto slechts korte tijd in bezit heeft, deze niet eerst op haar eigen naam laat overschrijven voordat zij tot (door)verkoop daarvan overgaat. Ten aanzien van het ontbreken van de reservesleutel is door Car Centre [eiser hoofdzaak] ten slotte ter comparitie verklaard dat deze nog zou worden afgegeven. Ook dit is naar het oordeel van de rechtbank een plausibele verklaring, die niet tot achterdocht bij [eiser hoofdzaak] had behoren te leiden.

4.4. Nu Auto Opgenoort verder niets heeft aangevoerd waaruit zou moeten volgen dat [eiser hoofdzaak] niet te goeder trouw was ten tijde van de bezitsverkrijging, moet op grond van het voorgaande reeds worden geoordeeld dat hij rechtmatig eigenaar is geworden van de auto, nu aan alle overige vereisten van art. 3:84 juncto 3:86 is voldaan. De gevorderde verklaring voor recht en de vordering tot afgifte van de auto met toebehoren zijn dan ook toewijsbaar.

De rechtbank ziet aanleiding om de gevorderde dwangsom te maximeren tot € 10.000,- .

4.5. [eiser hoofdzaak] heeft voorts een verklaring voor recht gevorderd dat Auto Opgenoort onrechtmatig heeft gehandeld jegens hem en dat zij wordt veroordeeld tot vergoeding van de geleden en nog te lijden schade, welke nader dient te worden opgemaakt bij staat.

[eiser hoofdzaak] is op 20 januari 2007 rechtmatig eigenaar geworden van de auto. Daarmee staat

vast dat Auto Opgenoort onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld door de auto omstreeks 11 februari 2007 weg te nemen. Daaraan doet niet af dat Auto Opgenoort op dat moment nog in de veronderstelling verkeerde dat de auto in bezit was van [gedaagde in gevoegde zaak], zoals ter zitting is opgemerkt. Ook dat maakt immers niet dat zij de auto mee mocht nemen, zonder bijvoorbeeld de politie in te schakelen. Auto Opgenoort is dan ook gehouden de schade te vergoeden die [eiser hoofdzaak] als gevolg van één en ander heeft geleden. Daartoe zal de zaak, als gevorderd, worden verwezen naar de schadestaatprocedure.

4.6. Auto Opgenoort zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, welke tot op heden aan de zijde van [eiser hoofdzaak] worden begroot op € 237,31 aan verschotten en € 904,- aan salaris procureur (2 punten x tarief 452,-).

De gevorderde beslagkosten zijn op grond van artikel 706 Rv. eveneens toewijsbaar.

Deze worden begroot op € 182,31 voor verschotten en € 452,00 voor salaris procureur (1 rekest x € 452,00).

in de zaak 07-1141

4.7. Auto Opgenoort heeft aan haar vordering jegens [gedaagde in gevoegde zaak] - kort gezegd - ten grondslag gelegd dat zij de auto op 14 december 2006 in het bezit van [gedaagde in gevoegde zaak] heeft gesteld onder voorbehoud van eigendom totdat de volledige koopsom door PFN zal zijn betaald en dat [gedaagde in gevoegde zaak] heeft nagelaten de benodigde gegevens ter beschikking te stellen, waardoor de financiering uiteindelijk is geweigerd en de koopsom ad € 14.000,- niet is voldaan door PFN. [gedaagde in gevoegde zaak] is hierdoor volgens Auto Opgenoort tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen ex artikel 7:1 BW en heeft bovendien onrechtmatig gehandeld jegens haar door de auto door te verkopen aan Car Centre [eiser hoofdzaak].

Hij is derhalve gehouden de daaruit voortvloeiende schade te vergoeden.

4.8. [gedaagde in gevoegde zaak] heeft geen verweer gevoerd. Daarmee staat vast dat hij is tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen en dat de koopsom niet is betaald. Bovendien heeft [gedaagde in gevoegde zaak] onrechtmatig gehandeld jegens Auto Opgenoort. [gedaagde in gevoegde zaak] is dan ook gehouden de schade van Auto Opgenoort te vergoeden.

Nu hiervoor reeds is overwogen dat [eiser hoofdzaak] rechtmatig eigenaar is geworden van de auto, staat daarmee tevens vast dat Auto Opgenoort de eigendom is verloren en dat zij - in ieder geval ten aanzien van [gedaagde in gevoegde zaak] - aanspraak kan maken op volledige vergoeding van de misgelopen koopsom ad € 14.000,-.

4.9. Vervolgens is aan de orde of Car Centre [eiser hoofdzaak] eveneens aansprakelijk is voor de schade van Auto Opgenoort. Daartoe wordt het volgende overwogen.

Auto Opgenoort heeft aangevoerd dat Car Centre [eiser hoofdzaak] onrechtmatig heeft gehandeld jegens haar, door - kort gezegd - de auto zonder nader onderzoek in te kopen en vervolgens door te verkopen aan [eiser hoofdzaak]. Volgens haar was voor Car Centre [eiser hoofdzaak] kenbaar, althans had kenbaar moeten zijn, dat [gedaagde in gevoegde zaak] niet gerechtigd was de auto te verkopen. Voorts sluit zij niet uit dat Car Centre [eiser hoofdzaak] de hand heeft gehad in de verduistering.

4.10. Auto Opgenoort heeft er, behoudens hetgeen hiervoor onder 4.2 reeds is opgenomen, ook op gewezen dat de directeur van Car Centre [eiser hoofdzaak] destijds op het politiebureau zou hebben verklaard dat hij de auto rechtstreeks van [gedaagde in gevoegde zaak] had gekocht tegen betaling van een contante koopsom en dat toen geen inkoopverklaring voorhanden was, terwijl zij thans stelt dat de auto is gekocht van handelaar [XXX] en dat zij [gedaagde in gevoegde zaak] in het geheel niet kent. Car Centre [eiser hoofdzaak] heeft gemotiveerd betwist dat zij de auto rechtstreeks van [gedaagde in gevoegde zaak] heeft gekocht en dat dit zou zijn verklaard op het politiebureau. Volgens haar was ook de inkoopverklaring destijds gewoon voorhanden en is deze zelfs gekopieerd op het politiebureau.

Gelet op de gemotiveerde betwisting door Car Centre [eiser hoofdzaak] zal de rechtbank Auto Opgenoort, overeenkomstig haar bewijsaanbod, toelaten tot het leveren van bewijs van haar stelling dat Car Centre [eiser hoofdzaak] destijds een andere verklaring heeft gegeven voor de verkrijging van de auto dan thans in de procedure wordt gedaan. Indien dit immers vast zou komen te staan, zou daaruit mogelijk kunnen volgen dat Car Centre [eiser hoofdzaak] meer wist over de feitelijke herkomst van de auto dan zij thans stelt en dat zij mogelijk onrechtmatig jegens Car Centre [eiser hoofdzaak] heeft gehandeld door de auto desalniettemin te kopen.

4.11. Ten aanzien van het verweer van Car Centre [eiser hoofdzaak] dat Auto Opgenoort geen belang zou hebben bij haar vordering, nu de eigendom van de auto blijkens de Lease & Finance-overeenkomst zou zijn overgedragen aan PFE, merkt de rechtbank nog op dat dit niet relevant is voor de vraag of Auto Opgenoort schade heeft geleden als gevolg van mogelijk onrechtmatig handelen door Car Centre [eiser hoofdzaak]. Ter comparitie heeft Auto Opgenoort toegelicht dat PFE de koopsom niet heeft voldaan, nu niet alle benodigde papieren aan haar zijn overhandigd. Car Centre [eiser hoofdzaak] heeft dit niet betwist. Indien Car Centre [eiser hoofdzaak] mede verantwoordelijk moet worden gehouden voor het handelen van [gedaagde in gevoegde zaak], valt niet in te zien waarom Auto Opgenoort haar niet (tevens) zou kunnen aanspreken op vergoeding van de schade die zij als gevolg hiervan heeft geleden.

Ook kan Auto Opgenoort niet worden tegengeworpen dat zij haar schade op [gedaagde in gevoegde zaak] en Car Centre [eiser hoofdzaak] wenst te verhalen en dat zij zich niet tot PFE wendt. Dat is immers ter vrije keuze aan Auto Opgenoort.

4.12. Iedere verder beslissing wordt aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

in de zaak 07-892

5.1. verklaart voor recht dat [eiser hoofdzaak] eigenaar is van de personenauto merk Peugeot, type 307, met kenteken [kenteken],

5.2. veroordeelt Auto Opgenoort om binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis tot afgifte van voormelde auto over te gaan en deze, met sleutels en autopapieren, ter vrije en algehele beschikking te stellen aan [eiser hoofdzaak],

5.3. bepaalt dat Auto Opgenoort voor iedere dag dat zij in strijd handelt met het hiervoor

onder 5.2 bepaalde, [eiser hoofdzaak] een dwangsom verbeurt van € 500,- tot een maximum van € 10.000,-,

5.4. veroordeelt Auto Opgenoort in de beslagkosten, tot op heden begroot op € 634,31,

5.5. veroordeelt Auto Opgenoort in de proceskosten, aan de zijde van [eiser hoofdzaak] tot op heden begroot op € 1.141,31,

5.6. verklaart dit vonnis in deze zaak tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.7. wijst het meer of anders gevorderde af,

in de zaak 07-1141

5.8. draagt Auto Opgenoort op te bewijzen dat Car Centre [eiser hoofdzaak] ten tijde van de aangifte op het politiebureau een andere verklaring heeft gegeven voor de verkrijging van de auto dan thans in de procedure wordt gedaan,

5.9. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 26 maart 2008 voor uitlating door Auto Opgenoort of zij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

5.10. bepaalt dat Auto Opgenoort, indien zij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken willen overleggen, die stukken direct in het geding moet brengen,

5.11. bepaalt dat Auto Opgenoort, indien zij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden april tot en met juni 2008 direct moeten opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.12. bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. M.C. Verra in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4,

5.13. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.14. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. Verra en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2008.