Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BC8042

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
19-03-2008
Datum publicatie
28-03-2008
Zaaknummer
160752
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beoordeeld moet worden of de gestelde gebreken van dien aard zijn dat het geleverde niet beantwoordt aan de overeenkomst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 160752 / HA ZA 07-1524

Vonnis van 19 maart 2008

in de zaak van

1. [eiser 1],

wonende te [woonplaats],

2. [eiser 2],

wonende te [woonplaats],

eisers,

procureur mr. H. van Ravenhorst,

advocaat mr. R.G. Wakelkamp te Utrecht,

tegen

1. [gedaagde 1],

wonende te [woonplaats],

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

procureur en advocaat mr. Chr. Nome te Nijmegen.

Partijen zullen hierna [eiser 1], [eiser 2], [gedaagde 1] en [gedaagde 2] worden genoemd. Eisers gezamenlijk zullen ook met [eisers] worden aangeduid en gedaagden gezamenlijk met [gedaagden].

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 5 december 2007

- het proces-verbaal van comparitie van 7 februari 2008.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eisers] hebben eind januari 2006 van [gedaagden] het woonhuis - met dubbele garage, zwembad, tuin en ondergrond - gelegen aan de [adres] gekocht. De koopprijs bedroeg EUR 1.325.000,00.

2.2. [eisers] hebben zich bij de aankoop laten bijstaan door makelaarskantoor Leck (hierna: Leck). Makelaarskantoor Weeda & Jellema (hierna: Jellema) heeft [gedaagden] bij de verkoop bijgestaan.

2.3. [gedaagden] hebben op het NVM-formulier “Vragenlijst voor de verkoop van een woning” bij de vraag naar hen bekende gebreken van de technische installaties vermeld, voor zover van belang:

“tuinverlichting/storing in elec. circuit, geeft soms storing”.

2.4. Met betrekking tot de staat en het gebruik van het gekochte is in de schriftelijke koopovereenkomst, voor zover hier van belang, opgenomen:

“5.1 De onroerende zaak zal aan koper in eigendom worden overgedragen in de staat waarin deze zich bij het tot stand komen van deze overeenkomst bevindt met alle daarbij behorende (...) zichtbare en onzichtbare gebreken (...).

5.3 De onroerende zaak zal bij de eigendomsoverdracht de feitelijke eigenschappen bezitten die nodig zijn voor een normaal gebruik als: Woonhuis. (...) Verkoper staat niet in voor andere eigenschappen dan die voor een normaal gebruik nodig zijn, noch voor de afwezigheid van gebreken die dat normale gebruik belemmeren en die aan koper kenbaar zijn op het moment van het tot stand komen van deze koopovereenkomst.”

2.5. De levering van de woning met toebehoren heeft plaatsgevonden op 6 juli 2006. Op 27 juli 2006 hebben [eisers] het huis betrokken.

2.6. Na enige tijd hebben [eisers] zich via Leck beklaagd over een aantal gebreken aan het gekochte. In zijn e-mail van 15 augustus 2006 aan Leck heeft [eiser 1] gebreken aan het elektriciteitscircuit, het zwembad, de ombouw van de verwarmingsketel en het rieten dak genoemd. Uit de reactie van Leck daarop per e-mail blijkt dat Jellema een brief over de kwestie aan [gedaagde 1] - die op dat moment veel in het buitenland verbleef - heeft doorgeleid.

2.7. In opdracht van [eisers] heeft Verwarmingsbedrijf A. de Jong en Zn. diverse werkzaamheden aan de verwarmingsinstallatie van de woning verricht, waaronder het plaatsen van een nieuwe mantel op de cv-ketel op 1 september 2006.

2.8. In de periode van juli tot begin september 2006 hebben [eisers] bij Helmond Recreatie Service diverse chemicaliën en onderdelen gekocht ten behoeve van het zwembad. Op 6 september 2006 heeft [XXX] aan [eisers] geschreven:

“Wij schrijven u naar aanleiding op uw vraag of wij langs wilden komen i.v.m. het feit dat u de waterkwaliteit van uw zwembad niet in orde krijgt.

De heer [XXX], de monteurs [XXX] en de heer [XXX] hebben geconstateerd dat de huidige installatie voor uw zwembad niet voldoet om aan deze eisen te voldoen.

De volgende punten hebben wij geconstateerd:

- te lichte zwembadinstallatie (zandfilter en pomp)

- de leidingen voldoen niet aan de juiste diameter, zowel in de machinekamer en naar de inbouwdelen van het zwembad

- er zijn veel dode punten in het zwembad, waardoor het water niet overal goed circuleert (vooral bij de roldeknis en het zwembad zelf)

- weinig werkplek t.b.v. onderhoud zwembadinstallatie

- geen 2e skimmer aanwezig

- te weinig inspuiters

- geen bodemput in de roldeknis etc.

(zeer lastig om dit verhelpen omdat de folie en wanden uiteraard door de tijd zijn aangetast)

- zwembadbesturing defect (reeds een nieuwe besteld)

- wij moesten zeer voorzichtig zijn i.v.m. eventueel lekkage (onderdelen zijn oud geworden).

Een prijsindicatie is moeilijk aan te geven, daar wij niet weten wat wij nog meer kunnen tegenkomen.”

2.9. Medio september 2006 hebben [eisers] door Elektrotechnisch bureau Verweij bv de storing in het elektrische circuit laten opsporen en verhelpen. De daarvoor door Verweij aan hen gezonden factuur sluit op EUR 1.174,53.

2.10. Op 25 september 2006 heeft ten kantore van Jellema overleg plaatsgevonden tussen de partijen over de door [eisers] geconstateerde gebreken. Naar aanleiding daarvan heeft [eiser 1] [gedaagde 1] bij brief van 19 oktober 2006 aansprakelijk gesteld voor de kosten van herstel van die gebreken. In een op 9 januari 2007 door Jellema aan [eiser 1] doorgestuurde e-mail van [gedaagde 1] heeft deze aansprakelijkheid van de hand gewezen en daarna zijn bericht vervolgd met:

“(...) Blijft onverlet dat wij de toezegging gestand willen doen om de schakelklok van de verwarming van het zwembad voor onze rekening te laten vervangen voor zover dit in rede is, en dat wij, uitsluitend uit coulance, willen bijdragen in de kosten van de vervanging van de kap van de cv-ketel in de woning en het opheffing van de storing in de electrische voorziening in het woonhuis. (...)”.

2.11. Begin juni 2007 hebben [eisers] geconstateerd dat de beregeningsinstallatie voor de tuin niet werkt. Bij brief van 8 juni 2007 is dit aan de advocaat van [gedaagde 1] meegedeeld.

3. Het geschil

3.1. [eisers] hebben bij dagvaarding gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, zo mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

I - primair gedaagden hoofdelijk zal veroordelen binnen veertien dagen na betekening van het vonnis over te gaan tot herstel van het zwembad naar de eisen van goed en deugdelijk werk zodat het voor normaal gebruik als zwembad geschikt is, zulks met inachtneming van de bevindingen in het deskundigenrapport, en deze werkzaamheden ononderbroken en voortvarend af te ronden, doch deze niet later dan vier maanden na betekening van het vonnis aan gedaagden te voltooien, alles op straffe van verbeurte van dwangsommen aan eisers ad EUR 1.000,00 per kalenderdag dat gedaagden daarmee in gebreke blijven, zulks met een maximum van EUR 100.000,00, althans door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedragen,

- subsidiair gedaagden hoofdelijk zal veroordelen tot vergoeding aan eisers van een bedrag aan vervangende schade ter grootte van de kosten van herstel van het zwembad, zulks met inachtneming van de bevindingen in het deskundigenrapport, althans nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum der dagvaarding,

- meer subsidiair de gevolgen van de overeenkomst zal wijzigen en gedaagden hoofdelijk zal veroordelen tot terugbetaling van een deel van de koopsom ten belope van een bedrag gelijk aan de kosten van herstel van het zwembad, zulks met inachtneming van de bevindingen in het deskundigenrapport althans nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum der dagvaarding;

II gedaagden hoofdelijk zal veroordelen tot betaling aan eisers van een bedrag ad EUR 3.141,76 wegens gemaakte kosten aan elektra, ketel en zwembad, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 september 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

III - primair gedaagden hoofdelijk zal veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis over te gaan tot herstel van de beregeningsinstallatie naar de eisen van goed en deugdelijk werk zodat het voor normaal gebruik geschikt is, en deze werkzaamheden ononderbroken en voortvarend af te ronden, doch deze niet later dan vier weken na betekening van het vonnis te voltooien, alles op straffe van verbeurte van dwangsommen aan eisers van EUR 100,00 per kalenderdag dat gedaagden daarmee in gebreke blijven, zulks met een maximum van EUR 10.000,00, althans door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedragen,

- subsidiair gedaagden hoofdelijk zal veroordelen tot vergoeding aan eisers van een bedrag aan vervangende schadevergoeding ter grootte van de kosten van herstel van de beregeningsinstallatie, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum van dagvaarding;

IV - gedaagden hoofdelijk zal veroordelen tot betaling aan eisers van een bedrag ad EUR 2.338,00, wegens vertragingsschade, te vermeerderen met betaalde rente vanaf 1 september 2007 tot aan de dag van herstel van het zwembad zoals primair gevorderd onder I, althans tot aan de dag van vergoeding van de schade zoals subsidiair gevorderd onder I, althans tot aan de dag van terugbetaling zoals meer subsidiair gevorderd onder I, te vermeerderen met wettelijke rente;

V gedaagden hoofdelijk zal veroordelen in de kosten van dit geding, als ook EUR 131,00 aan nasalaris ingeval van niet-betekening van het vonnis en EUR 199,00 aan nasalaris ingeval van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente over de volledige proceskosten indien niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis voldoening daarvan heeft plaatsgevonden.

Ter comparitie hebben zij met toestemming van [gedaagden] hun eis uitgebreid met een vordering ter zake van de buitengerechtelijke kosten, conform het rapport Voor-werk II.

3.2. Aan hun vorderingen hebben [eisers] ten grondslag gelegd dat het geleverde niet beantwoordt aan de overeenkomst (hierna ook wel aangeduid met ‘non-conformiteit’) en/of dat door [gedaagden] toezeggingen tot herstel van bepaalde gebreken en/of tot vergoeding van bepaalde kosten zijn gedaan. Daarom zijn [gedaagden] volgens [eisers] gehouden tot herstel (art. 7:21 lid 1 sub b BW) en/of schadevergoeding (art. 6:74 BW). Met betrekking tot het zwembad hebben [eisers] zich ook, meer subsidiair, op dwaling beroepen. Zij staven dit beroep met de stelling dat [gedaagden] onjuiste mededelingen hebben gedaan omtrent de staat en het functioneren van het zwembad. Op die grond hebben zij subsidiair partiële vernietiging dan wel wijziging van de gevolgen van de overeenkomst gevorderd (art. 6:230 BW). De hiervoor onder IV vermelde vordering wegens vertragingsschade houdt volgens [eisers] verband met gederfd woongenot. De buitengerechtelijke kosten zijn verschuldigd in verband met de pogingen die zijn gedaan tot een minnelijke oplossing te komen.

3.3. Het verweer van [gedaagden] zal in het navolgende worden besproken.

4. De beoordeling

non-conformiteit

4.1. Beoordeeld moet worden of de door [eisers] gestelde gebreken van dien aard zijn dat het geleverde niet beantwoordt aan de overeenkomst. Onder verwijzing naar art. 5.3 van de koopakte en art. 7:17 BW hebben zij gesteld dat het geleverde niet de toegezegde feitelijke eigenschappen bezit die voor normaal gebruik ervan noodzakelijk zijn. Volgens [gedaagden] is niet art. 7:17 BW, dat regelend recht betreft, van toepassing, maar hetgeen de partijen daaromtrent uitdrukkelijk zijn overeengekomen: het bepaalde in art. 5.3 van de koopakte. Door middel van die bepaling is slechts gegarandeerd dat het gekochte de feitelijke eigenschappen bezit als woonhuis te worden gebruikt, waaraan de beweerde gebreken - indien al aanwezig - geen van alle in de weg staan, aldus [gedaagden]

4.2. Of de kwestie nu op grond van art. 7:17 BW, op grond van art. 5.3 koopakte of beide bepalingen wordt beoordeeld, vast staat dat de geleverde onroerende zaak in dit geval uit verschillende bestanddelen bestaat, zoals (voor zover hier van belang) de woning, de tuin en het zwembad. Het spreekt voor zich dat ieder van de bestanddelen in beginsel voor normaal gebruik daarvan geschikt moeten zijn. Voor zover al juist is de opvatting van [gedaagden] dat art. 5.3 van de koopakte alleen ziet op het normale gebruik van het woonhuis als zodanig, dan geldt dat art. 7:17 BW in aanvulling daarop hetzelfde bepaalt voor het zwembad. Wel dient steeds voor ogen te worden gehouden dat [gedaagden] - in verband met het bepaalde in art. 5.1 van de koopakte en het bepaalde in art. 5.3 van de koopakte en/of art. 7:17 BW - enkel hoeven in te staan voor de aanwezigheid van voor het normale gebruik vereiste eigenschappen waarvan [eisers] de afwezigheid niet hoefden te betwijfelen. Daarbij komt het er mede op aan wat [gedaagden] daarover aan [eisers] hebben meegedeeld (of hadden moeten meedelen) en wat [eisers] zelf wisten of hadden behoren te weten. In dit licht zal elk van de gestelde gebreken moeten worden beoordeeld.

klachtplicht

4.3. Alvorens tot inhoudelijke beoordeling van de gestelde gebreken over te gaan, zal eerst nog worden beoordeeld het verweer van [gedaagden] dat [eisers] niet tijdig over de gestelde gebreken hebben geklaagd, in het licht van het bepaalde in art. 7:23 BW. Deze klachtplicht ziet op afwijkingen aan het geleverde die maken dat sprake is van non-conformiteit in de hiervoor bedoelde zin. Ingeval niet tijdig is geklaagd, komt aan de koper geen beroep meer toe op non-conformiteit. In de onderhavige zaak is geen sprake van een consumentenkoop zoals die is gedefinieerd in art. 7:5 BW. Daarom geldt hier niet zonder meer de termijn van twee maanden die in art. 7:23 BW voor gevallen van consumentenkoop is opgenomen. Het criterium ‘binnen bekwame tijd’ moet worden ingevuld aan de hand van de concrete omstandigheden van het geval.

4.4. Vast staat dat [eisers] op 6 juli 2006 het gekochte geleverd hebben gekregen, dat zij op 27 juli 2006 in het huis zijn gaan wonen en dat zij op 15 augustus 2006 hun beklag hebben gedaan over afwijkingen aan het zwembad, de elektra en de cv-ketel. In verband hiermee kan in redelijkheid niet worden gezegd dat dat beklag niet binnen bekwame tijd na ontdekking is gedaan. Hieraan doet niet af dat op het inlichtingenformulier door [gedaagden] een storing in de elektra is vermeld en strikt genomen [eisers] toen al van het gebrek wisten. De omvang van het gebrek wijkt - volgens de stellingen van [eisers] - af van de omvang zoals die door en namens [gedaagden] destijds is beschreven en is [eisers] ondanks een bouwtechnokeuring pas duidelijk geworden na de levering. Ingeval moet worden aangenomen dat [eisers] in wezen voor de levering ook al wisten van gebreken aan het zwembad, dan geldt daarvoor hetzelfde. Ook de omstandigheid dat de klachten via de beide makelaars zijn geuit en het mogelijk enige tijd geduurd heeft voordat de klachten [gedaagde 1] feitelijk hebben bereikt wegens diens verblijf in het buitenland doen er niet aan af dat deze tijdig zijn geuit. De slechte bereikbaarheid van [gedaagde 1] ligt in de risicosfeer van [gedaagden] In zoverre faalt dit verweer van [gedaagden]

beregeningsinstallatie

4.5. Of ook over het gestelde gebrek aan de beregeningsinstallatie binnen bekwame tijd is geklaagd, kan in het midden blijven. Non-conformiteit levert een gebrek aan een beregeningsinstallatie voor de tuin in zijn algemeenheid niet op. Een defecte beregeningsinstallatie is immers geen wezenlijk gebrek, want staat op zichzelf niet aan normaal gebruik van de woning en/of de tuin in de weg. De toelichting van [eiser 1], ter comparitie, dat sproeien met leidingwater in plaats van grondwater fors duurder is, doet daaraan niet af. De bij dagvaarding ingenomen stelling dat [gedaagden] bij de verkoop hebben meegedeeld dat het systeem naar behoren werkt door het openzetten van kranen en het oppompen van grondwater is ter comparitie door [eisers] genuanceerd. [gedaagden] hebben bij de levering uitgelegd hoe de installatie in werking moest worden gesteld, dat de installatie het volgens hen zou moeten doen, maar dat zijzelf de installatie nooit hebben gebruikt. Niet kan worden gezegd dat [gedaagden] hiermee het functioneren van de beregeningsinstallatie hebben gegarandeerd. Niet is gebleken dat [gedaagden] wisten dat de installatie niet functioneerde. [eisers] hebben dit overigens ook niet gesteld. Op grond van dit alles moeten de vorderingen inzake de beregeningsinstallatie worden afgewezen.

elektra

4.6. Met betrekking tot de storing in de elektra hebben [eisers] gesteld dat in verband met de vermelding op het vragenformulier (zie onder 2.3) bij de in hun opdracht uitgevoerde bouwtechnokeuring de elektra is getest en dat toen niet bleek van een probleem. Na de levering bleek echter de elektra in de hal, de eetkamer en een deel van de tuin geregeld en langdurig uit te vallen. Anders dan [gedaagden] hadden meegedeeld, bleek het probleem niet te verhelpen door het omzetten van de desbetreffende stop. Daarom en omdat zij de situatie onveilig vonden - het huis heeft een rieten dak - hebben zij het probleem door een elektricien laten opsporen en verhelpen. Een deel van de in de tuin gelegen bedrading bleek niet correct te zijn aangelegd, waardoor kortsluiting ontstond. [gedaagden] hebben hiertegen ingebracht dat de elektrastoring een bekend probleem betrof, dat in de onderhandelingen over de koopprijs is meegenomen. Bovendien betwisten zij de ernst van het gestelde gebrek en ook dat de storing in de weg stond aan normaal gebruik van de woning.

4.7. Zoals hiervoor is overwogen (rov. 4.2), is voor de vraag of sprake is van non-conformiteit onder meer van belang welke eigenschappen van het gekochte [eisers] al dan niet mochten verwachten. In verband met het verweer van [gedaagden] dat het gaat om een reeds bekend probleem, wordt aan [eisers], conform hun aanbod ter comparitie, verzocht het rapport van de bouwtechnokeuring bij akte in het geding te brengen, ter nadere onderbouwing van hun stellingen daaromtrent. De zaak zal daarvoor naar de rol worden verwezen. Desgewenst zullen [gedaagden] bij antwoordakte op het overgelegde rapport mogen reageren.

zwembad

4.8. [eisers] hebben met betrekking tot het zwembad het volgende gesteld. Ten tijde van de bezichtiging, in het kader van de koop, in december 2005, was het zwembad met een zeil afgedekt en toen is er niet over gesproken. Bij de levering was het zwembad nog niet schoon, slechts halfvol en werkte de verwarming niet. [gedaagden] hebben hen bij de levering gemeld dat de schakelklok kapot was en dat een andere was besteld. Zij hebben toen een goed werkend zwembad toegezegd. [eisers] hebben echter uiteindelijk zelf een nieuwe schakelklok moeten kopen en zelf het zwembad bij moeten vullen. Er zat alg in het water op 27 juli 2006 die er niet uit te krijgen bleek. Het zwemwater is niet met chemicaliën en ook niet met reparaties schoon te krijgen wegens verscheidene constructieve gebreken, de onderdelen zijn verouderd en er is kans op lekkages. Het zwembad is niet bruikbaar en niet het ‘goed functionerende zwembad’ dat is toegezegd. [eisers] hebben van degene die het zwembad voor [gedaagden] onderhield vernomen, dat [gedaagde 1] c.s er zelf al een jaar niet meer in hadden gezwommen en dat hun kinderen bij anderen zwommen.

4.9. [gedaagden] hebben hiertegen het volgende ingebracht. Zij betwisten dat het zwembad niet voor normaal gebruik geschikt is. Tot aan de overdracht hebben zij en hun kinderen het zwembad gewoon gebruikt. Het is echter in de winter verkocht, toen het winterklaar was gemaakt, dat wil zeggen een kwart van het water eruit, antivries in de pompinstallatie, zeil erover. Voor de levering hebben zij het bad leeg laten lopen om het te vullen met schoon water. Op de dag van de levering ging echter de schakelaar van de pomp en thermostaat kapot, tijdens het bijvullen. De schakelaar bleek toen bij de firma Helmond niet op voorraad, maar tegen [eisers] is tijdens de levering gezegd dat zij die de klok konden laten vervangen op kosten van [gedaagden]. Inderdaad was ten tijde van de levering de schakelklok van de pomp van het zwembad kapot en kon daardoor het zwembad niet gebruiksklaar geleverd kon worden. [gedaagden] hebben echter aangeboden de kosten van reparatie of vervanging van die klok te betalen en begrijpen niet waarom [eisers] hiervan geen gebruik hebben gemaakt. Zonder onderhoud komen er algen in het water. [gedaagden] hebben echter nooit problemen gehad met het zwembad. Zij testten de waterkwaliteit met stripjes en meestal moest er chloor bij, vooral bij warm weer. Volgens [gedaagden] zou het kunnen kloppen dat de cv-ketel van het zwembad van 1980 is. Zijzelf hebben vanaf eind 1999 in de woning gewoond.

4.10. Op grond van de daartoe strekkende, herhaalde toezegging van [gedaagden] tijdens de levering en bij e-mail van 9 januari 2007 (zie onder 2.10) zijn zij in elk geval gehouden de kosten van de schakelaar van de pomp/verwarming van het zwembad aan [eisers] te vergoeden. Hiertoe zullen zij dan ook in beginsel worden veroordeeld. Volgens de verklaring van [eisers] ter zitting kost zo’n schakelaar EUR 450,00 à EUR 500,00. Aan hen wordt verzocht ter staving hiervan bij hun akte ook de factuur - of, ingeval zij de schakelaar nog niet vervangen hebben, een ander schriftelijk stuk waaruit de prijs blijkt - over te leggen.

4.11. Ter verdere beoordeling van de vorderingen van [eisers] met betrekking tot het zwembad zal moeten komen vast te staan of het zwembad wel of niet als zodanig kan worden gebruikt. In beginsel moet worden geoordeeld dat [eisers] dat in elk geval mochten verwachten. Met het oog hierop is de rechtbank voornemens een deskundigen-onderzoek te gelasten. In elk geval zal in dat kader aan de deskundige(n) worden gevraagd of het water van het zwembad voor gebruik geschikt is, geschikt gemaakt kan worden en/of geschikt gehouden kan worden, welke maatregelen daarvoor eventueel nodig zijn en wat de kosten daarvan zijn. Aan de partijen verzocht zich in hun aktes ook uit te laten over het aantal en de perso(o)n(en) van de te benoemen deskundige(n) en over de aan deze(n) te stellen vragen. De kosten van het deskundigenbericht zullen door [eisers] moeten worden voorgeschoten, ingevolge art. 195 Rv.

4.12. Met het oog op het door de deskundige(n) te verrichten onderzoek wordt, in het verlengde van hetgeen hiervoor (rov. 4.2) is overwogen, voorop gesteld dat niet iedere onvolkomenheid aan het zwembad leidt tot non-conformiteit, maar slechts die afwijkingen die aan normaal gebruik in de weg staan en waarmee [eisers] geen rekening hoefden te houden. Dit zal, voor zover mogelijk, in de aan de deskundige(n) te stellen vragen ook tot uitdrukking moeten komen. In dit verband is van belang dat het hier kennelijk niet om een nieuw zwembad gaat, maar om een zwembad dat ten tijde van de koop al minstens 26 jaar oud was. De bevindingen van de firma Helmond (zie onder 2.8) lijken te bevestigen dat het zwembad in zijn geheel verouderd is en aangetast door de tand des tijds, met - mogelijk - allerlei gevolgen voor het onderhoud van dien. Bij de vaststelling van de verwachtingen die [eisers] mochten koesteren omtrent de eigenschappen van het zwembad speelt in beginsel ook de leeftijd ervan een rol. De vraag rijst in hoeverre [eisers] hun verwachtingen mede op de leeftijd van het zwembad hebben afgestemd. In dit verband valt op dat volgens de verklaring van [eisers] ter zitting bij de verkoop eigenlijk niet over het zwembad is gesproken en ook dat zij niet wisten wat erbij kwam kijken. Aan [eisers] wordt verzocht zich bij akte uit te laten over hetgeen zij omtrent de leeftijd van het zwembad en de wijze dan wel mate van onderhoud wisten toen zij het kochten en van welke bron - bezichtiging, mededeling door [gedaagden] en/of de bouwtechnokeuring en/of anderszins - hun eventuele wetenschap afkomstig was. Ook hierop zullen [gedaagden] bij antwoordakte mogen reageren.

kap cv-ketel

4.13. De stellingen van [eisers] nopen op zichzelf niet tot de conclusie dat de vernielde kap van de cv-ketel van de woning een essentieel gebrek vormt dat aan normaal gebruik van de woning in de weg staat. Ook hier geldt echter dat [gedaagden] op grond van de toezegging bij e-mail van 9 januari 2007 (zie onder 2.10) gehouden zijn een bijdrage te leveren aan de kosten van vervanging van de mantel. Aan de partijen wordt verzocht zich in hun akte respectievelijk antwoordakte op basis van de factuur van Verwarmingsbedrijf De Jong van 13 september 2006 (productie 5 bij dagvaarding) uit te laten over het bedrag dat naar hun oordeel een redelijke bijdrage in die kosten is.

4.14. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 16 april 2008 voor het nemen van een akte door [eisers] over hetgeen is vermeld onder rov. 4.7 en rov. 4.10 tot en met rov. 4.13.

5.2. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.M.E. Lagarde en in het openbaar uitgesproken op 19 maart 2008.