Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BC7655

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
13-03-2008
Datum publicatie
26-03-2008
Zaaknummer
167393 en 167394
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoek voorlopige voorziening ex art. 287 lid 4 Fw. Verbod afsluiting door Nuon.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

rekestnummers: 167393/FT-RK 08/212 en 167394/FT-RK 08/213 / es

uitspraakdatum: 13 maart 2008

Voorlopige voorziening artikel 287 lid 4 Faillissementswet

in de zaak van

[verzoekers]

beide wonende te [woonplaats],

verzoekers,

nader te noemen [verzoeker 1] en [verzoeker 2].

1. De gang van zaken en het verzoek

De heer [verzoeker 1] en mevrouw [verzoeker 2] hebben een schuld aan NUON laten ontstaan van € 523,36. Wegens deze schuld heeft NUON aangegeven dat de heer [verzoeker 1] en mevrouw [verzoeker 2] op 14 maart 2008 worden afgesloten van gas en electra.

Op 6 maart 2008 hebben de heer [verzoeker 1] en mevrouw [verzoeker 2] een verzoek tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling ingediend.

De heer [verzoeker 1] en mevrouw [verzoeker 2] hebben bij verzoek d.d. 6 maart 2008 gevraagd om op grond van artikel 287b Fw een voorlopige voorziening te treffen in verband met de afsluiting van gas en electra en daarbij verwezen naar het reeds ingediende schuldsaneringsverzoek.

Het verzoek tot het treffen van genoemde voorlopige voorziening is heden ter zitting behandeld. De heer [verzoeker 1] en mevrouw [verzoeker 2] zijn verschenen. Namens NUON zijn verschenen de heer [betrokkenen].

2. Het standpunt van partijen.

NUON heeft verzocht de gevraagde voorziening te weigeren. NUON heeft daartoe gesteld dat zij, in het kader van de regeling die zij hebben getroffen met het Ministerie van Sociale Zaken om in de wintermaanden geen afsluitingen te verrichten, de heer [verzoeker 1] en mevrouw [verzoeker 2] in mei 2007, op dat moment was er sprake van een schuld aan NUON van € 1.248, -, hebben doorverwezen naar schuldhulpverlening.

De regeling houdt in dat NUON, vanaf het moment dat de schuldenaren zijn doorverwezen naar schuldhulpverlening, de bestaande schuld gedurende vier maanden niet zal proberen te innen indien de lopende termijnen wel worden voldaan. De heer [verzoeker 1] en mevrouw [verzoeker 2] hebben vanaf mei 2007 de lopende termijnen echter niet betaald, de schuld is hierdoor opgelopen tot circa € 2.100,- in november 2007. Op 22 november 2007 hebben de heer [verzoeker 1] en mevrouw [verzoeker 2] de schuld aan NUON alsnog in zijn geheel voldaan.

De heer [verzoeker 1] en mevrouw [verzoeker 2] hebben hierna de termijnen over december 2007 en januari 2008 wederom niet betaald.

In januari 2008 zijn de heer [verzoeker 1] en mevrouw [verzoeker 2] overgestapt naar een andere energieleverancier, zij hebben echter nagelaten om vanaf eind januari 2008 de kosten van het netbeheer van € 31,25 per maand aan NUON te betalen. De totale nieuwe schuld bedraagt thans € 523,36.

NUON wil de heer [verzoeker 1] en mevrouw [verzoeker 2] nu afsluiten van gas en electra omdat zij wederom een nieuwe schuld hebben laten ontstaan.

De heer [verzoeker 1] en mevrouw [verzoeker 2] hebben gesteld dat zij onder meer vanwege een te hoge hypotheeklast en het feit dat de heer [verzoeker 1] een periode geen loon uitbetaald heeft gekregen de lopende termijnen bij NUON niet konden betalen. De heer [verzoeker 1] en mevrouw [verzoeker 2] geven aan dat zij thans wel de lopende termijnen kunnen gaan voldoen.

3. De beoordeling:

3.1 Het verzoek is gebaseerd op artikel 287b Fw. De in dit artikel genoemde voorzieningen dienen om de mogelijkheden van een minnelijke regeling met de schuldeisers nader te kunnen onderzoeken dan wel de goede trouw ( als bedoeld in artikel 288 Fw.) meer gefundeerd te laten blijken. De nu gevraagde voorziening is echter bedoeld voor de overbrugging van de periode tussen de indiening van en de beslissing op de schuldsaneringsverzoeken. Dit verzoek dient dus te zijn gegrond op artikel 287 lid 4 Fw.

3.2 Het is duidelijk dat sprake is van een spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening. De zaak is geschikt om in kort geding te beslissen.

3.3 Een verzoek als het onderhavige dient naar het oordeel van de rechtbank niet te worden toegewezen indien voorshands onaannemelijk is dat de heer [verzoeker 1] en mevrouw [verzoeker 2] tot de schuldsaneringsregeling zullen worden toegelaten. Daarvan is geen sprake. Volledigheidshalve wordt daaraan toegevoegd dat daarmee niet vaststaat dat de heer [verzoeker 1] en mevrouw [verzoeker 2] zullen worden toegelaten.

3.4 De slotsom is dat de gevraagde voorziening gegegeven zal worden. Hierbij geldt de voorwaarde dat de heer [verzoeker 1] en mevrouw [verzoeker 2] vanaf heden de lopende termijnen aan NUON voldoen.

Op de verzoeken tot toelating tot de schuldsaneringsregeling zal bij afzonderlijk vonnis worden beslist.

3.5 De beschikking zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.

4. De beslissing

De rechtbank:

1. verbiedt NUON tot afsluiting over te gaan van gas en electra.

2. bepaalt dat deze voorziening slechts geldt onder de voorwaarde dat de periodiek

verschuldigde termijnen aan NUON zullen worden voldaan.

3. bepaalt dat de genoemde voorziening geldt tot dat de uitspraak op de verzoeken tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling in kracht van gewijsde zijn gegaan of deze verzoeken zijn ingetrokken.

4. bepaalt dat de voorziening in ieder geval vervalt na verloop van drie maanden. De heer [verzoeker 1] en mevrouw [verzoeker 2] kunnen verzoeken om verlenging van de duur van de voorziening.

5. verklaart deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gegewezen door mr. J.A. Verspui, rechter, en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 13 maart 2008.

Door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden kan het hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak en door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.