Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BC7132

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
19-03-2008
Datum publicatie
19-03-2008
Zaaknummer
166358
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De rechtbank Arnhem wijst de vordering van een gemeenteraadslid tot rectificatie van een artikel in de Volkskrant af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 166358 / KG ZA 08-96

Vonnis in kort geding van 19 maart 2008

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

procureur en advocaat mr. J. van Delft te Nijmegen,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

DE VOLKSKRANT B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

gedaagde,

procureur mr. F.J. Boom,

advocaat mr. C. Wildeman te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en de Volkskrant genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiser]

- de pleitnota van de Volkskrant.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Gedaagde is uitgever van het dagblad De Volkskrant, zowel in papieren vorm als op internet via de website www.volkskrant.nl.

2.2. [eiser] is gemeenteraadslid te [woonplaats] en vertegenwoordigt in die hoedanigheid de politieke partij [politieke partij] [woonplaats]. Tevens is [eiser] in [woonplaats] (horeca)ondernemer.

2.3. De Volkskrant heeft op [datum] 2007 zowel in het dagblad (op de derde pagina) als op de website het volgende artikel (hierna: het artikel) gepubliceerd:

Raadslid leurde met fietsenhokverhaal

Van onze verslaggeefster [adres]

gepubliceerd op [datum] 2007 09:24, bijgewerkt om [datum] 2007 11:02

NIJMEGEN – Het omstreden [woonplaats] raadslid [eiser] zou de geruchten over de seksaffaire in het fietsenhok naar buiten hebben gebracht.

Raadslid Jo [eiser] van volkspartij [politieke partij] [woonplaats] heeft sinds oktober een zakelijk conflict met wethouder [ ] [betrokkene] van ruimtelijke ordening. [eiser] is volgens dagblad De Gelderlander degene die de geruchten over [betrokkene]’s vermeende seksaffaire naar buiten bracht. De gemeente heeft illegale bouwwerkzaamheden stilgelegd in [eiser]s panden aan de [adres] in [woonplaats]. Tegen een raadslid heeft [eiser] onlangs gezegd dat hij ‘die [betrokkene] wel zou pakken’.

Horecaondernemer en projectontwikkelaar [eiser] heeft een groot deel van de [adres] in zijn bezit. Het is zijn streven om de oudste winkelstraat van [woonplaats] in zijn oude glorie te herstellen. De panden in de benedenstad staan op naam van zijn zakenpartners, nummer [nummer] staat op naam van zijn dochter. De gemeente bevestigt de bouwstops vanwege illegale werkzaamheden aan de [adres]: op 10 oktober (de nummers [nummers]), op 31 oktober ([nummer]) en op 16 november ([adres]). [eiser] relativeert het conflict. ‘Iedereen die door rood rijdt moet een bekeuring krijgen’ vindt hij.

De Gelderlander beschrijft in een reconstructie van de seksaffaire dat er al maanden geruchten rondzoemden, maar dat [eiser] degene was die het verhaal ter publicatie aanbood, weken voordat het via het weblog GeenStijl naar buiten kwam.

CDA, VVD, [woonplaats] Nu, D66 en de coalitiepartijen gaan ervan uit dat iemand vanuit het stadhuis bewust heeft gelekt over het vermeende slippertje om wethouder [ ] [betrokkene] te beschadigen. Volgens SP-fractievoorzitter [betrokkene 2] heeft [eiser] in elk geval een duidelijk motief.

[eiser] ontkent echter dat hij het lek was. Wel erkent hij dat hij in oktober bij de burgemeester [betrokkene 3] heeft aangeklopt met het gerucht. Hij wilde een motie tegen [betrokkene] indienen op de eerst volgende raadsvergadering. [betrokkene 2] heeft deze motie van hem ontvangen. Dat was het moment voor [betrokkene 3] om de fractievoorzitters in te lichten. [eiser] ontkent het bestaan van die motie.

De reputatie van het raadslid van [politieke partij] [woonplaats] is voor velen omstreden. Hij was eigenaar van het bordeel [ ] en heeft, volgens bronnen, veel geld in de prostitutie verdiend. Ook bezat hij nachtcafé [nachtcafe] dat druk bezocht werd door de [woonplaats] onderwereld en zijn [cafe 2] werd door de politie gesloten wegens drugs- en wapenhandel.

[eiser] zegt louter de verhuurder van de panden te zijn geweest. Eén keer kocht hij een bordeel van de gemeente, meldt hij, maar hij heeft dat direct de volgende dag doorverkocht omdat hij die nacht ‘op de bank moest slapen’.

In de raad is de inbreng van [politieke partij] nihil. De twee of drie keer dat [eiser] het woord voerde, las hij voor van papier. Eén keer liep dat spaak, toen was hij ‘zien briefie kwiet’.

De verslaggeefster heeft voorafgaand aan het plaatsen van het artikel telefonisch contact gehad met [eiser].

2.4. Bij brief van [datum] 2007 aan de Volkskrant heeft de advocaat van [eiser] rectificatie van het artikel gevorderd.

2.5. Kort na het verschijnen van het artikel heeft de Volkskrant in de abuisrubriek de volgende rectificatie geplaatst:

De gemeente bevestigt de bouwstops vanwege illegale werkzaamheden aan de [adres]: op 10 oktober (de nummers [nummers]), op 31 oktober [adres]) en op 16 november ([adres]), (Binnenland, pagina [nummer], [datum]). Naar nu blijkt, zijn de panden aan de [adres] [nummers] helemaal niet van een zakenpartner van [eiser], maar van [naam] beheer. In de panden zit [bedrijf], die niets met [eiser] of zijn partners van doen heeft.

2.6. Op 9 februari 2008 heeft de Volkskrant het artikel eenzijdig opnieuw gerectificeerd, nadat de advocaten van partijen geen overeenstemming over de tekst van een rectificatie konden bereiken. De rectificatie luidde als volgt:

De Volkskrant publiceerde op [datum] 2007 een bericht onder de kop ‘Raadslid leurde met fietsenhokverhaal’. In dit artikel wordt onder meer gesteld dat raadslid [eiser] van [politieke partij] [woonplaats] eigenaar was van het bordeel [ ] en veel geld heeft verdiend in de prostitutie. Dit is onjuist. [eiser] was enkel de verhuurder van het betrokken pand. Verder wordt in het artikel vermeld dat de inbreng van [politieke partij] [woonplaats] in de raad nihil is. Ten onrechte is dit als feit gepresenteerd, terwijl het de mening van een aantal gemeenteraadsleden betreft. In een eerdere editie werd reeds gerectificeerd met betrekking tot de ten onrechte aan het raadslid toegeschreven eigendom van panden. De Volkskrant betreurt deze onzorgvuldigheden.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert dat de voorzieningenrechter de Volkskrant veroordeelt:

I. om op straffe van verbeurte van een dwangsom binnen twee werkdagen (de zaterdag daarin begrepen) na betekening van dit vonnis de volgende rectificatie te plaatsen in het dagblad de Volkskrant, zonder nadere aankondiging, toevoeging of commentaar, op de derde pagina van de eerstvolgende editie van het dagblad de Volkskrant, ter grootte van 1/8e pagina en in het normale lettertype van de Volkskrant met lettergrootte 12,

Rectificatie

Geachte lezer,

In de volkskrant van [datum] 2007 heeft een artikel gestaan van [journalist] met als titel “Raadslid leurde met fietsenhokverhaal”

Uit dit artikel kan ten onrechte worden opgemaakt dat het gemeenteraadslid voor de politieke partij [politieke partij] [woonplaats] meer dan andere raadsleden van de [woonplaats] gemeenteraad omstreden zou zijn en zijn werkzaamheden als gemeenteraadslid niet behoorlijk zou uitvoeren, terwijl hij zich bij zijn werk als gemeenteraadslid zou laten leiden door zakelijke belangen van hemzelf danwel zijn familie.

Tevens kan uit dit artikel ten onrechte worden opgemaakt dat hij banden zou hebben en/of zou hebben gehad met de prostitutie, de drugs- en de wapenhandel.

De Volkskrant heeft zulks niet aannemelijk gemaakt.

De voorzieningenrechter heeft bij vonnis geoordeeld dat de Volkskrant met deze publicatie onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser].

en zonder nadere aankondiging, toevoeging of commentaar, in de vorm van een internetartikel, deze zelfde rectificatie te plaatsen op de website www.volkskrant.nl/binnenland, waarvan de lay-out gelijk is aan die van internetartikelen die de Volkskrant gewoonlijk plaatst op haar website, en naar welk artikel op de hoofdpagina van voornoemde website een link wordt geplaatst op het moment van plaatsing van de rectificatie die bestaat uit de tekst “Rectificatie met betrekking tot [woonplaats] gemeenteraadslid [eiser]”,

alsmede om (de aankondiging van) het artikel van [datum] 2007, evenals alle links die daartoe leiden te verwijderen uit het internet archief,

II. tot betaling van EUR 5.000,00 aan [eiser] als voorschot op vergoeding van de immateriële schade.

3.2. [eiser] legt aan zijn vorderingen ten grondslag dat de inhoud van het door de Volkskrant op [datum] 2007 geplaatste artikel apert onjuist is en dat zijn eer en goede naam, mede in zijn hoedanigheid van ondernemer en gemeenteraadslid namens de politieke partij [politieke partij] [woonplaats], door de plaasting van het artikel is en nog steeds wordt aangetast. Het artikel is daarmee onrechtmatig. De rectificaties die reeds hebben plaatsgevonden zijn volgens [eiser] niet afdoende. [eiser] stelt dat hij minder geloofwaardig is geworden als gemeenteraadslid en dat hij nog immer door veel mensen wordt aangesproken op vermeende zakelijke en politieke belangenverstrengeling, alsmede op beweerdelijke banden met de prostitutie, wapen- en drugshandel. [eiser] heeft er daarom alle belang bij dat het artikel zo spoedig mogelijk wordt gerectificeerd en dat hem daarbij tevens een bedrag als voorschot aan immateriële schadevergoeding wordt toegekend.

3.3. De Volkskrant voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het spoedeisend belang bij de vordering tot rectificatie blijkt uit de stellingen van [eiser] en is ook niet betwist door de Volkskrant.

4.2. Het gaat in dit geding om een door de Volkskrant gepubliceerd artikel over [eiser]. Het antwoord op de vraag of een publicatie onrechtmatig is en rectificatie geboden is, ligt in het spanningsveld tussen het recht op vrijheid van meningsuiting enerzijds en het recht op bescherming van de eer en goede naam en de persoonlijke levenssfeer anderzijds. Hierbij staan derhalve twee hoogwaardige belangen tegenover elkaar: aan de ene kant het belang dat individuele burgers, zoals [eiser], hebben om niet door uitlatingen in de pers te worden aangetast in hun eer, goede naam en persoonlijke integriteit, aan de andere kant het belang dat journalisten hebben om zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en/of waarschuwend te kunnen uitlaten ter signalering van misstanden die de samenleving raken. Welke belang de doorslag behoort te geven hangt af van de omstandigheden in de te beoordelen zaak, waarbij de relevante omstandigheden in onderling verband en samenhang beschouwd moeten worden.

Voor de onderhavige vordering zijn naar het oordeel van de voorzieningenrechter de volgende omstandigheden relevant:

- de aard van de jegens [eiser] gepubliceerde beschuldigingen en de ernst van de voor hem te verwachten gevolgen;

- de ernst van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen;

- de mate waarin de beschuldigingen ten tijde van de publicatie steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal;

- de inkleding van de beschuldigingen;

- de maatschappelijke positie van [eiser], en

- het kader waarin de publicatie plaatsvindt.

4.3. [eiser] stelt dat, ook na de twee eerdere rectificaties, nog steeds onjuistheden in het artikel voorkomen die onrechtmatig zijn, te weten het feit dat [eiser] banden zou hebben met de prostitutie en de drugs- en wapenhandel en – zoals vooral tijdens de zitting naar voren is gebracht zijdens [eiser] – het feit dat hij zich bij de beschuldigingen tegen wethouder [betrokkene] zou laten leiden door zakelijke belangen van hemzelf en/of zijn familie c.q. dat hij een zakelijk conflict zou hebben met wethouder [betrokkene].

4.4. De Volkskrant erkent dat zij voor het artikel van haar medewerker aansprakelijk kan worden gehouden, maar zij betwist dat thans na de eerdere rectificaties nog sprake is van onrechtmatig handelen. Ter afwering van de vordering voert de Volkskrant aan dat de onderdelen die in het artikel worden besproken wel degelijk juist zijn, althans kunnen worden gestaafd met bronnen alsmede dat de onderdelen die op onjuistheden waren gebaseerd reeds zijn gerectificeerd. Voor een derde rectificatie bestaat volgens de Volkskrant dan ook geen reden.

4.5. [eiser] is volgens dagblad De Gelderlander de persoon geweest die mogelijke misstanden van wethouder [betrokkene] publiek zou hebben gemaakt. De Volkskrant heeft in dat kader het artikel gepubliceerd, teneinde de aandacht te doen vestigen op het doen en laten van [eiser]. De Volkskrant wilde kennelijk de achtergrond en activiteiten van [eiser] in verhouding tot zijn mogelijke rol in de [betrokkene] affaire niet onbesproken laten.

4.6. De voorzieningen rechter overweegt in de eerste plaats als volgt.

Om te beslissen dat een publicatie onrechtmatig is, is niet vereist dat de geuite beschuldiging boven redelijke twijfel vaststaat. Voldoende is dat zij steun vindt in het ten tijde van de publicatie beschikbare feitenmateriaal. Naarmate de misstand ernstiger is, het algemene belang daarbij sterker betrokken is en het beschikbare feitenmateriaal de beschuldiging sterker steunt, is openbaarmaking eerder rechtmatig.

4.7. Betreffende de gevorderde rectificatie voorzover deze betrekking heeft op banden met prostitutie en drugs- en wapenhandel wordt het volgende overwogen.

De voorzieningenrechter stelt voorop dat in het artikel niet letterlijk wordt vermeld dat [eiser] banden heeft met de prostitutie respectievelijk de drugs- en wapenhandel.

Het oorspronkelijke artikel meldde slechts dat [eiser] eigenaar was van het bordeel [ ] en dat [eiser] volgens bronnen veel geld in de prostitutie zou hebben verdiend.

De Volkskrant heeft die eerdere berichtgeving dat [eiser] eigenaar van het bordeel [ ] zou zijn, op 9 februari 2008 gerectificeerd en daarbij vermeld dat [eiser] louter de eigenaar was van het pand waarin een huurder het bordeel [ ] exploiteerde. De juistheid van dit feit is niet, althans onvoldoende, door [eiser] betwist. Dat [eiser] veel geld heeft verdiend in de prostitutie is hierdoor eveneens rechtgezet.

De voorzieningenrechter volgt [eiser] dan ook niet in zijn stelling, dat uit het gerectificeerde artikel zou blijken, dat hij andere banden dan de hiervoor genoemde heeft met de prostitutie.

4.8. Voorts moet worden vastgesteld dat [eiser] het in het artikel vermelde [cafe 2] onder verschillende namen heeft gedreven en dat zijn neef het café ook enige tijd exploiteerde. [eiser] heeft niet betwist dat het café in 1992/1993 op last van de politie wegens drugs- en wapenhandel één jaar gesloten is.

Uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel blijkt dat [eiser] vanaf 1974 als eigenaar van het café, dat vanaf 1982 het [cafe 2] heette, te boek stond. Vanaf 1996 stond [eiser] in het handelsregister geregistreerd als eigenaar van datzelfde café, dat toen de naam [cafe 3] droeg. In de periode 1990 - 1996 dreef de neef van [eiser] het café, in die periode [cafe 4] genaamd.

Uit meerdere door de Volkskrant overgelegde krantenartikelen, afkomstig uit De Gelderlander, blijkt dat [eiser] ook in de periode dat zijn neef het café exploiteerde, en dus ten tijde van de sluiting, “nauw bij het wel en wee van het [cafe 2] betrokken was” en dat hij in zijn hoedanigheid van eigenaar uitlatingen over (de sluiting van) het café deed. Dat het [cafe 2] als zodanig in 1990 heeft opgehouden te bestaan, laat overigens onverlet dat deze naam in de pers en in de volksmond nog steeds werd gebruikt. Iedereen wist kennelijk op welk café werd gedoeld.

Derhalve kan geconcludeerd worden dat [eiser] (als eigenaar) bemoeienissen met het café had op het moment waarop dit café door de politie wegens drugs- en wapenhandel tijdelijk werd gesloten.

4.9. In dezelfde zin kan geoordeeld worden voorzover de vordering betrekking heeft op het nachtcafé [nachtcafe]. [eiser] heeft over het nachtcafé [nachtcafe] ter zitting verklaard dat dit café vanwege de ruime openingstijden door een gemêleerd publiek werd bezocht en dat er wel eens wat gebeurde. De Volkskrant heeft die gebeurtenissen kunnen staven met stukken, waaronder brieven van de politie. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat [eiser], die in 1990 een waarschuwing van de gemeente ontving die zag op de onregelmatigheden die plaatsvonden in het café, op dat moment geen eigenaar van [nachtcafe] was.

4.10. De Volkskrant heeft in het gewraakte artikel derhalve kort beschreven wat er in de horecaondernemingen van [eiser] gebeurde, zonder hierover een waardeoordeel te geven. Gelet op het vorenstaande vinden deze beschrijvingen, behoudens hetgeen is gerectificeerd, steun in het beschikbaar feitenmateriaal en berust het artikel – voorshands geoordeeld – in zoverre op waarheden. In ieder geval kan niet worden beslist dat de Volkskrant haar berichtgeving niet aannemelijk heeft kunnen maken. De vordering tot rectificatie voorzover betrekking hebbend op de prostitutie en de drugs- en wapenhandel wordt dan ook afgewezen.

4.11. Ten aanzien van de stelling dat de Volkskrant in het artikel ten onrechte zou hebben gesuggereerd dat [eiser] zich zou laten leiden door eigen zakelijke belangen en/of belangen van zijn familie alsmede dat hij een zakelijk conflict zou hebben met wethouder [betrokkene] wordt het volgende overwogen.

[eiser] is in zijn hoedanigheid van gemeenteraadslid van de politieke partij [politieke partij] [woonplaats] in [woonplaats] een bekend publiek figuur. In een dergelijke maatschappelijke functie geldt dat het publieke handelen van [eiser] meer aan kritiek bloot staat en dat hij ook meer kritiek zal moeten accepteren dan de gemiddelde mens. Dit mag echter niet zo ver gaan dat [eiser] alle uitlatingen, die over hem gedaan worden, moet accepteren.

4.12. De voorzieningenrechter constateert dat de Volkskrant in het artikel niet uitdrukkelijk heeft vermeld dat [eiser] zich laat leiden door zakelijke belangen. Het artikel bevat veeleer feitelijke vermeldingen. De rechtmatigheid van die vermeldingen moet beoordeeld worden op basis van het ten tijde van de publicatie van het artikel beschikbare bewijsmateriaal. Uit dat feitenmateriaal blijkt in ieder geval dat één pand in de [adres], waarop een gedeeltelijke bouwstop was afgekondigd, toebehoort aan de dochter van [eiser], hetgeen [eiser] overigens ter zitting nog eens heeft bevestigd. Dit feit kan een aanwijzing zijn voor een zakelijk belang en/of zakelijk conflict.

4.13. Verder is niet weersproken dat de auteur van het artikel het artikel vóór publicatie telefonisch aan [eiser] heeft voorgelegd. Met betrekking tot de bouwstop op het pand van zijn dochter heeft [eiser] tot drie maal toe gezegd “Iedereen die door rood rijdt moet een bekeuring krijgen”. Deze reactie van [eiser] is als zodanig opgenomen in het artikel.

Gesteld noch gebleken is dat [eiser] in het telefoongesprek heeft ontkend dat hij zakelijke belangen en/of een zakelijk conflict heeft. [eiser] heeft derhalve met het doen van voormelde uitlatingen op zijn minst genomen de indruk gewekt dat hij hetgeen hem werd voorgehouden niet wenste te weerspreken. Gelet hierop kan vooralsnog niet gezegd worden dat de vermeldingen zoals gedaan door de Volkskrant onrechtmatig zijn geweest.

4.14. Voor zover de vordering ook nog strekt tot rectificatie van hetgeen is vermeld over [eiser]s positie in [politieke partij] [woonplaats] overweegt de voorzieningenrechter dat dit punt al door de Volkskrant in de rectificatie van 9 februari 2008 is betrokken, zodat het geen nadere bespreking behoeft.

4.15. Na afweging van de hiervoor onder 4.2. vermelde tegenover elkaar staande belangen kan alle verdere omstandigheden in aanmerking genomen niet worden volgehouden dat de publicatie, nadat deze diverse malen is gerectificeerd, lichtvaardig gedaan is. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter bestaat er dan ook geen noodzaak om het artikel in het dagblad alsook op internet verder te rectificeren. Voor zover de weblinks nog bestaan, bestaat ook te dien aanzien onvoldoende noodzaak deze te verwijderen.

4.16. Resteert de vordering tot betaling van een voorschot op de door [eiser] beweerdelijk geleden immateriële schade. Deze voorziening strekt tot betaling van een geldsom. Voor toewijzing van een dergelijke vordering in kort geding is slechts dan plaats, als het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn, terwijl voorts uit hoofde van onverwijlde spoed een onmiddellijke voorziening vereist is en het risico van onmogelijkheid van terugbetaling – bij afweging van de belangen van partijen – aan toewijzing niet in de weg staat.

4.17. Als uitgangspunt heeft te gelden dat de publicaties van de Volkskrant, in aanmerking genomen de eerdere rectificaties, voorshands niet als onrechtmatig jegens [eiser] worden aangemerkt. Daarbij komt dat de vraag of [eiser] schade heeft geleden omdat de Volkskrant in het artikel onwaarheden naar buiten heeft gebracht, die vervolgens in de abuisrubriek en als afzonderlijk artikel op 9 februari jongstleden zijn gerectificeerd, door de Volkskrant gemotiveerd ontkennend wordt beantwoord.

Van belang is voorts dat de voorzieningenrechter met de Volkskrant van oordeel is dat het spoedeisend belang bij de vordering tot betaling van een voorschot niet is aangetoond en dat hetgeen [eiser] voorts ter adstructie van de schade heeft gesteld onvoldoende aanknopingspunten biedt om vooruitlopend op een eventueel nog te starten bodemprocedure een voorschot op de vergoeding daarvan toe te kennen. Een voor [eiser] gunstige uitkomst van een dergelijke bodemprocedure is dan ook alleszins onzeker.

De vordering tot betaling van een voorschot wordt dan ook afgewezen.

4.18. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van de Volkskrant worden begroot op:

- vast recht EUR 254,00

- overige kosten 0,00

- salaris advocaat 816,00

Totaal EUR 1.070,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de Volkskrant tot op heden begroot op EUR 1.070,00,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.J.C van Emden-Geenen en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. B.J.M. Vermulst op 19 maart 2008.