Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BC6144

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-02-2008
Datum publicatie
10-03-2008
Zaaknummer
525772 HA VERZ 08-1011
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Werkgever verzoekt ontbinding van de arbeidsovereenkomst met werknemer. Werknemer is arbeidsongeschikt zodat het opzegverbod van artikel 7: 670 BW van toepassing is. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die een ontbinding rechtvaardigen. Verzoek tot ontbinding wordt afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2008-0174
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 525772 \ HA VERZ 08-1011 \ 305MFG

uitspraak van 21 februari 2008

Beschikking

in de zaak van

de naamloze vennootschap Hermes Groep N.V.

gevestigd te Weert

verzoekende partij

gemachtigde Boels Zanders Advocaten

tegen

[verwerende partij]

wonende te Wijchen

verwerende partij

gemachtigde Arag Rechtsbijstand

Partijen worden hierna Hermes en [verwerende partij] genoemd.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit

- het verzoekschrift van 21 december 2007

- het verweerschrift van 22 januari 2008

- producties van Hermes van 28 januari 2008

- producties van [verwerende partij] van 28 januari 2008

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling op 29 januari 2008

- pleitnota van Hermes van 29 januari 2008.

De feiten

1. [verwerende partij], geboren op [dag en maand] 1971, is sinds 15 oktober 1999 in dienst bij Hermes als buschauffeur, tegen een bruto maandsalaris van laatstelijk € 2.715,82 exclusief 8% vakantiebijslag.

2. Op 1 mei 2006 heeft [verwerende partij] zich ziek gemeld, waarna hij op 23 mei 2006 arbeidsgeschikt wordt verklaard. [verwerende partij] is het hiermee niet eens en verzoekt het UWV om een second opinion. De UWV verzekeringsarts bevestigt de arbeidsgeschiktheid van [verwerende partij].

3. Op 19 juni 2006 raakt [verwerende partij] met een (lege) bus van de weg. Hij is vanaf deze datum opnieuw arbeidsongeschikt.

4. Op 4 oktober 2006 schrijft [persoon Y], een onafhankelijke derde:“ Afgelopen week heb ik een gesprek gevoerd, op verzoek van [persoon X] met [voornaam verwerende partij] [verwerende partij]. Aanleiding was een niet soepel lopende verstandhouding tussen de leidinggevende en [voornaam]. Bovendien had [voornaam verwerende partij] aangegeven dat hij wel eens met een onafhankelijke buitenstaander wilde praten. [voornaam verwerende partij] heeft zijn verhaal gedaan . Wat mij duidelijk is geworden is dat de relatie tussen [voornaam verwerende partij] en de leidinggevende al langere tijd verstoord is ,ook is de relatie met de bedrijfsarts niet wat je noemt goed. Hij voelt zich niet erkend in de klachten die hij heeft.

[...]

Gesprekken tussen leidinggevende en [voornaam verwerende partij] lijken op dit moment niet zinvol, gezien het beperkte vertrouwen dat er is. Het lijkt zinvoller dat hij dit vertrouwen weer gaat opbouwen door aan het werk te gaan, zodra de bedrijfsarts dit fiatteert. [...]”.

5 Op 30 maart 2007 heeft Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) een rijvaardigheidsverklaring afgegeven voor [verwerende partij]. Er bestonden geen beperkingen meer om beroepsmatig te rijden.

6 Hermes heeft [verwerende partij] niet toegelaten tot zijn werkzaamheden als buschauffeur.

7. [verwerende partij] heeft daarop op 18 april 2007 het UWV verzocht om een deskundigenoordeel inzake de reïntegratie inspanningen van Hermes. UWV komt tot het oordeel dat Hermes ten behoeve van [verwerende partij] niet voldoende en geschikte reïntegratie inspanningen heeft verricht.

8. Onderwijl heeft [verwerende partij] op 31 mei 2007 voor de tweede maal een gesprek met [persoon Z], psycholoog bij de ArboUnie. Deze schrijft in haar rapportage naar aanleiding van dit gesprek onder andere: “Op dit moment berust [voornaam verwerende partij] nog niet in de situatie. Hij is nog bezig met het zoeken naar genoegdoening en erkenning. Pas wanneer hij in staat is de “zwarte bladzijde”om te slaan, zullen zijn klachten af gaan nemen.

Gesprekken kunnen helpen dit proces van verwerking te bespoedigen en de reïntegratie vlotter te laten verlopen.

Doel van de gesprekken zal dan herstel van de klachten zijn en begeleiding bij reïntegratie. Gezien het feit dat [voornaam verwerende partij] niet de noodzaak ziet naar zijn eigen rol te kijken in deze geschiedenis en achter zijn manier van aanpakken van deze situatie staat, maakt dat hier wel op insteken tijdens het traject weinig kans van slagen heeft.[...]”.

9 Op 29 augustus 2007 rapporteert de bedrijfsarts [naam bedrijfsarts], van de ArboUnie:

“Ik heb schriftelijk en telefonisch contact met betrokkene gehad. Ik heb begrepen dat de werkgever het dienstverband met betrokkene wil beëindigen en dat werkgever daarnaast betrokkene in staat wil stellen een psychologisch begeleidingstraject (zoals geadviseerd) te volgen. Aangezien het hier arbeidsgerelateerde problematiek betreft adviseer ik nogmaals om deze begeleiding door een terzake deskundige psycholoog te laten uitvoeren. De arbounie psychologen zijn met name deskundig op dit terrein. Een bijkomend voordeel is dat ik in het geval de begeleiding door een arbounie psycholoog zal plaatsvinden een korte communicatielijn met de psycholoog heb”.

10. [verwerende partij] is nog arbeidsongeschikt.

Het verzoek en het verweer

11. Hermes verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met [verwerende partij] te ontbinden wegens gewichtige redenen, bestaande uit veranderingen in de omstandigheden.

Hermes onderbouwt haar verzoek, tegen de achtergrond van de vaststaande feiten, kort samengevat, als volgt. [verwerende partij] is onvoldoende effectief beschikbaar om zijn functie uit te voeren. Hij is te vaak ziek, wat de bedrijfsvoering van Hermes in gevaar brengt. Daarbij heeft [verwerende partij] geen vertrouwen meer in twee bedrijfsartsen en zijn leidinggegeven en heeft hij het aanbod van Hermes afgeslagen om gebruik te maken van externe begeleiding. Gelet hierop is er sprake van een zodanige verandering in de omstandigheden dat de tussen partijen bestaande arbeidsovereenkomst dadelijk dan wel op korte termijn dient te eindigen. Hermes maakt [verwerende partij] geen verwijt van de ontstane situatie en is bereid om een vergoeding toe te kennen van € 23.446,68 bruto.

12. [verwerende partij] voert verweer. Primair verzoekt hij de ontbinding van de arbeidsovereenkomst te weigeren omdat er sprake is van een opzegverbod bij ziekte en van een verstoorde bedrijfsvoering niet is gebleken. Subsidiair verzoekt [verwerende partij] bij ontbinding van de arbeidsovereenkomst aan hem een vergoeding van € 70.394,04 bruto ten laste van Hermes toe te kennen, omdat Hermes ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Volgens [verwerende partij] heeft Hermes niet meegewerkt aan zijn reïntegratie, met name door hem de mogelijkheid van psychologische begeleiding door een ArboUnie psycholoog te ontzeggen en heeft Hermes onvoldoende oog gehad voor zijn belangen. Daarnaast zou Hermes door het indienen van het ontbindingsverzoek, de loondoorbetalingverplichting tijdens ziekte willen ontduiken.

De beoordeling

13. De kantonrechter kan een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst slechts inwilligen indien hij zich ervan heeft vergewist of het verzoek tot ontbinding verband houdt met het bestaan van een opzegverbod.

14. Niet in geschil is dat [verwerende partij] arbeidsongeschikt is en dat de arbeidsongeschiktheid nog geen twee jaar heeft geduurd. Het opzegverbod van artikel 7:670 BW is daarom van toepassing. Volgens dit verbod kan niet worden opgezegd gedurende de arbeidsongeschiktheid. Op grond van de wettekst en de reflexwerking van het opzegverbod in ontbindingsprocedures, dient de kantonrechter een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tijdens ziekte in beginsel dan ook af te wijzen. Dit kan anders zijn indien er sprake is van bijzondere omstandigheden die, ondanks het bestaan van het opzegverbod, een ontbinding rechtvaardigen. Het ligt op de weg van de werkgever om die omstandigheden aannemelijk te maken.

15. Hermes heeft aangevoerd dat [verwerende partij] te vaak ziek is en dat haar bedrijfsvoering daardoor in gevaar komt. Zij heeft dit echter op geen enkele wijze aannemelijk gemaakt zodat hieraan voorbij wordt gegaan. Daarnaast wordt aangevoerd dat [verwerende partij] geen vertrouwen meer zou hebben in de rayonleiding. Dit is door [verwerende partij] weersproken. De kantonrechter overweegt dat zo er al sprake zou zijn van een gebrek aan vertrouwen aan de zijde van [verwerende partij], niet valt uit te sluiten dat dit is terug te voeren op de door [verwerende partij] als negatief ervaren bejegening door Hermes tijdens zijn arbeidsongeschiktheid. Uit de door Hermes overgelegde email van 4 oktober 2006 van [persoon Y], valt overigens op te maken dat het zinvol lijkt dat [verwerende partij] dit vertrouwen weer gaat opbouwen door aan het werk te gaan, zodra de bedrijfsarts dit fiatteert. Dat er sprake is van een dusdanig ernstige vertrouwensbreuk dat van een vruchtbare samenwerking geen sprake meer kan zijn en de arbeidsovereenkomst zou moeten eindigen, is dan ook niet aannemelijk gemaakt.

Nu [verwerende partij], aldus Hermes, bovendien geen verwijt kan worden gemaakt van de ontstane situatie, komt de kantonrechter tot het oordeel dat zich in dit geval geen bijzondere omstandigheden voordoen, die ondanks de arbeidsongeschiktheid van de werknemer ontbinding rechtvaardigen.

16. Gelet op hetgeen hierover is overwogen zijn er termen Hermes te veroordelen in de proceskosten van [verwerende partij].

De beslissing

De kantonrechter

- wijst het verzoek af;

- veroordeelt Hermes in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [verwerende partij] begroot op € 500,- aan salaris voor de gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. M.F. Gielissen en in het openbaar uitgesproken op 21 februari 2008.