Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BC5061

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
20-02-2008
Datum publicatie
25-02-2008
Zaaknummer
152366
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vervoersrecht.

De vordering in reconventie is verjaard, deels op grond van art. 8:1711 BW en deels op grond van art. 21 lid 1 van de toepasselijke Fenexvoorwaarden, waarin een kortere verjaringstermijn is opgenomen dan in art. 8:1711 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 152366 / HA ZA 07-300

Vonnis van 20 februari 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GEODIS VITESSE NETHERLANDS B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. A.T. Bolt,

advocaat mr. J.A. Trimbach te Hilversum

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EUROPESE SPECIALE BIOLOGISCHE PADDESTOELEN DA FU B.V.,

gevestigd te Huissen, gemeente Lingewaard,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat en procureur mr. ing. A. Klein.

Partijen zullen hierna Geodis en Da Fu genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het vonnis van 15 augustus 2007 in het incident waarin tevens een comparitie van partijen in de hoofdzaak is bepaald

- de conclusie van antwoord in reconventie

- het proces-verbaal van comparitie van 6 december 2007.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Geodis verricht in opdracht van Da Fu werkzaamheden. In verband hiermee zendt Geodis Da Fu op 4 juli 2006 (€ 3.756,49) en 2 augustus 2006 (€ 3.068,77) facturen. Het betreft de facturen voor de respectievelijk op 29 juni 2006 en 1 augustus 2006 afgeleverde zaken. Op 7 augustus 2006 brengt Geodis Da Fu tevens een bedrag van € 41,25 in rekening met de omschrijving ‘nabelasting’.

2.2. Da Fu gaat niet over tot betaling van de drie facturen ten bedrage van totaal

€ 6.866,51, ondanks diverse aanmaningen en sommaties van de zijde van Geodis.

2.3. Geodis hanteert algemene voorwaarden namelijk: Algemene Voorwaarden Geodis Vitesse. De algemene voorwaarden bepalen in artikel 4.5 dat facturen geaccepteerd worden geacht indien niet binnen 8 dagen na de factuurdatum schriftelijk bezwaar is gemaakt bij Geodis.

2.4. Blijkens een e-mail van Geodis d.d. 22 mei 2006 aan de heer [betrokkene 1] van Da Fu wordt de temperatuur ingesteld op plus 2 graden.

2.5. Op 4 juli 2006 13.40 uur stuurt de heer [betrokkene 1] een e-mail aan de heer [betrokkene 2] van Geodis met de volgende inhoud.

Vorige week donderdag is er een container bij ons afgeleverd en er zat geen temperatuurmeter in. Er is gebeld met [voornaam] en hij deelde mee dat de rederij de meter niet aan ons kan verstrekken. We willen graag weten wat de temperatuur is geweest van de hele reis, dat is heel belangrijk voor ons.

Kunt u ons helpen om alsnog aan de temperatuurmeter te kunnen komen?

2.6. In reactie op de e-mail van 4 juli 2006 13.40 uur bericht de heer [betrokkene 2] op 4 juli 2006 13.47 uur het volgende.

Dank voor uw mail en ik ben inderdaad op de hoogte van het gesprek.

Rederijen geven hun temperatuur-gegevens niet af aan verladers.

Alleen als u een goede reden heeft om te vermoeden dat de goederen niet in orde zijn, kunt u een claim indienen en zal men wel de gegevens prijsgeven.

Kunt u aangeven of de paddestoelen/champignons in orde waren bij aankomst?

Om dit in het vervolg te voorkomen, kunt u de verscheper vragen een zogenaamde Ryan-recorder in de container te plaatsen.

Deze meet ook de temperatuur en blijft de gehele reis in de container en is dus voor uzelf.

U kunt ervoor kiezen een “one way” recorder of een blijvende recorder aan te schaffen.

Ik hoor graag van u voor welke mogelijkheid u kiest.

2.7. Op 5 juli 2006 om 22.17 uur stuurt de heer [betrokkene 1] een e-mail aan de heer [betrokkene 2] met de volgende inhoud.

De container is bijna 40 dagen onderweg geweest en daardoor is de temperatuur van de stammetjes te hoog opgelopen. De stammetjes hebben daardoor schade opgelopen. Daarom willen we de temperatuurmeter zien. Bij elke container loopt er iets mis. We hebben geen tijd om dit steeds op te lossen. Aangezien er nog veel containers zullen komen, moet u er voor zorgen dat alles goed loopt.

2.8. Op 17 juli 2006 10.23 uur stuurt de heer [voornaam] [betrokkene3] van Geodis de volgende e-mail aan de heer [betrokkene 1].

Naar aanleiding van uw telefoongesprek met [betrokkene 2] van hedenmorgen bevestigen wij u hierbij dat wij nogmaals zullen verzoeken aan de rederij om de temperatuur op de reis naar Rotterdam prijs te geven.

Daar de rederij het in eerste instantie niet wilde opgeven zou het kunnen dat ze dat nu ook niet willen doen.

Daar de goederen reeds zijn uitgeleverd is het voor de rederij niet mogelijk om een surveyor te sturen om de lading te onderzoeken.

Daar u heeft aangegeven dat de kwaliteit van de champignons toch minder zou zijn is de enige mogelijkheid voor u om deze te laten onderzoeken door een neutrale surveyor welke zou kunnen aantonen dat er iets misgegaan zou kunnen zijn met de temperatuur.

Zodra u deze survey heeft laten plaatsvinden kunt u de bevindingen van de surveyor aan ons sturen tesamen met een officiële claim.

Wij zullen op basis van de algemene expeditie voorwaarde de claim afwijzen maar zullen deze dan doorsturen naar de rederij met het verzoek hierop te antwoorden.

2.9. Op 20 juli 2006 13.29 uur stuurt de heer [betrokkene 2] een e-mail aan de heer [betrokkene 1] en bedankt hem voor zijn bericht en meldt dat hij het direct heeft doorgestuurd aan de rederij en dat nu de reactie wordt afgewacht.

2.10. Op 11 augustus 2006 bericht de heer [betrokkene3] van Geodis Da Fu dat hij opnieuw met de rederij heeft gesproken en geeft aan dat zij per geval bekijken of ze de temperatuurgegevens prijsgeven, “maar dan alleen indien er een claim wordt ingediend wat inhoudt schrijven incl aangegeven de exacte/geschatte schade, gespecificeerd.”

2.11. Op 4 september 2006 verzoekt de heer [betrokkene 2] de heer [betrokkene 1] – per e-mail- bericht van die datum – tot betaling van de vervallen facturen over te gaan.

2.12. Bij de stukken bevindt zich een in opdracht van Da Fu door Experisebureau Harmsen & De Groot BV opgesteld schaderapport d.d. 2 november 2006.

In het rapport staat onder meer dat op basis van van Da Fu verkregen informatie de schade aan de lading wordt vastgesteld op € 50.891,56 en dat dit voor Da Fu een verlies oplevert van € 105.570,00. Met betrekking tot de oorzaak van de schade bevat het rapport de volgende passage.

With respect to the cause of the damage we can report that at the moment of issuing our report we have no information with respect to the conditions (temperature and humidity) to which the fungus bags were exposed too during transport in both containers. Therefore we are not able to report as to the exact cause of damage.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Geodis vordert samengevat - veroordeling van Da Fu tot betaling van EUR 7.932,92, vermeerderd met rente en kosten.

3.2. Geodis vordert nakoming van de met Da Fu gesloten overeenkomsten tot vervoer en vordert betaling van de in r.ov. 2.1 bedoelde facturen, op grond van door haar gehanteerde algemene voorwaarden en subsidiair op grond van de artikelen 6:119a BW en artikel 6:96 lid 2 sub c BW vermeerderd met de wettelijke handelsrente tot en met 6 januari 2007 ten bedrage van € 298,41 en buitengerechtelijke incassokosten ad € 768,00.

3.3. Da Fu voert verweer. Zij betwist de hoofdsom niet doch beroept zich op haar opschortingsrecht subsidiair haar recht tot verrekening met een tegenvordering te weten een schadevergoedingsvordering. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4. Da Fu vordert samengevat - veroordeling van Geodis tot betaling van EUR 44.025,05, vermeerderd met rente en kosten.

3.5. Da Fu vordert (de restant) schadevergoeding (na verrekening met de facturen in conventie) wegens een tekortkoming in de nakoming van de met Geodis gesloten overeenkomst.

3.6. Geodis voert verweer. Geodis beroept zich onder meer op verjaring.

4. De beoordeling

In conventie en reconventie

4.1. In het vonnis in het incident van 15 augustus 2007 heeft de rechtbank een beslissing genomen over de bevoegdheidsvraag. De rechtbank heeft zich bevoegd geacht van het onderhavige geschil kennis te nemen.

4.2. Nu sprake is van internationaal vervoer rijst de vraag aan de hand van welk recht de vorderingen moeten worden beoordeeld. Partijen zijn in de processtukken van de veronderstelling uitgegaan dat Nederlands recht van toepassing is. Nu geen rechtsregel zich daartegen verzet volgt de rechtbank de kennelijke rechtskeuze van partijen.

4.3. Da Fu beroept zich in conventie op verrekening met haar vordering in reconventie. In verband met dit beroep zal de rechtbank de vordering in reconventie allereerst beoordelen.

in reconventie

4.4. Da Fu vordert schadevergoeding. Da Fu stelt dat de vervoerde producten na twee transporten in slechte staat zijn aangekomen. Da Fu stelt voorts dat omdat Geodis niet bereid is gegevens te verstrekken over de temperatuur gedurende het vervoer, het ervoor moet worden gehouden dat de schade is ontstaan door een niet constante temperatuur van 2 graden celsius en dat dit aan Geodis is te wijten.

Geodis voert diverse verweren. Het meest verstrekkende verweer is het verweer dat de vordering van Da Fu tot vergoeding van de gestelde schade is verjaard. De rechtbank overweegt het volgende.

4.5. Blijkens de processtukken en hetgeen ter comparitie is aangevoerd gaan partijen er kennelijk vanuit dat sprake is van vervoer in de zin van artikel 8:20 BW e.v.. Geodis heeft in de conclusie van antwoord in reconventie weliswaar gesteld dat sprake is van vervoer onder cognossement, maar zij heeft deze stelling in het geheel niet toegelicht en evenmin met een bewijsstuk onderbouwd. De rechtbank gaat er op grond van voorgaande vanuit dat Geodis heeft opgetreden als gewoon vervoerder en niet als zee- of wegvervoerder dan wel gecombineerd vervoerder.

4.6. In geval van een vervoerder in de zin van de eerste afdeling van titel 2 van Boek 8 BW geldt op grond van artikel 8:1711 BW een verjaringstermijn van één jaar. Uit artikel 8:1714 BW volgt dat de verjaringstermijn gaat lopen op de dag volgend op die van de aflevering. Het eerste transport is afgeleverd op 29 juni 2006. Da Fu heeft haar vordering aanhangig gemaakt in de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie d.d. 4 juli 2007. Niet dan wel onvoldoende is gesteld of gebleken dat de verjaring is gestuit. Hieruit volgt dat de vordering van Da Fu voor zover deze ziet op het eerste transport, is verjaard.

4.7. Alvorens het beroep op verjaring van de vordering ter zake van het tweede transport te behandelen, stelt de rechtbank voorop dat tussen partijen niet in geschil is dat de verhouding tussen hen – mede – wordt beheerst door de Fenexvoorwaarden. Partijen beroepen zich immers ook over en weer op deze voorwaarden ter onderbouwing van hun stellingen.

4.8. Het tweede transport is afgeleverd op 1 augustus 2006. De vordering van Da Fu is ten tijde van het aanhangig maken van de vordering op 4 juli 2007 op grond van

artikel 8:1711 BW niet verjaard, maar wel op grond van artikel 21 lid 1 van de Fenexvoorwaarden dat bepaalt dat een vordering verjaart door het enkele tijdsverloop van negen maanden. Ter toelichting overweegt de rechtbank het volgende. De artikelen

8:20 BW e.v. zijn van regelend recht. Dit brengt mee dat geen sprake is van een dwingende verjaringstermijn, zodat partijen een kortere termijn kunnen overeenkomen. Partijen zijn met de toepasselijkheid van de Fenexvoorwaarden een kortere verjaringstermijn overeengekomen, namelijk een termijn van negen maanden. De vordering van Da Fu voor zover deze ziet op het tweede transport kon derhalve worden ingesteld tot en met 1 mei 2007. Hij is zoals aangegeven ingesteld op 4 juli 2007.

4.9. Uit voorgaande volgt dat de vordering in reconventie moet worden afgewezen.

4.10. Da Fu zal als de in het ongelijk gestelde partij in reconventie in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Geodis worden begroot op één punt volgens het toepasselijke tarief van € 894,00 per punt voor het procureur salaris. Tegen de door Geodis gevorderde zogenaamde nakosten heeft Da Fu geen verweer gevoerd. De rechtbank wijst de gevorderde nakosten toe, aan de zijde van Geodis bepaald op EUR 131,00 voor nasalaris procureur, te vermeerderen, voor het geval betekening van dit vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, met EUR 68,00 voor nasalaris procureur en de werkelijk gemaakte kosten voor het doen uitbrengen van een exploot van betekening, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dagtekening van dit vonnis. Thans wordt derhalve toegewezen een bedrag van € 1.025,00.

in conventie

4.11. De rechtbank komt nu toe aan de behandeling van de vordering in conventie. De rechtbank stelt vast dat de vordering voor wat betreft de hoofdsom (€ 6.866,51) en de gevorderde handelsrente (tot 7 januari 2007 € 298,41) voor toewijzing gereed ligt, nu Da Fu daartegen geen verweer heeft gevoerd. Het beroep op opschorting en verrekening wordt verworpen gelet op hetgeen hiervoor in reconventie is overwogen en beslist.

4.12. Geodis heeft ook vergoeding van buitengerechtelijke kosten gevorderd en Da Fu heeft de verschuldigdheid daarvan betwist. De rechtbank zal de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten afwijzen omdat deze onvoldoende zijn onderbouwd. Zo is onder meer niet gesteld welke werkzaamheden zijn verricht die voor een aparte vergoeding naast de proceskostenvergoeding in aanmerking komen.

4.13. Da Fu zal als de in het ongelijk gestelde partij in conventie in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Geodis worden begroot op:

- dagvaarding EUR 70,85

- vast recht 300,00

- salaris procureur 768,00 (2 punten × tarief EUR 384,00)

Totaal EUR 1.138,85

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. veroordeelt Da Fu om aan Geodis te betalen een bedrag van EUR 7.164,92 (zevenduizendéénhonderdvierenzestig euro en tweeënnegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119a BW over het nog niet betaalde deel van het toegewezen bedrag vanaf 7 januari 2007 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt Da Fu in de proceskosten, aan de zijde van Geodis tot op heden begroot op EUR 1.138,85,

5.3. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

5.5. wijst de vorderingen af,

5.6. veroordeelt Da Fu in de proceskosten, aan de zijde van Geodis tot op heden begroot op EUR 1.025,00,

5.7. verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.C.J. van Bavel en in het openbaar uitgesproken op 20 februari 2008.