Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BC4497

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
18-02-2008
Datum publicatie
18-02-2008
Zaaknummer
05/900723-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Opjutten/opruien, deelname aan vechterij / aanzetten tot gebruik vuurwapen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer : 05/900723-07

Datum zitting : 4 februari 2008

Datum uitspraak : 18 februari 2008

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

Raadsman : mr. H. van der Linden, advocaat te Druten.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 18 juli 2007 in de gemeente Nijmegen met een ander of anderen, op of aan de openbare weg, te weten de Lingestraat, in elk geval op of aan een openbare weg, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of [betrokkene 4] en/of een ander of anderen, welk geweld bestond uit het slaan en/of stompen en/of schoppen en/of trappen en/of duwen en/of trekken en/of schelden van/tegen/aan voornoemd(e) perso(o)n(en) en/of het (meerdere malen) zeggen/roepen/schreeuwen: 'schieten [betrokkene 6], schieten', althans woorden van gelijke (opruiende) aard of strekking;

althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 18 juli 2007 in de gemeente Nijmegen opzettelijk heeft deelgenomen aan een aanval of vechterij waarin onderscheiden personen, te weten (enerzijds) een aantal leden van de familie [naam] (-onder meer- [betrokkene 1], [betrokkene 10] en/of [betrokkene 12]) en/of een ander of anderen, en (anderzijds) een aantal leden van de familie [verdachte] (-onder meer- [betrokkene 7] jr. en/of [betrokkene 6]) en/of een ander of anderen, onder wie verdachte, waren gewikkeld, bestaande die aanval of vechterij uit het door die leden van de familie [verdachte] en/of die ander of anderen, onder wie verdachte, aangaan van de -gewelddadige- confrontatie met die leden van de familie [betrok[naam] en/of die ander of anderen, en/of het over en weer (met kracht) duwen, trekken, slaan, stompen, schoppen, trappen en/of schelden tegen/op/naar/aan/van elkaar, en/of het opjutten/opruien van die aanval of vechterij door (meerdere malen) hard, althans duidelijk hoorbaar, te zeggen/roepen/schreeuwen: 'schieten [betrokkene 6], schieten', althans woorden van gelijke (opruiende) aard of strekking, en welke aanval of vechterij (uiteindelijk) de dood van een lid van die familie [verdachte], te weten [betrokkene 6], tengevolge heeft gehad.

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is laatstelijk op 4 februari 2008 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door Mr. H. van der Linden, advocaat te Culemborg.

De zaak is aangebracht bij de politierechter in deze rechtbank en deze heeft op 28 november 2007 de zaak verwezen naar de meervoudige kamer. Bij de beraadslaging heeft de rechtbank dit onderzoek op de terechtzitting van de politierechter betrokken.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot betaling van een geldboete ten bedrage van € 500 (vijfhonderd euro) subsidiair 10 (tien) dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing betreffende het bewijs

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen wat verdachte primair is tenlastegelegd en zal verdachte daarvan vrijspreken.

De rechtbank stelt de volgende feiten vast. Op 18 juli 2007 is verdachte vergezeld van o.a. zijn zoon [betrokkene 7] jr. en stiefzoon [betrokkene 6] aangekomen in de Lindestraat te Nijmegen om verhaal te halen omdat enkele minuten daarvoor een woordenwisseling gevolgd door fysiek geweld had plaatsgevonden tussen enkele leden van de familie [betrok[naam], wonend [adres] en [betrokkene 7] jr. .

Vervolgens ontstond op dat moment opnieuw een woordenwisseling gevolgd door fysiek geweld tussen leden van de familie [verdachte] en de familie [betrok[naam] waarin zich diverse buurtbewoners en vrienden mengden. Na enkele ogenblikken heeft [betrokkene 6] een pistool getrokken, waarna dit pistool werd bemachtigd door een ander die daarmee enkele malen heeft geschoten. [betrokkene 6] werd daarbij dodelijk getroffen .

Verdachte heeft het navolgende verklaard over het incident• : Op een gegeven moment voelde ik dat ik naar de Lingestraat moest omdat ik wist dat [betrokkene 6] daar was. [betrokkene 7], [betrokkene 8] en ik gingen naar de Lingestraat om daar verhaal te halen. En ik wilde voorkomen dat daar iets zou gebeuren. Toen ik voor de deur van de familie [betrok[naam] stond zag ik vader, moeder, [betrokkene 5], [betrokkene 3], [betrokkene 10], [betrokkene 1], [betrokkene 11] en een vriend van haar en [betrokkene 13] […] Op dat moment wilde [betrokkene 7] [betrokkene 1] aanvliegen. Volgens mij had [betrokkene 7] gedronken, want hij was niet te houden. [betrokkene 8] wilde [betrokkene 7] tegen houden, maar dat lukte niet. Op een gegeven moment zag ik [betrokkene 3] [betrokkene 7] een klap geven. Ik zag toen dat twaalf man op [betrokkene 7] begonnen te slaan. [betrokkene 3], [betrokkene 10] en [betrokkene 1], vader en moeder [naam], [betrokkene 14]. Toen ik zag dat [betrokkene 7] bijna doodgeslagen werd is [betrokkene 8] ertussen gekomen. [betrokkene 8] raakte daarbij gewond aan haar duim. Ik zag dat [betrokkene 8] [betrokkene 1] een trap gaf en ging toen weg. Om de boel te laten schrikken riep ik: “Ophouden, want anders wordt er misschien geschoten”. [betrokkene 14] riep toen tegen mij: “als er wordt geschoten dan zou hij een echte kogel krijgen”, hierbij keek hij mij recht in de ogen en wees mij daarbij ook aan. Ik had [betrokkene 6] alleen zien staan bij [getuige 1], deze woont op de [adres] volgens mij. Ik hoorde dat hij schreeuwde: blijf met je handen van mijn broertje af. Toen ik [betrokkene 6] dit hoorde roepen zag ik dat de groep die bij [betrokkene 7] bezig waren opeens naar [betrokkene 6] gaan. Ik zag dat [betrokkene 6] zijn hand naar zijn broekband gaan en dat hij heel angstig keek. Daarna hoorde ik alleen nog de schoten.

Getuige [getuige 2] heeft verklaard •: Ik denk dat het tussen 19.50 en 20.00 uur was dat de oude [verdachte] vanaf de Biezenstraat de Lingestraat in kwam. Hij zat in zijn rolstoel. Ik zag hem tegenover [adres] staan. Bij hem waren [betrokkene 7] en [betrokkene 6]. Ik hoorde de oude [verdachte] zeggen. Ze komen eraan. Ze zijn onderweg. Niemand raakt mijn kinderen aan. Opeens begon [betrokkene 7] weer te schelden. Weer dreigen in de richting van Jolande en Gerry die [adres] wonen. Zoals ik al verklaarde had [betrokkene 7] al eerder op de avond in hun richting gescholden. Opeens hoorde ik dat de oude [verdachte] zei: “Schieten”. Hij zei het een paar keer achter elkaar schieten schieten, anders schiet ik zelf wel. Oude [verdachte] stond met zijn rolstoel op de stoep. Op een afstand van 10 meter stond [betrokkene 6]. Hij stond meer alleen de zaak te overzien. Ik zag dat [betrokkene 6] van achter zijn rug, uit zijn broekzak iets zwarts pakte. Het leek op een pistool. Hij deed het pistool weer terug in zijn broek. Hij herhaalde deze handeling twee of drie keer. Het was net of hij twijfelde. Oude [verdachte] fokte hem op en riep schieten, schieten. Ik zag dat enkele jongens die ik van naam niet ken naar [betrokkene 6] toe liepen. Ik hoorde een knal. Even later hoorde ik nog vijf of zes schoten.

Verdachte [betrokkene 1] heeft verklaard : Ik hoorde [verdachte] Sr roepen: wie heeft er hier een grote mond, of iets dergelijks. Ik zag en hoorde dat [betrokkene 5] zei dat zij dat was geweest. Ik zag dat iemand uit de groep [verdachte] een tas gooide richting [betrokkene 5]. Ik zag dat dit een soort koeltas was en deze kwam tegen de ruit van onze woning. Er werd iets teruggegooid, een loempia o.i.d. Hierop hoorde ik [verdachte] Sr. roepen, trek dat ding maar, trek dat ding maar [betrokkene 6].

Getuige [getuige 3] heeft verklaard : Ik zag [verdachte] Sr. komen aanrijden uit Biezenstraat, [betrokkene 7] Jr. stond achterop. Ik hoorde Sr. roepen: wie heeft mijn zoon klappen gegeven, die moet maar naar mij komen. Ik zag dat hij handgebaren maakte, alsof hij een pistool op zijn hoofd zette. Achter de beide [verdachte]s kwamen nog een aantal mensen aan. Er ontstond een grote vechtpartij in het midden van de straat. Daarbij werd over en weer geslagen. Ik hoorde op een gegeven moment drie à vier schoten vlak achter elkaar. Ik hoorde [verdachte] Sr. roepen: schieten, schieten. Vlak daarna hoorde ik twee à drie schoten.

Getuige [betrokkene 11] (e.v. [naam]) heeft verklaard : ik zag over de stoep [verdachte] Sr., [betrokkene 8] en [betrokkene 7] aan komen rijden [...] ik hoorde [betrokkene 6] zeggen: jou schiet ik kapot en jou ook. Er stond zoveel volk in de straat. Ik weet niet meer wat er gebeurde. Ik weet ook niet meer wat [verdachte] Sr. en [betrokkene 8] hebben gedaan. Ik hoorde wel dat [verdachte] Sr. zei: “Schieten, schieten [betrokkene 6] ander doe ik het”, of woorden van die strekking. Ik herken de stem van [verdachte] Sr. zeker wel. Ik ben binnen gebleven. Ik kan mij niet meer herinneren hoeveel knallen ik hoorde. Ik dacht toen er wordt echt geschoten. Ik wist toen dat [betrokkene 6] geschoten had, omdat ik [betrokkene 6] had horen roepen dat hij zou schieten en omdat ik [verdachte] Sr. had horen roepen: “Schieten, schieten, [betrokkene 6]”.

Getuige [getuige 4] heeft verklaard : Ik keek door het woonkamerraam naar buiten. Toen ik voor de tweede of derde keer belde met de politie hoorde ik iemand roepen: “[betrokkene 6] schiet, [betrokkene 6] schiet”. Dit was [verdachte] Sr. Dat weet ik zeker want ik herken zijn stem. Kort daarop hoorde ik schoten.

Getuige [getuige 5] heeft verklaard : Ik zag de broer van [betrokkene 10] naar een andere jongen slaan. Er gingen op dat moment nog meer jongens met elkaar op de vuist. Ik zag dat ongeveer twee à drie meter bij mij vandaan een man in een invalidenwagen stond. Het was een dikke man van rond de vijftig jaar. Ik had die man al vaker gezien maar wist op dat moment nog niet wie het was. Terwijl ik nabij die man stond hoorde ik hem duidelijk “[betrokkene 6], schiet, schiet “ roepen. Ik denk dat ik het woord schiet twee keer heb horen roepen. Hij riep dat erg luid. Terwijl hij dat riep keek ik in zijn richting. Ik zag dus dat het die invalide man was die dat riep. Ik zag dat op ongeveer tien meter een jongen stond met zijn gezicht in mijn richting. Ik zag dat hij direct na het roepen van de man met zijn hand in de richting van de kontzak van zijn broek, zag pakken. Ik zag toen dat hij dat met zijn rechterhand een zwart voorwerp tevoorschijn haalde. Ik veronderstelde dat het een vuurwapen was. Dat vermoedde ik omdat die man in de rolstoel “[betrokkene 6] schiet, schiet” had geroepen. U vraagt mij of ik [betrokkene 6] kende? Nee, ik kende hem niet. Ik had die naam nooit eerder gehoord. Ik hoorde de naam pas voor het eerst toen ik de man “[betrokkene 6] schiet, schiet” hoorde roepen.

Getuige [getuige 6] heeft verklaard : Ik zat nog steeds in de voortuin bij de familie [naam]. Ik hoorde op een gegeven moment ook dat [verdachte] zei: “trek hem, of pak hem”. Ik weet niet tegen wie hij dit zei. Vervolgens reed [verdachte] op een gegeven moment richting Biezenstraat. Op een gegeven moment hoorde ik knallen.

Getuige [betrokkene 3] heeft verklaard :

[verdachte] Sr. riep de hele tijd vanuit zijn rolstoel: “Ik schiet jullie allemaal kapot, schiet maar jongens”. Ik had het idee dat hij dit bedoelde richting zijn eigen mensen, dus dat zijn eigen mensen moesten schieten op ons.

Verdachte ontkent ter zitting dat hij op enigerlei wijze zijn stiefzoon heeft aangemoedigd om te schieten.

Uit bovenstaande verklaringen van getuigen en verdachten komt echter een ander beeld naar voren. Zes getuigen ([getuige 2], [getuige 3], [betrokkene 11], [getuige 4], [getuige 5] en [betrokkene 3]) verklaren dat zij de woorden “schiet, schieten, [betrokkene 6] schiet” of “schieten jongens” hebben gehoord, terwijl twee andere getuigen [naam] en [getuige 6] verklaren dat zij “Trek hem, pak hem, trek hem maar [betrokkene 6]“ hebben gehoord en dat dit door verdachte werd geroepen. Getuige [getuige 2] verklaart voorts dat [betrokkene 6] na het aanroepen door verdachte enkele malen zijn pistool te voorschijn haalde en aarzelde. De volgorde van dit aanroepen en het trekken van het wapen duiden erop dat [betrokkene 6] reageerde op de aanmoedigingen door verdachte.

De raadsman voert aan dat er direct na het incident veel onderling gesproken is door getuigen en dat verklaringen daardoor mogelijk op elkaar zijn afgestemd.

De rechtbank overweegt dat direct na het incident de opsporingsinspanningen waren gericht op het identificeren van de schutter en pas later op de mogelijke rol van verdachte. De verklaringen van getuigen zijn dan ook afgelegd in die context. De woorden zijn door de getuigen zeer kort voor het schieten opgevangen en zijn daarom passend in het geheel. De verklaringen van getuigen lijken bovendien zeer authentiek. Daarnaast blijkt uit geen van de

verklaringen van getuigen (ook van andere dan de hiervoor genoemde) noch van de zijde van verdachte dat deze getracht heeft de zaak te doen de-escaleren zoals verdachte ter zitting heeft betoogd. Andere, voor verdachte ontlastende verklaringen zijn voorts niet in het dossier aangetroffen.

De raadsman stelt voorts dat er tweeënzestig getuigen gehoord zijn en slechts enkelen verklaren over de aansporingen door verdachte en dat deze aansporingen ook niet op elkaar lijken.

De rechtbank overweegt dat volgens het getuigendossier een groot aantal personen, namelijk vijfentwintig, niet op de plaats van de tweede ruzie in de Lindestraat is geweest en zij daarom ter zake niets relevants hebben kunnen verklaren. Dat niet alle getuigen hetzelfde hebben gehoord lijkt bovendien verklaarbaar gelet op de door getuigen beschreven chaotische toestand ten tijde van de zich in de Lindestraat verplaatsende vechtpartij en de precieze plaats van getuigen ten opzichte van verdachte en anderen. De opmerkingen gehoord door [naam] en [getuige 6] “Pak hem, trek hem”, kunnen dus zeer wel aan de woorden “Schiet, [betrokkene 6], schiet” zoals gehoord door de andere getuigen zijn voorafgegaan.

Verdachte spreekt voorts van een mogelijk complot tegen hem en tegen zijn familie.

De rechtbank overweegt dat er twee getuigen zijn ([getuige 2] en [betro[getuige 5]) die verdachte en zijn familie niet of nauwelijks kennen en daarom geen belang lijken te hebben bij het afleggen van onjuiste verklaringen. Verdachte heeft ook ter zitting niet aannemelijk kunnen maken waarom door de getuigen op een tijdstip kort na het fatale schietincident bewust onjuiste en belastende verklaringen over verdachte zouden zijn afgelegd, nu hij immers al zeer zwaar getroffen was door de noodlottige afloop van het incident, namelijk het overlijden van zijn stiefzoon.

De rechtbank concludeert op basis van bovenstaande verklaringen dat verdachte kort voor de dodelijke schoten aanmoedigende en opruiende woorden heeft gebruikt en daarom een actieve en escalerende rol gespeeld heeft waardoor het wapen is getrokken met de dodelijke afloop als gevolg.

De rechtbank acht op grond van wat hiervoor is overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 18 juli 2007 in de gemeente Nijmegen opzettelijk heeft deelgenomen aan een vechterij waarin onderscheiden personen, te weten (enerzijds) een aantal leden van de familie [naam] (-onder meer- [betrokkene 1], [betrokkene 10] en/of [betrokkene 12]) en een ander of anderen, en (anderzijds) een aantal leden van de familie [verdachte] (-onder meer- [betrokkene 7] jr. en [betrokkene 6]) en anderen, onder welke verdachte, waren gewikkeld, bestaande die vechterij uit het door die leden van de familie [verdachte] en die anderen, onder wie verdachte, aangaan van de -gewelddadige confrontatie met die leden van de familie [naam] en die anderen, en het over en weer duwen, trekken, slaan, stompen, en schelden tegen/op/naar/aan/van elkaar, en/of het opjutten/opruien van die vechterij door duidelijk hoorbaar, te zeggen/roepen: 'schieten [betrokkene 6], schieten', althans woorden van gelijke (opruiende) aard of strekking,

en welke vechterij uiteindelijk de dood van een lid van die familie [verdachte], te weten [betrokkene 6], tengevolge heeft gehad.

Wat verdachte subsidiair meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

subsidiair feit:

“opzettelijk deelnemen aan een vechterij waarin onderscheiden personen zijn gewikkeld, terwijl de vechterij iemands dood tengevolge heeft”.

4b. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan; en

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 10 januari 2008.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een ernstig misdrijf door het aanmoedigen van zijn stiefzoon tot het gebruik van dodelijk geweld tijdens een vechtpartij tussen leden en aanhang van twee families. Verdachte heeft aangegeven dat hij wist dat zijn stiefzoon een wapen bezat en heeft door met enkele personen in de Lindestraat verhaal te gaan halen, mede gelet op de gemoedstoestand van zijn stiefzoon en zoon [betrokkene 7] jr., het bewuste risico van escalatie aanvaard met de gevolgen zoals bekend. Het incident heeft zich bij daglicht afgespeeld in een straat waar zich op dat moment veel personen buiten op straat bevonden. Ook omstanders hadden bij het incident getroffen kunnen worden en het incident heeft geleid tot gevoelens van grote onrust bij buurtbewoners.

Dit is een ernstig feit, waarbij de openbare orde op grove schaal is geschonden. Een dergelijk feit met deze gevolgen heeft grote onrust tot gevolg, vooral in de directe omgeving van alle betrokkenen.

De rechtbank is van oordeel dat oplegging van een geldboete, zoals door de officier van justitie gevorderd, een niet passende strafmodaliteit is voor dit ernstige gebeuren. De rechtbank zal daarom een gevangenisstraf opleggen. Zij gaat hiermee duidelijk uit boven de eis van de officier van justitie, ook gelet op wat bewezen is verklaard, maar zij is van oordeel dat hieraan niet valt te ontkomen.

Uit het aangehaalde uittreksel uit het algemeen documentatieregister blijkt dat verdachte zich de laatste tien jaren niet schuldig heeft gemaakt aan strafbare feiten. De rechtbank houdt ook rekening met de gevolgen die het verlies van zijn stiefzoon voor verdachte heeft gehad. De last die hij hierdoor met zich meedraagt rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank dat de hiervoor overwogen gevangenisstraf geheel voorwaardelijk zal worden opgelegd.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 27 en 306 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit.

Verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen wat verdachte subsidiair meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot

een gevangenisstraf voor de duur van 1 (één) maand.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet tenuitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten.

De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Beveelt in overeenstemming met het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, geheel in mindering zal worden gebracht.

Aldus gewezen door:

mr. B.F.M. Klappe, rechter als voorzitter,

mr. J.P.M. Schwillens, rechter,

mr. A.G. Broek-de Stigter, rechter,

in tegenwoordigheid van J.L. de Vos, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 februari 2008.