Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BC4431

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
06-02-2008
Datum publicatie
15-02-2008
Zaaknummer
148395
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Benoeming deskundige in zaak over gestelde tekortkomingen in betonvloer bedrijfshal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

Vonnis in hoofdzaak en vrijwaring van 6 februari 2008

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 148395 / HA ZA 06-2077 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

PRUDON B.V.,

gevestigd te Harderwijk,

eiseres,

procureur mr. F.J. Boom,

advocaat mr. F.W. Aartsen te Harderwijk,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur en advocaat mr. C.A. Hage te Ede,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 153045 / HA ZA 07-412 van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

procureur en advocaat mr. C.A. Hage te Ede,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BOUWBEDRIJF VAN VOORTHUIZEN B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

gedaagde,

procureur en advocaat mr. B.H.M. Karens te Ede.

Partijen zullen hierna Prudon, [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in de vrijwaring] en Van Voorthuizen genoemd worden.

1. De procedure in de hoofdzaak

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 14 november 2007

- de akte van Prudon

- de akte van [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in de vrijwaring].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De procedure in de vrijwaringszaak

2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 14 november 2007

- de akte van [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in de vrijwaring]

- de akte van Van Voorthuizen.

2.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

3. De verdere beoordeling

in de hoofdzaak en in de vrijwaring

3.1. In het tussenvonnis heeft de rechtbank overwogen voorshands een deskundigenbericht nodig te achten voor de beoordeling van de gestelde tekortkomingen in de betonvloer van de bedrijfshal van Prudon en de herstelmogelijkheden. Aan partijen is vervolgens de gelegenheid gegeven om zich uit te laten over de wenselijkheid van een deskundigenbericht, het specialisme en het aantal en de persoon van de te benoemen deskundige(n). Partijen zijn voorts in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de aan de deskundige te stellen vragen, waarvan de rechtbank er reeds negen had geformuleerd.

3.2. Prudon heeft in haar akte na het tussenvonnis primair gesteld dat de aansprakelijkheid van [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in de vrijwaring] al vaststaat en het deskundigenbericht slechts betrekking dient te hebben op (de wijze van) herstel van de betonvloer en het laadperron. Voor het geval de deskundige zich echter ook over de gestelde tekortkomingen moet uitlaten heeft Prudon gewezen op een e-mail van 9 mei 2006 waarin [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in de vrijwaring] zijn onderaannemer [betrokkene] meedeelt destijds te hebben gevraagd om een bedrijfsvloer die geschikt is voor heftruckgebruik in combinatie met losse opslag van balen.

De rechtbank zal deze e-mail in combinatie met de verklaring van [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in de vrijwaring] ter comparitie, dat voor de wijze waarop de laadperrons zijn aangebracht is gekozen in verband met het gebruik van zware heftrucks in de hal, op na te melden wijze in vraag 2 b. verwerken.

3.3. [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in de vrijwaring] heeft nog een toevoeging aan vraag 6. van de rechtbank voorgesteld, die in de vraagstelling zal worden verwerkt. Van Voorthuizen heeft een andere formulering van vraag 6. van de rechtbank voorgesteld, die eveneens zal worden overgenomen.

3.4. Partijen hebben zich niet uitgelaten over de persoon van de te benoemen deskundige. Partijen hebben zich aangesloten bij het voorlopig oordeel van de rechtbank dat benoeming van één deskundige volstaat. Als deskundige om het onderzoek te verrichten zal de hierna te noemen persoon benoemd worden, waarbij rekening is gehouden met de door partijen gewenste expertise. Aan partijen zal de gelegenheid worden geboden om eventuele zwaarwegende bezwaren tegen de benoeming van de deskundige binnen twee weken na dit vonnis gemotiveerd kenbaar te maken bij brief aan de griffie van de rechtbank.

3.5. Aan de hand van de opgave van de deskundige wordt het voorschot op zijn loon en kosten, exclusief de daarover verschuldigde omzetbelasting, bepaald op € 4.000,00. Dit bedrag dient, zoals overwogen in voornoemd tussenvonnis, ter griffie te worden gedeponeerd door [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in de vrijwaring].

3.6. In het tussenvonnis is tevens gevraagd naar de stand van zaken met betrekking tot het ter comparitie door [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in de vrijwaring] toegezegde herstel van de gebreken aan ramen en kozijnen. Nu dit gebrek erkend is en uit de aktewisseling volgt dat het nog niet hersteld is komt de vordering van Prudon op dit punt voor toewijzing in aanmerking.

3.7. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4. De beslissing

De rechtbank

in de hoofdzaak en in de vrijwaring

beveelt een onderzoek door een deskundige ter beantwoording van de volgende vragen:

1. Hoe beoordeelt u de kwaliteit van de betonvloer in de bedrijfshal van Prudon, waarbij u in aanmerking dient te nemen dat deze in december 2003/januari 2004 in gebruik genomen is? Tevens dient bij de beantwoording van deze vraag in aanmerking te worden genomen de mate waarin scheurvorming en slijtage zijn opgetreden en of dit binnen de daarvoor toepasselijke normen blijft.

2. a. Hoe luidt het antwoord op vraag 1., wanneer u daarbij de in het tussenvonnis van 14 november 2007 onder r.o. 3.1 weergegeven kwalificaties als uitgangspunt neemt?

b. Hoe luidt het antwoord op vraag 1. wanneer u er van uitgaat dat de vloer geschikt moest zijn voor het gebruik van zware heftrucks in combinatie met losse opslag van balen?

3. Kunnen de in het tussenvonnis van 14 november 2007 onder r.o. 3.7 weergegeven lekkages invloed hebben gehad op de kwaliteit van de betonvloer in de hal?

4. Hoe beoordeelt u de kwaliteit van de laadperrons en de afwerking daarvan, in aanmerking genomen dat de hal in december 2003/januari 2004 in gebruik genomen is?

5. Is er bij de aanleg van de laadperrons en de docklevelers sprake geweest van een ‘ontwerpfout’? Bij de beantwoording van deze vragen dienen in aanmerking te worden genomen de in het tussenvonnis van 14 november 2007 onder r.o. 5.4 door Van Voorthuizen genoemde tekeningen en instructies.

6. a. Zijn eventuele gebreken rondom de docklevelers veroorzaakt door het feit dat de betonvloer, na het storten van de docklevelers, tot aan de betonnen rand van de docklevelers is gestort?

b. Kunnen eventuele gebreken ook veroorzaakt zijn door de wijze van gebruik? Zo ja, is dit gebruik dan als normaal dan wel als onvoorzien te kwalificeren?

7. Kunt u de invloed beoordelen van de in het tussenvonnis van 14 november 2007 onder r.o. 5.4 genoemde reparatie aan de laadperrons op de huidige kwaliteit?

8. Indien u de kwaliteit van de vloer en/of de laadperrons als onvoldoende beoordeelt, kunt u dan aangeven op welke wijze de gebreken hersteld zouden kunnen worden? Wilt u hierbij aangeven of er meer opties zijn en het kostenaspect daarbij mee laten wegen.

9. Heeft u nog overige opmerkingen die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn?

benoemt tot deskundige om dit onderzoek te verrichten:

de heer J.H.M. van Leeuwenstijn,

Stork Construction Materials Technology

Czaar Peterstraat 231

1018 PL Amsterdam

Tel. 020 55 63 678

bepaalt dat partijen de gelegenheid wordt geboden om eventueel bestaande zwaarwegende bezwaren tegen de benoeming van bovengenoemde deskundige binnen twee weken na heden gemotiveerd bij brief kenbaar te maken aan de griffie van deze rechtbank,

bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,

bepaalt dat [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in de vrijwaring] voor 27 februari 2008 (kopieën van) de overige processtukken en - voor zover mogelijk - de andere door de deskundige noodzakelijk geachte stukken aan de deskundige zal doen toekomen,

bepaalt dat [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in de vrijwaring] voor 27 februari 2008 als voorschot op de kosten exclusief omzetbelasting van de deskundige € 4.000,00 ter griffie van deze rechtbank dient te deponeren door dit bedrag over te maken op rekening nummer 19.23.25.752 ten name van Arrondissement 533 Arnhem onder vermelding van het rolnummer en de namen van partijen,

bepaalt dat de griffier onmiddellijk na betaling van dit voorschot de deskundige hiervan in kennis zal stellen en dat de deskundige pas dan met het onderzoek behoeft te beginnen,

bepaalt dat de deskundige zich met vragen over het onderzoek kan wenden tot de rechter mr. R.A. Boon,

bepaalt dat de plaats en de tijd waar en wanneer de deskundige tot het onderzoek zal overgaan, zullen worden vastgesteld door de deskundige in overleg met de raadslieden van de partijen,

bepaalt dat de deskundige een schriftelijk en ondertekend bericht zal inleveren ter griffie van deze rechtbank voor 1 mei 2008,

bepaalt dat de deskundige tegelijk met dit schriftelijk bericht zijn declaratie ter griffie zal indienen onder vermelding van het zaak- en rolnummer,

bepaalt dat de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht moet doen blijken of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding in dat bericht van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,

verwijst de zaak naar de rolzitting van 21 mei 2008 voor het nemen van een conclusie na deskundigenbericht aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak/eiser in de vrijwaring] of voor bepaling datum vonnis,

verstaat dat hoger beroep van dit vonnis (behoudens het provisioneel deel ervan) alleen mogelijk is tegelijk met dat van het eindvonnis,

houdt iedere verdere beslissing aan,

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Boon en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2008.