Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BC3684

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
04-02-2008
Datum publicatie
06-02-2008
Zaaknummer
165685
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Eisers als zaakwaarnemers niet ontvankelijk verklaard in het in kort geding gevorderde kapverbod; ten overvloede overweegt de voorzieningenrechter dat de stellingen van eisers onvoldoende grondslag bieden voor het oordeel dat de gemeente jegens hen onrechtmatig handelt, onder meer omdat de gemeente er van uit mocht gaan dat de Commissie van Beheer vertegenwoordigingsbevoegd was namens de Geërfden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 165685 / KG ZA 08-48

Vonnis in kort geding van 4 februari 2008

in de zaak van

1. [eisers]

allen wonende te [woonplaats],

eisers,

procureur en advocaat mr. H. van Ravenhorst te Arnhem,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE GEMEENTE RHEDEN,

gevestigd te De Steeg,

gedaagde,

advocaat mr. D.R. Sonneveldt te Arnhem.

Partijen zullen hierna [eisers] c.s. en de Gemeente genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eisers] c.s.

- de pleitnota van de Gemeente.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Bij notariële schenkingsakte van 21 januari 1921 hebben de Geërfden van Velp (hierna: de Geërfden) ten behoeve en in het algemeen belang van het dorp Velp onder voorwaarden aan de gemeente Rheden geschonken ‘onderscheidene percelen heidegrond met daarop staande bomen en wegen onder Rosendaal, bij het kadaster der Gemeente Rosendaal bekend in Sectie A, B, C enz.’ (hierna: het Rozendaalse Veld). In die voorwaarden wordt onder meer het volgende bepaald:

Artikel 1

Het bij deze geschonken onroerend goed moet als openbaar, voor het publiek toegankelijk terrein, blijven bestaan.

Artikel 2

De gemeente Rheden mag echter op het zuidelijke gedeelte van die onroerende goederen, welke gedeeltelijk begrensd wordt door een lijn, getrokken van de noordelijke grens der Worth-Rhedensche Zandverstuiving, alle zoodanige beplantingen en veranderingen aanbrengen als zij zal goedvinden, doch zal ten allen tijde moeten zorgen, dat minstens drie strooken grond, ieder breed twintig Meter, blijven liggen als toegangswegen voor schapen naar de achterheide.

Artikel 3

Het overige van die gronden moet daarentegen in den tegenwoordigen staat en toestand blijven liggen.

Artikel 4

Alleen met goedkeuring van de Geërfden van het dorp VELP kunnen in de bepalingen van de artikelen 1 en 3 zoodanige wijzigingen aangebracht worden als de gemeente RHEDEN zal voorstellen.

Voor deze goedkeuring zal vereischt worden twee/derde der stemmen, uitgebracht in eene algemeene vergadering van bedoelde geërfden, welke vergadering belegd zal moeten worden door het Bestuur der Geërfden (…).

(…)

Artikel 6

Het Bestuur van de Geërfden van het dorp VELP behoudt zich tot één Januari negentien honderd vijftig de vrije beschikking over de boomen, staande op de geschonken onroerende goederen ten noorden van de in artikel 2 vermelde lijn.

De boomen, welke ten zuiden van die lijn staan, mogen door de gemeente RHEDEN niet opgeruimd worden, voordat door nieuwe aanplanting het stuifzand van de Rosendaalsche heide is vastgelegd.

2.2. Het Rozendaalse Veld is een natuurgebied gelegen aan de zuidkant van de Veluwezoom, even ten noorden van de dorpen Velp en Rheden. Het Rozendaalse Veld beslaat zo’n 550 hectare. Onderdeel van het Rozendaalse Veld is het Rozendaalse Zand, dat zo’n 32 hectare beslaat. Bij de schenking is onderscheid gemaakt tussen het zuidelijke gedeelte van het Rozendaalse Veld en het noordelijke gedeelte daarvan. De scheidslijn tussen beide gedeelten loopt van het zuidwesten naar het noordoosten van het Rozendaalse Veld. Het Rozendaalse Zand ligt in het zuidelijke gedeelte.

2.3. [eisers] c.s. zijn Geërfden van het dorp Velp. In artikel 1 van het op 23 juli 1926 in werking getreden ‘Reglement van het beheer over de weide-, bouw-, en heidegronden en verdere bezittingen toebehorende aan de Geërfden van het dorp Velp’ (hierna: het Reglement) is bepaald dat Geërfden van het dorp Velp zijn zij die naar burgerlijk recht eigenaren zijn van vaste goederen gelegen in het dorp Velp.

2.4. Artikel 2 van het Reglement bepaalt dat de Commissie van Beheer (hierna: de CvB) uit negen leden bestaat, die Geërfden en in het bezit hunner burgerrechten zijn. Ingevolge artikel 9 van dat Reglement heeft de CvB de opdracht om zorg te dragen voor het bestuur van de gelden en de gronden in het algemeen belang van de Geërfden. De CvB legt blijkens artikel 10 van het Reglement jaarlijks in de vergadering van Geërfden rekening en verantwoording af, onder meer van het gehouden beheer in het afgelopen boekjaar. In artikel 10 van het Reglement is het volgende bepaald:

“De Commissie van Beheer is niet bevoegd de volgende handelingen uit te voeren, zonder dat in eene algemeene vergadering van Geërfden met 2/3 der stemmen der aanwezigen hiertoe besloten is:

a. Het koopen of verkoopen, vervreemden, bezwaren, in erfpacht geven of verdeelen van onroerende goederen.

b. Het afschrijven van gelden van het Grootboek.

c. Het aanleggen van processen of verweren in rechten.

d. Het verleenen van vergunning om woningen of hutten op de gronden der Geërfden te plaatsen.”

2.5. In 1997 hebben de gemeente Rheden en de CvB een ‘Convenant Rozendaalse Veld’ (hierna: het Convenant) gesloten, om hun onderlinge relatie ten behoeve van het Rozendaalse Veld nader te regelen. Uit de preambule volgt dat dit Convenant niet in de plaats treedt van de akte uit 1921 maar een praktische vertaling vormt van de actuele verhoudingen en vooral dient als kader voor vruchtbaar overleg en samenwerking. De bepalingen van dit Convenant luiden als volgt:

1. De Gemeente is als eigenaar van het Rozendaalse Veld verantwoordelijk voor onderhoud en beheer.

2. De Gemeente Rheden erkent de Geërfden van Velp als participant in het overleg over de toekomst, het onderhoud en het beheer van het Rozendaalse Veld.

3. De Geërfden van Velp voelen zich, op grond van hun historische relatie, mede verantwoordelijk voor de toekomst van het Rozendaalse Veld. Waar mogelijk demonstreren zij dat door een morele en een materiële betrokkenheid.

4. De Gemeente Rheden zal de Geërfden op voorhand, tijdig en voortdurend betrekken bij zaken die ten nauwste verband houden met het onderhoud en beheer van het Rozendaalse veld. Dit geldt zowel ten aanzien van beleidsvoornemens over de toekomst van dit natuurgebied, als voor de lopende zaken die uit het beheer voortvloeien.

5. Een keer per jaar vindt een algemene schouw plaats van het Rozendaalse Veld. De Commissie van Beheer van de Geërfden zal jaarlijks als gastheer optreden.

6. Voor specifieke kwesties die niet in dit Convenant zijn geregeld geldt dat beide partijen zich houden aan het uitgangspunt van tijdig overleg.

2.6. Sinds 2004 staan de Geërfden ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als een vereniging met beperkte bevoegdheid. Er zijn negen bestuurders geregistreerd, die samen de CvB vormen.

2.7. In 2005 heeft de Gemeente het plan opgevat om op het Rozendaalse Zand de oorspronkelijke zandverstuiving in ere te herstellen. Daarvoor is windwerking en voldoende onbegroeid fijnzand noodzakelijk. Deskundigen hebben geadviseerd om ongeveer 19 hectare bos en opslag te verwijderen en van nog eens 20 hectare de bovenste laag vegetatie af te voeren (het zogenaamde ‘plaggen’). De Gemeente heeft het plan tot herstel van het stuifzand in de jaarlijkse algemene vergaderingen van de Geërfden van Velp van 2005, 2006 en 2007 aan de orde gesteld. In 2005 is daar een onderzoek aangekondigd, in 2006 is gemeld dat dat onderzoek gaande was en in 2007 is gerapporteerd dat uit het ingestelde onderzoek was gebleken dat het terugbrengen van het stuifzand als kansrijk moest worden aangemerkt. De notulen van de vergadering van Geërfden gehouden in maart 2007 vermelden dat het project tot het in ere herstellen van het stuifzand in de loop van 2007 verder in kaart zal worden gebracht.

2.8. Bij brief van 24 augustus 2007 heeft de Gemeente aan het Bestuur van de Geërfden van Velp, dus de CvB, (onder meer) het volgende geschreven:

“Al enkele jaren wordt gesproken over het herstel van het Rozendaalse Zand. (…)

De conclusie van het vooronderzoek (…) is dat duurzaam herstel van het stuifzandlandschap ter plaatse kansrijk is. Zoals u weet is de subsidiebeschikking van het Ministerie van LNV ontvangen en zou de Gemeente Rheden graag tot uitvoering overgaan.

Meerdere keren zijn de Geërfden geïnformeerd, zowel in de Algemene vergadering als op de jaarlijkse Heideschouw. Daar is geen negatieve houding ontvangen op de plannen. Toch vraag ik u om schriftelijk uw reactie kenbaar te maken op het plan om het stuifzand te herstellen.

(…)”

2.9. Bij brief van 9 oktober 2007 heeft de CvB hierop als volgt gereageerd:

“In reactie op uw bovenvermelde brief meld ik u dat de Commissie van Beheer van de Geërfden van Velp instemt met het herstel van het Rozendaalse zand.

(…) In de schenkingsakte van 1920, waarmee de Geërfden het Rozendaalse Veld schonken aan de gemeente Rheden, is onder artikel 6 een zinsnede opgenomen die erop duidt dat in 1920 het stuifzand nog als een bedreiging werd gezien.

Hoewel de Geërfden van Velp hechten aan het verleden en tradities belangrijk vinden, meent de Commissie van Beheer dat in het geval van stuifzanden de omstandigheden zo veranderd zijn, dat we deze anders moeten beoordelen dan rond 1920. We zijn van mening dat het herstel van het stuifzand bijdraagt aan het zo breed mogelijk functioneren van het Rozendaalse veld.

We gaan ervan uit dat de gemeente erop toeziet dat het zand, na realisatie, niet ongebreideld kan uitbreiden. Verder vinden wij het van belang dat de communicatie rond dit project overvloedig en helder zal zijn. (….)”.

2.10. Vanaf augustus 2007 heeft de Gemeente onder andere via De Gelderlander, de Regiobode, het Streekjournaal, “In de Roos” en de Rhedenaar over het herstelproject bericht. Daarnaast heeft zij omstreeks oktober 2007 op het Rozendaalse Veld zelf informatiepanelen over het project ‘Eerherstel op het Rozendaalse Zand’ geplaatst.

2.11. Samen met het Instituut voor Natuureducatie (IVN) heeft de Gemeente voor geïnteresseerden op 1 december 2007 een excursie georganiseerd op het Rozendaalse Zand over het hoe en waarom van het in ere herstellen van het Rozendaalse Zand.

2.12. Op 9 december 2007 hebben 23 Geërfden zich tot de CvB gewend met het verzoek om op de kortst mogelijke termijn een buitengewone vergadering van Geërfden bijeen te roepen. Het doel van de vergadering was het bespreken van de goedkeuring van de CvB aan de Gemeente over het project. Deze vergadering heeft plaatsgevonden op 17 januari 2007. Ongeveer 60% van de daar aanwezigen was van mening dat de toestemming van de Geërfden noodzakelijk was voor de geplande bomenkap. De CvB heeft vervolgens verklaard zich op haar positie te willen beraden. Verdere besluitvorming is vervolgens uitgesteld tot de reeds geplande jaarvergadering op 27 februari 2008.

2.13. De Gemeente was voornemens op 28 januari 2008 met de hiervoor bedoelde kap van 19 hectare bos te beginnen, maar heeft verklaard de uitspraak van de voorzieningenrechter in dit kort geding af te wachten.

3. Het geschil

3.1. [eisers] c.s. vorderen samengevat - de Gemeente op straffe van een dwangsom te verbieden om, zolang de toestemming van de Geërfden ontbreekt, tot kap over te gaan van bedoelde 19 hectare bos, gelegen op het Rozendaalse Veld in de gemeente Rozendaal, zoals aangegeven op de aangehechte werkkaart van de gemeente, althans van het daarop met B1 aangeduide bosgebied. Daarnaast vorderen zij veroordeling van de Gemeente in de kosten van dit kort geding.

3.2. [eisers] c.s. leggen daaraan het volgende ten grondslag. De kap van de bomen is in strijd met de tweede zin van artikel 6 van de schenkingsvoorwaarden, omdat de Gemeente niet voornemens is het stuifzand met nieuwe beplanting vast te leggen, maar juist geen nieuwe beplanting wenst. Een dergelijke afwijking van de schenkingsvoorwaarden is alleen mogelijk ingevolge een daartoe strekkend besluit van de Geërfden met 2/3 van de uitgebrachte stemmen. Nu een dergelijk besluit ontbreekt, handelt de Gemeente jegens de Geërfden onrechtmatig door tot uitvoering van de kapwerkzaamheden over te gaan. Nu de CvB niet voornemens is, althans nalaat namens de Geërfden rechtsmaatregelen te nemen ter sauvering van de rechten van de Geërfden ingevolge de schenkingsvoorwaarden, zien [eisers] c.s. zich genoodzaakt om de belangen van de Geërfden te behartigen. Zij hebben daarbij een spoedeisend belang omdat de Gemeente voornemens is op 28 januari 2008 met de kap te beginnen en de uitkomst van de inhoudelijke besluitvorming in de algemene vergadering van de vergadering van 27 februari 2008 niet wil afwachten. Ter zitting hebben [eisers] c.s. uitdrukkelijk verklaard met hun vordering in dit kort geding niet hun individuele belangen te behartigen, maar op grond van zaakwaarneming de belangen te behartigen van dat deel van de Geërfden (een meerderheid van de aanwezigen), dat tijdens de vergadering van 17 januari 2007 van mening was dat de instemming met het plan van de Gemeente een besluit van de Geërfden met gekwalificeerde meerderheid vergt.

3.3. De Gemeente Rheden voert verweer. Kort samengevat stelt zij primair dat [eisers] c.s. niet bevoegd zijn tot het instellen van de onderhavige vordering. Het instituut ‘Geërfden van Velp’ draagt, gelet op haar organisatie, het karakter van een vereniging. Gelet op dit verenigingsrechtelijke karakter moet het er, analoog aan artikel 2:45 BW, voor worden gehouden dat alleen de CvB vertegenwoordigingsbevoegd is, bijvoorbeeld tot het voeren van deze procedure. Het Reglement biedt geen aanknopingspunt voor de individuele bevoegdheid van Geërfden. Nergens blijkt uit dat [eisers] c.s. op gezag of met goedkeuring van de vergadering van Geërfden handelen, in die zin dat die vergadering het bestuur wil ‘passeren’. Optreden als zaakwaarnemer in een rechtsgeding voor een groep ongenoemde personen is niet mogelijk. Duidelijk is dat niet alle Geërfden zich achter het standpunt van [eisers] c.s. scharen, dus is er geen sprake van belangenbehartiging van de gezamenlijke Geërfden. Subsidiair stelt de Gemeente dat de formele toestemming van de Geërfden niet is vereist voor de kap van de bomen en dat er geen sprake is van strijd met de schenkingsvoorwaarden. Ingevolge artikel 2 van de Schenkingsakte en blijkens het Convenant heeft de gemeente handelingsvrijheid ter zake van het zuidelijke gedeelte van het Rozendaalse Veld. Het bepaalde in artikel 6, tweede zin van de Schenkingsakte kan daaraan niet afdoen en is ondergeschikt aan het bepaalde in artikel 2 Schenkingsakte. Artikel 6, tweede zin, Schenkingsakte heeft in de huidige tijd zijn betekenis verloren, nu het stuifzand geen bedreiging meer vormt voor de omliggende vegetatie en de dorpen Velp en Rheden en hun landbouwgronden. Aan haar verplichting om de Geërfden op voorhand, tijdig en voortdurend te betrekken bij het onderhoud en beheer van het Rozendaalse Veld heeft de Gemeente ruimschoots voldaan. Bovendien vallen handelingen die mogelijk in strijd zijn met de Schenkingsakte niet onder de reikwijdte van artikel 10 van dat Reglement. Als het project nog verder wordt vertraagd kan dat vergaande financiële consequenties hebben. Het project moet dan mogelijk worden afgeblazen omdat het dan niet tijdig kan worden afgerond en de Gemeente in dat geval geen aanspraak meer heeft op de toegezegde subsidie van het ministerie van LVN.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

De ontvankelijkheid

4.1. [eisers] c.s. baseren hun vordering op zaakwaarneming. Zaakwaarneming is het zich willens en wetens en op redelijke grond inlaten met de behartiging van eens anders belang, zonder de bevoegdheid daartoe aan een rechtshandeling of een elders in de wet geregelde rechtsverhouding te ontlenen (artikel 6:198 BW). Voor zover optreden in een rechtsgeding bij wijze van zaakwaarneming al mogelijk is, kunnen [eisers] c.s. naar het oordeel van de voorzieningenrechter in het onderhavige geval op die grond niet worden ontvangen in hun vorderingen. Daartoe overweegt de voorzieningenrechter als volgt.

4.2. Van het grote aantal Geërfden (alle eigenaren van onroerend goed te Velp) waren er ongeveer 130 aanwezig op de algemene vergadering van 17 januari 2008. De groep aanwezigen die het tijdens de vergadering niet eens was met de wijze waarop de CvB had ingestemd met de plannen van de Gemeente - te weten, zonder voorafgaande goedkeuring daarvan in de algemene vergadering van Geërfden - is door [eisers] c.s. niet nader gedefinieerd. Daarmee is dus niet duidelijk wiens belangen [eisers] c.s. precies behartigen. Daarnaast is het niet duidelijk welk belang behartigd wordt. Bij pleidooi hebben [eisers] c.s. gerefereerd aan het besluit genomen in de vergadering van Geërfden op 17 januari 2008. Dat besluit ziet uitsluitend op de constatering dat de meerderheid van de aanwezige Geërfden het niet eens was met de handelwijze van de CvB en van oordeel is dat instemming met de kap een 2/3 meerderheid vereist. Het besluit om in te stemmen met de kap is echter niet in stemming gebracht. Evenmin is in stemming gebracht het besluit om de kwestie voor te leggen in kort geding op de wijze zoals [eisers] c.s. dat nu hebben gedaan. Daarmee is onvoldoende duidelijk of [eisers] c.s. wel optreden conform de (vermoedelijke) wil van de Geërfden namens wie zij stellen op te treden. In het algemeen is zaakwaarneming tegen de werkelijke of vermoedelijke wil van de belanghebbende niet mogelijk. [eisers] c.s. hebben onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het in dit kort geding gevorderde kapverbod overeenstemt met de vermoedelijke of werkelijke wil van deze groep. Daarmee is ook onvoldoende duidelijk of [eisers] c.s. wel een redelijke grond hebben, die hun initiatief om als zaakwaarnemer op te treden rechtvaardigt. Het voorgaande leidt ertoe dat [eisers] c.s. als zaakwaarnemers niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vorderingen.

4.3. Het is dan ook ten overvloede dat de voorzieningenrechter nog het volgende overweegt. De Gemeente heeft het op grond van de schenkingsvoorwaarden en het Convenant nuttig geacht om met betrekking tot de geplande bomenkap een reactie te vragen van de CvB. De CvB heeft vervolgens uitdrukkelijk ingestemd met de plannen, daarbij zelfs overwegend dat zij artikel 6 van de schenkingsvoorwaarden niet meer actueel acht omdat de stuifzanden geen bedreiging meer vormen voor de omgeving. De vraag of de Gemeente gehouden was die instemming te vragen, is daarmee zonder belang geworden.

4.4. De CvB heeft te gelden, gelijk ook door de [eisers] c.s. ter zitting is erkend, als het vertegenwoordigingsbevoegde orgaan van de Geërfden. Dat de Geërfden mogelijk niet geduid kunnen worden als een vereniging met beperkte bevoegdheid, doet daaraan niet af. De Gemeente mocht er dus vanuit gaan dat de CvB bij het geven van bedoelde instemming, sprak namens de gezamenlijke Geërfden. Het beroep van [eisers] c.s. op artikel 10 Reglement gaat reeds daarom niet op omdat dat artikel geen 2/3 meerderheid voorschrijft voor de instemming zoals hiervoor bedoeld. Juist omdat het Reglement eenvoudig aangepast kan worden zoals door [eisers] c.s. bij pleidooi gesteld, bestaat er voor de voorzieningenrechter geen aanleiding om dit Reglement zo breed uit te leggen als door [eisers] c.s. betoogd.

4.5. Dat een aantal Geërfden er tijdens de excursie op 1 december 2007 achter kwam dat de kap veel omvangrijker was dan zij tot dan toe dacht, zich daarom achteraf onvoldoende voorgelicht acht en bij nader inzien van mening is dat de CvB hun belangen in deze zaak niet goed heeft vertegenwoordigd, is een interne kwestie tussen die Geërfden en de CvB. Deze interne onenigheid regardeert de Gemeente niet.

4.6. De Gemeente heeft voldoende aannemelijk gemaakt waarom zij de uitkomst van de algemene vergadering van 27 februari 2008 niet kan afwachten. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het door [eisers] c.s. in dit kort geding aangevoerde naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter onvoldoende grondslag biedt voor het oordeel dat de Gemeente jegens deze Geërfden onrechtmatig handelt door uitvoering te geven aan geplande kapwerkzaamheden.

4.7. Als de in het ongelijk gestelde partijen zullen [eisers] c.s. worden veroordeeld in de proceskosten van de Gemeente in dit kort geding.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter,

5.1. verklaart [eisers] c.s. niet ontvankelijk,

5.2. veroordeelt [eisers] c.s. in de kosten van deze procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de Gemeente bepaald op € 251,-- wegens griffierecht en € 816,-- wegens salaris procureur.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J. Blaisse en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. E.A. Satijn op 4 februari 2008.