Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BC1837

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
15-01-2008
Datum publicatie
15-01-2008
Zaaknummer
163891
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

The Pipes and Drums vordert dat gedaagde wordt veroordeeld om zijn uniform en drum terug te geven aan The Pipes and Drums.

In geschil is wie de eigenares is van het uniform en de drum die gedaagde in bruikleen heeft ontvangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 163891 / KG ZA 07-788

Vonnis in kort geding van 15 januari 2008

in de zaak van

de vereniging

THE PIPES AND DRUMS OF THE ROYAL BRITISH LEGION, NETHERLANDS,

gevestigd te Voorthuizen, gemeente Barneveld,

eiseres,

procureur mr. E.N. Mulder,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. J.M. Jetten te Barneveld.

Partijen worden hierna The Pipes and Drums en [gedaagde] genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van The Pipes and Drums

- de pleitnota van [gedaagde].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. The Pipes and Drums is op 26 maart 2001 naar Nederlands recht opgericht en staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel voor Veluwe en Twente onder nummer 8097412. Op grond van haar statuten heeft The Pipes and Drums een doedelzak- en drumband (hierna: pipeband) gevormd, bestemd om de Britse organisatie Royal British Legion (hierna: RBL) te ondersteunen door deelname aan herdenkingen, parades en andere muzikale manifestaties. RBL is in 1921 opgericht om (financiële) steun te geven aan Britse oorlogsveteranen en hun gezinnen. In Nederland heeft RBL een aantal ‘branches’ waaronder The Royal British Legion, Amsterdam Branche (hierna: RBL Amsterdam).

2.2. [gedaagde] is lid van RBL Amsterdam. Na oprichting van The Pipes and Drums is hij ook daar lid van geworden. In 2002 heeft [gedaagde] een uniform in bruikleen gekregen en in 2005 een drum. Op dat uniform en die drum staan onder andere merktekens van RBL en het embleem van RBL.

2.3. In 2006 is onenigheid ontstaan binnen The Pipes and Drums. Dit heeft ertoe geleid dat een aantal leden van The Pipes and Drums, waaronder [gedaagde], een eigen pipeband heeft gevormd, te weten The Pipes and Drums of the Royal British Legion, Amsterdam Branch (hierna: The Pipes and Drums Amsterdam).

2.4. The Pipes and Drums mag van RBL en/of RBL Amsterdam geen gebruik meer maken van de naam, de merktekens en het embleem van RBL. The Pipes and Drums Amsterdam mag dat wel van RBL en/of RBL Amsterdam.

2.5. [gedaagde] is inmiddels geen lid meer van The Pipes and Drums. The Pipes and Drums heeft hem gesommeerd zijn uniform en drum in te leveren bij The Pipes and Drums. [gedaagde] weigert dat.

3. Het geschil

3.1. The Pipes and Drums vordert – samengevat – dat [gedaagde] bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis op straffe van een dwangsom wordt veroordeeld om zijn uniform en drum terug te geven aan The Pipes and Drums, met veroordeling van [gedaagde] in de buitengerechtelijke kosten en in de proceskosten. The Pipes and Drums legt aan de vordering tot afgifte van het uniform en de drum ten grondslag dat zij eigenares is van die zaken. Voor vergoeding van de buitengerechtelijke kosten voert The Pipes and Drums aan dat haar procureur herhaaldelijke bij brief en in gesprek [gedaagde] heeft gesommeerd om de zaken terug te geven. The Pipes and Drums stelt een spoedeisend belang bij de zaken te hebben omdat die door een of meer nieuwe leden gebruikt moeten gaan worden bij optredens die binnenkort worden gehouden.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het spoedeisend belang van The Pipes and Drums bij de vorderingen blijkt voldoende uit haar stellingen.

4.2. In geschil is wie de eigenares is van het uniform en de drum die [gedaagde] in bruikleen heeft ontvangen. The Pipes and Drums stelt dat die zaken haar eigendom zijn. [gedaagde] neemt het standpunt in dat de eigendom ervan berust bij RBL en/of RBL Amsterdam. Om te beoordelen van wie de spullen zijn, is van belang aan wie zij zijn verkocht en geleverd. Voorshands is het aannemelijk dat, zoals The Pipes and Drums stelt, dat aan haar is geschied. Daartoe wordt overwogen dat in de overgelegde stukken de namen staan vermeld van één of meer leden van het bestuur dat The Pipes and Drums had toen de bewuste zaken in bruikleen zijn gegeven aan [gedaagde] en dat in de stukken ook het genoemde registratienummer van The Pipes and Drums bij de Kamer van Koophandel voorkomt. Voorts heeft meegewogen dat [gedaagde] ter zitting heeft verklaard dat hij het uniform en de drum in bruikleen heeft ontvangen van The Pipes and Drums.

4.3. Het verweer van [gedaagde] dat het uniform en de drum weliswaar door

The Pipes and Drums in bruikleen zijn gegeven maar dat die eigendom zijn van RBL en/of RBL Amsterdam omdat die spullen zijn aangekocht met gelden die verkregen zijn door gebruik te maken van de naam en het merk van RBL slaagt niet. Het valt niet in te zien hoe RBL en/of RBL Amsterdam op grond van het handelsnaam- en merkrecht de eigendom kan verwerven van zaken waarop haar naam, merktekens en embleem staat.

4.4. Ook faalt het beroep dat [gedaagde] doet op het retentierecht. Niet alleen heeft [gedaagde] tegenover de gemotiveerde betwisting van The Pipes and Drums onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij een geldvordering heeft op The Pipes and Drums voor door hem betaalde vliegtickets, een – gelet op de waarde ervan, klein – onderdeel van het uniform en een borgsom, maar het is ook is niet duidelijk of er tussen die gestelde vordering enerzijds en de vordering tot afgifte van het uniform en de drum anderzijds voldoende samenhang bestaat voor het achterhouden van het uniform en de drum.

4.5. Op grond van het vorenstaande zal de vordering tot afgifte van het uniform en de drum dan ook worden toegewezen, met dien verstande dat de termijn waarbinnen [gedaagde] de zaken kan inleveren zonder een dwangsom te verbeuren, verlengd zal worden zoals hierna vermeld. De dwangsom zal worden beperkt als volgt.

4.6. Ook de vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten zal worden toegewezen. Uit de overgelegde stukken blijkt voldoende dat de procureur van The Pipes and Drums in brieven aan en in een of meer gesprekken met [gedaagde] heeft geprobeerd om buiten rechte het uniform en de drum terug te krijgen. Overeenkomstig Rapport Voor-Werk II zal een bedrag van € 375,00 aan buitengerechtelijke kosten worden toegekend. Dat is 15% van de gezamenlijke vervangingwaarde van het uniform en de drum, die volgens partijen € 2.500,00 bedraagt.

4.7. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van The Pipes and Drums worden begroot op:

- dagvaarding € 84,31 (inclusief BTW)

- vast recht 251,00

- salaris procureur 816,00

Totaal € 1.151,31

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. beveelt [gedaagde] binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de navolgende zaken terug te bezorgen bij The Pipes and Drums of The Royal British Legion, Netherlands, statutair gevestigd te Voorthuizen, bekend in het register van de Kamer van Koophandel onder nummer 8097412:

Uniform (onderdelen):

- Doublet (jasje),

- Trews (Schots geruite broek),

- Crossbelt Buckle (gesp),

- Waisbelt (koppel),

- Waisbelt Buckle (gesp),

- Drummers Cord Yellow,

Instrument (met bijbehoren):

- Premier Hosbilt 16x12” tenordrum,

- Tenordrumkoffer,

- Tyfry Tenorsticks (drumstokken),

5.2. bepaalt dat [gedaagde] voor iedere dag dat hij in strijd handelt met het

onder 5.1. bepaalde, aan The Pipes and Drums een dwangsom verbeurt van € 250,00,

tot een maximum van € 3.000,00,

5.3. veroordeelt [gedaagde] om ter vergoeding van buitengerechtelijke kosten een bedrag van € 375,00 te betalen aan The Pipes and Drums,

5.4. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van The Pipes and Drums tot op heden begroot op € 1.151,31,

5.5. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.6. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.L.J.C van Emden-Geenen en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M.J. Daggenvoorde op 15 januari 2008.