Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2008:BC1715

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
04-01-2008
Datum publicatie
11-01-2008
Zaaknummer
164563/JE RK 07-17205
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

RECHTBANK ARNHEM

Sector Familie en Jeugd

Zaak-/rekestnummer: 164563 / JE RK 07-17205

beschikking van de kinderrechter van 4 januari 2008

inzake

het op 20 december 2007 ingediende verzoekschrift van de STICHTING BUREAUS JEUGDZORG GELDERLAND, mede kantoorhoudende te Ede, tot verlening van een machtiging tot spoeduithuisplaatsing in een voorziening voor gesloten jeugdzorg van:

de minderjarige, geboren op 6 oktober 1990 te X,

De kinderrechter merkt naast de minderjarige als belanghebbenden aan:

- de moeder

- de vader

Het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door de moeder.

Het procesverloop

De minderjarige is ondertoezicht gesteld van de STICHTING BUREAUS JEUGDZORG GELDERLAND, mede kantoorhoudende te Ede. De ondertoezichtstelling loopt tot 29 maart 2008. Het plan van aanpak en het verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling zijn bij het verzoekschrift overgelegd. De machtiging tot spoeduithuisplaatsing in een justitiële jeugdinrichting wordt verzocht voor de duur van 6 maanden in het belang van de verzorging en de opvoeding van de minderjarige.

Aangezien de stichting een machtiging heeft verzocht tot plaatsing van de minderjarige in een justitiële jeugdinrichting, is aan de minderjarige als raadsvrouwe toegevoegd

mr. S.A. van der Heiden, advocate te Wageningen.

Bij beschikking van 21 december 2007 verleende de kinderrechter reeds een machtiging tot plaatsing van de minderjarige in een justitiële jeugdinrichting, met ingang van 24 december 2007 voor de duur van vier weken en heeft de kinderrechter de beslissing voor het overige aangehouden.

Op 4 januari 2008 heeft de kinderrechter de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord daarbij:

- de minderjarige

- de vader

- de moeder

- een vertegenwoordiger van de stichting.

Vaststellingen en overwegingen

Alle belanghebbenden stemmen in met het verzoek van de stichting en de aangevoerde gronden. De minderjarige staat geregistreerd bij Bureau Jeugdzorg als ‘hoog-risico zaak’omdat de zorgen zeer groot zijn en de minderjarige zich aan iedere vorm van hulp onttrekt. Adequate hulp kan het best geboden worden in een psychiatrische behandelsetting, maar de gezinsvoogd krijgt de minderjarige niet via een gedwongen plaatsing opgenomen. De minderjarige is niet gemotiveerd voor een vrijwillige opname en een diagnose ontbreekt. Voor een leefgroep of reguliere crisisopvang zijn te veel contra-indicaties, zoals drugsgebruik, automutilatie en een gebrek aan dagbesteding.

Gelet op artikel VII lid 1 van de wet van 20 december 2007, houdende wijziging van de Wet op de jeugdzorg met betrekking tot jeugdzorg waarop aanspraak bestaat ingevolge de wet in gesloten setting (gesloten jeugdzorg), Stbl. 2007, 578, geldt een verzoek om een machtiging als bedoeld in artikel 261, vijfde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, met ingang van dat tijdstip als een verzoek om een machtiging als bedoeld in artikel 29b van de Wet op de jeugdzorg.

Op grond van de verkregen inlichtingen is de kinderrechter van oordeel dat gelet op het bepaalde in artikel 29b lid 3 van de Wet op de jeugdzorg, de uithuisplaatsing in een voorziening voor gesloten jeugdzorg van de minderjarige vereist is wegens ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die haar ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien is deze uithuisplaatsing noodzakelijk om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de zorg die de minderjarige nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken.

Gelet op de ernst van de problematiek is het zaak om zo spoedig mogelijk, vóór het verlopen van de ondertoezichtstelling eind maart 2008, middels een persoonlijkheidsonderzoek zicht te krijgen op de minderjarige en de meest passende vorm van hulpverlening. De kinderrechter overweegt tenslotte dat het uitermate zorgelijk is dat de minderjarige wellicht pas over enkele weken geplaatst kan worden, terwijl zij automutileert, angstig is en veel gedachten heeft over dood willen zijn.

Daar de ondertoezichtstelling loopt tot 29 maart 2008, wordt de machtiging tot uithuisplaatsing tot dat tijdstip verleend.

BESLISSING

De kinderrechter:

- verleent een machtiging tot plaatsing van de minderjarige, in een voorziening voor gesloten jeugdzorg, overeenkomstig het indicatiebesluit van 14 december 2007 tot uiterlijk 29 maart 2008;

- wijst het meer of anders verzochte af;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven door mr. G.W. Brands-Bottema, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2008 in tegenwoordigheid van A. Veening als griffier.

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te Arnhem door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.

Wetsverwijzingen
Wet op de jeugdzorg 29b
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector Familie en Jeugd

Zaak-/rekestnummer: 164563 / JE RK 07-17205

beschikking van de kinderrechter van 4 januari 2008

inzake

het op 20 december 2007 ingediende verzoekschrift van de STICHTING BUREAUS JEUGDZORG GELDERLAND, mede kantoorhoudende te Ede, tot verlening van een machtiging tot spoeduithuisplaatsing in een voorziening voor gesloten jeugdzorg van:

de minderjarige, geboren op 6 oktober 1990 te X,

De kinderrechter merkt naast de minderjarige als belanghebbenden aan:

- de moeder

- de vader

Het ouderlijk gezag wordt uitgeoefend door de moeder.

Het procesverloop

De minderjarige is ondertoezicht gesteld van de STICHTING BUREAUS JEUGDZORG GELDERLAND, mede kantoorhoudende te Ede. De ondertoezichtstelling loopt tot 29 maart 2008. Het plan van aanpak en het verslag van het verloop van de ondertoezichtstelling zijn bij het verzoekschrift overgelegd. De machtiging tot spoeduithuisplaatsing in een justitiële jeugdinrichting wordt verzocht voor de duur van 6 maanden in het belang van de verzorging en de opvoeding van de minderjarige.

Aangezien de stichting een machtiging heeft verzocht tot plaatsing van de minderjarige in een justitiële jeugdinrichting, is aan de minderjarige als raadsvrouwe toegevoegd

mr. S.A. van der Heiden, advocate te Wageningen.

Bij beschikking van 21 december 2007 verleende de kinderrechter reeds een machtiging tot plaatsing van de minderjarige in een justitiële jeugdinrichting, met ingang van 24 december 2007 voor de duur van vier weken en heeft de kinderrechter de beslissing voor het overige aangehouden.

Op 4 januari 2008 heeft de kinderrechter de zaak ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld.

Gehoord daarbij:

- de minderjarige

- de vader

- de moeder

- een vertegenwoordiger van de stichting.

Vaststellingen en overwegingen

Alle belanghebbenden stemmen in met het verzoek van de stichting en de aangevoerde gronden. De minderjarige staat geregistreerd bij Bureau Jeugdzorg als ‘hoog-risico zaak’omdat de zorgen zeer groot zijn en de minderjarige zich aan iedere vorm van hulp onttrekt. Adequate hulp kan het best geboden worden in een psychiatrische behandelsetting, maar de gezinsvoogd krijgt de minderjarige niet via een gedwongen plaatsing opgenomen. De minderjarige is niet gemotiveerd voor een vrijwillige opname en een diagnose ontbreekt. Voor een leefgroep of reguliere crisisopvang zijn te veel contra-indicaties, zoals drugsgebruik, automutilatie en een gebrek aan dagbesteding.

Gelet op artikel VII lid 1 van de wet van 20 december 2007, houdende wijziging van de Wet op de jeugdzorg met betrekking tot jeugdzorg waarop aanspraak bestaat ingevolge de wet in gesloten setting (gesloten jeugdzorg), Stbl. 2007, 578, geldt een verzoek om een machtiging als bedoeld in artikel 261, vijfde lid, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, met ingang van dat tijdstip als een verzoek om een machtiging als bedoeld in artikel 29b van de Wet op de jeugdzorg.

Op grond van de verkregen inlichtingen is de kinderrechter van oordeel dat gelet op het bepaalde in artikel 29b lid 3 van de Wet op de jeugdzorg, de uithuisplaatsing in een voorziening voor gesloten jeugdzorg van de minderjarige vereist is wegens ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die haar ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien is deze uithuisplaatsing noodzakelijk om te voorkomen dat de minderjarige zich aan de zorg die de minderjarige nodig heeft zal onttrekken of daaraan door anderen zal worden onttrokken.

Gelet op de ernst van de problematiek is het zaak om zo spoedig mogelijk, vóór het verlopen van de ondertoezichtstelling eind maart 2008, middels een persoonlijkheidsonderzoek zicht te krijgen op de minderjarige en de meest passende vorm van hulpverlening. De kinderrechter overweegt tenslotte dat het uitermate zorgelijk is dat de minderjarige wellicht pas over enkele weken geplaatst kan worden, terwijl zij automutileert, angstig is en veel gedachten heeft over dood willen zijn.

Daar de ondertoezichtstelling loopt tot 29 maart 2008, wordt de machtiging tot uithuisplaatsing tot dat tijdstip verleend.

BESLISSING

De kinderrechter:

- verleent een machtiging tot plaatsing van de minderjarige, in een voorziening voor gesloten jeugdzorg, overeenkomstig het indicatiebesluit van 14 december 2007 tot uiterlijk 29 maart 2008;

- wijst het meer of anders verzochte af;

- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beslissing is gegeven door mr. G.W. Brands-Bottema, kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 4 januari 2008 in tegenwoordigheid van A. Veening als griffier.

Tegen deze uitspraak kan beroep worden ingesteld door indiening van een beroepschrift bij het gerechtshof te Arnhem door verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze uitspraak is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van deze uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening van de uitspraak of nadat de uitspraak hun op andere wijze bekend is geworden.