Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BK4233

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
27-12-2007
Datum publicatie
24-11-2009
Zaaknummer
518409 AZ VERZ 07-7660
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzoekende partij niet-ontvankelijk in haar verzoek ex art. 7:304 lid 2 BW nu tussen partijen voor het indienen van het verzoekschrift wel overeenstemming bestaat over te benoemen deskundige maar niet over ingangsdatum aangepaste huurprijs. Voor vaststellen ingangsdatum aangepaste huurprijs is art. 7:303 BW geschreven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Arnhem

zaakgegevens 518409 \ AZ VERZ 07-7660 \ HK/198/HK

uitspraak van 27 december 2007

Beschikking

in de zaak van

de besloten vennootschap Ahold Vastgoed B.V.

gevestigd te Zaandam

verzoekende partij

gemachtigde mr. P.F.P. Nabben

en

de naamloze vennootschap Interpolis Onroerend goed N.V.

gevestigd te Tilburg

verwerende partij

gemachtigde mr. A.H.A.J.M. Nouwen

Partijen worden hierna Ahold en Interpolis genoemd.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit

- het verzoekschrift van 11 december 2007 met producties

- het verweerschrift met producties

- de producties van de kant van Ahold en Interpolis ten behoeve van de mondelinge behandeling

- de mondelinge behandeling op 19 december 2007.

-

De vaststaande feiten

Ahold huurt van Interpolis de bedrijfsruimte aan de [adres]. De huurovereenkomst is ingegaan op 1 januari 1993 voor de duur van 10 jaar en daarna verlengd met vijf jaar.

Ahold heeft een rapport overgelegd van [bedrijf A] van 20 juni 2006. Interpolis heeft een rapport overgelegd van [bedrijf B] van april 2007. Het rapport van [bedrijf A] noemt een huurprijs van € 127,00 per m2 bvo, het rapport van [bedrijf B] een huurprijs van € 156,00 per m2 bvo.

Op 29 augustus 2007 schrijft de gemachtigde van Ahold aan de gemachtigde van Interpolis: ´Vriendelijk dank voor uw brief van 27 augustus jl., naar aanleiding daarvan stelde ik bijgaand concept op voor een gezamenlijk verzoek aan de Bedrijfshuuradviescommissie in Arnhem. Met verwijzing naar de brief dd. 3 oktober 2006 van [bedrijf A] aan [bedrijf B], zal 1 augustus 2006 gelden als de dag waarop de nader vast te stellen huurprijs zal ingaan.

Graag verneem ik of u met het voorgaande kunt instemmen….”

In antwoord daarop schrijft de gemachtigde van Interpolis op 30 augustus 2007 dat de nader vast te stellen huurprijs eerst geldt met ingang van de dag waarop deze is gevorderd. Bij aanpassing van de concept opdracht aan de huurcommissie kan gezamenlijke opdracht worden gegeven.

Op 31 augustus 2007 schrijft de gemachtigde van Ahold aan Interpolis dat ïndien Interpolis akkoord gaat met de ingangsdatum voor de nieuwe huurprijs op 1 september 2007, zal een gezamenlijke opdracht aan de bedrijfshuuradviescommissie gegeven kunnen worden. Indien Interpolis stelt dat die huurprijs pas kan ingaan als het advies er al ligt, heeft cliënte er natuurlijk belang bij om dan maar een verzoek in te dienen tot benoeming van een deskundige teneinde zich daarmee te verzekeren van een ingangsdatum in september 2007”

Op 4 september 2007 schrijft de gemachtigde van Interpolis dat aan het benoemen van deskundigen volledige medewerking zal worden verleend.

Het verzoek en het verweer

Ahold verzoekt de kantonrechter de Bedrijfshuuradviescommissie van de Kamer van koophandel te Arnhem te benoemen en haar op te dragen een advies op te stellen en uit te brengen omtrent de nadere huurprijs met betrekking tot de bedrijfsruimte [adres], uitgaande van huurprijswijziging per 1 augustus 2006 en een referentieperiode van vijf jaar daaraan voorafgaand en voorts een zelfde berekening te maken uitgaande van huurprijswijziging per heden, kosten rechtens.

Interpolis verzoekt de kantonrechter Ahold niet ontvankelijk te verklaren in het verzoek. Zij stelt dat Interpolis heeft ingestemd met de BHAC als deskundige. Er is dus wel overeenstemming als bedoeld in artikel 7:304 lid 2 BW. Dit artikel is niet bedoeld om een ingangsdatum voor een eventuele nieuwe huurprijs te fixeren.

De ontvankelijkheid van het verzoek

Artikel 304 lid 2 bepaalt dat in het geval partijen geen overeenstemming bereiken over de benoeming van een deskundige betreffende een nadere huurprijsvaststelling, deze op verzoek van een der partijen door de rechter wordt benoemd.

In dat geval geldt de dag van dat verzoek als de dag waarop de vordering tot nadere vaststelling van de huurprijs is ingesteld. Dat is van belang in verband met de ingangsdatum van de nieuwe huurprijs.

Uit de hierboven onder de feiten aangehaalde correspondentie tussen partijen blijkt dat partijen het over de benoeming van de BHAC als deskundige volledig eens waren. De brief van 4 september 2007 van de gemachtigde van Interpolis aan de gemachtigde van Ahold laat daarover geen enkel misverstand bestaan. Dat partijen uiteindelijk geen gezamenlijke opdracht hebben gegeven aan de BHAC is uitsluitend het gevolg van de omstandigheid dat partijen het niet eens waren over de ingangsdatum van de nader vast te stellen huurprijs.

Artikel 7:304 lid 2 BW is echter niet bedoeld om een ingangsdatum voor een nadere huurprijs vast te leggen. Die discussie hoort thuis in de procedure waarin de nadere huurprijs wordt vast gesteld door de rechter. In die procedure heeft de wetgever ook de ruimte geschapen om op grond van de bijzondere omstandigheden van het geval een nadere ingangsdatum vast te stellen dan de dag waarop de vaststelling van de huurprijs is gevorderd.

De omstandigheid dat, zoals is bepaald in artikel 7:303 lid 2, de referentie periode van vijf jaar vooraf gaat aan de dag van het instellen van de vordering, betekent nog niet dat partijen bij de gezamenlijke benoeming van deskundigen dus ook overeenstemming dienen te hebben over de ingangsdatum van de nieuwe huurprijs.

Gezien het voorgaande zal het verzoek van Ahold niet ontvankelijk worden verklaard.

Als de in het ongelijk gestelde partij zal Ahold in de kosten van deze procedure worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter,

verklaart Ahold niet ontvankelijk in haar verzoek;

veroordeelt Ahold in de kosten van deze procedure aan de kant van Interpolis begroot op € 300,00 voor salaris gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. H.P.M. Kester en in het openbaar uitgesproken op 27 december 2007.