Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BJ2759

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
16-10-2007
Datum publicatie
15-07-2009
Zaaknummer
AWB 07/2242
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bezwaar is ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Belastingblad 2009/1156 met annotatie van Redactie
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 07/2242

Uitspraakdatum: 16 oktober 2007

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[X], wonende te [Z], eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [P], verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft aan eiser met dagtekening 30 november 2006 over het jaar 2004 een aanslag onroerende zaakbelasting gebruiker (aanslagnummer [.] opgelegd van

€ 990,88.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 18 april 2007 het bezwaar niet ontvankelijk verklaard en de aanslag gehandhaafd.

Eiser heeft daartegen bij brief van 29 mei 2007, ontvangen bij de rechtbank op 1 juni 2007, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 oktober 2007 te Arnhem.

Eiser is daar verschenen, bijgestaan door zijn broer [B]. Verweerder is met kennisgeving aan de rechtbank, te weten een faxbericht van 1 oktober 2007, niet verschenen.

2. Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast.

Verweerder heeft aan eiser over het jaar 2004 een aanslag onroerende zaakbelasting opgelegd voor het gebruik van het pand aan de [a straat 1] te [P]. Dagtekening van de aanslag is 30 november 2006. Eiser heeft hiertegen bij brief van 9 februari 2007 bezwaar ingediend.

Ter zitting is namens eiser verklaard dat eiser in maart 2006 een hersenbloeding heeft gehad, dat hij na zijn verblijf in het ziekenhuis vervolgens enige tijd in revalidatiecentrum [B]l is opgenomen en ten tijde van bekendmaking van de aanslag inwoonde bij de echtgenoot van zijn overleden moeder aan de [b straat 1] te [Z]. De aanslag onroerende zaakbelasting gebruiker is naar dit adres gezonden. Eisers oom, een broer van zijn moeder, heeft op zich genomen eisers administratie te verzorgen doch is daarbij ernstig in gebreke gebleven en heeft eisers belangen nog meer geschaad. Eisers broer, [B], heeft omstreeks begin februari 2007 moeten vaststellen dat er een stapel administratie lag waarop geen enkele actie was ondernomen en heeft toen getracht orde op zaken te stellen. Daartoe behoorde ook het indienen van onderhavig bezwaar.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 18 april 2007 het bezwaar wegens niet tijdige indiening niet ontvankelijk verklaard.

3. Geschil

In geschil is het antwoord op de vraag of verweerder het bezwaar van eiser terecht niet ontvankelijk heeft verklaard.

4. Beoordeling van het geschil

Ingevolge artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift zes weken.

Deze termijn vangt ingevolge artikel 22j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen aan op de dag na die van dagtekening van een aanslagbiljet, tenzij de dag van dagtekening gelegen is vóór de dag van die bekendmaking.

Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een bezwaarschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Ingevolge het tweede lid van dat artikel is het bezwaarschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.

Ingevolge artikel 6:11 van die wet blijft bij een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift een niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

Niet in geschil is dat het bezwaar niet tijdig is ingediend.

De door eiser aangevoerde omstandigheden en de geloofwaardige verklaringen ter zitting vormen voor de rechtbank aanleiding de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. In dit verband overweegt de rechtbank dat aannemelijk is dat eiser tengevolge van zijn hersenbloeding zelf niet in staat is (geweest) zijn belangen op een adequate wijze te behartigen. Daarbij komt dat eiser meende dat zijn belangen in goede handen waren bij zijn oom en dat er enige tijd overheen is gegaan voordat duidelijk werd dat de oom daarbij ernstig in gebreke bleef.

Gelet op het voorgaande is er sprake van een situatie als bedoeld in artikel 6:11 van de Awb. Verweerder heeft ten onrechte het bezwaar niet ontvankelijk verklaard. De rechtbank zal de uitspraak op bezwaar vernietigen en verweerder opdragen opnieuw op eisers bezwaar te beslissen.

Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard.

5. Proceskosten

De rechtbank vindt aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht stelt de rechtbank deze kosten vast op € 10 aan reiskosten. Van overige voor vergoeding in aanmerking komende kosten is niet gebleken.

6. Beslissing

De rechtbank,

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt de uitspraak op bezwaar;

bepaalt dat verweerder opnieuw op eisers bezwaar beslist met inachtneming van deze uitspraak;

veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten ten bedrage van € 10 en wijst de gemeente [P] aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden;

gelast dat de gemeente [P] het door eiser betaalde griffierecht ad € 39 aan hem vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan op 16 oktober 2007

en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. V.M. van Daalen-Mannaerts, rechter, in tegenwoordigheid van L.A. Witten, griffier.

De griffier De rechter

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dan wel beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.