Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BC8007

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
02-07-2007
Datum publicatie
28-03-2008
Zaaknummer
155411/FA RK 07-11090
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nederlands echtpaar verzoekt primair om erkenning van een in Pennsylvania (Verenigde Staten van Amerika) ten behoeve van het echtpaar uitgesproken adoptie en subsidiair om de adoptie naar Nederlands recht uit te spreken. Nu de beginseltoestemming alleen aan de vrouw is verleend, is de rechtbank van oordeel dat de erkenning van de buitenlandse adoptie alleen betrekking heeft op de vrouw gelet op de bepalingen van de Wobka en de WCA.

Ten aanzien van de man geldt dat bij strikte toepassing van art. 1:228 lid 1 sub f BW de familierechtelijke betrekking tussen verzoeker en de minderjarige thans niet tot stand kan komen. De rechtbank is van oordeel dat het belang van het kind vergt dat het met beide opvoeders en verzorgers gelijktijdig in een gelijke familierechtelijke relatie komt te staan en wijst het subsidiaire verzoek van de man toe, mede gelet op de strekking van het bij de Eerste Kamer aanhangige voorstel van wet tot wijziging van Boek 1 van het BW in verband met verkorting van de adoptieprocedure en wijziging van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie in verband met adoptie door echtgenoten van gelijk geslacht tezamen (nr. 30551).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector familierecht

Zaak/rekestnummer: 155411 / FA RK 07-11090

Datum uitspraak:

Beschikking erkenning buitenlandse adoptie

en adoptie

in de zaak[H]

en

[HG]

[adres],

procureur mr. N.L.J.M. Rijssenbeek te Arnhem;

gezien de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift, ingekomen op 3 mei 2007;

- de mededeling van het Openbaar Ministerie, gedateerd 14 juni 2007, dat aan zijn zijde geen bezwaar bestaat tegen inwilliging van het verzoek;

- een schrijven van mr. E.J.A. Brons, ingekomen op 4 juli 2007;

- een faxbericht met bijlagen van 11 september 2007 van mr. E.J.A. Brons;

- een schrijven met bijlagen van 28 september 2007 van mr. E.J.A. Brons, ingekomen op 1 oktober 2007 ;

- een schrijven met bijlagen van 29 november 2007 van mr. E.J.A. Brons, ingekomen op 30 november 2007;

gehoord ter terechtzitting van 2 juli 2007:

- verzoekers;

- de Raad voor de Kinderbescherming.

Overwegende

Het verzoekschrift strekt er primair toe voor recht te verklaren dat het stuk Decree of Adoption vatbaar is voor inschrijving in het desbetreffende register van de ambtenaar van de burgerlijke stand alsmede de daarin vervatte adoptie om te zetten in een adoptie naar Nederlands recht en subsidiair om de adoptie door verzoekers uit te spreken n[J] [H], geboren op [datum] 2005 te Philadelphia, Pennsylvania, Verenigde Staten van Amerika, verder ook te noemen de minderjarige; voorts strekt het verzoekschrift er toe te verstaan dat verzoekers hebben verklaard dat de minderjarige de geslachtsnaam [H] zal behouden.

Motivering van de beslissing

Uit de stukken blijkt dat te Philadelphia, Pennsylvania (Verenigde Staten van Amerika) op[J] is geboren [H], oorspronkelijk genaamd, althans aangeduid als [B], als kind van [TL] en [JK].

Een officiële geboorteakte ontbreekt. De rechtbank zal de geboortegegevens (ambtshalve) bij aparte beschikking vaststellen.

In Pennsylvania (V.S.) is op 27 oktober 2006 de adoptie van de minderjarige door beide verzoekers uitgesproken. De minderjarige heeft daarbij de voornamen [J] gekregen alsmede de geslachtsnaam [H].

De adoptie van voornoemde minderjarige door verzoekers is in de Verenigde Staten van Amerika naar het recht van de staat Pennsylvania vastgesteld door een ter plaatse bevoegde autoriteit. De minderjarige had zowel ten tijde van het verzoek tot adoptie als ten tijde van de uitspraak zijn gewone verblijfplaats in de Verenigde Staten van Amerika. Verzoekers hadden en hebben hun gewone verblijfplaats in Nederland.

Uit de stukken blijkt dat de beginseltoestemming tot adoptie van een eerste buitenlands kind door het Ministerie van Justitie alleen is verleend aan verzoekster. Art. 2 van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (verder te noemen Wobka) verbiedt het opnemen van een buitenlands kind zonder voorafgaande beginseltoestemming. Ingevolge art. 7 lid 1 sub a van de Wet Conflictenrecht Adoptie (verder ook te noemen WCA) wordt een buitenlandse adoptiebeslissing alleen erkend indien de bepalingen van de Wobka in acht zijn genomen. Hieruit volgt dat ten aanzien van verzoeker niet is voldaan aan de voorwaarden voor erkenning van de buitenlandse adoptiebeslissing.

Ten aanzien van verzoekster geldt dat is voldaan aan de bepalingen van de Wobka en de WCA en dat erkenning van de adoptie in het kennelijk belang van het kind is.

Nu aan de voorwaarden voor erkenning is voldaan kan de hierboven genoemde buitenlandse adoptiebeslissing opgenomen worden in een Nederlands register van de burgerlijke stand met dien verstande dat de erkenning alleen betrekking heeft op verzoekster.

De rechtbank maakt uit de stukken op dat de adoptie, gelet op artikel 8 lid 2 van de WCA, niet tot gevolge heeft of zou kunnen hebben dat de voordien bestaande familierechtelijke betrekkingen tussen het kind en de ouders volledig zijn verbroken. De rechtbank zal daarom ten aanzien van verzoekster het verzoek tot omzetting van de buitenlandse adoptie in een adoptie naar Nederlands recht toewijzen, nu ook aan de voorwaarden daarvoor is voldaan.

Nu de erkenning geen betrekking heeft op verzoeker, komt de rechtbank toe aan het subsidiaire verzoek om de adoptie van de minderjarige door verzoeker naar Nederlands recht uit te spreken.

Uit de stukken blijkt dat verzoekers van verschillend geslacht zijn en dat zij gehuwd zijn op 24 september 1999. De minderjarige wordt sinds 24 augustus 2005 door verzoekers verzorgd en opgevoed. De buitenlandse adoptiebeslissing ziet op zowel verzoekster als verzoeker. Verzoekers hebben in Nederland gezamenlijk om adoptie verzocht. De onderhavige beschikking waarbij de buitenlandse adoptie zal worden erkend heeft alleen op verzoekster betrekking en is nog niet onherroepelijk geworden, zodat verzoekster thans nog niet kan worden aangemerkt als (adoptief)ouder van de minderjarige.

Ten aanzien van verzoeker geldt dat er strikt formeel niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 1:228 lid 1 sub f van het BW. Verzoeker heeft de minderjarige nog niet gedurende ten minste drie aaneengesloten jaren verzorgd en opgevoed zoals is vereist bij adoptie door één verzoeker. Evenmin is er sprake van adoptie door twee personen tezamen. De adoptie door verzoeker dient daarom aangemerkt te worden als een éénouderadoptie. Nu hij de echtgenoot is van verzoekster kan deze eerst plaatsvinden nadat verzoeker en verzoekster de minderjarige gedurende ten minste een jaar hebben verzorgd en opgevoed, doch deze termijn gaat pas lopen vanaf het moment waarop verzoekster als ouder van de minderjarige kan worden aangemerkt.

De erkenning van een buitenlandse adoptie is, anders dan een adoptie naar Nederlands recht, niet afhankelijk gesteld van het doorlopen van een termijn van verzorging en opvoeding. Bij strikte toepassing van art. 1:228 lid 1 sub f BW kan de familierechtelijke betrekking tussen verzoeker en de minderjarige thans niet tot stand komen, hetgeen leidt tot ongelijkheid binnen het gezin. Gelet op het feit dat de minderjarige sedert 24 augustus 2005 feitelijk deel uitmaakt van het gezin, terwijl bovendien aannemelijk is dat verzoeker wel betrokken is geweest bij het door de Raad voor de Kinderbescherming verrichte onderzoek in het kader van de beginseltoestemming en de adoptie in de Verenigde Staten bovendien is uitgesproken ten behoeve van beide verzoekers, is de rechtbank van oordeel dat het belang van het kind hier voorop dient te staan, welk belang vergt dat het met beide opvoeders en verzorgers gelijktijdig in een gelijke familierechtelijke relatie komt te staan. Zulks geldt temeer, nu bij de Eerste Kamer aanhangig is een voorstel van wet tot wijziging van Boek 1 van het BW in verband met verkorting van de adoptieprocedure en wijziging van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie in verband met adoptie door echtgenoten van gelijk geslacht tezamen (nr. 30551). Blijkens het gewijzigd voorstel van wet wordt voorgesteld artikel 1:228 lid 1 sub f BW als volgt te wijzigen: ‘ indien de echtgenoot van de adoptiefouder het kind adopteert en zij gezamenlijk het kind gedurende ten minste een jaar hebben verzorgd en opgevoed wordt de periode van een jaar voor de echtgenoot gerekend vanaf het moment van feitelijk gezamenlijk verzorgen en opvoeden.’ Uit de parlementaire geschiedenis blijkt dat het de bedoeling is van de wetgever de verzorgingstermijn voor de tweede adoptant te laten vervallen als de beide éénouderadopties plaatsvinden binnen de relatie van de eerste en de tweede adoptant. Mede gelet op de strekking van de voorgestelde wetswijziging acht de rechtbank een strikt formele toepassing van art. 1:228 lid 1 sub f BW niet in het belang van de minderjarige, aangezien deze dan nog geruime tijd in juridische onzekerheid verkeert over het ouderschap.

Nu aan de overige voorwaarden die de wet aan adoptie stelt is voldaan, zal de rechtbank het verzoek tot adoptie naar Nederlands recht toewijzen, opdat naar Nederlands recht ook tussen verzoeker en de minderjarige familierechtelijke betrekkingen worden geschapen.

Aangezien in de Verenigde Staten van Amerika bij Decree of Adoption no. [nummer] volgens het recht van dat land de voornamen en de achternaam van de minderjarige zijn gewijzigd en verzoekers geen andere geslachtsnaamkeuze hebben gemaakt, behoeft op die onderdelen van het verzoek niet te worden beslist.

De beslissing

De rechtbank

1. stelt vast dat is voldaan aan de voorwaarden voor erkenning van de adoptie van

- [J] [H], oorspronkelijk genaamd althans aangeduid als [B], geboren op [datum] 2005 te Philadelphia, Pennsylvania (Verenigde Staten van Amerika),

door [HG], wonende te [adres], tot stand gekomen bij Decree of Adoption no. [nummer],

en verklaart voor recht dat de genoemde akte vatbaar is voor inschrijving;

2. zet om genoemde adoptie in een adoptie naar Nederlands recht;

3. spreekt uit de adoptie van

- [J] [H], oorspronkelijk genaamd althans aangeduid als [B], geboren op [datum] 2005 te Philadelphia, Pennsylvania (Verenigde Staten van Amerika),

[H], wonende te [adres];

4. gelast vermelding van deze adopties in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage;

5. wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. I. de Waal-van Wessem, kinderrechter, in tegenwoordigheid van G.J. Prinsen als griffier en in het openbaar uitgesproken op

De griffier: De rechter: