Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BC4418

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
12-12-2007
Datum publicatie
15-02-2008
Zaaknummer
494226 Cv Expl. 07-1581
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Voeging; Belang bij voeging kan onder meer zijn gelegen in het voorkomen van een mogelijke regresvordering, maar ook in het krijgen van duidelijkheid omtrent de vordering en het voorkomen van verder oplopende kosten. Voorts heeft de kantonrechter in deze zaak proceseconomische belangen zoals de processuele doelmatigheid in aanmerking genomen bij het honoreren van het verzoek om voeging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie [woonplaats]

zaakgegevens 494226 \ CV EXPL 07-1581 \ 293 / JB

uitspraak van 12 december 2007

Vonnis in het incident en in de hoofdzaak

in de zaak van

de besloten vennootschap Oxxio Nederland BV

gevestigd te Hilversum

eisende partij in de hoofdzaak

verwerende partij in het incident

gemachtigde [naam gemachtigde]

tegen

[partij B junior]

geboren op [datum en maand] 1984

wonende te [woonplaats]

gedaagde partij in de hoofdzaak

procederend in persoon

in welke procedure heeft verzocht te worden toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van gedaagde:

[partij B senior]

geboren op [datum en maand] 1961

wonende te [woonplaats]

procederend in persoon

Partijen worden hierna Oxxio en [partij B junior] en [partij B senior] genoemd.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit

- het tussenvonnis van 17 oktober 2007

- de akte uitlating aan de zijde van Oxxio

2. De vordering en het verweer

2.1 Oxxio vordert op de in de dagvaarding omschreven gronden dat [partij B junior] bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, wordt veroordeeld tot betaling van een bedrag van € 3.480,96 (inclusief wettelijke rente tot 23 mei 2007), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 mei 2007 over € 3.281,61 tot aan de dag der algehele voldoening, een en ander tezamen een bedrag van € 5.000,00 niet te bovengaande alsmede de veroordeling van [partij B junior] in de kosten van deze procedure.

2.2 Oxxio heeft aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij telefonisch met [partij B junior] een overeenkomst heeft gesloten terzake van de levering van gas en/of electriciteit tegen betaling van de op het moment van levering geldende tarieven. Voorts is tussen partijen overeengekomen dat [partij B junior] maandelijks een voorschotnota dient te voldoen en dat eenmaal per jaar of bij beëindiging van de overeenkomst tot levering, het werkelijke verbruik van gas en/of elektriciteit zal worden vastgesteld aan de hand van de meterstanden, waarna Oxxio aan [partij B junior] onder verrekening van de betaalde voorschotbedragen een eindafrekening verstrekt.

2.3 Oxxio heeft aangegeven dat [partij B junior] ondanks herhaalde aanmaningen de achterstand niet heeft betaald. Oxxio heeft daarom de vordering uit handen gegeven en heeft op grond van de algemene voorwaarden aanspraak gemaakt op de buitengerechtelijke kosten en wettelijke rente.

2.4 [partij B junior] heeft ter zitting verweer gevoerd en aangevoerd dat niet hij maar zijn vader [partij B senior] - met gelijke voor- en achternaam en woonachtig op het zelfde adres - aansprakelijk is voor deze vordering omdat hij degene is die de overeenkomst met Oxxio is aangegaan.

2.5 [partij B senior] die vrijwillig met zijn zoon is meegekomen naar de zitting, bevestigt het verhaal van [partij B junior] en erkent de vordering. [partij B senior] voert geen verweer maar geeft wel aan de vordering niet ineens te kunnen betalen en verzoekt daarom om een betalingsregeling. De kantonrechter merkt deze handelwijze van [partij B senior] aan als een vordering tot voeging in de zaak tegen zijn zoon.

2.6 Oxxio heeft in haar akte van 13 november 2007 aangegeven geen bewaar tegen de voeging van [partij B senior] senior in deze procedure te hebben.

3. De beoordeling in het incident

3.1 Ingevolge artikel 217 Burgerlijk Wetboek (BW) kan een ieder die een belang heeft bij een tussen andere partijen aanhangig geding, vorderen zich daarin te mogen voegen of daarin te mogen tussenkomen.

3.2 Om te kunnen worden toegelaten als gevoegde partij aan de zijde van [partij B junior] dient [partij B senior] een eigen belang te hebben.

3.3 De kantonrechter is van oordeel dat [partij B senior] een dergelijk belang heeft bij de beoordeling van deze vordering. Dit belang is onder meer gelegen in de mogelijkheid dat [partij B junior] ter zake van een te zijnen laste in het hoofdgeding uit te spreken veroordeling gerechtigd zou kunnen zijn regres uit te oefenen op [partij B senior]. Voorts ziet de kantonrechter voor [partij B senior] een belang in het krijgen van duidelijkheid omtrent de vordering en het voorkomen van verder oplopende kosten. Voorts heeft de kantonrechter proceseconomische belangen zoals de processuele doelmatigheid in aanmerking genomen bij de toelating van [partij B senior] in deze procedure.

3.4 Gezien het voorgaande zal de incidentele vordering worden toegewezen en [partij B senior] worden toegelaten in deze procedure.

4. De beoordeling in de hoofdzaak

4.1 Nu [partij B junior] als verweer naar voren heeft gebracht nimmer een overeenkomst met Oxxio te hebben afgesloten en Oxxio dit in haar akte van 13 november 2007 bevestigt zal de vordering op [partij B junior] worden afgewezen.

4.2 Oxxio heeft in haar akte van 13 november 2007 aangegeven de overeenkomst met [partij B senior] te hebben gesloten doch per abuis [partij B junior] te hebben gedagvaard. Voorts geeft Oxxio aan alle correspondentie en betalingsherinneringen te hebben gericht aan A. Prijn en naar het juiste adres te hebben gestuurd.

4.3 Aangezien [partij B senior] vrijwillig ter rolzitting van 6 juni 2007 is verschenen, de vordering heeft erkend en geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd zal deze worden toegewezen en [partij B senior] worden veroordeeld tot betaling van de vordering van Oxxio.

4.4 Voor zover [partij B senior] heeft verzocht om een betalingsregeling dient hij contact op te nemen met de (incasso) gemachtigde van Oxxio, omdat de kantonrechter daar geen bemoeienis mee heeft.

4.5 Voorts is voldoende gebleken dat buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht, die verder gaan dan de instructie van de zaak en de voorbereiding van de procedure. De buitengerechtelijke kosten komen derhalve voor toewijzing in aanmerking. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke kosten is in overeenstemming met de gebruikelijke en redelijke tarieven uit het rapport Voorwerk II en worden daarom toegewezen.

4.6 [partij B senior] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, met dien verstande dat slechts 1 punt voor salaris gemachtigde wordt toegekend en de kosten van het dagvaarden voor rekening van Oxxio blijven, omdat Oxxio heeft erkend de verkeerde persoon te hebben gedagvaard.

5. De beslissing

De kantonrechter:

in het incident:

5.1 wijst het verzoek tot voeging toe;

in de hoofdzaak:

5.2 wijst de vordering op [partij B junior] af;

5.3 veroordeelt [partij B senior] tot betaling aan Oxxio van een bedrag van € 3.930,96, vermeerderd met de wettelijke rente over € 3.281,61 vanaf 23 mei 2007 tot de dag der algehele voldoening, een en ander tezamen een bedrag van € 5.000,00 niet te bovengaande;

5.4 veroordeelt [partij B senior] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Oxxio begroot, € 199,00 aan vastrecht en € 200,00 aan salaris gemachtigde;

5.5 verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.6 wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.A.P. Bakker en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2007.