Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BC1191

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
12-12-2007
Datum publicatie
04-01-2008
Zaaknummer
137451
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

--

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 137451 / HA ZA 06-310

Vonnis van 12 december 2007

in de zaak van

de naamloze vennootschap

N.V. NUON CUSTOMER CARE CENTER,

gevestigd te Arnhem,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. L. Paulus,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

procureur mr. R.J. Verweij.

Partijen zullen hierna Nuon en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 4 juli 2007

- de akte na tussenvonnis, tevens akte vermeerdering van eis van Nuon van 1 augustus 2007

- de antwoordakte na tussenvonnis van [gedaagde] van 26 september 2007.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

in conventie

vordering N.V. Nuon Netwerk Services

2.1. Bij voormeld tussenvonnis is Nuon, gelet op het verweer van [gedaagde] dienaangaande, andermaal in de gelegenheid gesteld om aan te tonen dat zij gerechtigd is om ter zake van de onderhavige vordering - van Nuon Infraservices B.V./haar rechtsopvolgster N.V. Nuon Netwerk Services - in eigen naam in rechte op te treden. Nuon heeft daartoe bij akte een Dienstverleningsovereenkomst tussen haar en N.V. Nuon Netwerk Services Aanleg in het geding gebracht. Gelet op de overwegingen van de overeenkomst staat ‘Aanleg’ hier kennelijk voor een afdeling van N.V. Nuon Netwerk Services en betreft dit geen andere rechtspersoon. Nuon wijst daarbij op artikel 1 van deze overeenkomst, die luidt:

NWS Aanleg verstrekt hierbij aan CCC (Nuon – Rb.) de opdracht om, binnen de in artikel 2 omschreven gebieden, zorg te dragen voor de facturering, betalingsverwerking en incasso alsmede voor de uitvoering van de klantcontacten ten aanzien van NWS Aanleg-producten. De specifieke dienstverlening van CCC staat nader omschreven in de bij deze DVO behorende bijlagen.

2.2. De rechtbank leidt uit deze bepaling van de Dienstverleningsovereenkomst niet de bevoegdheid van Nuon af om in eigen naam in rechte op te treden. Een dergelijke bevoegdheid is ook niet af te leiden uit de eerder in het geding gebrachte volmachten, die Nuon machtiging verlenen om in naam van N.V. Nuon Netwerk Services op te treden, nog afgezien van het feit dat deze volmachten ná de dagvaarding en niet met terugwerkende kracht zijn verleend. Ook genoemde Dienstverleningsovereenkomst is pas aangegaan nadat deze procedure aanhangig werd gemaakt.

Nuon heeft tevens een Dienstverleningsovereenkomst tussen Nuon en N.V. Nuon Infraservices in het geding gebracht met eenzelfde bepaling als de hiervoor geciteerde. Dit betreft dus een andere vennootschap dan Nuon Infraservices B.V., de vennootschap die de werkzaamheden voor [gedaagde] heeft verricht, hetgeen niet is toegelicht door Nuon. Verder is deze overeenkomst niet ondertekend en geldt overigens ook hier dat Nuon daarin niet wordt gemachtigd om in eigen naam op te treden.

2.3. Gelet op al het voorgaande is de bevoegdheid van Nuon om in eigen naam voor de vordering van N.V. Nuon Netwerk Services op te treden niet aangetoond. Nuon zal thans niet meer worden toegelaten haar bevoegdheid nader te onderbouwen. Er is geen specifiek relevant bewijsaanbod gedaan en Nuon is reeds ter comparitie gevraagd om haar bevoegdheid te adstrueren en heeft hiertoe vervolgens drie maal, bij repliek in conventie, bij dupliek in reconventie alsmede bij de akte na het laatste tussenvonnis, stukken in het geding gebracht.

Vordering transportkosten Continuon Netbeheer N.V.

2.4. Bij repliek in conventie heeft Nuon haar eis vermeerderd met de openstaande facturen à EUR 17.729,44 ten aanzien van het transport van energie, een dienst van Continuon Netbeheer N.V. Nuon stelt daarbij dat [gedaagde] in dit geval kennelijk de lastgeving ter incasso aan Nuon niet betwist, aangezien hij zelf verrekening met de betreffende facturen – afkomstig van Nuon – aanvoert. In haar laatste akte heeft Nuon haar eis nogmaals vermeerderd met een bedrag van EUR 2.150,15 voor transport van energie, waardoor zij in totaal EUR 19.879,59 vordert.

[gedaagde] heeft bezwaar gemaakt tegen de vermeerderingen van eis op de grond dat hij door het late stadium van de eiswijziging in zijn mogelijkheden tot verweer wordt geschaad. [gedaagde] heeft tevens de bevoegdheid van Nuon tot het voeren van deze procedure voor de vordering van Continuon Netbeheer N.V. bestreden.

2.5. De rechtbank kan uit hetgeen door Nuon wordt gesteld en uit de in het geding gebrachte Addenda Dienstverleningsovereenkomst tussen Nuon en N.V. Continuon Netbeheer, waarbij de Dienstverleningsovereenkomst zelf ontbreekt, niet de bevoegdheid van Nuon afleiden om in eigen naam in rechte op te treden voor N.V. Continuon Netbeheer.

2.6. Nuon zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vorderingen in conventie. Het bezwaar van [gedaagde] tegen de vermeerdering van eis behoeft in verband hiermee niet beoordeeld te worden.

2.7. Nuon zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde] worden begroot op:

- explootkosten EUR 0,00

- vast recht 710,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 2.026,50 (3,5 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 2.736,50.

in reconventie

schadevergoeding

2.8. Ten aanzien van de gevorderde schadevergoeding in verband met de aanleg van de aansluiting van elektriciteit door N.V. Nuon Infraservices is [gedaagde] in het tussenvonnis in de gelegenheid gesteld om toe te lichten dat hij uit dien hoofde een vordering heeft op Nuon. [gedaagde] heeft dat verder, mede gelet op de door hem gestelde niet-ontvankelijkheid van Nuon, niet nader onderbouwd en concludeert dat zijn tegenvordering niet kan slagen. Dit onderdeel van de vordering in reconventie zal dan ook worden afgewezen.

onverschuldigde betaling

2.9. De vordering uit onverschuldigde betaling heeft echter betrekking op voorschotbetalingen onder klantnummer 11873383 voor energieverbruik door [gedaagde] aan (eiseres) Nuon. De onverschuldigdheid van deze betalingen tot een bedrag van EUR 9.656,65 wordt door Nuon erkend. Nuon heeft daar - onder meer - een betalingsachterstand van EUR 23.444,24 voor ‘elektriciteitsverbruik’ onder hetzelfde klantnummer tegenover gesteld. [gedaagde] betwist de hoogte van de tegenvorderingen van Nuon. Hij betwist de omvang van het gestelde energieverbruik en de hoogte van de daaraan gerelateerde vordering terzake van het transport van energie. De rechtbank begrijpt de laatste akte van [gedaagde] aldus dat hij zich daarin op het standpunt stelt dat Nuon in al haar vorderingen niet-ontvankelijk moet worden verklaard en zijn reconventie daarom niet kan slagen. Gelet hierop en tevens gelet op de gemotiveerde en met stukken onderbouwde tegenvordering van Nuon, die de vordering van [gedaagde] in reconventie ruimschoots overtreft, is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde] zijn vordering in reconventie onvoldoende gemotiveerd heeft gehandhaafd. Deze vordering komt dan ook niet voor toewijzing in aanmerking.

2.10. [gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Nuon worden begroot op:

- explootkosten EUR 0,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 1.013,25 (3,5 punten × factor 0,5 × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 1.013,25.

3. De beslissing

De rechtbank

in conventie

3.1. verklaart Nuon niet-ontvankelijk in haar vordering,

3.2. veroordeelt Nuon in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot op EUR 2.736,50.

in reconventie

3.3. wijst de vorderingen af,

3.4. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Nuon tot op heden begroot op EUR 1.013,25.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Boon en in het openbaar uitgesproken op 12 december 2007.