Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BC0221

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
05-12-2007
Datum publicatie
14-12-2007
Zaaknummer
143414
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De stelling van HF Beheer is juist dat de overgelegde stukken niet bewijzen dat het op de te plaatsen aandelen gestorte bedrag van € 18.000,-- daadwerkelijk door de oprichters aan de vennootschap ter beschikking is ge¬steld. Het is echter, anders dan HF Beheer stelt, niet aan opposant om dat te bewijzen. Het is op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv. juist aan HF Beheer om haar stelling te bewijzen dat niet op de juiste wijze aan de stortingsplicht is voldaan. Zij doet immers een beroep op de aansprakelijk¬heid van opposant op grond van artikel 180 lid 2 Rv. Zij dient daarom te stellen en bewijzen dat de voor het bestaan van die aansprakelijkheid vereiste omstandigheden zich voordoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 143414 / HA ZA 06-1312

Vonnis in verzet van 5 december 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HF BEHEER B.V.,

gevestigd te Arnhem,

eiseres,

gedaagde in het verzet,

procureur mr. J.M. Bosnak,

advocaat mr. B. Martens te Arnhem,

tegen

[opposant],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

eiser in het verzet,

procureur mr. L. Paulus,

advocaat mr. A.W. Dolphijn te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [opposant] en HF Beheer genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 12 september 2007

- de akte overleggen producties van [opposant]

- de antwoordakte van HF Beheer.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

2.1. In het tussenvonnis van 12 september 2007 heeft de rechtbank [opposant] bevolen de complete oprichtingsakte van Maxx Software en de volgens die akte aangehechte bankverklaring en verklaring van geen bezwaar over te leggen.

2.2. [opposant] heeft bij akte van 26 september 2007 kopieën van de desbetreffende stukken overgelegd. In de bankverklaring, gericht aan de bij de oprichting van Maxx Software betrokken notaris, is door SNS bank N.V. verklaard dat:

- zij ten name van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Maxx Software B.V. i.o. een rekening in haar administratie aanhoudt onder nummer 96.41.66.178;

- deze rekening per 20 oktober 2004 een creditsaldo aangaf van Euro 18.489,30;

- een gedeelte van voormeld creditsaldo ter grootte van Euro 18.000,00 volgens mededeling van mede-ondergetekende ontstaan is ten titel van storting op de bij de oprichting van voormelde vennootschap te plaatsen aandelen;

- genoemde rekening uitsluitend ter beschikking van de vennootschap zal staan, nadat wij van u bericht hebben ontvangen dat de vennootschap in de akte van oprichting de storting op de bij de oprichting geplaatste aandelen heeft aanvaard.

De in de bankgarantie genoemde “mede-ondergetekende” is [opposant].

HF Beheer heeft niet betwist dat de overgelegde kopieën overeenkomen met de originelen.

2.3. De stelling van HF Beheer is juist dat de overgelegde stukken niet bewijzen dat het op de te plaatsen aandelen gestorte bedrag van € 18.000,-- daadwerkelijk door de oprichters aan de vennootschap ter beschikking is ge¬steld. Het is echter, anders dan HF Beheer stelt, niet aan [opposant] om dat te bewijzen. Het is op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv. juist aan HF Beheer om haar stelling te bewijzen dat niet op de juiste wijze aan de stortingsplicht is voldaan. Zij doet immers een beroep op de aansprakelijk¬heid van [opposant] op grond van artikel 180 lid 2 Rv. Zij dient daarom te stellen en bewijzen dat de voor het bestaan van die aansprakelijkheid vereiste omstandigheden zich voordoen.

2.4. In het vonnis van 18 april 2007 heeft de rechtbank, in afwachting van het completeren van de oprichtingsakte en de daarbij behorende bescheiden, overwogen dat de enkele ter comparitie afgelegde verklaring van [opposant] dat hij de voor de oprichting benodigde bank¬verklaring pas kon verkrijgen nadat Maxx Software in oktober 2004 € 21.000,-- van de fiscus (terug)¬ontving, vooralsnog onvoldoende bewijs was van de stelling dat het storten op de aandelen niet ten laste van de oprichters maar ten laste van Maxx Software zelf is gekomen.

Uit de thans volledig overgelegde oprichtingsakte en met name uit de aangehechte bankverklaring blijkt echter dat [opposant] de enige - althans de enige door de bank genoemde - bron is van de informatie dat het voor de storting op de aandelen gebruikte deel van het creditsaldo van Maxx Software, ter grootte van Euro 18.000,00, is ontstaan ten titel van storting op de te plaatsen aandelen. Nu deze door [opposant] kennelijk aan de bank verstrekte informatie tegenstrijdig is, althans zonder nadere informatie tegenstrijdig lijkt te zijn, met zijn voornoemde verklaring ter comparitie dat voor het verkrijgen van de bankverklaring een belastingteruggave aan Maxx Software afgewacht moest worden, had het op de weg van [opposant] gelegen inzicht te geven in de wijze waarop de volstorting heeft plaatsgevonden en in de bron van het daarvoor benodigde geld. Dit is in de akte van 9 mei 2007 noch in die van 26 september 2007 gebeurd.

De rechtbank is van oordeel dat de stelling van HF Beheer dat de storting op de aandelen van Maxx Software ten laste is gekomen van deze vennoot¬schap i.o. zelf en dat er dus geen sprake is geweest van daadwerkelijke terbeschik¬king¬stelling van kapitaal aan de vennootschap door de oprichters, gelet op de verklaring van [opposant] ter com¬paritie, de inhoud van de bankverklaring en de ogenschijnlijke tegenstrijdigheid tussen beiden, behoudens tegenbewijs is komen vast te staan. [opposant] zal tot dit tegenbewijs worden toege¬laten. Bewijslast en bewijsrisico blijven hiermee conform de hoofdregel van artikel 150 Rv. bij HF Beheer. Indien [opposant] niet in dit tegenbewijs slaagt, betekent dit dat hij op grond van artikel 2:180 lid 2 sub b BW hoofdelijk aansprakelijk is voor de tijdens zijn bestuur verrichte rechts¬handelingen waartoe Maxx Software zich heeft verbonden en dus ook voor de verplichtingen van Maxx Software uit de ontbindingsovereenkomst.

2.5. Om proces-economische redenen zal de rechtbank, zoals aangekondigd in het vonnis van 11 april 2007 (r.ov. 4.13 en 4.23), thans HF Beheer opdragen het bewijs te leveren van haar stelling dat [opposant] de verplichtingen uit de ontbindingsovereenkomst mede voor zichzelf is aangegaan.

2.6. Partijen moeten er op voorbereid zijn dat de rechtbank op een zitting bepaald voor de getuigenverhoren een mondeling tussenvonnis kan wijzen waarbij een verschijning van partijen op diezelfde zitting wordt bevolen om inlichtingen over de zaak te vragen en om te onder¬zoeken of partijen het op een of meer punten met elkaar eens kunnen worden. Zij moeten daarom in persoon op de getuigenverhoren verschijnen. Een rechtspersoon moet ter zitting vertegen¬woordigd zijn door iemand die van de zaak op de hoogte is en bevoegd is tot vertegenwoor¬diging.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. laat [opposant] toe tot het tegenbewijs van de behoudens dit tegenbewijs vaststaande stelling dat de storting op de aandelen van Maxx Software ten laste is gekomen van deze vennoot¬schap i.o. zelf en dat er dus geen sprake is geweest van daadwerkelijke terbeschik¬king¬stelling van kapitaal aan de vennootschap door de oprichters,

3.2. draagt HF Beheer op te bewijzen dat [opposant] de verplichtingen uit de ontbindingsovereenkomst mede voor zichzelf is aangegaan,

3.3. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 19 december 2007 voor uitlating door [opposant] en door HF Beheer of zij bewijs willen leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

3.4. bepaalt dat [opposant] en HF Beheer, indien zij geen bewijs door getuigen willen leveren maar wel bewijsstukken willen overleggen, die stukken direct in het geding moeten brengen,

3.5. bepaalt dat [opposant] en HF Beheer, indien zij getuigen willen laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten op woensdagen in de maanden januari tot en met maart 2008 direct moeten opgeven, waarna dag en uur van de getuigenverhoren zullen worden bepaald,

3.6. bepaalt dat de getuigenverhoren zullen plaatsvinden op de terechtzitting van de daartoe tot rechter-commissaris benoemde mr. T.P.E.E van Groeningen in het paleis van justitie te Arnhem aan de Walburgstraat 2-4,

3.7. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

3.8. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar, mr. T.P.E.E van Groeningen en mr. M.P.C.J. van Bavel en in het openbaar uitgesproken op 5 december 2007.