Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BB7741

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-10-2007
Datum publicatie
13-11-2007
Zaaknummer
474044 CV Expl. 07-69
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 7:681lid 2 onder a. BW Kennelijk onredelijke opzegging op grond van een valse reden;

artikel 7:658a BW. Re-integratieverplichtingen werkgever jegens arbeidsongeschikte werknemer;

artikel 7:660a BW Verplichtingen werknemer bij ziekte;

artikel 7:682 BW Herstel van de arbeidsovereenkomst;

artikel 7:681 lid 1 BW Schadevergoeding.

De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst met de werknemer kennelijk onredelijk opgezegd. De werkgever had aan de opzegging ten onrechte ten grondslag gelegd dat de werknemer niet dan onvoldoende heeft meegewerkt aan zijn re-integratie en dat de werkgever alle inspanningen heeft verricht die redelijkerwijze van haar konden worden verwacht. Nu gebleken is dat de werknemer naar behoren heeft meegewerkt aan zijn re-integratie en de werkgever haar re-integratieverplichtingen in meerdere opzichten niet is nagekomen, kan de grondslag van de opzegging van de arbeidsovereenkomst als valse reden worden aangemerkt. De vordering tot herstel van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen, nu het UWV reeds heeft geconcludeerd dat de werknemer blijvend arbeidsongeschikt is voor de eigen arbeid. Mede in aanmerking genomen het feit dat de werknemer 36 jaar voor de werkgever heeft gewerkt, per datum opzegging bijna 54 jaar oud was en geringe kansen op de arbeidsmarkt heeft, komt de kantonrechter een schadevergoeding als compensatie voor het verlies van de arbeidsplaats ten bedrage van € 100.000,00 billijk voor.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Arnhem

zaakgegevens 474044 \ CV EXPL 07-69 \ HB/180/TS

uitspraak van 22 oktober 2007

Vonnis

in de zaak van

[werknemer]

wonende te Scherpenzeel

eisende partij

gemachtigde mr. D.G. Schouwman

toevoegingsnummer 4FU1111

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid TNT Express Nederland B.V.

(mede) gevestigd te Duiven

gedaagde partij

gemachtigde mr. H. Frijlink

Partijen worden hierna [werknemer] en TNT genoemd.

De procedure

Het (eerdere) verloop van de procedure blijkt uit

- het tussenvonnis van 5 februari 2007

- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen van 4 april 2007

- de akte van 16 april 2007 van de kant van [werknemer]

- de akte van 16 april 2007 van de kant van TNT

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek.

De feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

[werknemer], geboren op [dag en maand] 1952, is op 1 mei 1970 bij (de rechtsvoorgangster van) TNT in dienst getreden en vervulde laatstelijk de functie van assistent planner op de vestiging in Duiven tegen een salaris van € 2.290,10 bruto per maand. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO voor TPG versie 1 mei 2004 tot 1 mei 2005 van toepassing.

Op 11 april 2003 is [werknemer] (voor 40%) uitgevallen wegens huidklachten (psoriasis). Op 2 juni 2003 is [werknemer] volledig uitgevallen wegens psychische klachten.

Bij brief van 11 november 2003 heeft TNT aan [werknemer] het volgende laten weten:

“De bedrijfsarts heeft aangegeven dat terugkeer in eigen functie niet te verwachten is .Binnen TNT Nederland regio Arnhem/Zwolle zijn er geen herplaatsingsmogelijkheden in een passende functie. Wij hebben u aangemeld bij Job Consult.”

Op 14 november 2003 heeft [werknemer] een rectificatie van deze brief ontvangen, waarin wordt aangegeven dat er op dit moment geen passende functie voorhanden is. Op 19 november 2003 heeft het intakegesprek met het Human Resource Center van TNT (Job Consult) plaatsgevonden. Op 26 november 2003 heeft het Human Resource Center een herplaatsingsprognose opgesteld. De prognose en het advies komen hierop neer dat de herplaatsingskansen van [werknemer] op dit moment klein zijn. In verband met zijn medische indicatie moet rekening worden gehouden met zijn werktijden en stressgevoeligheid. [werknemer] wil het liefst binnen TNT aan het werk blijven. De externe beroepsmarkt staat nog op grote afstand van hem. Van [werknemer] wordt verwacht dat hij zich actief gaat inzetten voor het verkrijgen van een nieuwe passende baan binnen TNT alsmede op de externe markt. [werknemer] gaat bij het Human Resource Center de themadagen Persoonlijke eigenschappen, Vacature Analyse & Telefoon, Successen/Vaardigheden/ Prestaties, Sollicitatiebrief en Sollicitatiegesprekken oefenen volgen. Verder gaat [werknemer] zich onder meer inschrijven bij alle uitzendbureaus in zijn woonomgeving/zoekgebied. [werknemer] wordt door het Human Resource Center geholpen bij het zoeken naar vacatures en bij het schrijven van sollicitatiebrieven. Bedrijfsonderdelen van TNT zullen worden aangeschreven voor plaatsingsmogelijkheden. Als wordt vastgesteld dat er binnen TNT geen plaatsingsmogelijkheden zijn, dan wordt [werknemer] naar de externe arbeidsmarkt begeleid door een extern re-integratiebureau.

Op 14 januari 2004 heeft de bedrijfsarts een actueel oordeel opgesteld. Nadat [werknemer] vanaf medio december 2003 aanvankelijk gedurende twee halve dagen per week overdag planners terzijde stond, is afgesproken dat [werknemer] geleidelijk aan zou kunnen uitbreiden naar 40 uur per week, in een andere functie met regelmatige werktijden.

Gedurende de periode van 10 februari 2004 tot 1 mei 2004 heeft TNT [werknemer] tijdelijk ingezet op de afdeling Customs & Clearance van TNT Express in Duiven. Daarnaast ging [werknemer] één dag per week naar Job Consult voor opleiding en bemiddeling naar een passende functie. [werknemer] is niet in aanmerking gekomen voor een vacature op de afdeling Customs & Clearance van TNT Express in Duiven.

In mei 2004 is [werknemer] tijdelijk ingezet bij de vestiging Zwolle van TNT voor administratieve werkzaamheden. Rond 24 mei 2004 is [werknemer] gedeeltelijk uitgevallen. Afgesproken is dat [werknemer] twee dagen per week verlof zou nemen gedurende een periode van vier weken. Korte tijd later is dit omgezet in twee ziektedagen in verband met een dagbehandeling voor psoriasis.

Bij brief van 1 juli 2004 heeft TNT aan [werknemer] laten weten dat het haar is opgevallen dat [werknemer] verschillende malen niet op interne vacatures heeft gesolliciteerd omdat [werknemer] van mening is dat deze functies aan hem hadden moeten worden aangeboden.

In reactie daarop heeft TNT aan [werknemer] meegedeeld

“(…) dat er bij TNT meerdere medewerkers in dienst zijn die de eigen functie niet meer kunnen uitoefenen en herplaatst moeten worden in een passende functie. Het aantal medewerkers dat herplaatst moet worden is groter dan het aantal vacatures. Ingeval er een vacature ontstaat, worden de te herplaatsen medewerkers geacht daarop te solliciteren. De meest geschikte medewerker zal vervolgens worden aangewezen. Rekening houdend met overige medewerkers die tot de doelgroep behoren, worden er aan u geen functies aangeboden. U zult naar de functies moeten solliciteren.”

Het UWV heeft op 24 juni 2004 de geschiktheid voor de eigen functie en de mate van arbeidsongeschiktheid in het kader van de WAO van [werknemer] beoordeeld:

“In uw situatie kom ik tot de conclusie, dat ik u geschikt acht voor uw eigen (maatgevende) arbeid omdat de belasting in uw oorspronkelijke werk uw belastbaarheid niet te boven gaat. Echter ten aanzien van werktijden geldt een beperking dat er sprake dient te zijn van een vast arbeidspatroon met regelmatige tijden. De verzekeringsarts is van mening dat indien de werktijden langere tijd (3 à 4 weken) hetzelfde zijn dit als regelmatig kan worden aangemerkt en dus passend is. Dit leidt tot een indeling in de klasse 80-100%.”

Op 28 juni 2004 heeft het UWV de door [werknemer] aangevraagde WAO-uitkering geweigerd:

“U kunt met arbeid, die u met uw medische beperkingen en uw bekwaamheden nog kunt verrichten, meer dan 85% verdienen van hetgeen de aan u gelijksoortige gezonde persoon zou verdienen. Uw verlies aan verdiencapaciteit is daarom minder dan 15%. Wij kennen u geen uitkering toe, omdat deze wet pas recht op uitkering geeft bij een arbeidsongeschiktheid van 15% of meer.”

Op 6 juli 2004 heeft het UWV haar oordeel herzien:

“Echter omdat u de maatgevende arbeid niet daadwerkelijk verricht wordt de mate van arbeidsongeschiktheid bepaald op basis van theoretische verdiencapaciteit.(…). Dit leidt tot een indeling in de klasse 15-25%.”

Op 7 juli 2004 heeft het UWV [werknemer] met ingang van 9 april 2004 een arbeidsonge-schiktheidsuitkering van 14% toegekend. Tegen deze beslissing van het UWV heeft [werknemer] bezwaar gemaakt en vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank Arnhem, sector bestuursrecht. Op 13 mei 2005 heeft het UWV geoordeeld dat de mate van arbeidsonge-schiktheid dient te worden vastgesteld op 25-35%. Ook tegen deze beslissing van het UWV heeft [werknemer] beroep ingesteld. De rechtbank Arnhem, sector bestuursrecht heeft op 17 november 2005 geoordeeld dat de arbeidsongeschiktheidsklasse gehandhaafd blijft op 25-35%. Tegen deze beslissing van de rechtbank Arnhem, sector bestuursrecht heeft [werknemer] beroep ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep. Deze procedure loopt nog.

Bij brief van 30 juli 2004 heeft TNT aan [werknemer] laten weten dat het UWV hem op 6 juli 2004 arbeidsgeschikt heeft bevonden voor de functie van assistent planner, mits de werktijden een lagere tijd (3 à 4 weken) aaneengesloten dezelfde zijn. De transportmanager van TNT heeft aan het UWV kenbaar gemaakt dat TNT om organisatorische redenen geen mogelijkheid heeft de diensten dusdanig te wijzigen waardoor [werknemer] gedurende 3 à 4 weken dezelfde tijden kan werken, waardoor [werknemer] niet in zijn eigen functie kan worden herplaatst.

Afgesproken is dat [werknemer] met ingang van 28 juli 2004 voor de duur van twee maanden wordt ingezet op de afdeling Major Account Desk in Duiven voor het bieden van ondersteuning bij het boeken van importzendingen.

Bij brief van 25 oktober 2004 heeft de gemachtigde van [werknemer] TNT erop gewezen dat TNT actief een passende functie dient aan te bieden en dat het kennisgeven van vacatures volstrekt onvoldoende is. Verder heeft de gemachtigde aangegeven voor welke functies [werknemer] zich geschikt acht en uitleg gevraagd over de sollicitatieprocedure. In reactie daarop heeft TNT bij brief van 5 november 2004 geantwoord dat vacatures onder de aandacht worden gebracht van medisch arbeidsongeschikten en overcomplete medewerkers om allen de kans te geven te solliciteren en aangewezen te worden in een functie.

In december 2005 is [werknemer] een cursus Engels gaan volgen om zijn herplaatsingsmogelijkheden te vergroten.

Op 13 januari 2005 heeft een gesprek plaatsgevonden tussen [werknemer], de heer [A] (adviseur P & O), de heer [B] (transportmanager) en de gemachtigde van [werknemer] over de voortgang van de re-integratie van [werknemer]. De gemachtigde van [werknemer] heeft in een brief van 17 januari 2005 de gemaakte afspraken vastgelegd. Er is onder meer afgesproken dat TNT nader onderzoek zal doen naar externe detacheringsmogelijkheden. Bij brief van 9 maart 2005 heeft TNT aan [werknemer] laten weten dat er geen mogelijkheden zijn om mensen langer dan een jaar, derhalve anders dan bij wijze van tijdelijke overbrugging, te detacheren.

Van 19 april 2005 tot 1 juli 2005 heeft TNT [werknemer] tijdelijk ingezet op de afdeling VAS op de locatie Schiphol-Rijk voor financiële administratieve werkzaamheden. [werknemer] is niet in aanmerking gekomen voor een vacature op deze afdeling omdat hij niet goed in boekhouden was. Gedurende deze periode is [werknemer] de gelegenheid geboden om minder te werken zodat hij zich kon richten op de activiteiten van Perspectief (voorheen Job Consult) en op het vinden van een baan.

Met ingang van 25 juli 2005 heeft TNT [werknemer] voor de duur van drie maanden ingezet op de afdeling Accounts Payable voor financiële administratieve werkzaamheden. Uit de eerste evaluatie is naar voren gekomen dat [werknemer] lichte administratieve werkzaamheden naar behoren kan uitvoeren. Uit de tweede evaluatie is naar voren gekomen dat de theoretische administratieve kennis ontbreekt, waardoor [werknemer] niet in staat bleek om de zwaardere administratieve werkzaamheden te verrichten. Om die reden en omdat werd ingeschat dat [werknemer] niet in staat zou zijn zich de benodigde administratieve kennis eigen te maken, is hij niet in aanmerking gekomen voor de vacature van Employee Accounts Payable.

Human Resource Center heeft het traject met [werknemer] per 1 augustus 2005 stopgezet, omdat binnen TNT een (tijdelijke) passende functie voor [werknemer] was gevonden en het er naar uitzag dat [werknemer] binnen TNT kon blijven werken en om die reden niet meer genoodzaakt was om op zoek te gaan naar een functie op de externe arbeidsmarkt.

Op 1 november 2005 heeft TNT aan [werknemer] laten weten dat zij geen enkele mogelijkheid meer ziet om [werknemer] te herplaatsen. TNT heeft aan [werknemer] meegedeeld dat zij een ontslagvergunning zal aanvragen bij het CWI.

Op 21 november 2005 heeft TNT het CWI toestemming verzocht om de arbeidsovereenkomst met [werknemer] op te zeggen. TNT heeft de aanvraag voor een ontslagvergunning als volgt gemotiveerd:

“Middels de brief d.d. 16 november 2005 aan [werknemer] motiveert TNT waarom er een ontslagvergunning moet worden aangevraagd. Zo solliciteerde [werknemer] niet naar externe functies, niet naar functies met een lager salarisniveau en niet naar functies waarbij de reisafstand woning/werk voor [werknemer] te groot was. Voor functies waarnaar [werknemer] wel solliciteerde is hij ongeschikt bevonden. Dit waren veelal functies op schaal 5 en hoger. Driemaal ontstond er na een tijdelijke tewerkstelling op de afdeling een vacature. Dat was binnen de afdeling Customs & Clearance te Duiven, de afdeling VAS te Schiphol-Rijk en de afdeling Accounts Payable te Duiven. Wanneer deze tewerkstellingen positief waren verlopen had [werknemer] aangewezen kunnen worden in de functie. Helaas was het functioneren niet positief waardoor herplaatsing niet gerealiseerd kon worden (…). TNT heeft hiermee alle inspanningen verricht die redelijkerwijs van haar verwacht kunnen worden.”

Bij brief van 2 december 2005 heeft TNT [werknemer] laten weten dat TNT het salaris van [werknemer] met ingang van 1 februari 2006 zal stopzetten, nu de termijn van twee jaar doorbetaling van salaris na datum medische arbeidsongeschiktheid inmiddels is verstreken.

Op 3 maart 2006 heeft het CWI aan TNT toestemming verleend om de arbeidsovereenkomst met [werknemer] op te zeggen. Bij brief van 8 maart 2006 heeft TNT met verwijzing naar de ontslagvergunning van het CWI en met inachtneming van een opzegtermijn van vijf maanden de arbeidsovereenkomst met [werknemer] met ingang van 1 september 2006 opgezegd.

Het geschil

[werknemer] verzoekt de kantonrechter voor recht te verklaren dat het door TNT per 1 september 2006 gegeven ontslag kennelijk onredelijk is en TNT te veroordelen:

primair:

I. om met [werknemer] binnen twee weken na het vonnis, althans met ingang van een datum als de kantonrechter in goede justitie vermeent te behoren, de arbeidsovereenkomst te herstellen;

II. om aan [werknemer] binnen twee weken na het vonnis het overeengekomen salaris te voldoen vanaf 1 februari 2006 onder aftrek van hetgeen [werknemer] elders aan inkomen heeft genoten, althans een voorziening te treffen als de kantonrechter in goede justitie vermeent te behoren;

subsidiair:

I. om aan [werknemer] binnen twee weken na het vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting een schadevergoeding te betalen groot € 165.000,00 bruto, althans een voorziening te treffen als de kantonrechter in goede justitie meent te behoren;

één en ander met veroordeling van TNT in de proceskosten.

Aan zijn vordering heeft [werknemer] ten grondslag gelegd dat het door TNT per 1 september 2006 gegeven ontslag kennelijk onredelijk is omdat

1. sprake is van een valse reden, en

2. de gevolgen van de opzegging voor [werknemer] te ernstig zijn in vergelijking met het belang van TNT bij de opzegging, mede in aanmerking genomen de voor [werknemer] getroffen voorzieningen en de voor hem bestaande mogelijkheden om ander passend werk te vinden, één en ander zoals hieronder nader uitgewerkt

TNT heeft de vordering gemotiveerd betwist, zoals hierna, voor zover van belang voor de beoordeling, aan de orde zal komen.

De beoordeling

Ingevolge artikel 7:681 lid 2 onder a kan een opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever, in dit geval TNT, onder andere kennelijk onredelijk worden geacht wanneer deze geschiedt zonder opgave van redenen of onder opgave van een voorgewende of valse reden.

[werknemer] heeft gesteld dat TNT de arbeidsovereenkomst (kennelijk onredelijk) heeft opgezegd onder opgave van een valse reden, namelijk omdat [werknemer] langer dan twee jaar arbeidsongeschikt was voor zijn eigen functie en er geen passend werk voor [werknemer] voorhanden was. [werknemer] heeft erkend dat hij langer van twee jaar arbeidsongeschikt was voor zijn eigen functie, maar heeft betwist dat voor hem geen andere passende functie bij TNT voorhanden was. Bovendien heeft TNT niet dan wel onvoldoende gezocht naar een passende functie bij derden.

In de visie van [werknemer] heeft TNT niet aan haar re-integratieverplichtingen in de zin van artikel 8 van de wet REA en artikel 7:658a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek voldaan.

TNT heeft niet meer gedaan dan informeren naar vacatures bij haar eigen bedrijfsonderdelen, waarbij het de locale managers vrijstond om [werknemer] dan wel een andere sollicitant in dienst te nemen. Daarbij heeft TNT [werknemer] categorisch achtergesteld bij de bij een reorganisatie boventallig geworden medewerkers, ongeacht leeftijd, de duur van hun dienstverband en hun kansen op de arbeidsmarkt. Alle vacatures waarop [werknemer] is gewezen, stonden open voor alle TNT-medewerkers, boventallig of arbeidsongeschikt of gewoon op zoek naar een andere functie. Volgens [werknemer] heeft hij meerdere malen te horen gekregen dat hij voor een functie niet in aanmerking kwam omdat hij niet viel onder de Sociaal Begeleidingregeling voor boventalligen. Naar zijn zeggen heeft [werknemer] vele malen aangeboden passende functies te willen vervullen, zelf passende functies aangedragen en alleen op functies met een salarisschaal lager dan schaal 5 niet gesolliciteerd, omdat TNT weigerde het verschil in salaris aan te vullen, ook al was TNT gebonden aan de Sociaal Begeleidingsregeling, waaruit een dergelijke verplichting voor boventalligen voortvloeide. Verder heeft TNT [werknemer] ten onrechte niet in functies, waarin [werknemer] tijdelijke was geplaatst, definitief aangesteld. [werknemer] heeft betwist dat hij voor de functies op de afdelingen Accounts Payable en Customs & Clearance niet geschikt was c.q. binnen redelijke termijn niet geschikt zou kunnen worden. [werknemer] is echter nooit in de gelegenheid gesteld zich de benodigde vaardigheden en kennis eigen te maken. [werknemer] heeft dan ook de conclusie van het UWV betwist dat hij voor de functies, die hij als passend beschouwde, gezien zijn opleiding onvoldoende competenties had. Volgens [werknemer] heeft het UWV deze conclusie op geen enkele wijze onderbouwd. Dat geldt evenzeer voor de conclusie van het UWV dat TNT voldoende activiteiten heeft verricht om tot een herplaatsing of het vinden van passend werk te komen. Hoewel [werknemer] het opstellen van de herplaatsingsprognose door Job Consult als redelijk positief heeft ervaren, heeft Job Consult naar de mening van [werknemer] geen wezenlijke bijdrage aan de re-integratie geleverd. Job Consult heeft niet meer gedaan dan het aanreiken van vacatures, het geven van een cursus “solliciteren” en een cursus “omgaan met computers”. Ten slotte is volgens [werknemer] van enige actieve bemoeienis van TNT om [werknemer] extern te re-integreren niet gebleken. TNT heeft slechts vacatures bij derden aan [werknemer] gegeven. TNT heeft [werknemer] daarbij geen outplacement of een andere vorm van begeleiding aangeboden, aldus [werknemer].

Uit artikel 7:658a BW, de parlementaire geschiedenis en de vaste rechtspraak blijkt dat de werkgever, in dit geval TNT, verplicht is om actief op te treden in het kader van de re-integratie van de arbeidsongeschikte werknemer, in dit geval [werknemer]. Uitgangspunt is dat de werknemer re-integreert in de eigen functie. Als vaststaat dat de werknemer blijvend arbeidsongeschikt is voor de eigen functie, dient de werkgever te onderzoeken of er binnen zijn bedrijf andere passende arbeid voorhanden is. Bij passende arbeid moet het gaan om arbeid die in redelijkheid aan de werknemer kan worden opgedragen, gelet op onder meer het arbeidsverleden, de opleiding, de gezondheidstoestand, de afstand tot het werk, het loon en hetgeen waartoe de werknemer nog in staat is. Artikel 7:658a BW verplicht de werkgever passende arbeid – voor zover redelijkerwijze mogelijk is – aan te bieden. Het slechts zoeken naar passende arbeid is niet voldoende. Evenmin is het voldoende wanneer de werkgever de werknemer in concurrentie met anderen laat solliciteren, terwijl de werkgever een passende functie aan de werknemer had kunnen aanbieden. Uit artikel 7:658a BW blijkt ook dat de werkgever maatregelen moet treffen als redelijkerwijze nodig is om de werknemer in staat te stellen de eigen of andere passende arbeid te verrichten. Indien in het bedrijf van de werkgever geen andere passende arbeid voorhanden is, dient de werkgever de werknemer passende arbeid in het bedrijf van een andere werkgever aan te bieden. Het slechts verwijzen naar de mogelijkheden om extern te solliciteren, al dan niet begeleid door een re-integratiebureau, is onvoldoende.

Naar het oordeel van de kantonrechter is TNT haar re-integratieverplichtingen, zoals bedoeld in artikel 7:658a BW, in meerdere opzichten niet nagekomen.

Met betrekking tot de re-integratie van [werknemer] in de eigen functie heeft het UWV [werknemer] op 24 juni 2004 geschikt geacht voor zijn eigen (maatgevende) arbeid, onder de voorwaarde van een vast arbeidspatroon met regelmatige werktijden (gedurende een periode van 3 à 4 weken aaneengesloten dezelfde werktijden). TNT heeft aan het UWV aangegeven waarom van haar om organisatorische redenen niet kon worden verlangd de diensten van de assistent planners zodanig aan te passen dat voor [werknemer] 3 à 4 weken dezelfde werktijden zouden kunnen worden aangehouden. [werknemer] heeft zelf ook aangegeven niet 3 à 4 weken volgens hetzelfde rooster te willen werken. Blijkens de brief van 6 juli 2004 heeft het UWV geconcludeerd dat re-integratie van [werknemer] in de eigen functie niet mogelijk is en dat [werknemer] blijvend arbeidsongeschikt is voor de eigen arbeid. De vraag of van TNT had mogen worden verwacht dat zij haar organisatie zo zou hebben aangepast dat [werknemer] in regelmatige dienst zijn eigen functie wél had kunnen blijven uitoefenen, behoeft dan ook geen bespreking meer.

Weliswaar heeft TNT de nodige inspanningen verricht om voor [werknemer] een passende baan binnen haar bedrijf te zoeken door het inschakelen van Job Consult, een intern herplaatsingsbureau, door het aanreiken van vacatures, door managers van afdelingen te vragen om [werknemer] voor vacatures in aanmerking te laten komen en door [werknemer] in de periode van mei 2004 tot en met oktober 2005 vijf maal in een tijdelijke functie (2 à 3 maanden) op een van haar afdelingen te plaatsen, dat neemt niet weg dat TNT in meerdere opzichten niet aan haar re-integratieverplichtingen, zoals bedoeld in artikel 7:658a BW, heeft voldaan. Immers, niet is gebleken dat TNT [werknemer] een, gelet op zijn arbeidsverleden, opleiding, leeftijd, gezondheid en bekwaamheden passende functie heeft aangeboden. Dat in een bedrijf als TNT geen voor [werknemer] passende functies voor handen zouden zijn (geweest) komt de kantonrechter niet aannemelijk voor, aangezien TNT [werknemer] meerdere malen in een tijdelijke (passende) functie op een van haar afdelingen heeft geplaatst en aan [werknemer] meerdere malen (passende) vacatures heeft aangereikt. Indien en voor zover [werknemer] (nog) niet aan de functie-eisen van de door TNT aangeboden passende functies had kunnen voldoen, had het op de weg van TNT gelegen om [werknemer] in de gelegenheid te stellen zich de benodigde kennis en vaardigheden eigen te maken. Verder heeft TNT zich ten onrechte op het standpunt gesteld, onder meer in haar brieven van 1 juli 2004 en 5 november 2004, dat [werknemer] samen met andere medisch arbeidsongeschikten en overcomplete medewerkers op vacatures diende te solliciteren en dat de meest geschikte kandidaat zou worden aangenomen. Indien het om een voor [werknemer] passende functie ging, had TNT deze functie aan [werknemer] moeten aanbieden.

Ten slotte is niet gebleken dat TNT, nadat zij had geconcludeerd dat in haar bedrijf geen passende arbeid meer voor [werknemer] voorhanden was, [werknemer] passende arbeid in het bedrijf van een andere werkgever heeft aangeboden. TNT heeft [werknemer] slechts gewezen op de mogelijkheid om extern te solliciteren en externe vacatures aangereikt. Daarmee heeft TNT bovendien gehandeld in strijd met de herplaatsingsprognose van 26 november 2003 van Job Consult, waarin staat dat als wordt vastgesteld dat er binnen TNT geen herplaatsings-mogelijkheden zijn, een extern re-integratiebureau zal worden ingeschakeld om [werknemer] naar de externe arbeidsmarkt te begeleiden.

Artikel 7:660a BW vormt het spiegelbeeld van artikel 7:658a BW. In artikel 7:660a zijn de verplichtingen van de werknemer bij ziekte opgenomen. Deze verplichtingen komen erop neer dat de werknemer moet meewerken aan zijn re-integratie. De werknemer moet meewerken aan door de werkgever getroffen voorschriften en maatregelen en aan het opstellen, evalueren en bijstellen van het plan van aanpak. Verder moet de werknemer passende arbeid verrichten waartoe de werkgever hem in de gelegenheid stelt.

Niet is gebleken dat [werknemer] niet heeft meegewerkt aan zijn re-integratie. [werknemer] heeft zich laten begeleiden door Job Consult bij het zoeken naar een passende baan. [werknemer] heeft meegewerkt aan het opstellen van de herplaatsingsprognose en de cursussen “solliciteren” en “omgaan met computers” gevolgd. Gesteld noch gebleken is dat [werknemer] geen medewerking heeft verleend aan het opstellen, evalueren en bijstellen van het plan van aanpak. Evenmin is gesteld of gebleken dat [werknemer] geen passende arbeid heeft verricht waartoe TNT hem in staat heeft gesteld. Integendeel, [werknemer] heeft in de periode van mei 2004 tot en met oktober 2005 vijf maal in een tijdelijke (passende) functie op een van de afdelingen van TNT gewerkt. Bovendien is [werknemer] zich naarmate de arbeidsongeschikt-heid voor zijn eigen functie voortduurde steeds actiever gaan opstellen. Uit het door [werknemer] in het geding gebrachte overzicht sollicitaties blijkt dat [werknemer] in de periode van 10 december 2003 tot en met 21 oktober 2005 in totaal 21 maal op interne functies bij TNT heeft gesolliciteerd, 4 maal is uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek en in alle gevallen is afgewezen. Naar zijn zeggen heeft [werknemer] ook 30 maal extern gesolliciteerd door middel van bellijsten van Job Consult. Deze 30 externe sollicitaties hebben alleen het versturen van een open sollicitatiebrief opgeleverd.

Het voorgaande leidt tot het oordeel van de kantonrechter dat TNT de arbeidsovereenkomst met [werknemer] kennelijk onredelijk heeft opgezegd. TNT heeft aan de opzegging ten onrechte ten grondslag heeft gelegd dat [werknemer] niet dan wel onvoldoende heeft meegewerkt aan zijn re-integratie en dat TNT alle inspanningen heeft verricht die redelijkerwijze van haar kunnen worden verwacht. Gebleken is evenwel dat [werknemer] naar behoren heeft meegewerkt aan zijn re-integratie en dat TNT haar re-integratieverplichtingen, zoals bedoeld in artikel 7:658a BW, in meerdere opzichten niet is nagekomen. In die zin kan de grondslag voor de opzegging van de arbeidsovereenkomst met [werknemer] als valse reden worden aangemerkt. Het verzoek om voor recht te verklaren dat het door TNT gegeven ontslag kennelijk onredelijk is wordt dan ook toegewezen.

Ingevolge artikel 7:682 BW kan de kantonrechter de werkgever die de arbeidsovereenkomst kennelijk onredelijk heeft opgezegd de werkgever veroordelen de arbeidsovereenkomst te herstellen. Naar het oordeel van de kantonrechter is herstel van de arbeidsovereenkomst een gepasseerd station. Nadat het UWV [werknemer] op 24 juni 2004 geschikt achtte voor zijn eigen (maatgevende) arbeid, onder de voorwaarde van een vast arbeidspatroon met regelmatige werktijden, heeft TNT aan het UWV aangegeven dat zij de diensten van de assistent planners niet zodanig kon aanpassen dat [werknemer] gedurende 3 à 4 weken aaneengesloten op dezelfde werktijden zou kunnen werken. [werknemer] heeft zelf ook aangegeven dat hij niet 3 à 4 weken volgens hetzelfde rooster wil werken. Blijkens de brief van 6 juli 2004 heeft het UWV geconcludeerd dat re-integratie van [werknemer] in de eigen functie niet mogelijk was en dat [werknemer] blijvend arbeidsongeschikt is voor de eigen arbeid. De vordering tot herstel van de overeenkomst wordt dan ook afgewezen.

Onder verwijzing naar artikel 7:681 BW en vaste rechtspraak dient de kantonrechter wanneer hij een opzegging kennelijk onredelijk acht, een schadevergoeding toe te kennen. De schadevergoeding is bedoeld als compensatie voor het verlies van de arbeidsplaats. De hoogte van de schadevergoeding dient naar billijkheid te worden vastgesteld. Mede in aanmerking genomen het feit dat [werknemer] 36 jaar bij TNT heeft gewerkt, per datum opzegging bijna 54 jaar oud was en geringe kansen op de arbeidsmarkt heeft, komt de kantonrechter een schadevergoeding als compensatie voor het verlies van de arbeidsplaats ten bedrage van € 100.000,00 als billijk voor. Dat bedrag wordt dan ook toegewezen.

TNT wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.

De beslissing

De kantonrechter

verklaart voor recht dat het door TNT per 1 september 2006 gegeven ontslag kennelijk onredelijk is;

veroordeelt TNT om aan [werknemer] binnen twee weken na betekening van dit vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting een schadevergoeding te betalen van € 100.000,00;

veroordeelt TNT in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [werknemer] begroot op € 789,87 in totaal, welk bedrag bestaat uit € 84,87 aan dagvaardingskosten, € 105,00 aan vastrecht en € 600,00 aan salaris voor de gemachtigde;

bepaalt dat TNT van het totaalbedrag aan proceskosten het door [werknemer] zelf betaalde deel van het vastrecht van € 26,25 moet betalen aan (de gemachtigde van) [werknemer] en het restantbedrag van € 763,62 aan de griffier van de rechtbank te Arnhem, waarvoor een acceptgirokaart wordt toegestuurd;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. H.J.T. Blom en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2007.