Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BB6160

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
27-06-2007
Datum publicatie
22-10-2007
Zaaknummer
05/5392
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Bouwvergunning met (artikel 19, eerste lid, WRO) vrijstelling voor een speelautomatenhal in Culemborg. In Culemborg mag op grond van de speelautomatenhalverordening maar één speelautomatenhal geëxploiteerd worden. Vergunninghouder heeft de ene speelautomatenhalvergunning die binnen Culemborg kan worden verleend. Een concurrerend bedrijf vindt dat de vrijstelling had moeten worden geweigerd omdat zij de speelautomatenhalvergunning toegewezen had moeten krijgen voor een andere lokatie in de kern. Vaststaat dat deze vergunning ten tijde van het bestreden besluit van kracht was. Van een evidente onjuistheid van deze vergunning op grond waarvan er aanleiding zou kunnen bestaan te twijfelen aan de rechtmatigheid van deze vergunning is de rechtbank niet gebleken. Eiseres kan dus niet in aanmerking komen voor de exploitatie van een speelaautomatenhal en is dus geen belanghebbende in deze procedure. Verweerder heeft eiseres ten onrechte ontvankelijk geacht in bezwaar. Beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en verklaart het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht

Registratienummer: AWB05/5392

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

Lanaut Automaten B.V., eiseres,

gevestigd te 's-Hertogenbosch, vertegenwoordigd door mr.drs. A.H.M. Smits,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Culemborg, verweerder, vertegenwoordigd door mr. M.J. de Groot,

alsmede

Amutron B.V. partij ex artikel 8:26 van de Awb,

te Waalwijk, vertegenwoordigd door mr. J.L. Vissers.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder van 15 november 2005.

2. Procesverloop

Bij besluit van 11 december 2003 heeft verweerder aan Amutron B.V. een bouwvergunning met vrijstelling verleend voor het realiseren van een amusementscenter aan de Prijssestraat 33 te Culemborg.

Bij het in rubriek 1 aangeduide besluit heeft verweerder de ingediende bezwaren gegrond verklaard, en de bestreden besluiten onder aanvulling van de motivering gehandhaafd.

Tegen dit besluit is beroep ingesteld en door verweerder is een verweerschrift ingediend. Naar deze en de overige door partijen ingebrachte stukken wordt hier kortheidshalve verwezen.

Bij schrijven van 16 februari 2006 heeft Amutron B.V. zich gesteld als partij in het geding.

Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank van 25 april 2007. Eiseres is aldaar vertegenwoordigd door mr. drs. A.H.M. Smits en W.A. de Lange. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. M.J. de Groot, Ir. M. Blom en T.A. Brouwer. De partij ex artikel 8:26 van de Awb is vertegenwoordigd door mr. J.L. Vissers, F. Witlox en C.L. Schuurmans.

3. Overwegingen

Aan de inhoudelijke beoordeling van het geschil gaat vooraf de ambtshalve door de rechtbank te beantwoorden vraag vraag of eiseres in deze procedure kan worden gezien als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.

In de gemeente Culemborg is van toepassing de Verordening Speelautomatenhallen. Artikel 2, tweede lid, van deze verordening bepaalt dat de burgemeester voor maximaal een speelautomatenhal vergunning kan verlenen.

Niet in geschil is dat ten tijde van het bestreden besluit door de burgemeester van de gemeente Culemborg reeds een vergunning was verleend aan Amutron B.V. ten behoeve van een speelhal aan Prijssestraat 33. Vaststaat dat deze vergunning ten tijde van het bestreden besluit van kracht was. Van een evidente onjuistheid van deze vergunning op grond waarvan er aanleiding zou kunnen bestaan te twijfelen aan de rechtmatigheid van deze vergunning is de rechtbank niet gebleken.

Dit heeft tot gevolg dat, ongeacht de inhoud van het bestreden besluit en de uitkomst van deze procedure, er van moet worden uitgegaan dat eiseres in Culemborg niet in aanmerking komt voor het exploiteren van een speelautomatenhal. Nu, afgezien van de wens van eiseres tot deze vorm van exploitatie, de rechtbank niet is gebleken van enig ander eigen en rechtstreeks belang van eiseres bij het bestreden besluit, moet worden geoordeeld dat eiseres in deze procedure niet als belanghebbende kan worden aangemerkt.

De omstandigheid dat eiseres aan de uitbater van een nabij het pand Prijssestraat 33 gelegen snackbar een speelautomaat verhuurt, zoals eiseres ter zitting heeft verklaard, betreft een te ver verwijderd verband om eiseres als belanghebbende te beschouwen. Het gaat hier om een andersoortige zakelijke activiteit. Eiseres heeft in haar uitvoerige schriftelijke betogen in het verloop van de gehele procedure dit punt ook niet als een eigen relevant belang naar voren gebracht.

Op grond van het bovenstaande is de rechtbank van oordeel, dat het bestreden besluit, zij het op andere gronden dan door eiseres aangevoerd, niet kan worden gehandhaafd. Verweerder heeft eiseres ten onrechte ontvangen in haar bezwaar.

De rechtbank zal het bestreden besluit daarom vernietigen en het bezwaar van eiseres alsnog niet-ontvankelijk verklaren.

De rechtbank acht geen termen aanwezig over te gaan tot een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van de Awb.

Het hiervoor overwogene leidt de rechtbank, mede gelet op artikel 8:74 van de Awb, tot de volgende beslissing.

4. Beslissing

De rechtbank

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit en verklaart het bezwaar alsnog niet-ontvankelijk,

bepaalt dat de gemeente Culemborg het door eiseres betaalde griffierecht ten bedrage van

€ 276,- aan haar vergoedt.

Aldus gegeven door mr. B.N. Crol als voorzitter, mrs.M. Groverman en M.J.P. Heijmans als rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.G.J. Litjens als griffier. Door de voorzitter in het openbaar uitgesproken op 27 juni 2007 in tegenwoordigheid van de griffier, voornoemd.

De griffier, De rechter,

Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.

Verzonden op:27 juni 2007