Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BB5774

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
12-10-2007
Datum publicatie
17-10-2007
Zaaknummer
476538 CV Expl 07-469
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rentevordering, berekend over een te lange periode,

leidt in onderhavig geval tot een rentevordering die door de kantonrechter als exhorbitant hoog wordt beoordeeld,

gerelateerd aan de periode waarin er voor een rentevordering wellicht wel grond was geweest.

Nu een toelichting ontbreekt wordt de rentevordering afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 476538 \ CV EXPL 07-469 \ 275\bt

uitspraak van 12 oktober 2007

Vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap Wehkamp B.V.

gevestigd te Zwolle

eisende partij

gemachtigde M.G. de Jong

tegen

[gedaagde]

wonende te Beuningen

gedaagde partij

procederend in persoon

Partijen worden hierna Wehkamp en [gedaagde] genoemd.

1. De procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit

- de dagvaarding van 12 januari 2007

- de conclusie van antwoord met producties

- de conclusie van repliek met producties

- de conclusie van dupliek.

2. De feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

2.1 [gedaagde] heeft in mei 2004 een televisie en een dvd-recorder bij Wehkamp besteld welke werden aangeboden voor de gezamenlijke prijs van € 719,10. Bijkomende kosten waren de verwijderingsbijdragen voor de televisie: € 8,-, en voor de dvd-recorder: € 3,-. Beide apparaten zijn op 2 juni 2004 door Wehkamp bij [gedaagde] bezorgd.

2.2 Op 7 juni 2004 heeft [gedaagde] met klachten over de beeldkwaliteit van de televisie gereclameerd. Hierna is het toestel door de bezorgdienst van Wehkamp opgehaald.

2.3 Op 16 juli 2004 heeft Wehkamp wegens het niet ontvangen van de afstandsbediening van de geretourneerde televisie een boetebedrag van € 35,- bij [gedaagde] in rekening gebracht.

2.4 Op 28 juli 2004 is door Wehkamp eenzelfde televisietoestel bij [gedaagde] afgeleverd. Hiervoor heeft Wehkamp een bedrag van € 749,- bij [gedaagde] in rekening gebracht vermeerderd met bezorg- en transportkosten ad € 24,95.

2.5 [gedaagde] heeft op 6 oktober 2004 een bedrag van € 730,10 betaald.

3. De vordering en het verweer

3.1 Wehkamp vordert de veroordeling van [gedaagde], bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van een bedrag van € 183,26, te vermeerderen met rente en proceskosten.

3.2 Wehkamp legt het volgende aan haar vordering ten grondslag.

[gedaagde] heeft het prijsverschil tussen de aanvankelijk geleverde televisie/dvd-speler en het toestel uit de tweede bestelling (zijnde € 29,90) niet voldaan. Daarnaast heeft hij ook de in rekening gebrachte boete met betrekking tot de afstandsbediening

(€ 35,-) en -zo de kantonrechter uit de door Wehkamp in het geding gebrachte specificatie begrijpt- de transportkosten met betrekking tot de tweede levering

(€ 24,95) niet voldaan.

Daarnaast vordert Wehkamp rente en buitengerechtelijke incassokosten.

3.3 [gedaagde] heeft de vordering betwist en aangevoerd dat Wehkamp ten onrechte spreekt over een tweede bestelling; de tweede levering betrof de vervanging van de bij Wehkamp aangeschafte televisie-dvd combinatie. De prijsverhoging is derhalve onterecht.

Over de afstandsbediening voert [gedaagde] aan dat deze door de medewerkers van de bezorgdienst van Wehkamp(abusievelijk) niet is meegenomen. Bij de tweede levering weigerden de bezorgers de afstandsbediening mee te nemen omdat dit logistiek niet in hun routeschema paste. Bij telefonische navraag kreeg [gedaagde] te horen dat hij de afstandsbediening niet kon opsturen omdat alles met de eigen bezorgdienst ging.

4. De beoordeling

4.1 De kantonrechter acht niet gebleken van een eerste en -enige tijd daarna- van een tweede bestelling door [gedaagde]. Zulks is betwist en valt in ieder geval niet genoegzaam af te leiden uit de in het geding gebrachte specificatie. [gedaagde] heeft zich verweerd door te stellen dat het eerst afgeleverde toestel niet goed werkte en dat het tweede toestel daarvoor -na zijn reclamatie- in de plaats is gekomen. Wehkamp heeft erkend dat zij het eerste toestel heeft opgehaald. Enige tijd later, op 28 juli 2004, heeft Wehkamp een zelfde type toestel als het eerste bij [gedaagde] afgeleverd. Nadat [gedaagde] bij antwoord had gesteld dat het om een vervanging van het eerste, ondeugdelijke toestel ging, had Wehkamp niet kunnen volstaan met de enkele opmerking dat [gedaagde] een nieuwe bestelling had geplaatst zonder daarvan een stuk van overtuiging (een bestelformulier) over te leggen. De kantonrechter stelt daarom vast dat de bestelling van [gedaagde] pas op 28 juli 2004 is gevolgd door een deugdelijke levering.

Nu pas de tweede levering de uitvoering van de oorspronkelijke overeenkomst betrof had zowel de prijsverhoging van het tweede televisietoestel achterwege moeten blijven.

Daaraan doet niet af dat [gedaagde] niet tijdig en schriftelijk tegen dit prijsverschil zou hebben geageerd. Dit onderdeel van de vordering wordt daarom afgewezen.

4.2 Wehkamp heeft [gedaagde] bezorg- en transportkosten in rekening gebracht. In de oorspronkelijke overeenkomst was daarin niet voorzien. Zonder nadere motivering, welke ontbreekt, valt niet in te zien waarom Wehkamp deze transportkosten bij [gedaagde] in rekening mocht brengen. Dit onderdeel van de vordering wordt daarom afgewezen.

4.3 Ten aanzien van de afstandsbediening merkt de kantonrechter het volgende op.

Wehkamp heeft niet weersproken dat het haar eigen personeel is geweest dat bij het ophalen van het ondeugdelijke toestel heeft vergeten de afstandsbediening mee te nemen. Ook heeft zij niet weersproken dat [gedaagde] heeft gebeld en te horen heeft gekregen dat hij de afstandsbediening niet kon opsturen maar dat deze door de Wehkamp zou worden opgehaald.

Wehkamp heeft dus niet weersproken dat het haar eigen fout was dat de afstandsbediening niet is teruggekomen. Zij had daarom geen grond om [gedaagde] een boete in rekening te brengen.

Dit deel van de vordering zal daarom worden afgewezen.

4.4 [gedaagde] heeft het door hem onbetwiste bedrag van € 730,10 pas op 6 oktober 2004 voldaan. Volgens de door Wehkamp overgelegde Algemene Voorwaarden heeft een klant het geleverde 14 dagen op zicht. Daarna is de overeenkomst een feit. De overeenkomst was in onderhavig geval dus volgens Wehkamps eigen voorwaarden 14 dagen na 28 juli 2004 -de datum van de tweede levering- een feit. Dit neemt niet weg dat de betaaltermijn reeds eerder -op de factuurdatum- een aanvang kan hebben genomen. Omdat in deze procedure geen factuur is overgelegd moet de kantonrechter veronderstellenderwijs er in redelijkheid van uitgaan dat de betaaltermijn op zijn vroegst op 15 augustus 2004 en op zijn laatst op 31 augustus 2004 was verstreken. De factuur zou dan dezelfde datum hebben gehad als de afleverbon. Deze factuur vermelde overigens het door [gedaagde] betwiste bedrag van

€ 749,-, exclusief € 11,- wegens de verwijderingsbijdragen.

Vervolgens diende Wehkamp tenminste twee aanmaningsbrieven te versturen voordat zij de zaak uit handen kon geven aan een incassobureau. De aan deze brieven verbonden termijnen beliepen -eveneens veronderstellenderwijs in redelijkheid- tussen de 4 en de 8 weken. De betaling door [gedaagde] van de oorspronkelijke koopsom valt binnen deze marge. Daarom is niet uitgesloten dat Wehkamp haar vordering te vroeg uit handen heeft gegeven. Nu Wehkamp geen toelichting heeft verstrekt met betrekking tot het door haar gevolgde aanmanings- en incassotraject heeft zij onvoldoende gesteld om de vordering van de vergoeding van incassokosten deugdelijk te onderbouwen. Dit onderdeel van de vordering wordt daarom afgewezen.

4.5 Wehkamp vordert € 56,41 wegens contractuele rente, berekend vanaf 17 mei 2004 tot 3 mei 2005. Zoals hiervoor uiteengezet was de vroegst mogelijke datum waarop [gedaagde] te laat was met betalen 15 augustus 2004. Afhankelijk van de voorwaarden van Wehkamp (de uitgebreide versie, waarin dit is geregeld, is niet overgelegd) kan het een latere datum zijn, bijvoorbeeld 31 augustus 2004. Dat betekent dat Wehkamp over maximaal de periode tussen 15 augustus 2004 en 6 oktober 2004

(= 52 dagen) rente in rekening zou kunnen brengen over een bedrag van € 730,10. De minimale termijn bedraagt 36 dagen. Het door Wehkamp gevorderde rentebedrag van € 56,41 betekent in het ene geval een rente van 54 % op jaarbasis en in het tweede geval een rente van 78 % op jaarbasis. De kantonrechter is van oordeel dat een schuldeiser in redelijkheid dergelijke exhorbitante rentes niet aan een contractpartner in rekening kan brengen. Nu elke toelichting van Wehkamp over de renteberekening ontbreekt, moet ook dit onderdeel van haar vordering als onvoldoende toegelicht worden afgewezen.

4.6 Nu de vordering wordt afgewezen zal Wehkamp als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, aan de kant van [gedaagde] te begroten op nihil.

De beslissing

De kantonrechter

wijst de vordering af;

veroordeelt Wehkamp in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [gedaagde] begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. P.A. Huidekoper en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2007.