Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BB5464

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
03-10-2007
Datum publicatie
11-10-2007
Zaaknummer
152147
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2009:BL0278, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ter comparitie van partijen heeft gedaagde verklaard dat hij op verzoek van XXX, een Engelsman die hij uit het uitgaansleven van Nijmegen kende, het perceel heeft gehuurd van BCG en aan XXX heeft onderverhuurd. Op verzoek van XXX heeft hij destijds een groot aantal stukken ondertekend zonder te weten wat precies de inhoud van die stukken was, aldus gedaagde. Hij kan daarom ook niet de verschillen tussen de huur- en de onderhuurovereenkomst verklaren. Hij heeft voorts verklaard dat het mogelijk is dat de aansluiting van elektriciteit op zijn naam is gekomen, dat hij maandelijks de huur contant van XXX ontving, dat hij de huur aan BCG betaalde en dat hij het verschil tussen de huurprijs en de onderhuurprijs van EUR 100,- per maand zelf behield. Volgens gedaagde heeft hij het perceel eind 2003 eenmaal bezocht en is hij er daarna niet meer geweest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 152147 / HA ZA 07-261

Vonnis van 3 oktober 2007

in de zaak van

de naamloze vennootschap

N.V. CONTINUON NETBEHEER,

gevestigd te Arnhem,

eiseres,

procureur mr. J.M. Bosnak,

tegen

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

procureur mr. R.J. Verweij.

Partijen zullen hierna Nuon en [gedaagde] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 23 mei 2007

- het proces-verbaal van comparitie van 14 september 2007.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Nuon heeft na een telefonische aanmelding voor aansluiting van de elektriciteit vanaf 1 januari 2004 het transport verzorgd van elektriciteit naar het perceel gelegen aan de

[adres] (hierna: het perceel).

2.2. [gedaagde] heeft met ingang van 1 januari 2004 het perceel gehuurd van Businesscenter Gennep (hierna BCG) tegen een all-in huurprijs van EUR 42.000,- per jaar, met het recht van onderhuur.

In de huurovereenkomst tussen BCG en [gedaagde] is in artikel 4.1 het volgende bepaald:

“4.1 De betalingsverplichting van de huurder bestaat uit:

- de huurprijs

- watergeld (rechtstreeks aan de leverancier te betalen)

- de vergoeding voor de bijkomende leveringen en diensten. (rechtstreeks aan de leverancier te betalen).”

2.3. [gedaagde] heeft met ingang van 1 januari 2004 het perceel (onder)verhuurd aan de heer S.T. [XXX] tegen een all-in huurprijs van EUR 43.200,- per jaar, zonder het recht van onderhuur.

In de (onder)huurovereenkomst tussen [gedaagde] en [XXX] is in artikel 4.1 het volgende bepaald:

“4.1 De betalingsverplichting van de huurder bestaat uit:

- de huurprijs

- watergeld (rechtstreeks aan de leverancier te betalen)

- elektriciteitskosten

- de vergoeding voor de bijkomende leveringen en diensten. (rechtstreeks aan de leverancier te betalen).”

2.4. Nuon heeft een contractsbevestiging verzonden gericht aan [gedaagde] op het adres

[adres]. Hierop heeft Nuon geen reactie ontvangen.

Nuon heeft de door haar ontvangen termijnbetalingen ten behoeve van het perceel op naam van [gedaagde] geboekt.

2.5. Op 21 november 2005 heeft de politie in samenwerking met Nuon een inval gedaan in het perceel. Daarbij is een hennepkwekerij aangetroffen en geconstateerd dat ten behoeve hiervan illegaal elektriciteit is afgetapt door middel van een vóór de meterkast, zonder toestemming van Nuon, zelfstandig geplaatste aansluiting. De meterkast is daarbij beschadigd en de verzegeling verbroken. Nuon heeft hiervan aangifte gedaan bij de politie.

2.6. Door de illegale aansluiting is het verbruik van de hennepkwekerij en een deel van het verbruik van het resterende deel van het perceel niet door de meter geregistreerd. Nuon heeft berekend dat in het perceel totaal 286.724 kWh elektriciteit is verbruikt, dat niet door de meter is geregistreerd.

2.7. Nuon heeft ter zake van dit verbruik en gemaakte kosten op 9 december 2005 een factuur aan [gedaagde] gezonden van in totaal EUR 38.928,15 inclusief btw. [gedaagde] heeft deze factuur onbetaald gelaten.

3. Het geschil

3.1. Nuon vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van EUR 38.928,15 (inclusief btw) ter zake van schadevergoeding, EUR 65,- ter zake van administratiekosten en EUR 1.158,- ter zake van buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met wettelijke rente en proceskosten, primair op grond van wanprestatie en subsidiair op grond van onrechtmatige daad.

3.2. [gedaagde] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Ter gelegenheid van de comparitie van partijen is gebleken dat er geen schriftelijke overeenkomst tussen Nuon en [gedaagde] bestaat. In geval van een telefonische aanmelding voor aansluiting van elektriciteit worden de gegevens van de aanvrager door Nuon opgenomen en wordt er een contractbevestiging aan de aanvrager toegezonden, aldus Nuon. Nuon verlangt geen ondertekening en terugzending van de contractbevestiging van de aanvrager. Nu [gedaagde] gemotiveerd betwist dat hij de telefonische aanmelding voor de aansluiting van elektriciteit heeft gedaan en dat hij de contractsbevestiging heeft ontvangen, dient Nuon bewijs te leveren van haar stelling dat tussen partijen een overeenkomst is gesloten tot aansluiting en transport van elektriciteit. Nuon heeft ter gelegenheid van de comparitie verklaard dat zij niet beschikt over andere bewijsstukken dan die zij reeds in het geding heeft gebracht, te weten de huurovereenkomst tussen BCG en [gedaagde], het afschrift van de jaarafrekening over 2004 op naam van [gedaagde], een computeruitdraai van de ten behoeve van het perceel aan Nuon gedane betalingen op naam van [gedaagde] en de contractsbevestiging op naam van [gedaagde].

4.2. De rechtbank is van oordeel dat uit deze stukken niet blijkt dat een overeenkomst is gesloten tussen Nuon en [gedaagde]. Het is immers goed mogelijk dat derden op naam van [gedaagde] de aanmelding voor de aansluiting hebben gedaan, waarna Nuon het contract op naam van [gedaagde] heeft gesteld. Nuon heeft ter comparitie verklaard dat niet bekend is wie de termijnbetalingen aan haar heeft gedaan en dat de termijnbedragen waarschijnlijk zijn voldaan door middel van storting op het postkantoor. Het is dus eveneens goed mogelijk dat derden de termijnbedragen hebben voldaan. Aangezien Nuon heeft meegedeeld dat zij niet over andere bewijsmiddelen beschikt, dan die zij reeds heeft overgelegd, zal de rechtbank haar niet tot het leveren van bewijs toelaten. Nu niet is komen vast te staan dat een overeenkomst is gesloten tussen Nuon en [gedaagde], is voor toewijzing van de vordering op de primaire grondslag geen plaats.

4.3. Ter comparitie van partijen heeft [gedaagde] verklaard dat hij op verzoek van [XXX], een Engelsman die hij uit het uitgaansleven van Nijmegen kende, het perceel heeft gehuurd van BCG en aan [XXX] heeft onderverhuurd. Op verzoek van [XXX] heeft hij destijds een groot aantal stukken ondertekend zonder te weten wat precies de inhoud van die stukken was, aldus [gedaagde]. Hij kan daarom ook niet de verschillen tussen de huur- en de onderhuurovereenkomst verklaren. Hij heeft voorts verklaard dat het mogelijk is dat de aansluiting van elektriciteit op zijn naam is gekomen, dat hij maandelijks de huur contant van [XXX] ontving, dat hij de huur aan BCG betaalde en dat hij het verschil tussen de huurprijs en de onderhuurprijs van EUR 100,- per maand zelf behield. Volgens [gedaagde] heeft hij het perceel eind 2003 eenmaal bezocht en is hij er daarna niet meer geweest.

4.4. De rechtbank is van oordeel dat [gedaagde] door in zee te gaan met [XXX], die hij niet goed kende, zonder verder onderzoek te doen naar diens werkelijke bedoelingen met het perceel, door stukken te ondertekenen waarvan hij de inhoud niet precies kende en door het perceel niet regelmatig te bezoeken, derden in de gelegenheid heeft gesteld een aansluiting van elektriciteit op zijn naam te verkrijgen, een hennepkwekerij in te richten in het perceel en daartoe illegaal elektriciteit af te tappen, waardoor Nuon schade heeft geleden. Door aldus te handelen heeft [gedaagde] zich onzorgvuldig en dus onrechtmatig jegens Nuon gedragen. [gedaagde] heeft door deze handelswijze immers bewust het risico genomen dat in het perceel illegale activiteiten werden ontplooid, tengevolge waarvan Nuon schade heeft geleden. Dit is hem toe te rekenen en voor die schade is hij dan ook aansprakelijk.

4.5. De door Nuon gevorderde schade bestaat uit de kosten van het illegale stroomverbruik en –transport en onderzoeks-, aansluitings- en administratiekosten, vermeerderd met btw. De door Nuon in rekening gebrachte kosten van stroomverbruik en -transport van in totaal EUR 25.945,97 heeft zij gebaseerd op een schatting aan de hand van de op 21 november 2005 in het perceel aangetroffen toestand van de hennepkwekerij. Nuon heeft gemotiveerd, onder overlegging van een onderzoeksrapport en foto’s, toegelicht aan de hand van welke gegevens zij tot de berekening van het verbruik in de verschillende ruimtes van het perceel (A tot en met E) is gekomen. Daarbij is zij uitgegaan van de in de hennepkwekerij aangetroffen apparatuur, het aantal kweken dat in de ruimtes A tot en met E heeft plaatsgevonden, gebaseerd op de mate van vervuiling van de daar aangetroffen koolstoffilters, en de groei- en bloeitijd van de kweken zoals die op 21 november 2005 zijn aangetroffen. [gedaagde] betwist deze berekening bij gebrek aan wetenschap. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien dat de berekeningswijze van Nuon ondeugdelijk of onredelijk is. Nu [gedaagde] zijn verweer niet nader heeft onderbouwd, gaat de rechtbank hieraan voorbij. Dit geldt ook voor het verweer van [gedaagde] tegen de door Nuon in rekening gebrachte kosten van EUR 6.767.14 ten gevolge van de gepleegde frauduleuze handelingen. Uit de factuur van 9 december 2005 blijkt dat deze kosten bestaan uit voorrijdkosten, onderzoek meetinrichting, af- en aansluitkosten, kosten in verband met het verzwaren van de aansluiting en administratiekosten. Nuon heeft hiermee de kosten voldoende gespecificeerd. Nuon vordert als onderdeel van de schade tevens de btw over de kosten van het illegale stroomverbruik en -transport en over de onderzoeks-, aansluitings- en administratiekosten. Ter comparitie heeft Nuon desgevraagd meegedeeld dat zij de btw daadwerkelijk heeft afgedragen en dat dit voor haar een schadepost is. [gedaagde] heeft dat niet weersproken.

De rechtbank zal de gevorderde schadevergoeding van EUR 38.928,15 inclusief btw dan ook toewijzen.

4.6. Nuon heeft een incassobureau ingeschakeld om betaling van haar vordering te verkrijgen. Het incassobureau heeft op naam van Nuon twee aanmaningen aan [gedaagde] verzonden en voorts onderzoek gedaan naar zijn persoonsgegevens en naar de verhaalbaarheid van de vordering. Deze werkzaamheden zijn verrichtingen ter voorbereiding van de gedingstukken en ter instructie van de zaak, zoals bedoeld in artikel 241 Rv., zodat zij niet voor vergoeding op grond van artikel 6:96 lid 2BW in aanmerking komen. De door Nuon gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van EUR 1.158,- zullen dan ook worden afgewezen. De gevorderde administratiekosten van € 65,- zullen om die reden evenmin worden toegewezen.

4.7. Op grond van het voorgaande is [gedaagde] in totaal EUR 38.928,15 aan Nuon verschuldigd ter zake van schadevergoeding. De wettelijke rente over dit bedrag is toewijsbaar vanaf de datum van het opeisbaar worden van de schadevergoeding en in dit geval vanaf, zoals gevorderd, 24 december 2005.

4.8. [gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De rechtbank begroot de proceskosten aan de zijde van Nuon op basis van het toegewezen bedrag op:

- dagvaarding EUR 70,85

- vast recht 925,00

- salaris procureur 1.158,00 (2 punten × tarief EUR 579,00)

Totaal EUR 2.153,85

4.9. De gevorderde nakosten zullen voor wat betreft het procureurssalaris worden toegewezen nu zij zijn begroot volgens het liquidatietarief rechtbanken en hoven en niet zijn bestreden. De gevorderde deurwaarderskosten van betekening zullen worden toegewezen onder de voorwaarde dat zij inderdaad zullen zijn gemaakt.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. veroordeelt [gedaagde] om aan Nuon te betalen een bedrag van EUR 38.928,15, (achtendertigduizend negenhonderdachtentwintig euro en vijftien eurocent) vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 24 december 2005 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Nuon tot op heden begroot op EUR 2.153,85, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de 15e dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.3. veroordeelt [gedaagde] om aan Nuon te betalen een bedrag van EUR 131,- ter zake van nakosten voor het procureurssalaris en een bedrag van EUR 68,- ter zake van nakosten van betekening, voor zover die laatste kosten daadwerkelijk zullen zijn gemaakt, te vermeerderen met de wettelijke rente over beide bedragen vanaf de 15e dag na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.J. Peerdeman en in het openbaar uitgesproken op 3 oktober 2007.