Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BB4561

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-09-2007
Datum publicatie
01-10-2007
Zaaknummer
467745 CV Expl. 06-6458
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Art. 6:10 BW. Vrijwaring. Vennootschap onder firma; huur bedrijfsruimte. Interne aansprakelijkheid/draagplicht. De vennoot die is toegetreden nadat de medevennoot de huurovereenkomst heeft gesloten, heeft voor de vordering van de verhuurder tot betaling van achterstallige huurpenningen geen verhaal op die medevennoot voor zover de vordering diens aandeel in de v.o.f. te boven gaat. In casu is geen vordering tot verhaal op de medevennoot ten belope van diens aandeel ingesteld. Vordering in vrijwaring, die het gehele in de hoofdzaak toegewezen bedrag omvat, afgewezen. Zie ook ktr. Nijmegen 21 september 2007, LJN BB 4560

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 10
Wetboek van Koophandel
Wetboek van Koophandel 18
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JIN 2007/602
RO 2007, 96
JRV 2008, 34

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 467745 \ CV EXPL 06-6458 \

uitspraak van 21 september 2007

Vonnis in vrijwaring

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [partij A].

gevestigd te Oosterhout

eisende partij

gemachtigde mr. J.L. de Crom

tegen

[partij B]

wonende te Beuningen

gedaagde partij

procederend in persoon

Partijen worden hierna aangeduid als ‘[partij A]’ en ‘[partij B]’.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken, die zich bevinden in het ter griffie aangelegde dossier:

- het exploot van dagvaarding van 2 november 2006 met producties;

- het verweer van [partij B] inzake vrijwaring dd 10 november 2006 met producties;

- de conclusie van antwoord met een productie van [partij A].;

- de conclusie van repliekin vrijwaring met producties;

- de akte houdende antwoord op repliek met producties;

- de akte uitlating producties van [partij A].

1. De feiten

1.1. Bij schriftelijke overeenkomst van 29 november 2000 heeft [partij B], naar in de akte is vermeld handelend onder de naam [VOF X i/o] en haar rechtsopvolgers, van [persoon Y] te Nijmegen (verder te noemen: [persoon Y]) ongeveer 775 m2 bedrijfsruimte aan de [adres] gehuurd. De huurprijs bedraagt f 98.000,- per jaar exclusief BTW en servicekosten, te betalen in maandelijkse termijnen van f 8.166,67.

1.2. In de huurovereenkomst is verder - voor zover hier van belang - het volgende bepaald:

* de huur gaat in op 1 januari 2001 en duurt voort tot 1 januari 2011, waarna één maal verlenging met vijf jaar mogelijk is;

* beëindiging van de huur vindt plaats door opzegging tegen het einde van een huurperiode;

* tussentijdse beëindiging van de huur is mogelijk in een omstandigheid als bedoeld in artikel 7 van de algemene bepalingen;

* de algemene bepalingen huurovereenkomst kantoorruimte en andere bedrijfsruimte niet ex artikel 7A:1624 BW, gedeponeerd bij de griffie van de rechtbank te ’s-Gravenhage op 18 augustus 1994 en aldaar ingeschreven onder nummer 138/1994, hierna te noemen ‘algemene bepalingen’, maken deel uit van de huurovereenkomst.

1.3. Op briefpapier van de besloten vennootschap [Z] B.V. te Oosterhout deelt [naam medewerker] (verder te noemen: [ZZ]) op 10 november 2000 per telefax aan Accountantskantoor [D] onder meer mee:

“Het lijkt erop, dat [voornaam] [partij B] een definitieve overeenkomst heeft op basis van de reeds eerder aan jou gestuurde V&W en voorlopige balanscijfers.

Gaarne de volgende wijzigingen doorvoeren in de concept intentieverklaring:

1)

Koper 1 de heer [voorletters] [partij B]

(…)

voor 51 procent

2)

Koper 2 [bedrijf H]

Voor 49 procent

Beide kopers gezamenlijk vormen [VOF X]

(…)

Kun je verder reeds enige activiteiten starten om

a)

een VoF op te richten, [voornaam] geeft de nadere bijzonderheden nog door.”

1.4. De vennootschapsakte van [VOF E]. dateert van 15 januari 2001. In de akte is vermeld dat [partij B] en [K], laatstgenoemde vertegenwoordigd door [ZZ], met elkaar zijn overeengekomen een vennootschap onder firma aan te gaan en wel met ingang van 1 januari 2001. De vennootschapsakte bevat onder meer de volgende bepalingen:

“ Doel

ARTIKEL 2

De vennootschap heeft ten doel een onderneming betreffende de volgende activiteiten uit te oefenen:

het exploiteren van een groothandel in rijwielen, bromfietsen en onderdelen daarvan, het exploiteren van technische werkplaatsen alsmede al hetgeen daarmee direct of indirect verband houdt of hieraan bevorderlijk kan zijn, zulks in de ruimste zin des woords.

(…)

Bevoegdheden en verplichtingen der vennoten

ARTIKEL 5

Ieder der vennoten is bevoegd voor de vennootschap beheershandelingen te verrichten, zoals in het kader van de normale dagelijkse uitoefening van het bedrijf ter verwezenlijking van het in artikel 2 omschreven doel gebruikelijk is.

(…)

Verboden handelingen

ARTIKEL 8

1. Geen der vennoten kan zonder schriftelijke toestemming van de andere vennoot een ander als mede-vennoot in de vennootschap opnemen of zijn aandeel in de vennootschap of winsten daarvan op enigerlei wijze aan een ander overdragen.

2. Geen der vennoten kan zonder schriftelijke toestemming van de andere vennoot zich in privé als borg of hoofdelijke schuldenaar verbinden of zich op enigerlei andere wijze sterk maken, danwel termijnzaken doen of speculatieve handelingen verrichten.”

1.5. In een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland van 10 januari 2001 is vermeld dat [VOF E]. is opgericht op 25 december 2000, dat [partij B] en [K] op die datum als vennoot zijn toegetreden, dat zij beperkt bevoegd zijn en dat er beperkende bepalingen zijn aangaande de rechten van de vennootschap ten opzichte van derden, waarvoor wordt verwezen naar het dossier.

1.6. Een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel Centraal Gelderland van 21 november 2001 bevat wat de oprichting van de vennootschap en de toetreding van [partij B] als vennoot betreft, dezelfde gegevens als het hiervoor genoemde uittreksel van 10 januari 2001. Afwijkend is de vermelding van de datum van toetreding van [K] als vennoot en de bevoegdheid: het uittreksel van 21 november 2001 vermeldt dat [K] op 25 december 2000 is toegetreden en dat de vennoten onbeperkt bevoegd zijn. Wel is de aantekening dat er beperkende bepalingen zijn aangaande de rechten van de vennootschap ten opzichte van derden, waarvoor wordt verwezen naar het dossier, gehandhaafd.

1.7. Op 6 maart 2006 stond in het handelsregister blijkens “uittreksel informatie internet” het volgende ingeschreven. Vennoot van de vennootschap is [partij A]., toegetreden op 1 januari 2002. Haar (huidige) vertegenwoordigingsbevoegdheid is ingegaan op 11 februari 2003. Over haar bevoegdheid is vermeld dat zij beperkt bevoegd is, waarbij is aangetekend dat de vennoten onbeperkt bevoegd zijn met uitzondering van langlopende verplichtingen.

1.8. [partij B] heeft op 18 april 2002 een verklaring ondertekend dat hij geen bezwaar heeft tegen de overdracht van het vennootschapsaandeel van [K] in [VOF E]. aan [partij A].

1.9. [partij B] heeft erkend het door [persoon Y] in de hoofdzaak gevorderde bedrag van de huurachterstand aan deze schuldig te zijn.

2. De vordering en het verweer in de vrijwaringzaak

2.1. Bij vonnis van 13 oktober 2006 onder zaak/rolnummer 433923 CV EXPL 06-1410 heeft de kantonrechter de kantonrechter alhier [partij A]. toegestaan [partij B] in vrijwaring te roepen.

2.2. [partij A]. vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, indien mogelijk gelijktijdig met het vonnis in de hoofdzaak:

1. [partij B] zal veroordelen tot betaling van datgene waartoe zij in de hoofdzaak tegen [persoon Y] mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de kostenveroordeling;

2. [partij B] zal veroordelen in de proceskosten.

2.3. De vordering is tegen de achtergrond van de hiervoor weergegeven feiten gegrond op de volgende stellingen, samengevat weergegeven.

1) [partij B] was niet bevoegd om namens een nog op te richten vennootschap rechtshandelingen te verrichten.

2) [partij B] was niet bevoegd om namens de vennootschap een huurovereenkomst te sluiten.

3) Noch de vennootschap noch [partij A]. is partij bij de huurovereenkomst; geen van beiden heeft toestemming gegeven om die overeenkomst aan te gaan, zodat zij daar niet aan gebonden zijn. [partij B] heeft de huurovereenkomst voor zichzelf gesloten. Voor betalingsverplichtingen uit die overeenkomst is zij dus niet aansprakelijk.

[partij B] dient haar daarom te vrijwaren van de gevolgen van een veroordelend vonnis in de hoofdzaak.

2.4. [partij B] voert gemotiveerd verweer.

3. De beoordeling in de vrijwaringzaak

3.1. [partij B] betoogt dat hij niet onbevoegd was tot het aangaan van de huurovereenkomst. Deze handeling behoort immers tot de beheershandelingen als bedoeld in artikel 5 van de vennootschapsakte.

3.2. [partij B] erkent dat hij zonder medewerking van [K] respectievelijk [partij A]. niet bevoegd was tot het aangaan van langlopende schulden. Hij stelt zich echter op het standpunt - zo leest de kantonrechter - dat de huurovereenkomst niet valt aan te merken als het aangaan van een langlopende schuld, maar als het verkrijgen van een faciliteit om tot een goede bedrijfsvoering te komen. [partij B] wijst erop dat [ZZ] zowel van de latere (mede)vennoot [partij A]. als van de eerste medevennoot [K] directeur is. [partij A]. diende dus bij haar toetreding ook op de hoogte te zijn van de volledige boekhouding van de vennootschap. Volgens [partij B] is van de kant van [K] noch van die van [partij A]. ooit bezwaar gemaakt tegen de huurovereenkomst of tegen het feit dat hij die alleen had gesloten. Een door [partij A]. overgelegd faxbericht van

[ZZ] aan [partij B] van 12 januari 2001 zegt hij nooit te hebben ontvangen. Dit bericht luidt als volgt:

“Ik heb net nog even contact gehad met [voornaam].

Betreffende het concept akte van vennootschap, artikel 5 geeft aan, dat je volledige bevoegdheid hebt om alle normale, dagelijkse (handels)transacties alleen te tekenen en aan te gaan.

Voor langlopende verplichtingen (zoals de lease overeenkomst voor het computersysteem) moeten wij beiden onze handtekening zetten. Je legt daarmee tenslotte mij ook een langlopende verplichting op, en daarvan moet ik op de hoogte zijn.”

3.3. De kantonrechter overweegt hieromtrent als volgt. In het vonnis van heden in de hoofdzaak is beslist, kort samengevat, dat [partij A]. hoofdelijk aansprakelijk is voor achterstallige huurpenningen van [VOF E]. Ervan uitgaande dat [partij B] niet bevoegd was om de huurovereenkomst namens [VOF E]. aan te gaan, is daarmee nog niet gezegd dat [partij A]. (intern) niet gebonden is aan de huurovereenkomst en dus niet gehouden is bij te dragen in de huurschuld (artikel 6:10 BW). Niet is immers gesteld of gebleken dat [partij A]. zich (intern) verzet heeft tegen de huurovereenkomst, terwijl zij wist van het bestaan ervan: onbetwist is dat de bedrijfsvoering van [VOF E]. vanuit het gehuurde pand plaatsvond en de betaalde huur alsmede de huurachterstand in de jaarverslagen van [VOF E]. waren opgenomen. De vordering in vrijwaring zal daarom worden afgewezen.

3.4. [partij A]. zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. Deze kosten worden begroot op nihil.

BESLISSING

De kantonrechter

- wijst de vordering af;

- veroordeelt [partij A]. in de proceskosten, tot op deze uitspraak aan de zijde van [partij B] begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.W.M. Tromp en in het openbaar uitgesproken op 21 september 2007.