Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BB4544

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
24-09-2007
Datum publicatie
01-10-2007
Zaaknummer
501515 - VV EXPL 07-20084
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Uitleg van een in een arbeidsovereenkomst opgenomen concurrentiebeding. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad (HR 13 maart 1981, NJ 1981,635; Haviltex) komt het bij de uitleg van een overeenkomst niet alleen aan op een taalkundige uitleg van de bewoordingen van de overeenkomst, maar ook op de bedoeling van partijen ten tijde van het aangaan van de overeenkomst. Nu in deze zaak niet is gebleken dat tussen partijen overleg is geweest over de inhoud en de totstandkoming van het concurrentiebeding, is geen rol voor de bedoeling van partijen ten tijde van het aangaan van het concurrentiebeding weggelegd. Uit de bewoordingen van het concurrentiebeding kan worden afgeleid dat het de werknemer niet is verboden in dienst te treden van een concurrent.

Het is de werknemer slechts verboden om in opdracht van zijn nieuwe werkgever "activiteiten te verrichten bij relaties van zijn vorige werkgever dan wel binnen het werkgebied van zijn vorige werkgever die gelijk zijn aan activiteiten van zijn vorige werkgever of met haar gelieerde organisaties." Verder kan uit de bewoordingen van het concurrentiebeding worden afgeleid dat het de werknemer in ieder geval is toegestaan werkzaam te zijn voor bestaande relaties van zijn nieuwe werkgever, zelfs op het werkgebied van zijn vorige werkgever.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Vonnis in kort geding

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Arnhem

zaakgegevens 501515 \ VV EXPL 07-20084 \ HB/180/TS

uitspraak van 24 september 2007

Vonnis in kort geding

in de zaak van

[eiser in conventie]

wonende te [woonplaats]

eisende partij in conventie

verwerende partij in reconventie

gemachtigde mr. J.K. Boesveld

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Beldico B.V.

gevestigd te Arnhem en kantoorhoudende te Duiven

gedaagde partij in conventie

eisende partij in reconventie

gemachtigde mr. J.J. Willemsen

Partijen worden hierna [eiser in conventie] en Beldico genoemd.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit

- de dagvaarding van 6 augustus 2007 met producties

- de conclusie van eis in reconventie

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling van 7 september 2007, mede inhoudende de pleitnotities van de kant van beide partijen.

De feiten in conventie en in reconventie

De voorzieningenrechter gaat uit van de volgende feiten.

[eiser in conventie] is op 1 januari 2001 in dienst getreden bij Beldico S.A., gevestigd te Marchen Famenne (België) in de functie van productmanager. Vervolgens is [eiser in conventie] op 1 januari 2005 in dienst getreden bij Beldico B.V. in de functie van accountmanager nursing afdeling tegen een salaris van thans € 4.313,75 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag en overige emolumenten. Hij werd belast met de verkoop en distributie van disposable zuigflessen en steriele kolfsets voor gebruik in met name ziekenhuizen.

In artikel 11 van de arbeidsovereenkomst die Beldico en [eiser in conventie] met ingang van 1 januari 2005 zijn aangegaan, is het volgende bepaald:

“ARTIKEL 11. CONCURRENTIEVERBOD

Onverminderd het bepaalde in artikel 10.4 ( verbod op nevenactiviteiten tijdens het dienstverband behoudens voorafgaande toestemming, ktr.) zal de werknemer gedurende de dienstbetrekking, alsmede gedurende een periode van een jaar na het eindigen van de dienstbetrekking zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de werkgever geen activiteiten ondernemen bij relaties van de werkgever dan wel binnen het werkgebied van de werkgever, op welke wijze en in welke vorm dan ook, hetzij op eigen naam, hetzij door middel van en/of in samenwerking met, dan wel in dienstverband van andere natuurlijke- of rechtspersonen, welke gelijk zijn aan de activiteiten van de werkgever of met de werkgever gelieerde organisaties.

Deze beperking geldt niet voor activiteiten bij organisaties die binnen het werkgebied van de werkgever vallen doch die direct gevolg zijn van opdrachten aan de werknemer door een opdrachtgever anders dan werkgever, ten behoeve van organisaties die op het moment van het verwerven van de opdracht door de werknemer reeds in relatie stonden tot de nieuwe opdrachtgever van de werknemer.”

Beldico is gelieerd aan International Medical Products S.A., gevestigd te Brussel (België), die de directie over Beldico voert. Volgens het uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel voor Centraal Gelderland van 21 augustus 2007 houdt Beldico zich bezig met de verkoop, ontwikkeling, productie, plaatsing, de vertegenwoordiging en het onderzoek van alle medische, paramedische, farmaceutische en laboratorium producten en apparaten, evenals toebehoren, wisselstukken en andere betreffende benodigdheden, alle dienstverlening betreffende het eerder gemelde.

Bij brief van 29 mei 2007 heeft [eiser in conventie] de arbeidsovereenkomst met Beldico per 1 juli 2007 opgezegd om in dienst te treden van [bedrijf X] (hierna: [bedrijf X])

Volgens het uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel voor Oost-Brabant van 12 juni 2007 houdt [bedrijf X] zich bezig met de groothandel in (medische) hulpmiddelen die de zorg voor het welzijn van mensen bevorderen. Uit de website van [bedrijf X] blijkt dat de activiteiten van de onderneming zijn gebundeld in drie bedrijfseenheden:

Borstvoeding

Innovatieve borstpompen, zoogkompressen en andere accessoires voor de zogende moeder en haar baby. [bedrijf X] is de wereldwijd leidende fabrikant van borstvoedingsprodukten.

Neonatologie

Fototherapiesystemen voor behandeling van hyperbilirubinemie.

Zuigtechnologie

Vacuumsystemen voor ziekenhuizen, verpleeghuizen, privé-klinieken, huisartsen en thuiszorg.

Bij brief van 20 juni 2007 heeft Beldico aan [eiser in conventie] kenbaar gemaakt dat zij [eiser in conventie] aan het concurrentiebeding zal houden. Tevens heeft Beldico bij brief van 20 juni 2007 aan [bedrijf X] kenbaar gemaakt dat [bedrijf X] onrechtmatig jegens Beldico handelt, indien zij [eiser in conventie] in weerwil van zijn concurrentiebeding in dienst zal nemen.

[bedrijf X] en [eiser in conventie] zijn met ingang van 1 juli 2007 een arbeidsovereenkomst aangegaan waarbij [eiser in conventie] is aangesteld in de functie van business unit manager tegen een salaris van € 5.250,00 bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag en overige emolumenten. Hij krijgt de verantwoordelijkheid voor de nieuw op te zetten divisie Heath care, waarbij hij zich gaat bezig houden met de vacuüm wondtherapie- en thoraxmarkt

Gedurende de periode van 29 juni 2007 tot en met 20 juli 2007 hebben de gemachtigden van [eiser in conventie] en Beldico met elkaar gecorrespondeerd over (de betekenis en de handhaving van) het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst tussen Beldico en [eiser in conventie], zonder dat dit tot overeenstemming of nadere afspraken heeft geleid..

[bedrijf X] heeft [eiser in conventie] vooralsnog vrijgesteld van het verrichten van werkzaamheden.

Het geschil in conventie en in reconventie

[eiser in conventie] vordert bij wege van voorlopige voorziening bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

1. primair

a. Beldico te gebieden dat zij zal gedogen dat [eiser in conventie] vanaf 1 juli 2007 elders werkt, meer in concreto voor [bedrijf X] te ’s-Hertogen-bosch; dan wel

b. het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst die tussen partijen heeft bestaan vanaf 1 juli 2007, dan wel vanaf een redelijk te achten datum, te schorsen;

c. voor zover Beldico zich op het concurrentiebeding zou blijven beroepen en [eiser in conventie] in afwachting van de bodemprocedure zich daardoor genoodzaakt ziet af te zien van het verrichten van werkzaamheden bij [bedrijf X], Beldico te veroordelen tegen een behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser in conventie] voor de duur van de beperking bij wijze van voorschot op een vergoeding ex artikel 7:653 lid 4 BW te voldoen een bedrag van € 4.313,75 bruto per maand, althans een bedrag in goede justitie te bepalen;

2. subsidiair, indien en voor zover de kantonrechter van oordeel is dat het primair gevorderde niet kan worden toegewezen, Beldico te veroordelen tegen een behoorlijk bewijs van kwijting aan [eiser in conventie] voor de duur van de beperking bij wijze van voorschot op een vergoeding ex artikel 7:653 lid 4 BW te voldoen een bedrag van € 4.313,75 bruto per maand, althans een bedrag in goede justitie te bepalen;

3. Beldico te veroordelen onder overlegging van een deugdelijke specificatie aan [eiser in conventie] te betalen:

Onkostenvergoeding februari t/m april € 551,11 netto

Vakantiegeld juni 2007 € 345,10 bruto

Vakantiedagen (10) € 2.150,24 bruto

4% gratificatie € 517,65 bruto

Bonus € 3.500,00 bruto

totaal derhalve een bedrag van € 6.512,99 bruto en € 551,11 netto, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% wegens te late betaling ad € 3.256,50 alsmede de wettelijke rente vanaf 1 juli 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

een en ander totdat in de aanhangig te maken bodemprocedure zal zijn beslist over de toepasselijkheid en geldigheid van het concurrentiebeding en hetgeen Beldico uit hoofde van de arbeidsovereenkomst nog aan [eiser in conventie] verschuldigd is, met veroordeling van Beldico in de proceskosten.

Aan zijn vordering heeft [eiser in conventie] ten grondslag gelegd dat het concurrentiebeding [eiser in conventie] hem niet verbiedt om in dienst te treden bij [bedrijf X]. [eiser in conventie] mag zich bij [bedrijf X] zonder beperkingen bezig houden met andere activiteiten dan activiteiten op het gebied van de borstvoedingsmarkt, waarmee hij bij Beldico was belast. Uit hoofde van die functie bezocht [eiser in conventie] kinder- en kraamafdelingen van ziekenhuizen. Bij [bedrijf X] gaat [eiser in conventie] zich bezig houden met health care, in het bijzonder op het gebied van de vacuüm wondtherapie- en thoraxmarkt. In dat verband zal [eiser in conventie] de operatieafdelingen van ziekenhuizen bezoeken. Verder mag [eiser in conventie] zich zelfs bezig houden met activiteiten op het gebied van de borstvoedingsmarkt, maar dan alleen bij bestaande relaties van [bedrijf X]. Indien en voor zover sprake zou zijn van een overtreding van het concurrentiebeding (hetgeen door [eiser in conventie] wordt betwist) heeft [eiser in conventie] aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat het belang van Beldico bij naleving van het concurrentiebeding niet opweegt tegen het belang van [eiser in conventie] om bij [bedrijf X] werkzaam te kunnen zijn. [eiser in conventie] kan bij [bedrijf X] een belangrijke positieverbetering realiseren, die niet mogelijk was bij Beldico. Niet alleen zijn de arbeidsvoorwaarden aanmerkelijk beter, maar hij krijgt bij [bedrijf X] ook de mogelijkheid om zich verder te ontwikkelen. Daarbij heeft [eiser in conventie] benadrukt dat hij bij [bedrijf X] geen activiteiten op het gebied van de borstvoedingsmarkt gaat verrichten, dat hij op grond van de arbeidsovereenkomst met Beldico gebonden is aan een geheimhoudingsbeding en dat [eiser in conventie] en [bedrijf X] bereid zijn zich ertoe te verbinden dat [eiser in conventie] gedurende een jaar geen contacten onderhoudt met klantrelaties in de Nederlandse borstvoedingsmarkt. Aan de loonvordering heeft [eiser in conventie] ten grondslag gelegd dat Beldico gehouden is voor een correcte eindafrekening van het dienstverband zorg te dragen.

Beldico heeft de vordering gemotiveerd weersproken, zoals hierna, voor zover van belang voor de beoordeling, aan de orde zal komen.

Van haar kant vordert Beldico in reconventie [eiser in conventie] te veroordelen aan Beldico te voldoen tegen behoorlijk bewijs van kwijting een bedrag van € 48.000,00, althans een in goede justitie te bepalen bedrag, althans een voorschot hierop, ter zake de door [eiser in conventie] verbeurde boete wegens schending van het concurrentiebeding, berekend over de periode van 1 juli 2007 tot op heden, te vermeerderen met een bedrag van € 1.000,00, althans een door de kantonrechter in goede justitie te bepalen bedrag, althans een voorschot hierop, voor elke volgende dag waarop overtreding van het concurrentiebeding voortduurt, te vermeerderen met de wettelijke rente, gerekend vanaf de dag van verschuldigdheid van de verbeurde boetebedragen per dag tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [eiser in conventie] in de proceskosten.

Aan haar reconventionele vordering heeft Beldico ten grondslag gelegd dat [eiser in conventie], aangezien hij door zijn indiensttreding bij [bedrijf X] het concurrentiebeding heeft overtreden, op grond van artikel 12 van de arbeidsovereenkomst aan Beldico een boete verschuldigd is van € 10.000,00 per overtreding en € 1.000,00 per dag dat de overtreding voortduurt. De door [eiser in conventie] verschuldigde boete (uitgaande van een indiensttreding bij [bedrijf X] per 1 juli 2007) bedraagt tot op de datum mondelinge behandeling € 48.000,00.

[eiser in conventie] heeft de reconventionele vordering gemotiveerd weersproken, zoals hierna, voor zover van belang voor de beoordeling, aan de orde zal komen.

De beoordeling in conventie en in reconventie

Allereerst is aan de orde de uitleg van het concurrentiebeding. Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad (HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635; Haviltex) komt het bij de uitleg van een overeenkomst niet alleen aan op een taalkundige uitleg van de bewoordingen van de overeenkomst, maar ook op de bedoeling van partijen ten tijde van het aangaan van de overeenkomst en op hetgeen zij onder de omstandigheden redelijkerwijs van elkaar konden en mochten verwachten.. In deze zaak is echter niet gesteld of gebleken dat er overleg is geweest tussen Beldico en [eiser in conventie] over de inhoud en de totstandkoming van het concurrentiebeding. Daarmee is geen rol voor de bedoeling van partijen ten tijde van het aangaan van de arbeidsovereenkomst weggelegd. Gelet op de rol en de betekenis van het concurrentiebeding in de arbeidsverhoudingen dient voor de uitleg ervan aansluiting te worden gezocht bij de objectief taalkundige betekenis van de bewoordingen van het concurrentiebeding, dat op initiatief en in de bewoordingen van Beldico in de arbeidsovereenkomst met [eiser in conventie] is opgenomen. Het ligt onder deze omstandigheden op de weg van de werkgever, Beldico, om het concurrentiebeding duidelijk te formuleren. Eventuele onduidelijkheden komen dan ook voor rekening en risico van Beldico.

Uit de bewoordingen van het concurrentiebeding kan naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter worden afgeleid dat het [eiser in conventie] inderdaad niet is verboden in dienst te treden van [bedrijf X], maar dat het [eiser in conventie] slechts is verboden om in opdracht van [bedrijf X] “activiteiten te verrichten bij relaties van Beldico dan wel binnen het werkgebied van Beldico die gelijk zijn aan activiteiten van Beldico of met Beldico gelieerde organisaties”. Als werkgebied heeft hier te gelden de borstvoedingsmarkt. Verder kan worden geconcludeerd dat het [eiser in conventie] in ieder geval is toegestaan werkzaam te zijn voor bestaande relaties van [bedrijf X], zelfs op het gebied van de borstvoedingsmarkt, althans zo dient het tweede deel van het concurrentiebeding logischerwijs te worden opgevat.

[eiser in conventie] heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de activiteiten die hij voor [bedrijf X] gaat verrichten niet gelijk zijn aan de activiteiten die hij voor Beldico heeft verricht. Die activiteiten hebben betrekking op een ander gebied in de gezondheidszorg, op andere producten en op andere afnemers. Voor Beldico verrichte [eiser in conventie] activiteiten op het gebied van de borstvoedingsmarkt, in het bijzonder disposable zuigflessen en steriele kolfsets, en onderhield hij contacten met kinder- en kraamafdelingen van ziekenhuizen. Voor [bedrijf X] gaat [eiser in conventie] activiteiten verrichten op het gebied van health care, in het bijzonder de vacuüm wondtherapie en thoraxdrainage, en onderhoudt hij contacten met operatie-afdelingen van ziekenhuizen. Beldico heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij op één of andere manier in concreto schade lijdt of kan lijden door het feit dat [eiser in conventie] bij [bedrijf X] in dienst treedt. Wel door het vertrek van [eiser in conventie], omdat daarmee een goed presterende werknemer wegvalt, maar dat is een omstandigheid die in de risicosfeer van Beldico als werkgever ligt.

Daar komt nog bij dat [eiser in conventie] gebonden is aan een geheimhoudingsbeding (hetgeen hij ook erkent), op overtreding waarvan een boete van € 10.000,00 per overtreding en € 1.000,00 per dag bij voortduring van de overtreding staat. Bovendien hebben [eiser in conventie] en [bedrijf X] zich bereid verklaard zich ertoe te verplichten vanaf 1 juli 2007 gedurende een jaar geen klantrelaties in de Nederlandse borstvoedingsmarkt te bezoeken. Daarmee kan naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter een adequate voorziening worden geschapen om de belangen van Beldico bij het behouden van haar afzetmarkt afdoende te waarborgen

Het voorgaande leidt tot het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter dat [eiser in conventie] door in dienst te treden bij [bedrijf X] het concurrentiebeding niet heeft overtreden. De belangenafweging (het belang van Beldico bij naleving van het concurrentiebeding tegenover het belang van [eiser in conventie] bij indiensttreding bij [bedrijf X]) behoeft dan ook geen bespreking meer, evenmin als het subsidiair gevorderde. Het in conventie primair gevorderde zal worden toegewezen, zoals hierna in het dictum bepaald.

Nu (voorlopig) wordt geoordeeld dat [eiser in conventie] het concurrentiebeding niet heeft overtreden, is [eiser in conventie] aan Beldico geen boete verschuldigd wegens het overtreden van het concurrentiebeding. De reconventionele vordering zal dan ook worden afgewezen.

De door [eiser in conventie] gevorderde bedragen van € 345,10 bruto aan vakantiegeld over juni 2007 en € 2.150,24 bruto als vergoeding voor opgebouwde maar niet opgenomen vakantiedagen (10) zullen worden toegewezen, nu Beldico heeft erkend dat [eiser in conventie] aanspraak heeft op deze bedragen. Het beroep van Beldico op verrekening ex artikel 7:632 BW gaat niet op, nu Beldico geen vordering heeft op [eiser in conventie] uit hoofde van een door hem verschuldigde boete wegens het overtreden van het concurrentiebeding.

De door [eiser in conventie] gevorderde bedragen van € 551,11 netto aan onkostenvergoeding van februari tot en met april 2007 en € 3.500,00 bruto aan bonus zullen worden afgewezen. Uit de overgelegde onkostennota’s van [eiser in conventie], de financiële overzichten van [bedrijf AA] en de rekeningafschriften van [bedrijf BB] kan niet worden afgeleid of [eiser in conventie] aanspraak kan maken op een bedrag van € 551,11 netto aan gesprekskosten mobiele telefoon, kosten provider en/of kosten lunch en doos wijn. Verder kan uit de mail van 11 april 2007 van Beldico worden opgemaakt dat aan [eiser in conventie] een bonus van € 7.000,00 zou worden toegekend “indien hij gedurende het gehele jaar 2007 bij Beldico werkzaam zou zijn”. [eiser in conventie] heeft de arbeidsovereenkomst per 1 juli 2007 opgezegd. Niet gebleken is dat Beldico en [eiser in conventie] andersluidende afspraken hebben gemaakt, waaruit de aanspraak van [eiser in conventie] op een bonus van € 3.500,00 kan worden afgeleid. De door [eiser in conventie] gevorderde uitkering op basis van een 4% gratificatie zal worden toegewezen, indien en voor zover Beldico deze gratificatie aan het eind van het jaar 2007 aan al haar medewerkers zal uitkeren.

Er is reden de gevorderde wettelijke verhoging te matigen tot 20%

Beldico wordt zowel in conventie als in reconventie grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.

De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

gelast Beldico toe te staan dat [eiser in conventie] vanaf 1 juli 2007 werkzaam is voor [bedrijf X] te ’s-Hertogenbosch, indien en voor zover hij daar als business unit manager activiteiten verricht voor health care, in het bijzonder op het gebied van de vacuüm wondtherapie- en thoraxmarkt;

veroordeelt Beldico om, indien en voor zover zij zich op het concurrentiebeding blijft

beroepen en [eiser in conventie] in afwachting van de bodemprocedure zich daardoor genoodzaakt

ziet af te zien van het verrichten van werkzaamheden bij [bedrijf X], tegen behoorlijk

bewijs van kwijting aan [eiser in conventie] voor de duur van de beperking bij wijze van voorschot

op een vergoeding ex artikel 7:653 lid 4 BW te voldoen een bedrag van € 4.313,75 bruto per

maand;

veroordeelt Beldico om onder overlegging van een deugdelijke specificatie aan [eiser in conventie] te betalen een bedrag van € 345,10 bruto aan vakantiegeld over juni 2007 en een bedrag van € 2.150,24 bruto aan opgebouwde maar niet opgenomen vakantiedagen (10), vermeerderd met de wettelijke verhoging van 20% wegens te late betaling alsmede de wettelijke rente over genoemde bedragen vanaf 1 juli 2007 tot aan de dag der algehele voldoening;

veroordeelt Beldico om onder overlegging van een deugdelijke specificatie aan [eiser in conventie] een 4% gratificatie uit te keren, indien en voor zover Beldico deze gratificatie aan het eind van het jaar 2007 aan al haar medewerkers zal uitkeren;

veroordeelt Beldico in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [eiser in conventie] begroot op € 84,31 aan dagvaardingskosten, € 199,00 aan vastrecht en € 400,00 aan salaris voor de gemachtigde;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

in reconventie

wijst de gevorderde voorziening af;

veroordeelt Beldico in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [eiser in conventie] begroot op € 100,00 aan salaris voor de gemachtigde;

Dit vonnis is gewezen door de voorzieningenrechter mr. H.J.T. Blom en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2007.