Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BB3604

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
08-08-2007
Datum publicatie
17-09-2007
Zaaknummer
106552113000
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rijnconsult stelt dat zij met betrekking tot de intellectuele eigendomsrechten (het merkenrecht en het op de vragenlijsten, handboek en ondersteunende teksten rustende auteursrecht) over een exclusieve licentie beschikt voor de Nederlandse markt en dat gedaagde in conventie/eiser in reconventie daarop inbreuk maakt door zich als gecertificeerd in HBDI te presenteren en gebruik te maken van de "officiële HBDI-materialen" en het logo en de diagrammen van HBDI, zulks terwijl gedaagde in conventie/eiser in reconventie niet is gecertificeerd en gelicentieerd in HBDI.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
BIE 2009, 8

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

Vonnis in gevoegde zaken van 8 augustus 2007

in de zaak met zaaknummer / rolnummer: 106552 / HA ZA 03-1999 van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

RIJNCONSULT B.V.,

gevestigd te Utrecht,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. H. van Ravenhorst te Arnhem,

advocaat mr. L.J.P.E. Donckers-Corten te Breda,

tegen

[gedaagde in conventie/eiser in reconventie in de gevoegde zaken],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

procureur mr. J.M. Bosnak,

advocaat mr. F.P. Lomans,

beiden te Arnhem,

en in de zaak met zaaknummer / rolnummer 113000 / HA ZA 04-820 van

de besloten vennootschap naar Frans recht

INSTITUT [eigennaam] FRANCE EUROPE S.A.,

gevestigd te Rueil Malmaison, Frankrijk,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. H. van Ravenhorst te Arnhem,

advocaat mr. L.J.P.E. Donckers-Corten te Breda,

tegen

[gedaagde in conventie/eiser in reconventie in de gevoegde zaken],

wonende te [woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

procureur mr. J.M. Bosnak,

advocaat mr. F.P. Lomans,

beiden te Arnhem.

Partijen zullen hierna Rijnconsult, [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] en [eigennaam] France genoemd worden.

De procedure in de zaak 03-1999

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 10 maart 2004,

- de conclusie van antwoord in reconventie van Rijnconsult,

- de processen-verbaal van comparitie van 12 januari 2005 en 15 mei 2006,

- de akte van Rijnconsult

- de antwoordakte van [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken], tevens houdende wijziging van eis in reconventie,

- de antwoordakte van Rijnconsult.

Daarna is vonnis bepaald.

De procedure in de zaak 04-820

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 28 juli 2004,

- de conclusie van antwoord in reconventie van [eigennaam] France,

- de processen-verbaal van comparitie van 12 januari 2005 en 15 mei 2006,

- de akte van [eigennaam] France,

- de antwoordakte van [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] tevens houdende wijziging van eis in reconventie,

- de antwoordakte van [eigennaam] France.

Daarna is vonnis bepaald.

De vaststaande feiten

1.1. [voornaam] [eigennaam] heeft een denkmethode ontwikkeld onder de naam [eigennaam] Brain Dominance Instrument (HBDI). Met behulp van deze methode kunnen perceptievoorkeuren en denkstijlen van mensen in kaart worden gebracht. Het logo en de voor HBDI gebruikte diagrammen zijn als beeldmerk ingeschreven bij het WIPO te Genève, onder meer voor de Benelux. [voornaam] [eigennaam] is in 1999 overleden.

1.2. Rijnconsult exploiteert een managementadviesbureau. [eigennaam] France heeft aan Rijnconsult een (al dan niet exclusieve) licentie voor de Nederlandse markt verstrekt wat betreft de merkenrechten.

1.3. [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] is bedrijfsadviseur. Uit een op naam van [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] gesteld certificaat, gedateerd 21 maart 1990, blijkt dat hij “is certified in the [eigennaam] Brain Dominance Instrument and has demonstrated the required knowledge and skills to score, interpret and apply the instrument”.

1.4. In de periode van 21 november 1994 t/m 18 april 2003 hebben (onder andere) [eigennaam] France en Rijnconsult [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] erop gewezen dat hij niet bevoegd is HBDI te gebruiken en [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] gesommeerd zijn inbreukmakend handelen te staken.

Het geschil

in de zaak 03-1999

2. Rijnconsult heeft gevorderd:

a. [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] te gebieden de door hem gepleegde inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van Rijnconsult per direct te staken en gestaakt te houden;

b. [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] te verbieden de materialen (vragenlijsten, handboek, ondersteunende teksten), de naam, het logo en de diagrammen van [eigennaam] International c.q. Rijnconsult te gebruiken en te verveelvoudigen,

c. [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] te bevelen binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis onder overlegging van een accountantsverklaring en onderliggende facturen en overige bescheiden aan Rijnconsult opgave te doen van:

-het aantal, de namen en de adressen van de personen die hij in HBDI heeft ‘geaccrediteerd’ en/of tot ‘certified practioner’ heeft benoemd,

-het aantal, de namen en de adressen van de personen op wie hij HBDI heeft toegepast,

-de omzet en winst die [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] met het gebruik van HBDI heeft behaald,

d. alles op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 5.000,-- per dag,

e. te verklaren voor recht dat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] aansprakelijk is voor alle schade welke is veroorzaakt door zijn inbreukmakend handelen, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet.

3. Rijnconsult heeft daaraan ten grondslag gelegd dat zij met betrekking tot de intellectuele eigendomsrechten (het merkenrecht en het op de vragenlijsten, handboek en ondersteunende teksten rustende auteursrecht) over een exclusieve licentie beschikt voor de Nederlandse markt en dat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] daarop inbreuk maakt door zich als gecertificeerd in HBDI te presenteren en gebruik te maken van de “officiële HBDI-materialen” en het logo en de diagrammen van HBDI, zulks terwijl [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] niet is gecertificeerd en gelicentieerd in HBDI.

4. [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] heeft het gevorderde gemotiveerd weersproken op gronden die hierna aan de orde zullen komen. Hij heeft van zijn kant aanvankelijk in reconventie gevorderd:

I. nietig te verklaren de inschrijving van de merken als onder 1.1 bedoeld en (ambtshalve) doorhaling hiervan te gelasten

II. Rijnconsult te veroordelen:

a. binnen 48 uur na betekening van dit vonnis zich te onthouden van elke uitlating of verklaring dat zij exclusief licentiehouder is met betrekking tot het HBDI-systeem op de Nederlandse markt,

b. binnen 48 uur na betekening van dit vonnis elk gebruik van de door [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] vervaardigde vertalingen van HBDI vragenlijsten te staken,

c. binnen drie dagen na betekening van dit vonnis rekening en verantwoording af te leggen omtrent de ten gevolge van het gebruik van genoemde vertalingen genoten winst,

d. binnen drie weken na betekening van dit vonnis aan [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] af te dragen de onder II.c bedoelde winst,

e. aan [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] bij wijze van schadevergoeding te voldoen een bedrag nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,

f. al het onder II vermelde op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 50.000,-- per dag dan wel per overtreding.

5. [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] heeft daaraan ten grondslag gelegd dat [voornaam] [eigennaam] een goede vriend van hem was en dat hij nauw betrokken is geweest bij de ontwikkeling en verbreiding van HBDI en dat hij destijds, in 1990, door [voornaam] [eigennaam] voor onbepaalde tijd volledig is gecertificeerd en gelicentieerd met betrekking tot HBDI. Dat betekent volgens [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] dat Rijnconsult zich met betrekking tot HBDI ten onrechte afficheert als exclusief licentiehoudster. Dat is jegens hem onrechtmatig omdat daarmee de indruk wordt gewekt dat hij, [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken], niet gerechtigd zou zijn op dat gebied werkzaam te zijn. Verder heeft [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] gesteld dat hij de vragenlijsten in het Nederlands heeft vertaald, dat hij daarvan auteursrechthebbende is en dat Rijnconsult, door van die vertalingen gebruik te maken, inbreuk maakt op zijn auteursrecht.

6. Bij akte heeft [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] zijn eis gewijzigd. Deze eiswijziging zal hierna worden besproken.

7. Rijnconsult heeft de (gewijzigde) vorderingen van [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] in reconventie gemotiveerd weersproken op gronden die hierna aan de orde zullen komen.

in de zaak 04-820

8. Wat betreft de vorderingen van [eigennaam] France, de grondslag daarvan en het daartegen door [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] gevoerde verweer wordt verwezen naar hetgeen daarover in het vonnis van 28 juli 2004 onder 2.1 t/m 2.3 is neergelegd.

9. [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] heeft in reconventie vorderingen ingesteld met dezelfde inhoud en strekking als hiervoor onder 4 is vermeld. Bij akte heeft [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] zijn eis gewijzigd. Deze eiswijziging zal hierna worden besproken.

10. [eigennaam] France heeft de (gewijzigde) vorderingen van [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] in reconventie gemotiveerd betwist op gronden die hierna aan de orde zullen komen.

De beoordeling van het geschil

in de beide zaken

11. Na de comparitie van 12 januari 2005 hebben de partijen besloten te proberen hun geschil op te lossen door middel van mediation waartoe zij een mediationovereenkomst hebben gesloten en ondertekend. In het kader daarvan hebben onderhandelingen plaatsgevonden onder leiding van een mediator. De partijen hebben het resultaat van hun onderhandelingen neergelegd in een vaststellingsovereenkomst, door de partijen ondertekend op 21 februari 2005. Uit die overeenkomst blijkt dat de partijen op onderdelen overeenstemming hebben bereikt, maar over een viertal onderwerpen nog niet, te weten:

a. de verplichtingen van [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] als certificaathouder. Daarover is in artikel 1 sub 5 van de overeenkomst bepaald:

“Partij A (Rijnconsult en [eigennaam] France; de rechtbank) en partij B ([gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken]; de rechtbank) komen overeen dat het certificaathouderschap voor partij B geen andere verplichtingen zal inhouden dan die verplichtingen die partijen gezamenlijk en in goed overleg met elkaar overeenkomen uiterlijk voor 15 maart 2005”.

b. De omvang van de door [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] aan [eigennaam] International te betalen schadevergoeding. Daarover is in artikel 1 sub 6 van de overeenkomst bepaald:

“Partij B betaalt [eigennaam] International een bedrag van € X ter volledige vereffening van eventuele aanspraken uit het verleden van partij A op partij B en vice versa (...)”.

c. De door [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] per product aan [eigennaam] International te betalen vergoedingen, waarover in artikel 1 sub 7 is neergelegd:

“Partij B geeft partij A in de eerste maand van ieder kalenderjaar middels de accountant opening van zaken omtrent het totaal aantal verrichte profielanalyses in de praktijk van B. Partij B verplicht zich jaarlijks voor 1 maart een afdracht van € Y per profielanalyse af te dragen aan [eigennaam] International”.

d. de gewenste werking en verwoording van artikel 1 sub 11. Artikel 1 sub 11 luidt:

“Partij B verplicht zich geen vergelijkbare en duidelijk gelijkenis vertonende producten te gebruiken van niet [eigennaam] Internationaal”

In artikel 1 sub 13 is ten slotte met betrekking tot de voorgaande artikelen bepaald:

“Partijen komen overeen zich gezamenlijk te zullen beraden over de uiteindelijk in artikel 1 sub 6 en sub 7 op te nemen bedragen. Tevens zullen zij zich alsnog buigen over de door hen gewenste werking en verwoording van artikel 1 sub 11”.

12. De partijen hebben met betrekking tot de hiervoor genoemde punten nadien met elkaar overlegd, maar zij hebben daarover geen overeenstemming bereikt. Tijdens de daarna bepaalde comparitie d.d. 15 mei 2006 is verder nagegaan of de partijen daarover alsnog overeenstemming zouden kunnen bereiken. Dat is niet gelukt. Ook nadien hebben de partijen geen overeenstemming bereikt.

13. Bij akte heeft [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] zijn eis in reconventie gewijzigd in die zin, dat hij heeft gevorderd te verklaren voor recht dat de partijen gebonden zijn aan de vaststellingsovereenkomst van 21 februari 2005, met - zakelijk weergegeven - invulling van de opengelaten punten in de overeenkomst door de rechtbank. Volgens Rijnconsult en [eigennaam] France is de vaststellingsovereenkomst, nu de partijen over de essentialia daarvan geen overeenstemming hebben bereikt, zonder betekenis en moeten de oorspronkelijke vorderingen thans worden beoordeeld.

14. Hetgeen in de vaststellingsovereenkomst in de artikelen 1 sub 1 t/m 14 is neergelegd hangt zodanig met elkaar samen dat die overeenkomst als een geheel moet worden beschouwd. De in overweging 13 genoemde, door de partijen nog te regelen onderwerpen, zijn in dat geheel zo essentieel en de wel in de vaststellingsovereenkomst geregelde punten zijn van zodanig ondergeschikt belang dat geoordeeld moet worden dat de vaststellingsovereenkomst zonder invulling van de nog te regelen onderwerpen geen betekenis heeft. Dat moet bij het aangaan van de overeenkomst voor de partijen ook duidelijk zijn geweest. [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] heeft er dan ook niet gerechtvaardigd op mogen vertrouwen dat de tussen de partijen bestaande geschillen met het sluiten van die overeenkomst waren beëindigd in het geval zij de opengelaten punten niet nader met elkaar zouden regelen. De enkele omstandigheid dat in de overeenkomst de standaardtekst is opgenomen dat de partijen zich, ingeval van tekortkomen in de nakoming van de overeenkomst, verbinden deze niet te zullen ontbinden is onvoldoende voor een ander oordeel. Dat betekent dat de partijen met deze niet nader ingevulde vaststellingsovereenkomst hun rechtsverhouding niet opnieuw hebben bepaald. Daaruit volgt dat de over en weer ingestelde vorderingen op basis van de oorspronkelijke grondslagen moeten worden beoordeeld en dat de gewijzigde vordering van [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] geen verdere bespreking behoeft.

15. [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] heeft allereerst opgeworpen dat Rijnconsult en [eigennaam] France niet-ontvankelijk zijn in hun vorderingen. Rijnconsult omdat zij slechts licentiehouder is en zij niet de bevoegdheid heeft zelfstandig in rechte op te treden tegen een inbreuk op merkenrecht en/of auteursrecht. [eigennaam] France omdat niet is gebleken dat zij rechthebbende is.

16. Het verweer gaat niet op. Hoe het precies zit met het auteursrecht op de vragenlijst, de diagrammen en het handboek wordt na de uitleg door Rijnconsult en [eigennaam] France niet helemaal duidelijk. Het auteursrecht zal worden beheerst door het recht van North Carolina of de Verenigde Staten. Of het naar dat recht mogelijk is een auteursrecht te splitsen in een recht voor de Verenigde Staten en een recht voor Europa is de rechtbank niet bekend. Mogelijk is het auteursrecht aldus overgedragen dat [eigennaam] France tezamen met [eigennaam] International/[voornaam] [eigennaam] Group auteursrechthebbende op de bedoelde vragenlijst, diagrammen en het handboek zijn. Een en ander wordt vermoedelijk door of het recht van North Carolina of de Verenigde Staten beheerst. Mogelijk heeft [eigennaam] International/[voornaam] [eigennaam] Group een licentie aan [eigennaam] France verstrekt, die op haar beurt weer een sublicentie aan Rijnconsult heeft verstrekt. Hoe het precies zit, kan in het midden blijven, omdat uit de overgelegde producties, vooral de brief van [eigennaam] International van 15 december 2000 onmiskenbaar blijkt dat Rijnconsult en [eigennaam] France met instemming van [eigennaam] International/[voornaam] [eigennaam] Group de auteursrechten geldend maken tegenover [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken]. [eigennaam] France kan als merkrechthebbende optreden tegen inbreuken op de onder 1.1 bedoelde merkrechten.

17. Ten aanzien van Rijnconsult geldt verder dat [eigennaam] France expliciet aan Rijnconsult heeft verzocht namens haar in rechte op te treden jegens [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken]. Dat blijkt uit de onweersproken brieven van Hermann France aan Rijnconsult van 17 februari 2003 en 3 september 2003. In de laatste brief heeft [eigennaam] France geschreven:

“Consequently I kindly request to you to initiate a procedure against Mr. B [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] in order to stop as soon as possible his activity”.

Daaruit volgt genoegzaam dat [eigennaam] France aan Rijnconsult toestemming heeft verleend op eigen kosten in rechte tegen derden, [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken], op te treden ter handhaving van het merkenrecht en auteursrecht van [eigennaam] France, kennelijk voor zover het betreft de handhaving van die rechten in Nederland.

[eigennaam] France en Rijnconsult kunnen dus in hun vorderingen worden ontvangen.

18. [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] heeft de door Rijnconsult en [eigennaam] France aan hem verweten gedragingen op zichzelf niet betwist, maar hij heeft opgeworpen dat hij over een rechtsgeldige licentie beschikt en dus gerechtigd is HBDI - al dan niet in combinatie met het door hem zelf ontwikkelde “Mental Preference System”- te openbaren en te verveelvoudigen in de zin van de Auteurswet en te gebruiken en daarmee ook toestemming heeft de merken te gebruiken. Van een inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van [eigennaam] France kan volgens [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] dan ook geen sprake zijn.

19. Dat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] sedert maart 1990 beschikt over een certificaat met betrekking tot HBDI staat wel vast. Aangenomen kan dus worden, zo blijkt ook uit de tekst op het certificaat, dat hij beschikt over de capaciteiten om HBDI te gebruiken. Dat betekent echter, anders dan [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] meent, niet dat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] ook gerechtigd is HBDI daadwerkelijk commercieel te gebruiken en te exploiteren, ook niet als hij nog een zogenoemde Masterclass heeft gevolgd. Daarvoor is een licentieovereenkomst met [eigennaam] France (voor de Europese markt) of met de [voornaam] [eigennaam] Group (voor de Amerikaanse markt) vereist. Dat met [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] een dergelijke overeenkomst tot stand is gekomen kan niet worden aangenomen. Een schriftelijke overeenkomst heeft [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] niet overgelegd. Dat hij door [voornaam] [eigennaam] persoonlijk is gelicentieerd is niet aannemelijk. [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] heeft daarover zelf tijdens de comparitie van 12 januari 2005 verklaard:

“U vraagt mij of [eigennaam] mij ook heeft gezegd dat ik vertegenwoordiger van hem in Nederland was. Ik antwoord dat hij dat niet zo expliciet heeft gezegd”

en

“[eigennaam] heeft inderdaad met mij onderhandeld over afdracht van een vergoeding. Ik heb hem de wedervraag gesteld, waarom ik daarmee akkoord zou moeten gaan als ik toch al alle bevoegdheden bezat; wat kreek ik ervoor terug? Daarop kreeg ik geen bevredigend antwoord. We hebben daarom geen uitgebreide nadere schriftelijke overeenkomst gesloten en daarna zijn de contacten bekoeld”.

Er is tussen [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] en [voornaam] [eigennaam] dus niet met zoveel woorden gesproken over een licentieovereenkomst en [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] heeft ook nooit enige vergoeding aan [voornaam] [eigennaam] of een van diens ondernemingen heeft betaald terwijl dat kennelijk, zo volgt uit het voorgaande, wel de bedoeling van [voornaam] [eigennaam] was. Onder die omstandigheden mocht [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] er ook niet op vertrouwen dat een dergelijke overeenkomst wel tot stand was gekomen.

[gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] heeft nog wel gewezen op een door hem overgelegde brief van 22 mei 1990, maar daaruit kan het bestaan van een licentieovereenkomst niet worden afgeleid. Daarin is slechts neergelegd dat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] “fully certified” is HBDI te gebruiken en dat is, zoals hiervoor al is overwogen, iets anders dan dat hij gelicentieerd is. Bovendien lijkt uit het slot van die brief op bladzijde twee eerder te volgen dat er nog een (licentie)overeenkomst met [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] moest worden gesloten. [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] heeft er ook nog op gewezen dat hij door [voornaam] [eigennaam] International wél als licentiehouder wordt beschouwd, omdat hij, nadat de onderhavige procedure was gestart, nog een uitnodiging heeft ontvangen voor deelname aan een vervolgopleiding voor licentienemers. In die uitnodiging valt evenwel niet te lezen dat het hier gaat om een opleiding (de uitnodiging spreekt over conferentie) voor uitsluitend licentienemers. Veeleer lijkt de uitnodiging gericht aan allen die HBDI-gecertificeerd zijn.

Aangenomen kan wel worden dat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] gedurende een zekere periode (globaal eind jaren tachtig, begin jaren negentig) bepaalde werkzaamheden voor [voornaam] [eigennaam] heeft verricht, waaronder mogelijk het bewerken van de Nederlandse markt, het maken van vertalingen en dergelijke, maar dat is op zichzelf onvoldoende om het bestaan van een licentie-overeenkomst aan te nemen. [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] heeft ook nog aangevoerd dat in die beginjaren geen onderscheid werd gemaakt tussen certificaathouders en licentiehouders en dat hij, als certificaathouder tevens, kennelijk automatisch, licentiehouder was. Dat kan niet worden aangenomen, reeds omdat uit een brief van [voornaam] [eigennaam] aan [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] van 23 januari 1991, dus nadat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] zijn certificaat had ontvangen, is vermeld (zakelijk weergegeven) dat er nog een overeenkomst dient te worden gesloten, waarmee niet anders kan zijn bedoeld dan dat er een licentieovereenkomst moest worden gesloten. Zover is het uiteindelijk, zoals overwogen, niet gekomen. Voor het overige heeft [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] geen feiten of omstandigheden gesteld die, indien bewezen, tot een ander oordeel zouden kunnen leiden. Voor een bewijsopdracht is daarom geen plaats. Aangenomen moet dus worden dat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] niet over de vereiste licentie beschikt.

20. De conclusie is dat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken], door voor commerciële doeleinden HBDI te gebruiken met de daarbij behorende naam, het logo, de diagrammen en de ondersteunende teksten, inbreuk maakt op de intellectuele eigendomsrechten van [eigennaam] France. Dat betekent dat de vorderingen van [eigennaam] France en Rijnconsult zoals die zijn neergelegd in het vonnis van 28 juli 2004 onder 2.2.1 en 2.2.2 en hiervoor onder 2.a en b, en de daarmee samenhangende nevenvorderingen onder 2.2.3 en 2.c kunnen worden toegewezen. Er is aanleiding de gevorderde dwangsommen te matigen. Aangezien voldoende aannemelijk is dat [eigennaam] France en Rijnconsult als gevolg van het inbreukmakend handelen van [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] schade hebben geleden, zijn ook de vordering sub 2.2.5 en 2.e toewijsbaar.

Aangezien de toe te wijzen vorderingen van Rijnconsult en [eigennaam] France identiek zijn, zullen deze in één dictum worden neergelegd.

21. Hetgeen hiervoor is overwogen leidt ertoe dat de vorderingen van [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] in reconventie jegens Rijnconsult en [eigennaam] France moeten worden afgewezen. Dat geldt ook voor de vorderingen die betrekking hebben op het door [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] gepretendeerde auteursrecht op de door hem gemaakte vertalingen van de vragenlijsten. Als al zou worden aangenomen dat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] daarop het auteursrecht heeft, dan moet het gevorderde worden afgewezen omdat als onweersproken moet worden aangenomen dat [eigennaam] France en Rijnconsult slechts gebruik maken van de eigen “originele Nederlandstalige vragenlijsten van [eigennaam] International” en niet van de door [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] gemaakte vertalingen.

22. Als de in het ongelijk gestelde partij zal [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] de kosten van de procedures moeten dragen, zowel wat betreft de conventie als de reconventie. Uit hetgeen hiervoor is overwogen vloeit evenwel voort dat er geen rationeel argument voor Rijnconsult/[eigennaam] France was twee afzonderlijke procedures tegen [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] te beginnen. Het door de beide partijen gevorderde en hetgeen daaraan ten grondslag is gelegd is immers identiek. [eigennaam] France heeft nog aangevoerd dat haar na het aanhangig maken van de procedure door Rijnconsult is gebleken dat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] zijn activiteiten ook buiten Nederland verricht en dat zij daarom nadien zelf een procedure aanhangig heeft moeten maken. Nog afgezien van het feit dat daarvan in de procedure niet is gebleken, staat dat er niet aan in de weg dat had kunnen worden volstaan met één procedure waarin zowel Rijnconsult als [eigennaam] France hun vorderingen jegens [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] geldend hadden kunnen maken. Dat geeft aanleiding de kosten waarin [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] zal worden veroordeeld zowel in de conventie als in de reconventie te beperken als na te melden, waarbij de verschotten zullen worden begroot op € 83,78 wegens explootkosten en op € 241,--wegens vast recht

De beslissing

De rechtbank

In de beide zaken

in conventie

a. gebiedt [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] de door hem gepleegde inbreuk op de intellectuele eigendomsrechten van [eigennaam] France per direct te staken en gestaakt te houden,

b. verbiedt [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] de materialen (vragenlijsten, handboek, ondersteunende teksten), de naam, het logo en de diagrammen van [eigennaam] International c.q. [eigennaam] France te gebruiken en te verveelvoudigen,

c. veroordeelt [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] binnen zeven dagen na betekening van dit vonnis onder overlegging van een accountantsverklaring en onderliggende facturen en overige bescheiden aan Rijnconsult/de advocaat van [eigennaam] France opgave te doen van:

-het aantal, de namen en de adressen van de personen die hij in HBDI heeft ‘geaccrediteerd’ en/of tot ‘certified practioner’ heeft benoemd,

-het aantal, de namen en de adressen van de personen op wie hij HBDI heeft toegepast,

-de omzet en winst die [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] met het gebruik van HBDI heeft behaald,

d. veroordeelt [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] om ingeval hij (na betekening van dit vonnis) in gebreke mocht blijven aan bovenstaande veroordeling te voldoen en/of bovenstaand gebod en/of verbod overtreedt aan Rijnconsult/[eigennaam] France een dwangsom te betalen van € 1.000,-- per dag, echter tot een maximum van in totaal € 100.000,--,

e. verklaart voor recht dat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] aansprakelijk is voor alle schade welke is veroorzaakt door zijn inbreukmakend handelen, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet

f. veroordeelt [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van Rijnconsult en [eigennaam] France bepaald op € 324,78 wegens verschotten en op € 1.808,-- voor salaris van de procureur,

g. verklaart dit vonnis wat betreft het onder a t/m d en f vermelde uitvoerbaar bij voorraad,

h. wijst af het meer of anders gevorderde

in reconventie

i. wijst de vorderingen van [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] af,

j. veroordeelt [gedaagde in conventie / eiser in reconventie in de gevoegde zaken] in de kosten van de procedure, tot op heden aan de zijde van Rijnconsult en [eigennaam] France bepaald op € 904,-- voor salaris van de procureur,

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. de Vries en in het openbaar uitgesproken op 8 augustus 2007.

Coll.: ED