Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BB2010

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
18-07-2007
Datum publicatie
20-08-2007
Zaaknummer
157180
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Schuldeiser heeft vordering op de schuldenaar gecedeerd aan derde. Die derde heeft vrachtauto's van schuldenaar ter zekerheid tot betaling onder zich gekregen van schuldeiser. Incassovordering in kort geding afgewezen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
S&S 2009, 10
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 157180 / KG ZA 07-376

Vonnis in kort geding van 18 juli 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

EISMANN B.V.,

gevestigd te Spankeren,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. J.M. Bosnak,

advocaat mr. R.J.A. Dil te Arnhem,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TRAILER & TRUCK CENTRUM DUIVEN B.V.,

gevestigd te Duiven,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MEFRIGRO GENDT B.V.,

gevestigd te Gendt,

3. [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

en voor wat betreft Mefigro Gendt B.V. tevens eiseres in reconventie,

procureur mr. W.J.G.M. van den Broek,

advocaat mr. S.V.M. Stevens Nijmegen.

Partijen zullen hierna Eismann, TTC, Mefigro en [gedaagde sub 3] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling op 11 juli 2007

- de pleitnota van TTC, Mefigro en [gedaagde sub 3], tevens houdende de eis in reconventie van Mefigro.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Eismann gebruikt voor haar bedrijfsvoering (verkoop van diepvriesproducten aan huis) diepvriesauto’s, die zij least van Leaseplan Nederland B.V. Onderhoud en reparatie van de diepvriesauto’s heeft Eismann uitbesteed aan TTC.

2.2. Eismann heeft TTC gedurende anderhalf jaar regelmatig opdrachten gegeven tot het verrichten van onderhouds- en reparatiewerkzaamheden en heeft na facturering door TTC voor deze werkzaamheden betaald.

2.3. Op 30 januari 2007 heeft [betrokkene] Beheer B.V. ten laste van - onder meer - TTC onder Eismann conservatoir derdenbeslag doen leggen. Aan [betrokkene] Beheer B.V. is verlof gegeven tot het leggen van beslag tot een bedrag van € 67.000,00.

2.4. Op 20 februari 2007 heeft Autoschadebedrijf [betrokkene 2] ten laste van TTC onder Eismann conservatoir derdenbeslag doen leggen tot een bedrag van € 15.000,00. Dit beslag is op 29 mei 2007 overgegaan in executoriaal derdenbeslag.

2.5. Op 26 maart 2007 heeft [betrokkene 3] ten laste van TTC onder Eismann executoriaal derdenbeslag doen leggen ten bedrage van € 9.915,07.

2.6. In maart 2007 heeft TTC Eismann verzocht openstaande facturen voor een totaal van € 51.286,74 te betalen. Over de juistheid van die facturen is vervolgens een geschil ontstaan.

2.7. TTC heeft Eismann onder meer bij brief van 18 april 2007 van haar toenmalige raadsman medegedeeld dat zij de diepvriesauto’s die zij op dat moment ter reparatie onder zich had, te weten de diepvriesauto’s met de kentekens 73-BF-BP, 69-BF-BP, 72-VZ-RS, 20-BF-FB, 01-BX-NK, 99-BB-NV, 12-BF-VN en 21-BH-HS, onder zich te houden totdat Eismann aan haar betalingsverplichting heeft voldaan. Zij heeft zich in dat verband op een haar toekomend retentierecht beroepen.

2.8. Ondanks sommaties daartoe heeft TTC geen gevolg gegeven aan het verzoek van Eismann tot afgifte van de diepvriesauto’s.

2.9. TTC heeft Eismann bij brief van 24 april 2007 medegedeeld dat zij de diepvriesauto’s per 17 april 2007 wegens ruimtegebrek in haar bedrijf in bewaring heeft gegeven aan een derde. Die derde is Mefigro, een andere B.V. van [gedaagde sub 3], die TTC in verband met financiële problemen van de voormalige eigenaar, Hartjes, heeft overgenomen.

2.10. Bij op 14 mei 2007 verleden akte van cessie heeft TTC haar vordering op Eismann aan Mefigro gecedeerd. Van deze cessie is verklaring gedaan aan Eismann. De gecedeerde vordering bedroeg volgens de akte per 18 april 2007 een bedrag van € 117.620,62.

2.11. [gedaagde sub 3] is directeur van zowel TTC als Mefigro.

3. Het geschil in conventie

3.1. Eismann vordert samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad gedaagden ieder voor zich te veroordelen:

- tot afgifte binnen 24 uur na betekening van dit vonnis van de diepvriesauto’s met kentekens 73-BF-BP, 69-BF-BP, 72-VZ-RS, 20-BF-FB, 01-BX-NK, 99-BB-NV, 12-BF-VN en 21-BH-HS aan Eismann, onder verbeurte van een dwangsom van € 10.000,- per dag dat gedaagden geheel of gedeeltelijk niet voldoen aan dit vonnis;

- tot betaling van de proceskosten.

3.2. TTC, Mefigro en [gedaagde sub 3] voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. Het geschil in reconventie

4.1. Mefigro vordert samengevat - bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad primair betaling van alle openstaande facturen, vermeerderd met wettelijke rente, dan wel subsidiair betaling van een voorschot van € 75.000,00, althans een in goede justitie te bepalen voorschot.

4.2. Eismann voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling in conventie

De gevorderde veroordeling van [gedaagde sub 3]

5.1. [gedaagde sub 3] is, naar de voorzieningenrechter uit het verhandelde ter zitting heeft begrepen, gedagvaard omdat hij directeur van TTC en Mefigro is. Uitgangspunt is dat een bestuurder niet persoonlijk aansprakelijk kan worden gehouden voor de nakoming van verplichtingen van de rechtspersoon. Dit is slechts onder omstandigheden anders, bijvoorbeeld indien de bestuurder ter zake van dat handelen een (ernstig) persoonlijk verwijt treft. Omdat door Eismann, afgezien van de hoedanigheid van [gedaagde sub 3] als directeur, niets is aangevoerd waarop de persoonlijke aansprakelijkheid van Wouters den Oudenweijer kan worden gebaseerd, moet de gevorderde veroordeling van Wouters den Oudenweijer worden afgewezen.

5.2. Eismann zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van Wouters den Oudenweijer worden veroordeeld. Deze kosten worden, nu de gedaagden zich gezamenlijk door één advocaat hebben laten bijstaan en de gedaagden tegen de vordering van Eismann niet afzonderlijk verweer hebben gevoerd, begroot op 1/3 van het begrootte salaris, te weten € 272,00 (1/3 x € 816,00).

Gevorderde afgifte van de diepvriesauto’s

5.3. Zowel TTC als Mefigro hebben zich tegen de gevorderde afgifte van de diepvriesauto’s verweerd met een beroep op een retentierecht. Zij stellen zich op het standpunt niet tot afgifte te zijn gehouden zolang Eismann de openstaande facturen niet betaalt.

5.4. Uit de in het geding gebrachte stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat TTC de diepvriesauto’s gestald heeft bij een bewaarder, te weten Mefigro. In de akte van cessie van 14 mei 2007 staat dat naast de vordering van TTC op Eismann aan Mefigro ook de bij die vordering behorende retentierechten worden gecedeerd. Naar huidig recht is een retentierecht echter niet vatbaar voor overdracht/cessie en gaat het ook niet als accessoir recht mee over bij overdracht van het vorderingsrecht. De voorzieningenrechter houdt het er dan ook voor dat TTC na de cessie van de vordering het retentierecht ten behoeve van Mefigro is gaan uitoefenen, hetgeen naar huidig recht wel mogelijk is. Aangenomen dat Mefigro, zoals door Eismann is gesteld en door Mefigro niet is weersproken, thans de diepvriesauto’s onder zich heeft, wordt zij geacht dit te doen als bewaarder voor TTC en derhalve niet uit hoofde van een retentierecht ten opzichte van Eismann.

5.5. Op 30 januari 2007 is Eismann geconfronteerd met een onder haar en ten laste van TTC gelegd conservatoir derdenbeslag. Nadien hebben nog twee partijen onder Eismann en ten laste van TTC (executoriaal) beslag laten leggen. De gelegde beslagen beslaan in totaal een (begroot) bedrag van € 91.915,07 en duren tot op heden voort.

5.6. In geval van gelegd derdenbeslag geldt ingevolge artikel 6:33 BW juncto de artikelen 475h en 720 Rv als hoofdregel dat betaling door de debiteur aan haar crediteur jegens de beslaglegger niet bevrijdend is. Een in weerwil van het beslag gedane betaling of afgifte kan immers niet tegen de beslaglegger worden ingeroepen en de derde onder wie het beslag is gelegd zou daarmee genoodzaakt kunnen worden nogmaals aan de beslaglegger te betalen. Uitgangspunt moet daarom zijn dat de debiteur zolang het beslag duurt in beginsel het recht heeft zijn crediteur niet te betalen. Gelet hierop moet geoordeeld worden dat Eismann vanaf het moment dat zij bekend was met het onder haar gelegde derdenbeslag in beginsel het recht had om, zoals zij heeft gedaan, de betaling van de openstaande facturen jegens TTC op te schorten.

5.7. TTC heeft haar vorderingen op Eismann op 14 mei 2007, te weten na de terzake die vorderingen gelegde derdenbeslagen, aan Mefigro gecedeerd. Nu deze cessie gelet op het in de artikelen 475h en 720 Rv bepaalde niet tot gevolg heeft dat betaling door Eismann aan Mefigro bevrijdend zou zijn, geldt dat Eismann zich ook jegens Mefigro erop kan beroepen dat zij betaling mag opschorten.

5.8. Gelet op het vorenstaande is thans de volgende situatie ontstaan. TTC heeft haar verplichting tot afgifte van de diepvriesauto’s aan Eismann opgeschort tot zekerheid van de betalingen door Eismann aan Mefigro, welke betalingen Eismann echter bevoegd heeft opgeschort nu zij ten gevolge van het onder haar gelegde derdenbeslag niet bevrijdend kan betalen zolang het beslag voortduurt.

5.9. Ter zitting is gebleken dat de door TTC gehouden acht diepvriesauto’s bijna 10% van het wagenpark van Eismann in Nederland betreft. De enige mogelijkheid voor Eismann om de acht diepvriesauto’s in de gegeven situatie te verkrijgen, is door betaling aan Mefigro. Deze mogelijkheid herbergt echter het reële risico voor Eismann nogmaals te moeten betalen aan de schuldeisers van TTC die onder haar beslag hebben gelegd. Ook al zal Eismann in geval van dubbele betaling een verhaalsrecht op Mefigro hebben, de kosten van verhaal en het risico dat verhaal door bijvoorbeeld insolventie niet mogelijk is, zijn voor Eismann. Nu Eismann de vordering van TTC grotendeels betwist en dit ook aan de beslagleggers heeft verklaard, is een gerede kans aanwezig dat voormelde situatie eerst na een verklaringsprocedure zal eindigen. Gedurende die tijd blijft Eismann de (lease)kosten voor de diepvriesauto’s verschuldigd en wordt omzet gederfd, terwijl anderzijds bij TCC de kosten wegens inbewaringstelling van de diepvriesauto’s oplopen. Daarbij moet dan nog worden geconstateerd dat het retentierecht een soort pressiemiddel is om betaling te verkrijgen, terwijl dat nu juist is wat TTC er niet mee kan verkrijgen, noch voor Mefigro, noch voor de beslagleggers, voor de afwikkeling van wier vorderingen een apart rechtsvorderlijk regime geldt. Gelet op het vorenstaande is de voorzieningenrechter, alle belangen afwegende, van oordeel dat het beroep van TCC op haar retentierecht, zo haar in de gegeven omstandigheden al een retentierecht zou toekomen, in ieder geval naar maatstaven van de redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. TCC is dan ook op die grond gehouden de diepvriesauto’s aan Eismann af te geven.

5.10. Mefigro heeft zich, naar de voorzieningenrechter begrijpt, enkel beroepen op een retentierecht ten behoeve van de betaling van de aan haar overgedragen vordering van TTC op Eismann. Nu zoals hiervoor onder 5.4. overwogen dit retentierecht enkel TTC toekomt en niet Mefigro en Mefigro overigens geen verweren tegen de gevorderde afgifte heeft gevoerd, is Mefigro (als bewaarder) gehouden de diepvriesauto’s aan Eismann af te geven.

5.11. De vordering tot afgifte van de diepvriesauto’s door TTC en Mefigro zal derhalve worden toegewezen. De voorzieningenrechter ziet in de gegeven omstandigheden van het geval aanleiding na te noemen - aan een maximum te binden - dwangsom op te leggen.

5.12. TTC en Mefigro zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld, met dien verstande dat zij ten aanzien van de dagvaardingskosten, nu deze mede betrekking hebben op kosten terzake dagvaarding van [gedaagde sub 3], tezamen tweederde dienen te voldoen. De overige kosten zijn onafhankelijk van de dagvaarding van en daaropvolgende procedure tegen [gedaagde sub 3] gemaakt en komen derhalve ongedeeld voor vergoeding in aanmerking. De kosten aan de zijde van Eismann worden gelet hierop begroot op:

- dagvaarding € 76,31 (2/3 x € 114,47)

- vast recht 251,00

- salaris procureur 816,00

Totaal € 1.143,31

6. De beoordeling in reconventie

6.1. Zoals hiervoor in conventie is overwogen, is Eismann gelet op de onder haar gelegde beslagen door derden ten laste van TTC ook jegens Mefigro bevoegd om zoals zij heeft gedaan de betalingen op te schorten. De keerzijde daarvan is dat Eismann niet tot betaling verplicht kan worden in weerwil van de beslagen. Het recht tot opschorting strekt niet verder dan het totale bedrag waarvoor derdenbeslagen zijn gelegd ( € 91.915,07). De vordering van Mefigro moet in zoverre worden afgewezen.

6.2. Ook voor zover de vordering tot betaling het bedrag waarvoor beslagen zijn gelegd overschrijdt, moet de vordering worden afgewezen. Voor toewijzing van een geldvordering binnen het kader van een kort geding moet in ieder geval de voorwaarde zijn vervuld dat het bestaan en de omvang van de vordering in hoge mate aannemelijk zijn. Dit is (ook) voor wat betreft een vordering van meer dan het beslagen bedrag van € 91.915,07 niet het geval. De gehele vordering wordt door Eismann gemotiveerd betwist en de voorzieningenrechter is niet van oordeel dat met voldoende mate van zekerheid is te verwachten dat de bodemrechter met verwerping van de gevoerde verweren de vordering zal toewijzen. Indien de vordering voldoende aannemelijk zou zijn geoordeeld, zou bovendien het risico van onmogelijkheid van terugbetaling aan toewijzing in de weg staan.

6.3. Mefigro zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Eismann worden begroot op € 408,00 (factor 0,5 × tarief € 816,00) aan salaris procureur.

7. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

7.1. wijst de gevorderde veroordeling van [gedaagde sub 3] af,

7.2. veroordeelt Eismann in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 3] tot op heden begroot op € 272,00,

7.3. veroordeelt TTC en Mefigro om binnen 24 uur na betekening van dit vonnis de diepvriesauto’s met kentekens 73-BF-BP, 69-BF-BP, 72-VZ-RS, 20-BF-FB, 01-BX-NK, 99-BB-NV, 12-BF-VN en 21-BH-HS aan Eismann af te geven,

7.4. bepaalt dat TTC en Mefigro voor iedere dag dat zij in strijd handelen met het onder 7.3. bepaalde, aan Eismann een dwangsom en van € 10.000,00 verbeuren tot een maximum van € 250.000,00,

7.5. veroordeelt TTC en Mefigro in de proceskosten, aan de zijde van Eismann tot op heden begroot op € 1.143,31,

7.6. verklaart dit vonnis in conventie tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

7.7. wijst het meer of anders gevorderde af,

in reconventie

7.8. wijst de vorderingen af,

7.9. veroordeelt Mefigro in de proceskosten, aan de zijde van Eismann tot op heden begroot op € 408,00,

7.10. verklaart dit vonnis in reconventie wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. G.M.L. Tomassen op 18 juli 2007.