Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BB1988

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
25-07-2007
Datum publicatie
20-08-2007
Zaaknummer
127242
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eisen van een geode rechtspleging; opnieuw oproepen van een niet ter zitting verschenen getuige (art. 170+171 Rv.)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 127242 / HA ZA 05-916

Vonnis in de hoofdzaak en in het incident van 25 juli 2007

in de zaak van

[eiseres],

wonende te [woonplaats],

eiseres in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

procureur mr. W.H.B.K. Brunet de Rochebrune,

advocaat mr. De Graaf te Nijmegen,

tegen

1. [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

verweerster in het incident,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HYP-ASS WAGENINGEN B.V.,

gevestigd te Wageningen,

gedaagde,

verweerster in het incident,

procureur mr. J.M. Bosnak,

advocaat: mr. D.W. Schonewille te ‘s-Gravenhage

3. de naamloze vennootschap

FORTIS HYPOTHEEK BANK N.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde,

verweerster in het incident,

procureur mr. F.J. Boom.

advocaten mrs. S.E. Eisma en D.J. Beenders

Partijen zullen hierna [eiseres], [gedaagde sub 1], Hyp-Ass en Fortis genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 24 januari 2007

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 30 mei 2007

- de akte houdende een incidentele vordering tot afgifte van stukken ex artikel 843a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zijdens [eiseres]

- de antwoordakte van gedaagden sub 1 en 2 van 27 juni 2007

- de antwoordakte van gedaagde sub 3 van 27 juni 2007

- het proces-verbaal van getuigenverhoor van 10 juli 2007 waaruit blijkt van een verzoek tot het ex artikel 171 Rv bepalen van een datum waartegen getuige [getuige] bij exploit kan worden opgeroepen

- de brief van [gedaagde sub 1] en Hyp-Ass van 10 juli 2007

- de brief van [eiseres] van 11 juli 2007.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident (843a Rv) en op het verzoek (171 Rv).

2. De beoordeling in het incident

2.1. [eiseres] vordert, samengevat, afgifte van de volledige dossiers die Fortis en Hyp-Ass aangaande de door [eiseres] op advies van Hyp-Ass aangegane hypotheek. [eiseres] stelt dat uit die dossiers moet blijken dat op 3 augustus 2000 overeenstemming bestond omtrent de hoogte van de inleg en de keuze voor het ASR Bank Eurotop 100 Fonds. [gedaagde sub 1], Hyp-Ass en Fortis voeren verweer waarop hierna, voor zover van belang, wordt ingegaan.

2.2. Artikel 843a Rv bepaalt dat hij die daarbij een rechtmatig belang heeft, op zijn kosten inzage, afschrift of uittreksel kan vorderen van bepaalde bescheiden aangaande een rechtsbetrekking waarin hij of zijn rechtsvoorgangers partij zijn, van degene die deze bescheiden onder zich heeft. Blijkens de wetsgeschiedenis slaat het artikel op de situatie dat de inhoud van een bepaald bewijsmiddel weliswaar bij een de opvorderende partij bekend is maar dat hij deze niet in haar bezit heeft. Artikel 843a Rv voorziet niet in een algemene exhibitieplicht. Artikel 843a Rv biedt niet de mogelijkheid voor het opvragen van documenten waarvan de een partij slechts vermoedt dat zij wel eens steun zouden kunnen geven aan zijn stellingen.

2.3. [eiseres] wil afgifte van de dossiers om daarin te pluizen. [eiseres] zou echter een specifieke beschrijving moeten geven van de stukken die zij wil zien en waarvan zij goede grond heeft aan te nemen dat gedaagden deze onder zich hebben. [eiseres] vordert geen specifieke stukken maar ‘volledige dossiers’. Uit haar toelichting bij het verzoek blijkt dat [eiseres] met de inhoud van de dossier en de inhoud van de stukken die daarvan onderdeel zijn niet bekend is. Met gedaagden is de rechtbank daarom van oordeel dat de incidentele vordering moet worden afgewezen. Met dit oordeel komt de rechtbank niet meer toe aan een aantal andere verweren die gedaagden nog hebben voorgedragen.

2.4. [eiseres] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van [gedaagde sub 1] en Hyp-Ass het incident worden veroordeeld, zoals door haar gevorderd uitvoerbaar bij voorraad. Nu zij gezamenlijk één akte hebben genomen worden de kosten gezamenlijk aan hen toegewezen. De kosten worden begroot op 1 punt x tarief II. Fortis heeft geen kostenveroordeling gevraagd. De kosten worden evenwel aan haar toegewezen ingevolge het bepaalde in artikel 237 Rv, en wel voor een gelijk bedrag. Hieraan wordt de uitvoering bij voorraad niet toegekend nu deze niet is gevorderd.

3. De beoordeling van het verzoek

3.1. [eiseres] verzoekt de rechtbank ingevolge artikel 171 Rv een datum te bepalen voor een getuigenverhoor waartegen getuige [getuige] bij exploit kan worden opgeroepen. [getuige] is bij aangetekende brief van 10 mei 2007 tegen de terechtzitting van 10 juli 2007 opgeroepen. [getuige] is zonder opgaaf van redenen niet ter zitting verschenen.

3.2. [gedaagde sub 1] en Hyp-Ass verzetten zich ertegen dat een nieuwe datum wordt bepaald. Zij wijzen erop dat in de oproepingsbrief van 10 juli 2007 niet is vermeld welke gevolgen zijn verbonden aan het niet verschijnen ter terechtzitting. De oproep voldoet daarmee niet aan alle vereisten van artikel 170 Rv zodat artikel 171 Rv niet van toepassing is. De rechtbank overweegt in dat verband als volgt. De oproepingsbrief vermeldt niet wat de gevolgen verbonden aan het niet verschijnen ter zitting zijn. Daarmee is niet aan alle vereisten gesteld in artikel 170 Rv voldaan. Aan artikel 171 Rv wordt dan niet toegekomen. Artikel 171 Rv is van toepassing op situaties waarin een bij aangetekende brief opgeroepen getuige niet is verschenen. Met deze aangetekende brief is naar het oordeel van de rechtbank bedoeld de aangetekende brief als bedoeld in artikel 170 Rv met, vanzelfsprekend, de daarin voorgeschreven inhoud.

3.3. Het voorgaande laat onverlet dat aan de hand van de omstandigheden van het geval en met inachtneming van de eisen van een behoorlijke rechtspleging moet worden beoordeeld of alsnog gelegenheid tot het horen van getuigen moet worden geboden. De rechtbank verwijst daarvoor naar jurisprudentie op dit punt, meer in het bijzonder

HR, 15 februari 2002, LJN AD 7341. De rechtbank acht in het kader van de beoordeling van belang dat gesteld noch gebleken is dat het niet verschijnen van [getuige] als getuige

[eiseres] kan worden toegerekend. [eiseres] heeft aangegeven met [getuige] gehuwd te zijn geweest. Sinds haar scheiding in het jaar 2000 heeft zij geen contact meer met hem gehad. [eiseres] heeft geprobeerd [getuige] telefonisch te bereiken voorafgaand aan de zitting maar dit is niet gelukt.

3.4. [gedaagde sub 1] en Hyp-Ass stellen dat [eiseres] ter zitting heeft gesteld dat [getuige] uitsluitend een verklaring zou kunnen afleggen omtrent haar beleggingservaring. Zij stellen dat dit voor de bewijsopdracht niet van belang is. De wens om [getuige] alsnog te horen zou daarmee misbruik van procesrecht opleveren. [eiseres] heeft bestreden dat zij heeft gezegd dat [getuige] uitsluitend een verklaring over de beleggingservaring van [eiseres] kan afleggen. Zij weet niet of [getuige] over andere zaken kan verklaren. Dat zou moeten blijken uit het verhoor.

3.5. De rechtbank stelt voorop dat anders dan De lange en Hyp-ass stellen, [eiseres] ter zitting niet heeft gezegd dat [getuige] uitsluitend een verklaring over haar beleggingservaring kan afleggen. [eiseres] heeft ter zitting aangegeven dat het belang van een verhoor van [getuige] ligt in een verklaring die hij kan afleggen over haar beleggingservaring. Daarmee staat niet vast dat [getuige] niet over andere, voor de bewijsopdracht relevante zaken, kan verklaren. De stelling van [gedaagde sub 1] en Hyp-Ass dat de wens om [getuige] te horen misbruik van procesrecht oplevert moet reeds daarom worden verworpen.

3.6. Gelet op de bovenstaande overwegingen zal de rechtbank een nieuwe datum voor het verhoor van [getuige] vaststellen. De rechtbank is van oordeel dat dit niet strijdt met de eisen van een goede rechtspleging. Aan het eventuele bezwaar dat het alsnog horen van een getuige in de enquête inmiddels een derde zitting in de enquête impliceert, kan mogelijk worden tegemoetgekomen door de contra-enquête aansluitend aan de enquête te laten plaatsvinden. Ter zitting van 10 juli 2007 hebben [gedaagde sub 1] en Hyp-Ass aangegeven van hun recht op contra-enquête gebruik te willen maken.

4. De beslissing

De rechtbank

in het incident

4.1. wijst het gevorderde af,

4.2. veroordeelt [eiseres], uitvoerbaar bij voorraad, in de kosten van het incident, aan de zijde van [gedaagde sub 1] en Hyp-Ass gezamenlijk tot op heden begroot op EUR 452,00.

4.3. veroordeelt [eiseres] in de kosten van het incident, aan de zijde van Fortis tot op heden begroot op EUR 452,00.

op het verzoek

4.4. bepaalt de datum voor de voortzetting van de enquête voor het horen van de heer C.W.D.A. [getuige] op 16 augustus om 11.00 uur.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.R. Veerman en in het openbaar uitgesproken op 25 juli 2007.