Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BB1973

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
04-06-2007
Datum publicatie
17-08-2007
Zaaknummer
AWB 06/3293
Rechtsgebieden
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Overgangsrecht Wet UOV

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht

Registratienummer: AWB 06/3293

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

Café Petit Restaurant De Teersdijk, eiseres,

gevestigd te Wijchen, vertegenwoordigd door mr. A.A.M. van Exsel,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Wijchen, verweerder.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder van 9 mei 2006.

2. Procesverloop

Bij besluit van 9 mei 2006, bekendgemaakt bij brief van 17 mei 2006, heeft verweerder met toepassing van artikel 19, tweede lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) vrijstelling verleend voor de aanleg van een rotonde aan de Graafseweg-Nieuweweg te Wijchen.

Tegen dit besluit is beroep ingesteld en door verweerder is een verweerschrift ingediend. Naar deze en de overige door partijen ingebrachte stukken wordt hier kortheidshalve verwezen.

Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank van 23 april 2007. Namens eiseres is [X] verschenen, bijgestaan door mr. A.A.M. van Exsel, advocaat te

‘s-Hertogenbosch. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mevr.mr. L.C.G. Hoenselaar, werkzaam bij verweerders gemeente.

3. Overwegingen

De aanleg van de rotonde maakt onderdeel uit van het project ‘Herstructurering Nieuweweg’. Dit project is in strijd met de geldende bestemmingsplannen ‘Industrieterrein Nieuweweg’ en ‘Fietspaden Nieuweweg’. Na mondeling vooroverleg met de provincie Gelderland is in het kader van het overleg op grond van artikel 10 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) het voorontwerpbestemmingsplan ‘Ruimtelijke onderbouwing artikel 19.2 WRO’ toegezonden aan Gedeputeerde Staten van Gelderland (verder: GS) en de VROM-inspectie. Deze diensten hebben respectievelijk bij brieven van 27 juli 2004 en 3 augustus 2004 aangegeven dat dit plan geen aanleiding geeft tot het maken van opmerkingen en een basis kan vormen voor het verlenen van vrijstelling op grond van artikel 19, tweede lid, van de WRO. Bij besluit van 9 november 2004 heeft verweerder deze vrijstelling voor een deel van de werkzaamheden behorend bij dit project verleend. Hiertoe behoorde niet het kruispunt Graafseweg-Nieuweweg, omdat over de mogelijkheden, gedetailleerde inpassing en vormgeving van dit kruispunt nog overleg plaatsvond.

Op 12 september 2005 heeft een informatieavond plaatsgevonden over een rotonde aan de Graafseweg-Nieuweweg.

Op 9 november 2005 heeft verweerder in het huis-aan-huisblad ‘Wegwijs’ zijn voornemen bekendgemaakt om met toepassing van artikel 19, tweede lid, van de WRO vrijstelling te verlenen voor de aanleg van een rotonde aan de Graafseweg-Nieuweweg.

Bij brief van 1 december 2005 heeft eiseres zienswijzen ingediend die in een gesprek op 14 december 2005 zijn aangevuld en toegelicht.

Vervolgens heeft verweerder het bestreden besluit genomen waartegen eiseres beroep heeft ingesteld.

De rechtbank overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Awb dient degene aan wie het recht is toegekend tegen een besluit beroep op een administratieve rechter in te stellen, alvorens beroep in te stellen tegen dat besluit bezwaar te maken, tenzij het besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4.

Ingevolge artikel IV, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb (Wet UOV) blijft het recht zoals het gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van toepassing ten aanzien van besluiten die zijn aangevraagd vóór dat tijdstip. Dat tijdstip betreft 1 juli 2005.

Ter zitting heeft verweerder aangegeven dat de vrijstelling aan verweerder zelf is verleend. Aangezien een vrijstelling als bedoeld in artikel 19 WRO niet ambtshalve wordt verleend maar op basis van een daartoe strekkend verzoek, heeft de rechtbank onderzocht op welke datum het verzoek om vrijstelling voor de aanleg van een rotonde aan de Graafseweg-Nieuweweg is gedaan. Uit het dossier is de rechtbank niet gebleken van een uitdrukkelijk verzoek om vrijstelling door verweerder. Voorts heeft de vertegenwoordiger van verweerder ter zitting desgevraagd aangegeven niet bekend te zijn met een verzoek om vrijstelling.

Voor de toepassing van het overgangsrecht van de Wet UOV en dientengevolge voor de beantwoording van de vraag of tegen het bestreden besluit rechtstreeks beroep kon worden ingesteld of eerst bezwaar had moeten worden gemaakt, is het evenwel essentieel om vast te stellen wanneer het verzoek om vrijstelling is gedaan. De rechtbank is van oordeel dat het ervoor moet worden gehouden dat het verzoek om vrijstelling voor de aanleg van een rotonde aan de Graafseweg-Nieuweweg dateert van vóór 1 juli 2005. De rechtbank baseert zich daarbij op het interne advies van de gemeente Wijchen van 28 oktober 2004 met registratienummer 04/12646. Uit dat advies blijkt dat de reconstructie van de Nieuweweg in onderdelen wordt uitgevoerd en dat de procedure van artikel 19 lid 2 WRO voor de aanleg van de rotonde aan de Graafseweg-Nieuweweg op een later moment zal worden doorlopen. In hetzelfde interne advies wordt echter tegelijkertijd gesteld dat er op dat moment al een voldoende basis is voor toepassing van artikel 19 lid 2 WRO en dat de provincie en de VROM-inspectie op basis van een globale tekening waarop het kruispunt Graafseweg-Nieuweweg is opgenomen, hun fiat voor toepassing van artikel 19 lid 2 WRO hebben gegeven.

De rechtbank concludeert op grond van genoemd interne advies dat het verzoek om vrijstelling op grond van artikel 19 lid 2 WRO waarop Gedeputeerde Staten van Gelderland en de VROM-inspecteur hebben laten weten dat er een voldoende basis aanwezig was om de procedure van artikel 19 lid 2 WRO te volgen voor de herstructurering van de Nieuweweg, tevens de herstructurering van het kruispunt Graafseweg-Nieuweweg omvatte. Dat omtrent de herstructurering van het kruispunt Graafseweg-Nieuweweg nog verder overleg moest plaatsvinden over de precieze inpassing en vormgeving daarvan, doet daaraan niet af.

De conclusie dat het verzoek om vrijstelling moet worden gedateerd vóór 1 juli 2005, strookt ook met het feit dat verweerder aan het bestreden besluit het advies van Gedeputeerde Staten van Gelderland van 27 juli 2004 ten grondslag heeft gelegd evenals de reactie van de VROM – inspectie van 3 augustus 2004. Dit blijkt uit het interne advies van de gemeente Wijchen van 7 april 2006 met registratienummer 06/5530.

Nu de rechtbank van oordeel is dat ervan moet worden uitgegaan dat het verzoek om vrijstelling voor de aanleg van een rotonde aan de Graafseweg-Nieuweweg dateert van vóór 1 juli 2005, volgt uit het overgangsrecht behorend bij de Wet UOV dat tegen het bestreden besluit eerst bezwaar had moeten worden gemaakt alvorens beroep kon worden ingesteld. Verweerder heeft dit miskend. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat verweerder, terwijl hij stelt dat de UOV is toegepast, in strijd met artikel 3.11 Awb niet het ontwerp-besluit gedurende zes weken ter inzage heeft gelegd maar het voornemen om vrijstelling te verlenen, zoals ter zitting door de vertegenwoordiger van verweerder is bevestigd.

Het beroep moet niet-ontvankelijk worden verklaard. De rechtbank zal het beroepschrift doorzenden naar verweerder teneinde dit als bezwaarschrift in behandeling te nemen.

De rechtbank ziet aanleiding om met toepassing van artikel 8:74, tweede lid, van de Awb te bepalen dat de gemeente Wijchen aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ad

€ 281 vergoedt.

4. Beslissing

De rechtbank

verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

bepaalt dat de gemeente Wijchen aan eiseres het door haar betaalde griffierecht ad € 281 vergoedt.

Aldus gegeven door mr. A.G.A. Nijmeijer, rechter, in tegenwoordigheid van mr. G.A. Kajim-Panjer, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2007.

De griffier, De rechter,

Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.

Verzonden op: