Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BA9612

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
13-06-2007
Datum publicatie
16-07-2007
Zaaknummer
148632
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Keesie stelt dat Wildzoekers inbreuk maakt op haar auteursrecht, onder meer door na het verstrijken van de licentie nog steeds kenmerkende onderdelen van het door haar ontworpen logo op diverse websites te gebruiken en aldus te verveelvoudigen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 148632 / HA ZA 06-2106

Vonnis van 13 juni 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

KEESIE B.V.,

gevestigd te Schiedam,

eiseres,

procureur mr. J.M. Bosnak,

advocaat mr. J.I. Jansen te Amsterdam,

tegen

de stichting

STICHTING WILDZOEKERS,

gevestigd te Wageningen,

gedaagde,

procureur mr. F.J. Boom,

advocaat mr. M.R. de Zwaan te Amsterdam.

Partijen zullen hierna Keesie en Wildzoekers genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 31 januari 2007

- het proces-verbaal van comparitie van 24 april 2007.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Keesie drijft een bureau dat zich bezig houdt met marketing, reclame, salespromotie, public relations en organisatie- en communicatieadviezen. Zij is met name gericht op kinderen en jongeren en heeft daartoe een eigen signatuur in de markt ontwikkeld.

2.2. Wildzoeker is een ideële organisatie die zich inzet voor het bevorderen van de betrokkenheid bij de natuur bij jongeren van acht tot zestien jaar. De stichting is opgericht in februari 2005. Haar bestuurders zijn drie Nederlandse natuurbeschermingsorganisaties: de Vlinderstichting, de Nederlandse Vereniging tot Bescherming van Vogels en de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten. Wildzoekers geeft een kwartaalblad uit en onderhoudt een website.

2.3. De oprichters van Wildzoekers hebben voor de vormgeving van de huisstijl van de op te richten stichting een beroep gedaan op Keesie. Keesie heeft op 12 oktober 2004 een begroting toegestuurd aan mevrouw [betrokkene] van de Vereniging Natuurmonumenten met daarin een bedrag van € 6.750,00 voor de bureau-uren voor de ontwikkeling van de huisstijl (logo, briefpapier enz.). Keesie heeft die huisstijl ontwikkeld en heeft Wildzoekers voor de duur van één jaar licentie gegeven voor het gebruik daarvan. Op 10 februari 2005 heeft Keesie voor haar verschillende werkzaamheden een vijftal facturen aan Wildzoekers gestuurd, waaronder een (tweede deel-) factuur voor ‘Stap 5 Huisstijl’. Deze facturen zijn door de Vereniging Natuurmonumenten ten behoeve van Wildzoekers betaald.

2.4. Aan partijen stond in het begin een langdurige samenwerking voor ogen. In een door een van de toekomstige bestuurders van Wildzoekers voor akkoord getekend voorstel van Keesie d.d. 17 januari 2005 wordt gesteld dat, mocht de samenwerking komen te vervallen, Keesie de rechten van intellectuele eigendom c.q. de auteursrechten op het door Keesie vervaardigde werk aan Wildzoekers overdraagt tegen een afnemende vergoeding van 50.000 euro bij opzegging voorafgaand of binnen één jaar na lancering van de jeugdclub, 30.000 euro bij stopzetting binnen twee jaar, 20.000 euro binnen drie jaar en daarna 15.000 euro. In het najaar van 2005 komt het tot een verwijdering tussen partijen en op 23 oktober 2005 deelt Wildzoekers aan Keesie mede dat de verhouding zodanig is verstoord dat zij voor Wildzoekers onwerkbaar is geworden en dat zij een nieuwe huisstijl en logo zal laten maken door een ander bureau en de door Keesie ontworpen huisstijl en logo nog slechts zal gebruiken tot februari 2006, zijnde in haar visie de afloopdatum van de gebruikslicentie. Dat is gebeurd en Wildzoekers is in 2006 een andere huisstijl gaan gebruiken.

3. Het geschil

3.1. Stellend dat de overeengekomen gebruikslicentie voor de duur van één jaar op grond van haar algemene voorwaarden inging op 29 september 2004, zijnde de datum van een schriftelijke opdrachtbriefing, en derhalve eindigde op 29 september 2005, vordert Keesie in haar petitum onder 5 en 6 betaling van haar factuur d.d. 6 oktober 2005 ten bedrage van € 2.008,13 voor de verlenging van de huisstijllicentie voor het 4e kwartaal 2005 (1/4 x € 6.750 plus BTW), te vermeerderen met de wettelijke rente.

3.2. Voorts stelt Keesie dat Wildzoekers inbreuk maakt op haar auteursrecht, onder meer door na het verstrijken van de licentie nog steeds kenmerkende onderdelen van het door haar ontworpen logo op diverse websites te gebruiken en aldus te verveelvoudigen. Keesie vordert:

1. verklaring voor recht dat Wildzoekers inbreuk heeft gemaakt en deswege schadeplichtig is;

2. een bevel om zich verder te onthouden van iedere inbreuk, op straffe van een dwangsom;

3. (primair) nakoming van de overeenkomst tot overdracht van de rechten van intellectuele eigendom en betaling van de overeengekomen € 50.000,00;

4. (subsidiair) betaling van een redelijke vergoeding terzake, gesteld op € 5.000,00;

5. – zie hierboven onder 3.1.-

6. – zie hierboven onder 3.1.-

7. betaling van € 975,86 voor buitengerechtelijke kosten

8/9. veroordeling van Wildzoekers in de proceskosten, en wel, op grond van de Handhavingsrichtlijn 2004/48/EG, de volledige.

3.3. Wildzoekers bestrijdt de vorderingen. Op de stellingen van partijen wordt voor zoveel nodig hieronder ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Keesie beroept zich ten aanzien van de ingangsdatum van de licentietermijn onder meer op haar algemene voorwaarden, waarin is bepaald dat alle geschillen tussen Keesie en haar opdrachtgever zullen worden voorgelegd aan de bevoegde rechter te Rotterdam. Wildzoekers betwist dat de toepasselijkheid van die voorwaarden is overeengekomen, maar beroept zich subsidiair op dat forumbeding. De rechtbank gaat hieraan voorbij, omdat zij die voorwaarden niet toepasselijk acht. Keesie stelt dat die voorwaarden van toepassing zijn, omdat daarnaar wordt verwezen in haar begroting/offerte van 12 oktober 2004, maar bij de comparitie is gebleken dat die begroting niet voor akkoord is getekend, terwijl die begroting ook niet is gericht aan de Stichting Wildzoekers, die toen immers nog niet bestond. Die begroting is wellicht mondeling of impliciet geaccordeerd door mevrouw [betrokkene] van de Vereniging Natuurmonumenten, een van de toekomstige oprichters en bestuurders van de Wildzoekers, maar ter comparitie is onweersproken gesteld dat mevrouw [betrokkene] niet bevoegd was om de Vereniging Natuurmonumenten, laat staan Wildzoekers, voor dit soort zaken te vertegenwoordigen. Onder deze omstandigheden was bekrachtiging van de toepasselijkheid door Wildzoekers nodig en daaromtrent is niets gesteld.

4.2. De ingangsdatum van 29 september 2004 van de gebruikslicentie baseert Keesie op een niet overgelegde opdrachtbriefing en/of op haar algemene voorwaarden. Gesteld noch gebleken is dat in die opdrachtbriefing een concrete datum is genoemd, waarop de aanspraak op vergoeding ingaat. De algemene voorwaarden zijn niet van toepassing, nog daargelaten dat daarin alleen geregeld is wanneer een overeenkomst van opdracht tot stand komt en niet wanneer de gebruikslicentie ingaat van het nog te vervaardigen werk. In de begroting van 12 oktober 2004 staat niet meer dan dat de werkzaamheden zullen aanvangen bij ontvangst van een goedgekeurde begroting en dat een exclusieve gebruikslicentie geldt voor een periode van 1 jaar. Er staat niet wanneer deze licentie ingaat en ook niet wat geldt ná dat jaar (er staat: uitbreiding gebruiksrecht tegen een nader overeen te komen vergoeding).

Onder deze omstandigheden kan het beste aansluiting worden gezocht bij de nadere bevestiging van de afspraken d.d. 17 januari 2005, waarin de (aflopende) vergoeding voor de IE-rechten wordt gekoppeld aan de ‘lancering van de jeugdclub’, hetgeen de rechtbank verstaat als: de oprichting van de stichting Wildzoekers, die plaats had in februari 2005. Dit ligt ook voor de hand. Het gaat hier niet om vergoeding van ontwikkelingskosten, maar om een gebruiksvergoeding. Het is niet goed denkbaar dat een nog niet bestaande (rechts)persoon reeds een vergoeding verschuldigd zou zijn voor het aan die (rechts)persoon gebonden gebruik van een nog niet bestaand werk.

Dit betekent dat het laatste kwartaal van 2005 nog begrepen was in de verleende licentie voor de duur van één jaar en dat de factuur, waarvan nu betaling wordt gevorderd, ongegrond is. De vorderingen sub 5 en 6 worden afgewezen.

4.3. Uit de stukken bleek reeds dat Wildzoekers een nieuwe huisstijl en logo heeft laten ontwikkelen en op de comparitie heeft Keesie niet weersproken dat Wildzoekers zelf het gebruik van de ontwerpen van Keesie heeft gestaakt vóór 1 februari 2006, dus vóór de afloop van de licentieperiode van één jaar. Keesie heeft daarbij toegegeven dat de nieuwe stijl geen inbreuk maakt op haar auteursrecht. Tegen het feit dat in bibliotheken en bij googelen nog historisch materiaal zal worden aangetroffen met haar ontwerpen, kan Keesie zich natuurlijk niet verzetten. Het kan zijn dat het door haar ontwikkelde logo ook nu nog gebruikt wordt door een of meer andere natuurverenigingen (met name de Zoogdiervereniging VZZ ), maar dan moet Keesie zich daartegen verzetten bij die andere rechtspersonen. Keesie heeft niet of onvoldoende weersproken dat Wildzoekers uit hoofde van haar licentie bevoegd was om aan derden toestemming te verlenen om haar logo te gebruiken, maar dat Wildzoekers tegen het voortgezet gebruik niet kan optreden, omdat zij feitelijk noch juridisch enige zeggenschap heeft over VZZ en andere organisaties, die nog enige tijd het door Keesie ontworpen logo op hun website hebben laten staan. De omstandigheid dat Zoogdiervereniging VZZ een van de bestuurders zou zijn van Wildzoekers - hetgeen overigens in tegenspraak is met Keesie’s stelling in de dagvaarding - geeft Wildzoekers nog geen zeggenschap over deze rechtspersoon.

4.4. Keesie verwijt Wildzoekers nog dat Wildzoekers tijdens de licentieperiode door een ander reclamebureau een welkomstpakket heeft laten ontwikkelen voorzien van haar logo, maar de rechtbank kan Keesie hierin niet volgen. Dit gebruik van het door Keesie ontworpen logo kan geacht worden te vallen onder de in de begroting van 12 oktober 2004 voorziene verveelvoudiging: ‘de gebruikslicentie betreft de middelen/activiteiten voor de nieuwe jeugdclub’ en gesteld noch gebleken is dat het welkomstpakket nu, na afloop van de licentieperiode, nog steeds is voorzien van dat logo. Weliswaar wordt in die begroting/offerte ook bedongen dat voor de uitwerking van de door Keesie naar voren gebrachte ideeën en concepten door de opdrachtgever een samenwerking zal worden aangegaan met Keesie, maar gesteld noch gebleken is dat het ontwikkelde welkomstpakket een uitwerking is van een idee of concept van Keesie.

4.5. De twee voorgaande overwegingen hebben tot gevolg dat de door Keesie sub 1 gevorderde verklaringen voor recht, het sub 2 gevorderde bevel en de sub 4 gevorderde vergoeding moeten worden afgewezen.

4.6. De sub 3 gevorderde veroordeling tot nakoming van de overeenkomst tot overdracht en vergoeding van de bedongen overdrachtsvergoeding ad € 50.000,00 worden afgewezen, omdat Wildzoekers de door Keesie ontworpen huisstijl en haar logo feitelijk niet heeft overgenomen en de overeenkomst geen verplichting tot overname van de intellectuele eigendomsrechten inhoudt. Keesie stelt ter comparitie dat de afkoopsom (als vergoeding van haar omzetderving) zonder meer verschuldigd is, ook al wordt geen gebruik gemaakt van haar intellectuele eigendom, maar dat is in tegenspraak met de duidelijke tekst van de door haarzelf opgestelde bevestiging van de afspraken d.d. 17 januari 2005, waarin uitdrukkelijk op verzoek van de heer Broodman van Natuurmonumenten is opgenomen dat er geen bestedingsverplichting vanuit Wildzoekers zal zijn en dat is ook in tegenspraak met de begroting/offerte van 12 oktober 2004, waarin staat dat annulering van de opdracht (steeds) mogelijk is tegen betaling van de reeds bestede uren en gemaakte kosten. Dat deze uren en kosten niet zijn afgerekend is gesteld noch gebleken.

4.7. De vordering sub 7 tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten deelt het lot van de hoofdvorderingen.

4.8. Keesie zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. Keesie gaat zelf uit van een volledige proceskostenvergoeding op grond van de Handhavingsrichtlijn. Wildzoekers sluit zich hierbij aan, maar de rechtbank zal het anders doen.

De volledige proceskostenveroordeling van de Handhavingsrichtlijn is vooral gegeven voor piraterij en andere gevallen van opzet en kwade trouw. Daarvan is in dit geval geen sprake. Het gaat hier om een spaak gelopen samenwerking met auteursrechtelijke facetten tussen niet commercieel ingestelde organisaties: aan de ene zijde een kleine, op de jeugd georiënteerde ontwerper (volgens het Handelsregister 4 werkzame personen) en aan de andere zijde een stichting van natuurliefhebbers in de oprichtingsfase met daarachter grote ideële natuurbeschermingsorganisaties. In deze samenwerking was sprake is van een zekere belangenverstrengeling. Genoemde mevrouw [betrokkene] was voorheen werkzaam bij Keesie. Het gaat om partijen die hun samenwerking niet erg zakelijk en doorwrocht op schrift hebben vast gelegd en die mede daardoor in een juridisch geschil zijn beland. Hierin valt voor beide standpunten wel iets te zeggen, zij het dat Wildzoekers uiteindelijk van de rechtbank gelijk krijgt. In eerste instantie had Keesie zich neergelegd bij de voortijdige verbreking van de samenwerking door Wildzoekers en gemaild dat zij de beslissing van Wildzoekers respecteert (mail van 15 november 2005). Keesie maakte in dat stadium helemaal geen aanspraak op een afkoopsom. Wel verlangde Keesie nog betaling van een kwartaal licentierecht. Het betrof het betrekkelijk geringe bedrag van € 2.008,13, waarmee Wildzoekers akkoord was gegaan (mail van 27 september 2005; het was zelfs haar eigen voorstel geweest). Maar Wildzoekers neemt dan een advocaat in de arm en deze schrijft op 13 december 2005 dat de facturatie onterecht is, waarin hij uiteindelijk gelijk krijgt maar wat er wel toe heeft geleid dat de zaak enorm geëscaleerd is en is uitgelopen in deze rechtszaak. De advocaat van Keesie heeft haar reeds een vijfvoud in rekening gebracht van het bedrag waar het oorspronkelijk om ging. Indien Keesie nu ook nog eens de volledige kosten van de wederpartij zou moeten betalen, waarvan de advocaat bijvoorbeeld zijn reisuren declareert tegen zijn volle uurtarief van € 250,00 per uur, dan wordt dit buitensporig en staat dit niet meer in redelijke verhouding tot het belang van de zaak en de tamelijk beperkte IE-aspecten daarvan. Daarom zal de rechtbank volstaan met het normale liquidatietarief.

De kosten aan de zijde van Wildzoekers worden mitsdien begroot op:

- explootkosten EUR 0,00

- vast recht 1.170,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 1.788,00 (2,0 punten × tarief EUR 894,00)

Totaal EUR 2.958,00

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vorderingen af,

5.2. veroordeelt Keesie in de proceskosten, aan de zijde van Wildzoekers tot op heden begroot op EUR 2.958,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. N.W. Huijgen en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2007.