Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BA9524

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
29-06-2007
Datum publicatie
13-07-2007
Zaaknummer
465742 \ CV EXPL 06-6065
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 54 lid 2 Rv; 6:101 BW. Openbare betekening van een exploot in casu onrechtmatig omdat de woon- of verblijfplaats van degene voor wie het exploot bestemd is, aan de verzoeker bekend zijn of redelijkerwijs bekend kunnen zijn. Aard van de schade. Eigen schuld

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 465742 \ CV EXPL 06-6065 \ 282fh

uitspraak van 29 juni 2007

Vonnis

in de zaak van

[eiser A] en [eiser B]

echtgenoten,

wonende te Mauleon, Frankrijk

eisende partij

gemachtigde mr I. van Bekkum

tegen

1. [gedaagde A]

wonende te Gendt, gemeente Lingewaard

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [VVE].

gevestigd en kantoorhoudende te Huissen, gemeente Lingewaard

gedaagde partijen

gemachtigde mr. M.A. van der Lubbe

Eisende partijen worden hierna gezamenlijk in enkelvoud [eisende partij] genoemd, gedaagde partijen respectievelijk [gedaagde A] en VVE Diensten.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 17 oktober 2006 met producties;

- de conclusie van antwoord met producties;

- de conclusie van repliek;

- de conclusie van dupliek.

1. De feiten

1.1. [eisende partij] is gerechtigd tot het uitsluitend gebruik van het appartement plaatselijk bekend Dillenburg 194 te Doorwerth en van rechtswege lid van de Vereniging van Eigenaars van het Flatgebouwencomplex te Doorwerth aan de Van der Molenallee (hierna: de VvE). Feitelijk woont [eisende partij] in Frankrijk. De zoon van [eisende partij] woont in het appartement.

1.2. VVE Diensten fungeert als beheerder ten behoeve van de VvE. [gedaagde A] is bestuurder van VVE Diensten.

1.3. Op 17 oktober 2005 heeft VVE Diensten een schriftelijke aanmaning gezonden aan [eisende partij] (adres: Postbus 54, 6800 AB Arnhem) voor een extra bijdrage over 2005 vermeerderd met aanmaningskosten, een en ander voor een totaal bedrag van € 418,30.

1.4. Daarna is [eisende partij] door Rijssenbeek Advocaten te Arnhem bij brief van 14 november 2005 (gezonden aan het adres Postbus 54, 6800 AB Arnhem) verzocht en zo nodig gesommeerd over te gaan tot betaling van € 533,72 inclusief rente tot de datum van de brief en kosten.

1.5. Op 4 januari 2006 heeft VVE Diensten een factuur gezonden aan [eisende partij] (adres: Postbus 54, 6800 AB Arnhem) voor extra bijdragen over 2005 vermeerderd met aanmaningskosten en de VvE-bijdrage over januari 2006, alles tezamen ten bedrage van € 890,50, waarop in mindering is gebracht een betaling per bank van € 181,-.

1.6. Bij exploot van 9 januari 2006, betekend aan het parket van de officier van justitie bij de rechtbank te Arnhem, heeft de VvE [eisende partij] gedagvaard voor de kantonrechter te Wageningen. In het exploot is vermeld dat van [eisende partij] geen woonplaats en geen werkelijk verblijf in en buiten Nederland bekend zijn.

1.7. Van deze dagvaarding is op 13 januari 2006 door middel van een advertentie mededeling gedaan in het dagblad De Gelderlander.

1.8. Bij genoemd exploot heeft de VvE gevorderd dat [eisende partij] zou worden veroordeeld tot betaling van € 540,23 vermeerderd met rente, en dat [eisende partij] in de proceskosten zou worden verwezen. De VvE legde aan haar vordering ten grondslag dat [eisende partij] in verzuim was met de maandelijkse voorschotbijdragen tot een bedrag van € 447,30 exclusief rente en kosten en dat ondanks herhaalde herinnering en aanmaning geen betaling werd verkregen.

1.9. [eisende partij] is niet in het geding verschenen. Bij vonnis van 12 april 2006 heeft de kantonrechter tegen hem verstek verleend en de vordering toegewezen. Dit vonnis is bij exploot van 9 mei 2006 betekend aan het parket van de officier van justitie bij de rechtbank te Arnhem. Ook in dit exploot is vermeld dat van [eisende partij] geen woon- of verblijfplaats in Nederland of daarbuiten bekend is.

1.10. Ook dit exploot is door middel van een advertentie gepubliceerd in het dagblad De Gelderlander.

1.11. In een uittreksel uit de basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente Arnhem van 16 december 2005 is vermeld dat [eisende partij] op 1 september 1999 naar Frankrijk is vertrokken.

1.12. [eisende partij] heeft bij brief van zijn raadsman van 19 juli 2006 aan VVE Diensten (ter attentie van [gedaagde A]) aanspraak gemaakt op vergoeding van schade die het gevolg is van het welbewust achterhouden van feiten, aldus dat zijn adres hun bekend was maar hij niettemin in het openbaar is gedagvaard.

13. Een brief van VVE Diensten aan de raadsman van [eisende partij] van 30 augustus 2006 bevat onder meer de volgende passages:

“Het adres van de heer M.W.J.M. [eisende partij] in Frankrijk is ons inderdaad bekend.

Op verzoek van de heer [eisende partij] en zijn zoon, die nog zitting heeft gehad in een commissie van de VvE Dillenburg te Doorwerth, is alle correspondentie voor het appartement Dillenburg 194 toegestuurd naar het correspondentieadres Postbus 54, 6800 AB te Arnhem. Wij hebben dit verzoek ontvangen omdat de zoon van de heer [eisende partij] weinig aanwezig was in het appartement Dillenburg 194 te Doorwerth. Indien de post zou worden gestuurd naar Postbus 54, dan zou deze wekelijks door de zoon van de heer [eisende partij] worden ingezien. Aan dit verzoek hebben wij voldaan.

U treft hierbij ingesloten een brief aan de heer [eisende partij] in Frankrijk d.d. 17 juni 2004 aan. In deze brief hebben wij nog eens bevestigd dat wij als correspondentieadres Postbus 54 te Arnhem gebruiken. Van de heer [eisende partij] hebben wij geen verzoek ontvangen om de post naar Frankrijk te sturen. De reden hiervoor is ook dat de post naar Frankrijk vaak te lang onderweg zou zijn. De zoon van de heer [eisende partij] zou zijn vader informeren over de gang van zaken van de Vereniging van Eigenaars Dillenburg te Doorwerth.”

2. De vordering en het verweer

2.1. [eisende partij] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde A] en VVE Diensten hoofdelijk zal veroordelen tot betaling van € 2.208,38, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.188,- vanaf de dag van dagvaarding tot aan die der algehele voldoening, en hen zal verwijzen in de kosten van dit geding inclusief een bedrag voor salaris van de gemachtigde.

2.2. De vordering is gegrond op de stelling, samengevat weergegeven, dat VVE Diensten en [gedaagde A] in persoon als haar bestuurder onrechtmatig gehandeld hebben jegens [eisende partij] door aanmaningen en sommaties te zenden aan een postadres in Arnhem en door de dagvaarding en de grosse van het verstekvonnis aan het parket van de officier van justitie laten betekenen, in plaats van aan het adres van [eisende partij] in Frankrijk, dat aan VVE Diensten bekend is. Als gevolg hiervan heeft [eisende partij] schade geleden, die hij begroot op:

€ 950,- voor nodeloos gemaakte kosten van de advertenties en dergelijke;

€ 1.000,- voor andere schade dan vermogensnadeel (aantasting van zijn eer en goede naam);

€ 238,- voor buitengerechtelijke kosten;

€ 20,38 voor wettelijke rente over deze bedragen vanaf 27 juli 2006;

€ 2.208,38 in totaal.

2.3. [gedaagde A] en VVE Diensten voeren gemotiveerd verweer.

3. De beoordeling

3.1. In het ter griffie aangelegde dossier bevindt zich een door de gemachtigde van VVE Diensten en [gedaagde A] ondertekend exemplaar van de conclusie van antwoord.

3.2. De ontvankelijkheid

3.2.1. [gedaagde A] en VVE Diensten betwisten de ontvankelijkheid van [eisende partij] in zijn vordering. Zij voeren aan dat de vordering betrekking heeft op een verstekvonnis, gewezen tussen [eisende partij] en de VvE, en dat tegen dat vonnis het rechtsmiddel van verzet heeft opengestaan.

3.2.2. Dit verweer wordt verworpen. De vordering van [eisende partij] strekt noch formeel noch materieel tot opheffing van de gevolgen van het verstekvonnis. Zij heeft betrekking op feiten en omstandigheden die, naar [eisende partij] stelt, tot het oordeel kunnen leiden dat [gedaagde A] en VVE Diensten onrechtmatig jegens hem gehandeld hebben.

3.2.3. Verder betogen [gedaagde A] en VVE Diensten ter betwisting van de ontvankelijkheid, dat [gedaagde A] heeft gehandeld in zijn functie van directeur van VVE Diensten en niet als privé-persoon, zodat hij niet in privé aansprakelijk kan worden gehouden.

3.2.4. De kantonrechter is van oordeel dat ook dit betoog niet aan de ontvankelijkheid in de weg staat. Onder omstandigheden kan de bestuurder van een rechtspersoon aansprakelijk zijn voor handelingen of gedragingen van die rechtspersoon. Daarvan is onder meer sprake indien die bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt treft voor die handelingen of gedragingen. Vast staat dat [gedaagde A] bestuurder is van VVE Diensten. Dat hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt voor handelingen en gedragingen van VVE Diensten is dus niet op voorhand uitgesloten. In het navolgende zal worden onderzocht of [eisende partij] zijn desbetreffende stelling op voldoende concrete feiten en omstandigheden heeft gefundeerd.

3.3. Het gebruik van het correspondentieadres

3.3.1. [gedaagde A] en VVE Diensten hebben uitvoerig gemotiveerd en gedocumenteerd betoogd dat de toezending van stukken betreffende het appartement van [eisende partij] op diens verzoek geschiedde aan het correspondentieadres te Arnhem. [eisende partij] is hier in het geheel niet op ingegaan. Dat VVE Diensten de betalingsherinneringen en aanmaningen aan dat adres heeft gericht, kan haar dan ook niet als onrechtmatig jegens [eisende partij] worden aangerekend. Bijgevolg treft ook [gedaagde A] geen enkel persoonlijk verwijt op dit punt.

3.3.2. De vordering komt dan ook niet voor toewijzing in aanmerking voor zover zij betrekking heeft op gevolgen van het gebruik van het correspondentieadres door VVE Diensten.

3.4. De betekening van de exploten

3.4.1. Het verweer van [gedaagde A] en VVE Diensten op dit punt houdt in dat ‘bekendheid’ van de woonplaats veronderstelt dat die woonplaats door navraag langs de gewone kanalen, zoals de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, moet kunnen worden vastgesteld; het kan zijn dat het adres van [eisende partij] in Frankrijk hun wel bekend was, maar dat verplicht hen niet die gegevens bij het uit handen geven van de incassozaak op voorhand en direct paraat te hebben. Van hen kan niet worden gevergd dat zij alle adresgegevens van bewoners van de vele duizenden woningen die zij beheert, zomaar voorhanden heeft, aldus [gedaagde A] en VVE Diensten.

3.4.2. De kantonrechter verwerpt dit verweer, omdat VVE Diensten in haar brief aan de raadsman van [eisende partij] van 30 augustus 2006 met zoveel worden erkent dat het adres van [eisende partij] in Frankrijk haar bekend is en was ten tijde van de dagvaarding van [eisende partij] door de VvE. De bepaling van artikel 54 lid 2 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv) voorziet in de mogelijkheid van het uitbrengen van een exploot aan iemand wiens woon- of verblijfplaats in of buiten Nederland onbekend is. Van zodanige onbekendheid kan echter niet worden gesproken bij het ontbreken van ieder onderzoek door de verzoeker tot het uitbrengen van het exploot. Het voor de hand liggende onderzoek door navraag langs de gewone kanalen, zoals de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens, dat VVE Diensten blijkens haar verweer voldoende acht, veronderstelt dat de woon- of verblijfplaats van de geëxploteerde niet reeds anderszins aan de verzoeker bekend is of redelijkerwijs bekend kan zijn. De zorgvuldigheid die VVE Diensten als professionele organisatie jegens [eisende partij] in het maatschappelijk verkeer betaamt, vereist dat zij tenminste enig onderzoek in de eigen gegevens doet alvorens tot openbare betekening van dagvaarding en verstekvonnis over te gaan. Gegeven het feit dat VVE Diensten een dossier betreffende de betalingsachterstand van [eisende partij] had aangelegd, heeft zij onvoldoende gemotiveerd toegelicht waarom dat onderzoek achterwege is gebleven. In redelijkheid valt niet in te zien waarom zodanig onderzoek niet van haar kan worden gevergd, zoals zij betoogt in paragraaf 17 van haar conclusie van antwoord.

3.4.3. Hieruit vloeit voort dat deze handelwijze van VVE Diensten, die feitelijk voor en namens de VvE heeft gehandeld, onzorgvuldig en daarom onrechtmatig is jegens [eisende partij] en aan haar kan worden toegerekend. Zij is dan ook in beginsel verplicht tot schadevergoeding.

3.4.4. Volgens de eigen stellingen van [eisende partij] heeft hij op 1 juni 2006 contact opgenomen met de deurwaarder naar aanleiding van het verstekvonnis, zodat dit valt te beschouwen als de in artikel 143 lid 2 Rv bedoelde “daad waaruit noodzakelijk voortvloeit dat het vonnis (…) hem bekend is.” Het verstekvonnis is daarna in kracht van gewijsde gegaan, doordat [eisende partij] de verzettermijn ongebruikt heeft laten verstrijken. Dat hij nadat het vonnis hem bekend was geworden nog ruim zes weken heeft gewacht alvorens contact op te nemen met zijn raadsman, is een omstandigheid die voor zijn risico komt. De schade in de vorm van kosten van advertenties en dergelijke is dan ook mede het gevolg van de omstandigheid dat [eisende partij] niet tijdig verzet heeft gedaan tegen het verstekvonnis. Aannemelijk is immers dat in de verzetprocedure zou zijn geoordeeld dat die kosten nodeloos zijn gemaakt. Deze omstandigheid is echter in verhouding tot het onrechtmatig handelen van VVE Diensten niet van zodanig gewicht dat de schade geheel voor rekening van [eisende partij] moet blijven.

3.4.5. De kantonrechter is van oordeel dat de schade in gelijke mate kan worden toegerekend aan handelen of nalaten van beide partijen. Hieruit volgt dat VVE Diensten de helft van de schade aan [eisende partij] moet vergoeden. De vordering zal in zoverre worden toegewezen.

3.4.6. Feiten of omstandigheden die kunnen leiden tot het oordeel dat het handelen van VVE Diensten tevens een onrechtmatige daad van [gedaagde A] persoonlijk jegens [eisende partij] opleveren zijn niet gesteld of gebleken.

3.5. Aantasting eer en goede naam? Schade?

3.5.1. Wat de gevorderde schadevergoeding wegens aantasting van de eer en goede naam van [eisende partij] betreft, moet vooropgesteld worden dat publicatie van een uittreksel van een exploot dat een te voeren of aanhangige procedure betreft aan het parket van de ambtenaar van het openbaar ministerie een bij de wet gegeven voorziening is teneinde te bewerkstelligen dat degene voor wie het exploot bestemd is, daarmee bekend wordt. De kantonrechter verwerpt dan ook de stelling van [eisende partij] dat van algemene bekendheid is dat de publicatie van een verstekvonnis als bedoeld in artikel 54 lid 2 laatste volzin Rv aanleiding geeft tot de indruk dat de veroordeelde heeft te gelden als wanbetaler. De enkele publicatie van zulk een exploot is daarom niet onrechtmatig jegens die persoon.

3.5.2. Het voorgaande kan anders zijn indien degene op wiens verzoek het exploot wordt uitgebracht, dit opzettelijk doet geschieden terwijl hij weet dat het in het exploot vermelde onjuist is, of opzettelijk een verstekvonnis doet betekenen waarvan hij weet dat dit op onjuiste gronden berust, of indien de openbare bekendmaking van het exploot in onnodig grievende bewoordingen wordt gedaan.

3.5.3. De publicatie van de exploten op verzoek van VVE Diensten kan dus niet achteraf als onrechtmatig jegens [eisende partij] worden aangemerkt, tenzij zou komen vast te staan dat VVE Diensten willens en wetens de dagvaarding en het verstekvonnis in het openbaar heeft doen betekenen terwijl zij wist dat deze op onjuiste gronden berustten. Dit laatste is echter door [eisende partij] niet gesteld. Ook heeft hij niet gesteld dat de bekendmaking van de exploten in onnodig grievende bewoordingen is gedaan.

3.5.4. [eisende partij] heeft dan ook zijn stelling dat zijn eer en goede naam zijn aangetast onvoldoende gemotiveerd, terwijl - voor zover dat al zou kunnen worden aangenomen - niet is gebleken dat hij schade heeft geleden als gevolg van het feit dat hij nodeloos in het openbaar is gedagvaard en het verstekvonnis in het openbaar is betekend. Zijn vordering tot schadevergoeding wegens aantasting van zijn eer en goede naam zal daarom worden afgewezen. Ook in zoverre blijkt niet van handelingen of gedragingen van [gedaagde A] persoonlijk waarvan nader moet worden onderzocht of die jegens [eisende partij] onrechtmatig zijn.

3.6. Buitengerechtelijke kosten

De gedeeltelijke toewijzing van de vordering brengt mee dat ook de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten, waartegen geen verweer is gevoerd, voor een deel zal worden toegewezen. De kantonrechter begroot het als vergoeding verschuldigde bedrag naar billijkheid op € 119,- inclusief BTW.

3.7. Conclusie; proceskosten

3.7.1. Uit het voorgaande volgt dat van het gevorderde een bedrag van € 475,- + € 119,- = € 594,- voor toewijzing in aanmerking komt, vermeerderd met de verder niet betwiste wettelijke rente over de hoofdsom, die gelet op de gedeeltelijke afwijzing van de vordering moet worden herberekend.

3.7.2. [eisende partij] zal als de in overwegende mate in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding. Deze kosten worden begroot op twee punten à € 150,- van het toepasselijke liquidatietarief voor salaris gemachtigde.

4. De beslissing

De kantonrechter

- veroordeelt VVE Diensten om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisende partij] te betalen € 594,-, vermeerderd met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW over € 475,- vanaf 27 juli 2006 tot aan de dag der algehele voldoening;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- veroordeelt [eisende partij] in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van VVE Diensten en [gedaagde A] begroot op € 300,-;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. J.W.M. Tromp en in het openbaar uitgesproken op 29 juni 2007.