Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BA9209

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
31-05-2007
Datum publicatie
11-07-2007
Zaaknummer
148396 / FA RK 06-12779
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Eerste en enige aanleg
Inhoudsindicatie

De stiefvader verzoekt de adoptie uit te spreken van een thans 16 jarige minderjarige. Ingevolge artikel 1: 228 lid 1, aanhef en onder c Burgerlijk Wetboek is een voorwaarde voor adoptie dat de adoptant ten minste achttien jaren ouder dan het kind is. Het verschil in leeftijd tussen de stiefvader en de minderjarige bedraagt 15 jaren, 2 maanden en 18 dagen.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 30 juni 2000, NJ 2001, 103 bepaald dat de wetgever in het belang van het kind een duidelijke keuze heeft gemaakt om te voorkomen dat er een te klein (of te groot) verschil in leeftijd tussen de verzoeker tot adoptie en het kind bestaat en dat aan de rechter niet de vrijheid toekomt daarvan af te wijken op grond van de omstandigheden van het geval.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat in dit geval aan de rechtbank niet de vrijheid toekomt af te wijken van de voorwaarde van artikel 1:228 lid 1, aanhef en onder c Burgerlijk Wetboek, zodat, nu aan die voorwaarde niet is voldaan, zij het adoptieverzoek zal afwijzen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank Arnhem

Sector familierecht

Zaak/rekestnummer: 148396 / FA RK 06-12779

Datum uitspraak: 31 mei 2007

Beschikking adoptie

in de zaak van

[verzoeker] (verder ook te noemen: de stiefvader),

wonende te [woonplaats],

procureur mr. R.M. Tjong Kim Sang te Lent.

De procedure

Gezien de stukken, waaronder:

- het verzoekschrift, ingekomen op 9 november 2006;

- de mededeling van het Openbaar Ministerie, gedateerd 8 januari 2007, dat aan zijn zijde geen bezwaar bestaat tegen inwilliging van het verzoek tot adoptie en wijziging geslachtsnaam;

gehoord ter terechtzitting van 26 maart 2007:

- de stiefvader, bijgestaan door mr. R.M. Tjong Kim Sang;

- de moeder, [V];

- de gezinsvoogdes, mevrouw [W] van de Stichting Bureaus Jeugdzorg [provincie] te [vestigingsplaats];

- de heer [X], zittingsvertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming.

Hoewel behoorlijk opgeroepen is de vader, de heer [Y] niet ter zitting verschenen.

Ter zitting is eveneens verschenen en afzonderlijk gehoord de minderjarige [Z], die daarnaast ook schriftelijk zijn mening aan de kinderrechter kenbaar heeft gemaakt.

De vaststaande feiten

Uit de stukken blijkt dat op 6 mei 1990 te [geboorteplaats] is geboren [Z], verder te noemen de minderjarige, zoon van [V]. De minderjarige is op 7 mei 1990 door [Y] erkend, waardoor de minderjarige de geslachtsnaam [van Y] heeft verkregen en is door het huwelijk van zijn ouders op 6 november 1990 gewettigd. Het huwelijk is ontbonden op 27 oktober 1994. De moeder is op 13 september 2002 gehuwd met de stiefvader, die is geboren op 18 februari 1975. De moeder oefent het gezag uit over de minderjarige. De minderjarige is onder toezicht gesteld bij beschikking van de rechtbank [plaats] d.d. 8 juni 2006.

Het verzoek

Het verzoekschrift strekt ertoe de adoptie door de stiefvader uit te spreken van [Z] en diens geslachtsnaam te wijzigen in [die van zijn stiefvader].

Motivering van de beslissing

Door en namens de stiefvader is gesteld dat de biologische vader van de minderjarige op 27 april 1992 met onbekende bestemming naar Italië is vertrokken en dat er sedertdien geen contact meer met de vader heeft plaatsgevonden. De minderjarige beschouwt de stiefvader als zijn vader en accepteert ook diens gezag. Er is bewust niet verzocht om gezamenlijk gezag, omdat de minderjarige naar zijn ‘roots’ zoekt en het gezin een moeilijke periode achter de rug heeft. Zekerheid en stabiliteit zijn voor de minderjarige belangrijk. De gezinsvoogdes heeft het voorgaande onderschreven.

De raadsvrouwe van de stiefvader heeft voorts naar voren gebracht dat, hoewel aan een der voorwaarden voor adoptie, het (minimum)leeftijdsverschil tussen de adoptant en de minderjarige, niet is voldaan, het verzoek in het belang van de minderjarige dient te worden toegewezen, nu deze voorwaarde blijkens de Memorie van Toelichting vooral een pedagogisch motief heeft en slechts een richtsnoer vormt, zoals ook blijkt uit jurisprudentie van lagere rechtspraak.

Namens de raad voor de kinderbescherming is naar voren gebracht dat er gelet op het belang van de minderjarige geen bezwaar bestaat tegen inwilliging van het verzoek, doch dat het wettelijk voorgeschreven leeftijdsverschil mogelijk aan toewijzing in de weg staat.

De rechtbank zal allereerst beoordelen of in de onderhavige zaak aan de voorwaarde van artikel 1: 228 lid 1, aanhef en onder c Burgerlijk Wetboek is voldaan, te weten dat de adoptant ten minste achttien jaren ouder dan het kind is.

De rechtbank stelt vast dat het verschil in leeftijd tussen de stiefvader en de minderjarige 15 jaren, 2 maanden en 18 dagen bedraagt.

De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 30 juni 2000, NJ 2001, 103 bepaald dat de wetgever in het belang van het kind een duidelijke keuze heeft gemaakt om te voorkomen dat er een te klein (of te groot) verschil in leeftijd tussen de verzoeker tot adoptie en het kind bestaat en dat aan de rechter niet de vrijheid toekomt daarvan af te wijken op grond van de omstandigheden van het geval. De rechtbank Assen heeft nadien eveneens in die zin beslist (Rechtbank Assen, 9 juni 2004, FJR 2005/49).

De beslissing van de rechtbank ’s-Gravenhage (Rechtbank ’s-Gravenhage, 15 maart 2006, LJN AY6341) doet hieraan niet af, aangezien het daarbij ging om een minderjarige die 5 dagen na indiening van het verzoek meerderjarig werd bij een leeftijdsverschil dat twee maanden en 11 dagen minder was dan het wettelijk voorgeschreven minimum, waardoor ‘de verzochte adoptie hoofdzakelijk –zo al niet uitsluitend – andere rechtens te erkennen belangen dan belangen van het kind in haar hoedanigheid van minderjarige zal dienen’.

In het onderhavige geval doet zich die laatste situatie niet voor, nu de minderjarige ten tijde van de indiening van het verzoek 16 jaar was en er geen sprake is van een slechts in verwaarloosbare mate van het wettelijk minimum afwijkend leeftijdsverschil tussen de verzoeker en de te adopteren minderjarige.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat in dit geval aan de rechtbank niet de vrijheid toekomt af te wijken van de voorwaarde van artikel 1:228 lid 1, aanhef en onder c Burgerlijk Wetboek, zodat, nu aan die voorwaarde niet is voldaan, zij het adoptieverzoek zal afwijzen.

Gelet op het bepaalde in art. 1:5 Burgerlijk Wetboek leidt dit ertoe dat ook het verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam dient te worden afgewezen.

De beslissing

De rechtbank

wijst af hetgeen is verzocht.

Deze beschikking is gegeven door mr. I. de Waal-van Wessem, kinderrechter, in tegenwoordigheid van G.J. Prinsen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 31 mei 2007.

De griffier: De rechter: