Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BA9123

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
24-05-2007
Datum publicatie
10-07-2007
Zaaknummer
AWB 06/4983
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Zelfstandigenaftrek. Ongebruikelijk samenwerkingsverband? Niet aannemelijk gemaakt dat meer dan 30% niet-ondersteunende werkzaamheden zijn verricht door vrouw van autoverkoper.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2007-1356
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 06/4983

Uitspraakdatum: 24 mei 2007

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[X], wonende te [Z], eiseres,

en

de inspecteur van de Belastingdienst [te P], verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft aan eiseres voor de jaren 2001, 2002, 2003 en 2004 navorderingsaanslagen (aanslagnummers [.]) inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van respectievelijk € 61.000, € 21.578, € 39.017 en € 53.797.

Verweerder heeft bij in één geschrift vervatte uitspraken op bezwaar van 22 augustus 2006 de navorderingsaanslagen gehandhaafd.

Eiseres heeft daartegen bij brief van 28 september 2006, ontvangen bij de rechtbank op

2 oktober 2006, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 13 april 2007 te Arnhem. Eiseres is daar in persoon verschenen, bijgestaan door een kennis, mevrouw [S]. Namens verweerder zijn verschenen [.].

2. Feiten

Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast.

Eiseres is gehuwd met de heer [L]. Sinds 1 februari 1990 drijven ze samen een onderneming in de vorm van een vennootschap onder firma, handelend onder de naam Autobedrijf [L]. De hoofdactiviteit van de vennootschap bestaat uit het oefenen van een autobedrijf.

Ten behoeve van de onderneming verricht eiseres de volgende werkzaamheden:

- het verzorgen van de administratie;

- het factureren van reparaties;

- het maken van afspraken;

- het vrijwaren en overschrijven van kentekens;

- het opruimen van het magazijn;

- het verrichten van verkoopwerkzaamheden, bestaande in het ontvangen en adviseren van klanten;

- het onderhouden van klantcontacten;

- het verrichten van inkoopwerkzaamheden, bestaande uit onder andere het zoeken naar auto’s op internet;

- het onderhouden van de website;

- het meehelpen om auto’s weg te slepen of op te halen;

- het nemen van belangrijke beslissingen over de bedrijfsvoering;

- het halen van onderdelen;

- het voeren van personeelsbeleid;

- het volgen van de cursus BHV.

Tevens heeft eiseres aangegeven dat ze de volledige bedrijfsvoering voor haar rekening neemt als haar echtgenoot afwezig is.

Eiseres heeft geen urenspecificatie opgesteld ter zake van de door haar verrichte werkzaamheden.

De werkzaamheden van de echtgenoot van eiseres bestaan hoofdzakelijk uit:

- de in- en verkoop van auto’s;

- het op kleine schaal uitvoeren van kleine reparaties;

- het verlenen van service bij autopech;

- het maken van werkplaatsafspraken;

- het overleggen met klanten ingeval de reparatie duur uitvalt;

- het voeren van personeelsbeleid.

In 2006 heeft verweerder bij Autobedrijf [L] een boekenonderzoek ingesteld. Hierbij is ondermeer de aanvaardbaarheid van de aangiften IB/PVV van 2001 tot en met 2004 gecontroleerd. Aan de hand van deze controle heeft verweerder het standpunt ingenomen dat eiseres niet voldoet aan alle voorwaarden voor toepassing van de zelfstandigenaftrek. Dit is voor verweerder (mede) aanleiding geweest om navorderingsaanslagen IB/PVV over de jaren 2001 tot en met 2004 op te leggen.

Bij het opleggen van de navorderingsaanslag IB/PVV over 2001 heeft verweerder de volgende correcties aangebracht:

Vastgesteld belastbaar inkomen uit werk en woning € 49.841

Bij: geen zelfstandigenaftrek € 2.984

Bij: correctie FOR € 8.175 € 11.159

Nader vastgesteld belastbaar inkomen uit werk en woning € 61.000

Bij het opleggen van de navorderingsaanslag IB/PVV over 2002 heeft verweerder de volgende correctie aangebracht:

Vastgesteld belastbaar inkomen uit werk en woning € 16.672

Bij: geen zelfstandigenaftrek € 4.906

Nader vastgesteld belastbaar inkomen uit werk en woning € 21.578

Bij het opleggen van de navorderingsaanslag IB/PVV over 2003 heeft verweerder de volgende correctie aangebracht:

Vastgesteld belastbaar inkomen uit werk en woning € 34.091

Bij: geen zelfstandigenaftrek € 4.926

Nader vastgesteld belastbaar inkomen uit werk en woning € 39.017

Bij het opleggen van de navorderingsaanslag IB/PVV over 2004 heeft verweerder de volgende correctie aangebracht:

Vastgesteld belastbaar inkomen uit werk en woning € 49.679

Bij: correctie zelfstandigenaftrek € 4.118

Nader vastgesteld belastbaar inkomen uit werk en woning € 53.797

Eiseres heeft bij brief van 3 juli 2006 bezwaar aangetekend tegen de toegepaste correcties ten aanzien van de zelfstandigenaftrek.

3. Geschil

In geschil is het antwoord op de vraag of eiseres voor de jaren 2001 tot en met 2004 recht heeft op de zelfstandigenaftrek. Het geschil spitst zich toe op de vraag of eiseres voldoet aan het urencriterium. Meer in het bijzonder gaat het om de beantwoording van de vraag of de werkzaamheden van eiseres hoofdzakelijk van ondersteunende aard zijn en of een samenwerkingsverband als dat tussen eiseres en haar echtgenoot ongebruikelijk is tussen niet-verbonden personen (artikel 3.6, tweede lid, onderdeel a, van de Wet inkomstenbelasting 2001, hierna: de Wet IB 2001).

4. Beoordeling van het geschil

Ingevolge artikel 3.76, eerste lid, van de Wet IB 2001 geldt de zelfstandigenaftrek voor de ondernemer die aan het urencriterium voldoet en bij het begin van het kalenderjaar de leeftijd van 65 jaar nog niet heeft bereikt.

Ingevolge artikel 3.6, eerste lid, van de Wet IB 2001 wordt onder urencriterium verstaan: het gedurende het kalenderjaar besteden van ten minste 1225 uren aan werkzaamheden voor een of meer ondernemingen waaruit de belastingplichtige als ondernemer winst geniet, indien:

a. de tijd die in totaal wordt besteed aan die ondernemingen en het verrichten van werkzaamheden in de zin van de afdelingen 3.3 en 3.4, grotendeels wordt besteed aan die ondernemingen of

b. de ondernemer in een of meer van de vijf voorafgaande kalenderjaren geen ondernemer was.

Ingevolge het tweede lid, aanhef en onderdeel a, van genoemd artikel 3.6 komen voor de toepassing van het eerste lid, aanhef, niet in aanmerking werkzaamheden ten behoeve van een onderneming waaruit de belastingplichtige als ondernemer winst geniet en die deel uitmaakt van een samenwerkingsverband met een of meer met hem verbonden personen, indien de door de belastingplichtige verrichte werkzaamheden ten behoeve van het samenwerkingsverband hoofdzakelijk (dat wil zeggen voor 70% of meer) van ondersteunende aard zijn en het ongebruikelijk is dat een dergelijk samenwerkingsverband tussen niet-verbonden personen wordt aangegaan.

Eiseres en haar echtgenoot zijn, hetgeen - terecht - niet in geschil is, verbonden personen in de zin van artikel 3.6 van de Wet IB 2001. Naar het oordeel van de rechtbank rust op eiseres - blijkens de parlementaire geschiedenis van artikel 3.6 van de Wet IB 2001 - de bewijslast dat de door haar verrichte werkzaamheden voor de toepassing van het eerste lid, aanhef, van artikel 3.6 van de Wet IB 2001 in aanmerking kunnen worden genomen.

De rechtbank stelt voorop dat eiseres over de jaren 2001 tot en met 2004 geen urenspecificatie heeft overgelegd waaruit kan worden afgeleid hoeveel uren zij aan ondersteunende en niet-ondersteunende werkzaamheden heeft verricht. Ter zitting heeft eiseres aangegeven dat zij veel verkoopactiviteiten verricht, zoals het ontvangen van klanten bij drukte of bij afwezigheid van haar man, het bijwerken van de internetsite en het (via internet) zoeken naar geschikte auto’s voor de verkoop. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen deze activiteiten als niet-ondersteunend worden gekwalificeerd. Echter, naar het oordeel van de rechtbank heeft eiseres onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij deze werkzaamheden voor meer dan 30% van de tijd heeft verricht. Voorts oordeelt de rechtbank dat, gelet op de hoofdactiviteit van het samenwerkingsverband, de overige werkzaamheden van eiseres dienen te worden aangemerkt als grotendeels van ondersteunende aard. Weliswaar is aannemelijk dat de werkzaamheden van groot belang zijn voor het garagebedrijf, maar dit doet niet af aan de ondersteunende aard van de werkzaamheden.

Voorts is het de vraag of een samenwerkingsverband als het onderhavige, waarin een vennoot werkzaamheden van hoofdzakelijk ondersteunende aard verricht, tussen niet-verbonden personen niet ongebruikelijk is. Op eiseres rust de bewijslast om aannemelijk te maken dat haar echtgenoot ook een vennootschap onder firma met haar zou zijn aangegaan als zij een willekeurige derde was die voor hem werkte. De rechtbank acht eiseres niet geslaagd in dit bewijs.

Gelet op het vorenoverwogene oordeelt de rechtbank dat eiseres niet in aanmerking komt voor toepassing van de zelfstandigenaftrek over de jaren 2001 tot en met 2004. Verweerder heeft derhalve terecht de geclaimde zelfstandigenaftrek gecorrigeerd.

Voor zover de grieven van eiseres zien op de innerlijke waarde en billijkheid van de Wet IB 2001 kan de rechtbank deze grieven niet in haar oordeel betrekken, omdat de rechter een dergelijke toets niet mag aanleggen nu dit is voorbehouden aan de wetgever.

Naar het oordeel van de rechtbank dienen de beroepen ongegrond te worden verklaard.

5. Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

6. Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door

mr. F.M. Smit, rechter, in tegenwoordigheid van mr. P.P.J. Leenders, griffier, op 24 mei 2007

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.