Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BA9074

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
09-07-2007
Datum publicatie
09-07-2007
Zaaknummer
05/800167-06
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De militaire kamer van de rechtbank Arnhem spreekt (reserve) militair vrij van veroorzaken dodelijke aanrijding, nu in de tenlastelegging niet de gedraging c.q. verkeersovertreding is beschreven die schuld oplevert in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

De militaire kamer acht wel bewezen dat de (reserve) militair zich zodanig heeft gedragen dat door hem gevaar op de weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd. Hij is ter zake van dit feit veroordeeld tot een geldboete van € 750,00 en een ontzegging van de bevoegdheid tot besturen van motorvoertuigen voor de duur van 4 maanden.

Wetsverwijzingen
Wegenverkeerswet 1994
Wegenverkeerswet 1994 5
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JWR 2007/60 met annotatie van Regterschot
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector strafrecht

Militaire kamer

Parketnummer : 05/800167-06

Datum zitting : 25 juni 2007

Datum uitspraak : 9 juli 2007

Tegenspraak

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen:

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

Raadsman : mr. B. Damen, advocaat te Houten.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 10 mei 2006, te Terblijt, gemeente Valkenburg aan de Geul,,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (vrachtauto) daarmede heeft gereden over de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Provinciale weg N 590,

welke weg ter plaatse bestond uit twee rijstroken, elk bestemd voor een van de respectievelijke rijrichtingen, welke door middel van een onderbroken middenasbelijning zijn gescheiden,

zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam,

terwijl hij, verdachte, die - ter plaatse - rechte, overzichtelijke, weg goed kon overzien, de snelheid van die vrachtauto niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was die vrachtauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en/of waarover die weg vrij was en is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met een personenauto (Nissan), welke personenauto op de door verdachte bereden rijstrook voor

verdachte uit reed, althans (voorgesorteerd) stilstond teneinde een - vanuit verdachte's rijrichting bezien - links van die weg gelegen inrit in te rijden, als gevolg van welke botsing of aanrijding voornoemde personenauto (Nissan) geheel of gedeeltelijk op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte is terechtgekomen terwijl een toen aldaar tegemoetrijdende

personenauto (Opel) zeer dicht was genaderd en/of (vervolgens) tegen die tegemoetrijdende personenauto (Opel) is gebotst of aangereden, althans in aanrijding gekomen

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan verdachtes schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een of meer anderen (M.E.J. [slachtoffer1] en/of A.J.L. [slachtoffer2]) werd(en) gedood en/of waardoor een ander (J.A.N. [slachtoffer3]) zwaar lichamelijk letsel, althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, werd toegebracht;

althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:

hij op of omstreeks 10 mei 2006, te Terblijt, gemeente Valkenburg aan de Geul,

als bestuurder van een motorrijtuig (vrachtauto) daarmede op de weg, de Provinciale weg

N 590,

welke weg ter plaatse bestond uit twee rijstroken, elk bestemd voor een van de respectievelijke rijrichtingen, welke door middel van een onderbroken middenasbelijning waren gescheiden,

terwijl hij, verdachte, die - ter plaatse - rechte, overzichtelijke, weg goed kon overzien,

de snelheid van die vrachtauto niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was die vrachtauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en/of waarover die weg vrij was en is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met een personenauto (Nissan), welke personenauto op de door verdachte bereden rijstrook voor verdachte uit reed, althans (voorgesorteerd) stil stond teneinde een - vanuit verdachte's

rijrichting bezien - links van die weg gelegen inrit in te rijden, als gevolg van welke botsing of aanrijding voornoemde personenauto (Nissan) geheel of gedeeltelijk op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte is terechtgekomen terwijl een toen aldaar tegemoetrijdende personenauto (Opel) zeer dicht was genaderd en/of (vervolgens) tegen die

tegemoetrijdende personenauto (Opel) is gebotst of aangereden, althans in aanrijding gekomen,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 25 juni 2007 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. B. Damen, advocaat te Houten.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot:

- een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren;

- een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis;

- een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 18 maanden.

Verdachte en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

De militaire kamer overweegt met betrekking tot het primair en subsidiair tenlastegelegde het volgende.

Om tot een bewezenverklaring te komen van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 dient bewezen te worden dat verdachte zich zeer, althans aanmerkelijk onoplettend, onvoorzichtig en/of onachtzaam heeft gedragen. Om welke gedragingen het daarbij gaat dient specifiek te worden beschreven in de tenlastelegging.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het ongeval is veroorzaakt doordat hij voorafgaande aan de botsing gedurende enig tijd niet of onvoldoende zijn aandacht heeft gehad op de weg voor hem, aangezien hij in zijn achteruitkijkspiegel keek.

Aan verdachte is als te verwijten gedraging c.q. verkeersovertreding enkel tenlastegelegd dat hij de snelheid van zijn vrachtauto niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was die vrachtauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en waarover die weg vrij was.

De militaire kamer is van oordeel dat daarmee in dit geval niet de gedraging c.q. verkeersovertreding is beschreven die schuld oplevert in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde.

De militaire kamer acht wel bewezen dat door de tenlastegelegde gedraging c.q. verkeersovertreding verdachte zich zodanig heeft gedragen dat door hem gevaar op de weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd. Het subsidiair tenlastegelegde kan dan ook wettig en overtuigend worden bewezen.

Door de raadsman is aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het subsidiair tenlastegelegde nu er sprake is van overmacht.

De militaire kamer verwerpt dit verweer.

Voor een geslaagd beroep op overmacht dient het feit te zijn begaan onder dusdanig benarde omstandigheden die maken dat van de dader in redelijkheid niet te vergen viel dat hij het feit naliet. Dergelijke omstandigheden zijn niet aannemelijk geworden.

De militaire kamer acht, gelet op het vorenstaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

hij op 10 mei 2006, te Terblijt, gemeente Valkenburg aan de Geul,

als bestuurder van een motorrijtuig (vrachtauto) daarmede op de weg, de Provinciale weg

N 590,

welke weg ter plaatse bestond uit twee rijstroken, elk bestemd voor een van de respectievelijke rijrichtingen, welke door middel van een onderbroken middenasbelijning waren gescheiden,

terwijl hij, verdachte, die - ter plaatse - rechte, overzichtelijke, weg goed kon overzien,

de snelheid van die vrachtauto niet zodanig heeft geregeld dat hij, verdachte, in staat was die vrachtauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij die weg kon overzien en/of waarover die weg vrij was en in aanrijding gekomen met een personenauto (Nissan), welke personenauto op de door verdachte bereden rijstrook voor verdachte uit reed, althans (voorgesorteerd) stil stond teneinde een - vanuit verdachtes

rijrichting bezien - links van die weg gelegen inrit in te rijden, als gevolg van welke botsing of aanrijding voornoemde personenauto (Nissan) geheel of gedeeltelijk op het voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte is terechtgekomen terwijl een toen aldaar tegemoet rijdende personenauto (Opel) zeer dicht was genaderd en (vervolgens) tegen die

tegemoet rijdende personenauto (Opel) is in aanrijding gekomen,

door welke gedraging van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt en het verkeer op die weg werd gehinderd.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:

Overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994

4b. De strafbaarheid van het feit

Het feit is strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten. Verdachte is dus strafbaar.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de militaire kamer rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke en financiële omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

• de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 24 augustus 2006.

De militaire kamer overweegt in het bijzonder het navolgende.

De militaire kamer komt in tegenstelling tot de officier van justitie van justitie tot een bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde (overtreding van artikel 5 WVW 1994).

Een dergelijke overtreding wordt afgedaan met een geldboete. In dit geval acht de militaire kamer een geldboete van € 750,00 een passende afdoening.

Daarnaast acht de militaire kamer, gelet op de ernstige gevolgen van de door verdachte gemaakte overtreding (twee doden en één zwaargewonde) oplegging van een onvoorwaardelijk ontzegging voor de duur van 4 maanden op zijn plaats. Het persoonlijk belang van verdachte bij behoud van zijn rijbevoegdheid legt, gezien deze ernstige gevolgen, onvoldoende gewicht in de schaal om op dit punt anders te beslissen, temeer nu verdachte ter zitting heeft aangegeven dat hij thans vanwege ziekte zijn maatschappelijke functie niet uitoefent en zijn baan als leidinggevende bij de sociale werkvoorzieningsorganisatie wordt opgeheven en er geen duidelijkheid bestaat welke functie hij na deze opheffing zal gaan vervullen.

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen:

- 23, 24a, 24c en 91 van het Wetboek van Strafrecht;

- 5, 177 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.

8. De beslissing

De militaire kamer, rechtdoende:

Spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde.

Verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:

A. Een geldboete van € 750,00 (zevenhonderdenvijftig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door de duur van 15 (vijftien) dagen hechtenis.

B. Een ontzegging van de bevoegdheid tot besturen van motorvoertuigen, bromfietsen daaronder begrepen, voor de duur van 4 (vier) maanden.

Aldus gewezen door:

mr. E.A.A.M. Pfeil, als voorzitter,

mr. A.G. Broek-de Stigter, rechter,

luitenant-kolonel mr. B.F.M. Klappe, militair lid,

in tegenwoordigheid van M.H.J. Materman, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de militaire kamer op 9 juli 2007.