Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BA9001

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
28-06-2007
Datum publicatie
06-07-2007
Zaaknummer
AWB 06/6491
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wob-verzoek om afschriften van ambtelijke adviezen aan het college van b&w. De documenten bevatten persoonlijk beleidsopvattingen maar ook passages die een weergave van de feiten zijn. Deze passages uit de documenten moeten worden verstrekt. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en voegt aan de uitspraak een exemplaar van de documenten voor zover deze openbaar zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht

Registratienummer: AWB 06/6491

Uitspraak ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen:

[naam ], eisers,

wonende te Elst,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Overbetuwe, verweerder.

1. Aanduiding bestreden besluit

Besluit van verweerder van 6 december 2006.

2. Procesverloop

Bij brief van 19 juni 2006 is namens eisers verzocht om een afschrift van het advies van de door verweerder ingeschakelde deskundige (advocaat) inzake het besluit niet handhavend op te treden [adres]. Bij besluit van 20 juni 2006 (hierna: Besluit 1a), verzonden op 22 juni 2006, heeft verweerder dit verzoek afgewezen.

Bij brief van 27 juni 2006 is namens eisers met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) nogmaals verzocht om een afschrift van het advies van de deskundige (advocaat). Bij besluit van 7 juli 2006 (hierna: Besluit 1b) heeft verweerder dit verzoek wederom afgewezen.

Bij brief van 13 augustus 2006 hebben eisers bezwaar gemaakt tegen Besluit 1b.

Bij e-mail van 28 juli 2006 hebben eisers verzocht om afschriften van de onderliggende stukken met betrekking tot het besluit niet handhavend op te treden [adres], te weten het ambtelijk advies en de interne nota’s). Bij besluit van 15 augustus 2006, verzonden op 18 augustus 2006, (hierna Besluit 2) heeft verweerder dit verzoek afgewezen.

Bij brief van 29 augustus 2006 hebben eisers bezwaar gemaakt tegen Besluit 2.

Bij het in rubriek 1 aangeduide besluit heeft verweerder de ingediende bezwaren tegen Besluit 1a en Besluit 2 ongegrond verklaard en heeft deze besluiten gehandhaafd.

Tegen dit besluit is beroep ingesteld en door verweerder is een verweerschrift ingediend.

Naar deze en de overige door partijen ingebrachte stukken wordt hier kortheidshalve verwezen.

Verweerder heeft de hiervoor bedoelde stukken aan de rechtbank overgelegd, met een beroep op artikel 8:29 van de Awb, inhoudende dat uitsluitend de rechtbank kennis mag nemen van de betreffende stukken. Bij beslissing van 6 februari 2007 heeft de rechtbank bepaald dat de beperking van de kennisneming van de genoemde stukken ex artikel 8:29, derde lid, van de Awb gerechtvaardigd is.

Bij brief van 12 februari 2007 hebben eisers de krachtens artikel 8:29, vijfde lid, van de Awb vereiste toestemming verleend om mede op grondslag van de betreffende stukken uitspraak te doen.

Op verzoek van de rechtbank heeft verweerder in de week voor de zitting nog nadere stukken ingediend. Voor zover hij daarbij wederom een beroep heeft gedaan op artikel 8:29 Awb heeft de rechtbank bepaald dat dit beroep gerechtvaardigd is. Eisers hebben ter zitting de rechtbank toestemming verleend om ook mede op grondslag van de nader overgelegde stukken uitspraak te doen.

Het beroep is behandeld ter zitting van de rechtbank van 4 mei 2007. Eisers zijn aldaar in persoon verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door de heer A.B. Steenbruggen.

3. Overwegingen

Verweerder heeft kort gezegd aan zijn besluit ten grondslag gelegd dat de opgevraagde documenten niet openbaar gemaakt kunnen worden omdat ze bestemd zijn voor intern beraad en persoonlijke beleidsopvattingen bevatten.

Eisers hebben het besluit gemotiveerd bestreden. Op de door hen aangevoerde gronden wordt hierna voor zover nodig ingegaan.

Artikel 1 van de Wob, voor zover relevant, luidt als volgt:

“ c. intern beraad: het beraad over een bestuurlijke aangelegenheid binnen een bestuursorgaan, dan wel binnen een kring van bestuursorganen in het kader van de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een bestuurlijke aangelegenheid;

….

f. persoonlijke beleidsopvatting: een opvatting, voorstel, aanbeveling of conclusie van een of meer personen over een bestuurlijke aangelegenheid en de daartoe door hen aangevoerde argumenten;”

In artikel 10, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wob is bepaald dat het verstrekken van informatie ingevolge deze wet achterwege blijft voor zover het belang daarvan niet opweegt tegen het voorkomen van onevenredige bevoordeling of benadeling van bij de aangelegenheid betrokken natuurlijke personen of rechtspersonen dan wel van derden.

Ingevolge artikel 11, eerste lid, van de Wob wordt in geval van een verzoek om informatie uit documenten, opgesteld ten behoeve van intern beraad, geen informatie verstrekt over daarin opgenomen persoonlijke beleidsopvattingen. Ingevolge het tweede lid kan over persoonlijke beleidsopvattingen met het oog op een goede en democratische bestuursvoering informatie worden verstrekt in niet tot personen herleidbare vorm.

De rechtbank stelt vast dat het geschil gaat over de openbaarmaking van de volgende documenten:

1. een ambtelijk memo van 3 mei 2006

2. een ambtelijk memo aan de wethouder van 15 mei 2006

3. een ambtelijk voorstel met bijlagen aan verweerder van 30 mei 2006

4. een advies van een deskundige (advocaat) aan verweerder van 12 juni 2006

Zoals uit het procesverloop blijkt, hebben eisers twee maal verzocht om het document genoemd onder 4. Het verzoek van 27 juni 2006 is daarom een herhaalde aanvraag. Op grond van artikel 4:6, eerste lid, van de Awb is de aanvrager gehouden nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden te vermelden, indien na een geheel of gedeeltelijke afwijzende beschikking een nieuwe aanvraag wordt gedaan. Op grond van vaste jurisprudentie dient de rechter in het geval van een nieuwe aanvraag ambtshalve te toetsen of er sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden (zie bijvoorbeeld: ABRvS 28 juli 2004, AB 2004/352). In dit geval zijn er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden gesteld of gebleken. Het tweede verzoek is identiek aan het eerste. De rechtbank merkt daarbij op dat het eisers ook niet baat het bezwaarschrift van 13 augustus 2006 als bezwaarschrift tegen besluit 1a aan te merken, omdat het bezwaar in dat geval niet ontvankelijk is wegens het overschrijden van de bezwaartermijn van zes weken. Op grond van het voorgaande zal de rechtbank het beroep voor zover gericht tegen de weigering document 4 te verstrekken ongegrond verklaren.

Na kennis te hebben genomen van de documenten genoemd onder 1, 2 en 3 stelt de rechtbank vast dat dit documenten zijn bestemd voor intern beraad. Deze documenten bevatten tevens tekstpassages die persoonlijke beleidsopvattingen bevatten. Dit zijn ruwweg de passages waarin degenen die de documenten hebben opgesteld aangeven wat volgens hen uit de wettelijke regels volgt, wat de argumenten voor en tegen een bepaald standpunt zijn, wat de gevolgen zijn van eerdere rechterlijke uitspraken en wat zij verweerder adviseren te besluiten. De twee concept-brieven die de bijlagen vormen bij het document genoemd onder 3 dienen ook gezien te worden als documenten die persoonlijke beleidsopvattingen bevatten. Anders dan eisers menen, maakt het feit dat de opstellers aangeven hoe naar hun opvatting toepasselijke regelgeving en rechterlijke uitspraken moeten worden uitgelegd niet dat deze tekstpassages geen persoonlijke beleidsopvattingen bevatten. Het zijn namelijk interpretaties dan wel voorstellen die wel of niet overgenomen kunnen worden en geen objectieve feiten. Verweerder heeft zich naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het openbaar maken van deze tekstpassages niet dienstig is aan een goede en democratische bestuursvoering.

De rechtbank stelt echter tevens vast dat de betreffende documenten ook tekstpassages bevatten die geen persoonlijke beleidsopvattingen behelzen maar die een weergave van de feiten zijn. Anders dan verweerder meent, zijn deze passages naar het oordeel van de rechtbank niet zodanig met de persoonlijke beleidsopvattingen verweven dat deze daar niet los van gezien kunnen worden. Het is zeker mogelijk deze tekstpassages apart van de persoonlijke beleidsopvattingen openbaar te maken. Dat eisers waarschijnlijk niet in de inhoud van deze passages zijn geïnteresseerd is voorts geen reden om deze niet te verstrekken.

Voor zover verweerder heeft willen betogen dat de onderdelen van de documenten die geen persoonlijke beleidsopvattingen bevatten geweigerd dienen te worden omdat openbaarmaking daarvan tot een onevenredige benadeling van verweerder zou leiden,

slaagt dit betoog niet. Nu de betreffende tekstpassages slechts een weergave van de feiten betreffen, kan van een benadeling door de openbaarmaking geen sprake zijn. De weigeringsgrond genoemd in artikel 10, tweede lid, onder g, van de Wob, is derhalve niet van toepassing.

Gelet op het voorgaande zal de rechtbank het beroep gegrond verklaren voor zover het gericht is tegen de weigering de documenten genoemd onder 1, 2 en 3 openbaar te maken. Het bestreden besluit komt in zoverre voor vernietiging in aanmerking.

Met het oog op het belang van een finale geschillenbeslechting zal de rechtbank zelf in de zaak voorzien op grond van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb. De rechtbank bepaalt dat de documenten onder 1, 2 en 3 niet openbaar gemaakt worden voor zover deze persoonlijke beleidsopvattingen bevatten bestemd voor intern beraad. Voor het overige worden de documenten openbaar gemaakt. Een exemplaar van de documenten voor zover deze openbaar zijn, wordt bij deze uitspraak gevoegd.

De rechtbank acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb nu eisers zonder gemachtigde hebben geprocedeerd en de rechtbank van andere kosten in dit verband niet is gebleken.

Het hiervoor overwogene leidt de rechtbank, mede gelet op artikel 8:74 van de Awb, tot de volgende beslissing.

4. Beslissing

De rechtbank

verklaart het beroep gegrond voor zover dat betrekking heeft op het handhaven van de weigering de documenten 1,2 en 3 openbaar te maken;

vernietigt het bestreden besluit in zoverre;

verklaart het beroep voor het overige ongegrond;

herroept het besluit van 15 augustus 2006 ;

bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;

bepaalt voorts dat de gemeente Overbetuwe het door eisers betaalde griffierecht ten bedrage van € 141 aan haar vergoedt.

Aldus gegeven door mr. J.A. van Schagen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. B.M.A. van Eck, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2007.

De griffier, De rechter,

Tegen deze uitspraak staat voor belanghebbenden, behoudens het bepaalde in artikel 6:24 juncto 6:13 van de Awb, binnen 6 weken na de dag van verzending hiervan, hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA 's-Gravenhage.

Verzonden op: 28 juni 2007