Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BA7119

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
05-06-2007
Datum publicatie
13-06-2007
Zaaknummer
488047 HA VERZ 07-1197
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Art. 7:685 BW. Integriteit. Handelen ism gedragscode. Ontbindingsverzoek afgewezen wegens ontbreken voldoende bijkomende omstandigheden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 488047 \ HA VERZ 07-1197 \ 199 jt

uitspraak van 5 juni 2007

Beschikking

in de zaak van

de stichting Stichting Portaal

gevestigd te Baarn

verzoekende partij

gemachtigde mr. A.J.M. van Breevoort

tegen

[verwerende partij]

wonende te Nijmegen

verwerende partij

gemachtigde mr. F.A. Burggraaf

Partijen worden hierna Portaal en [verwerende partij] genoemd.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit

- het verzoekschrift met producties

- het verweerschrift met producties

- nagekomen producties van de zijde van [verwerende partij]

- de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling.

De feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende vaststaande feiten.

1.1 [verwerende partij], geboren op [geboortedatum] en thans 42 jaar oud, is op 1 juli 1996 bij de rechtsvoorganger van Portaal in dienst getreden als beheerder leefomgeving tegen een laatst verdiend salaris van € 2.589,- bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag. Op de arbeidsovereenkomst is de CAO Woondiensten (hierna: de CAO) van toepassing.

1.2 [verwerende partij] is thans onder meer beheerder leefomgeving van [X] te Nijmegen.

1.3 Art. 2.5 van de CAO luidt:

“Een werknemer moet voor alle nevenwerkzaamheden (in loondienst of voor eigen rekening) altijd vooraf schriftelijke toestemming vragen aan zijn werkgever. De werkgever geeft hiervoor toestemming, tenzij sprake is van concurrentie, overbelasting, strijdige belangen of een kennelijk nadelige invloed op het functioneren. Als de werkgever geen toestemming geeft, dan deelt hij dat binnen veertien dagen nadat hij het verzoek van de werknemer heeft ontvangen, schriftelijk mee aan de werknemer. Daarna overleggen werkgever en werknemer over de voorwaarden waaronder wel toestemming kan worden gegeven.”

1.4 Portaal heeft bij brief van 24 februari 2004 gesprekken van [verwerende partij] en zijn leidinggevende omtrent het uitoefenen van een betaalde nevenfunctie en de wijze waarop hij zijn werkzaamheden verricht bevestigd. De brief eindigt met de mededeling dat [verwerende partij] “dit schrijven als een laatste waarschuwing moet zien”. Deze brief luidt verder, voor zover hier van belang, als volgt:

“(…)

In het gesprek van maandag 16 februari 2004 heeft de heer [Y] u gevraagd of het klopt dat u een pizzeria in [plaatsnaam] (Duitsland) op uw naam heeft. U heeft dit bevestigd. De heer [Y] heeft u gewezen op het feit dat u bekend is dat volgens de CAO schriftelijk toestemming van de werkgever vereist is voor het hebben van een betaalde nevenfunctie. U heeft dit tot op heden niet gedaan. (…)”

1.5 Portaal heeft bij brief van 26 april 2004 onder meer het volgende meegedeeld aan [verwerende partij]:

“ Naar aanleiding van schrijven d.d. 23 maart jongstleden waarin u mij verzoekt u toestemming te verlenen voor het tijdelijk managen van uw cafetaria [Z] (…) Conform de CAO Woondiensten, artikel 2.5 betreffende nevenwerkzaamheden dient een werknemer voor alle nevenwerkzaamheden altijd vooraf schriftelijke toestemming te vragen aan zijn werkgever. De werkgever geeft hiervoor toestemming, tenzij sprake is van onder andere overbelasting en dit een kennelijk nadelige invloed op het functioneren heeft.

Aangezien u hiervoor niet vooraf toestemming heeft gevraagd en uw prestaties de afgelopen periode ver beneden maat waren ligt toestemming voor deze nevenactiviteit niet voor de hand. Uw manager, de heer [Y], heeft mij echter laten weten dat uw huidige werkprestaties de toets der kritiek weer kunnen doorstaan en dat u zijn waarschuwing ter harte heeft genomen. Daarbij komt dat uw cafetaria reeds in de verkoop staat.

Dit is dan ook de reden dat ik u voor de termijn van drie (3) maanden, zijnde van 1 april 2004 tot 1 juli 2004, toestemming verleen het management over uw cafetaria, naast uw werkzaamheden als beheerder leefomgeving, uit te oefenen.

(…)”

1.6 Portaal heeft in 2005 een “Gedragscode voor medewerkers van Portaal” (hierna: de gedragscode) vastgesteld. Hierin is het volgende, voor zover hier van belang, opgenomen:

“(…)

Houding

In het algemeen geldt: iedere medewerker is betrouwbaar, geloofwaardig, loyaal aan de werkgever en afhankelijk van de situatie open of terughoudend met het geven van informatie over Portaal. Dit betekent dat iedere medewerker zijn functie onafhankelijk uitoefent en zich dus niet laat beïnvloeden door klanten of zakelijke relaties: Kortom: het draait allemaal om integriteit.

(…)

Nevenfuncties

Onbetaalde en betaalde nevenfuncties, nevenwerkzaamheden en belangen in bedrijven van relaties zijn niet verboden. Belangrijk is wel dat alle medewerkers zorgvuldig omgaan met het hebben van nevenfuncties of belangen die in het verlengde liggen van het eigen werkterrein. Belangenverstrengeling moet altijd worden voorkomen. Het is verstandig om eventuele onbetaalde nevenwerkzaamheden met je leidinggevende te bespreken. Voor het hebben van een betaalde nevenfunctie is conform de CAO schriftelijke toestemming van de werkgever vereist. Je bent verplicht een betaalde nevenfunctie te melden bij jouw leidinggevende. Als de leidinggevende oordeelt dat de betaalde of onbetaalde nevenfunctie niet verenigbaar is met de belangen van Portaal, dient de medewerker zich daarbij neer te leggen.

Sancties

Als een medewerker zich niet aan deze gedragscode houdt, kan hij daarop aangesproken worden door zijn collega’s en/of leidinggevende. Bij zaken waarbij het bedrijfsbelang in het geding komt, vindt hoor en wederhoor plaats door de afdeling HRM. Indien nodig krijgt de medewerker een officiële berisping die in zijn/haar dossier wordt vastgelegd. Bij overtreding van de gedragscode waarbij financiële gevolgen voor Portaal een rol spelen, kan terugbetaling van de geleden schade worden geëist door Portaal.”

1.7 Portaal heeft [verwerende partij] per 19 maart 2007 geschorst wegens het vermoeden dat [verwerende partij] zonder Portaal vooraf te informeren geld van bewoners heeft aangenomen om een woning leeg te maken.

Het verzoek en het verweer

2. Portaal verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met [verwerende partij] te ontbinden wegens primair een dringende reden, subsidiair een verandering in de omstandigheden, kosten rechtens.

3. Portaal onderbouwt het verzoek, kort samengevat, als volgt.

[verwerende partij] is reeds in 1998 en 2004 aangesproken op het ongeoorloofd verrichten van nevenactiviteiten en is hij uitdrukkelijk op het verbod gewezen, terwijl dit in de gedragscode van 2005 nog eens is herhaald. Ondanks dit verbod en eerdere waarschuwingen blijft [verwerende partij] klaarblijkelijk willens en wetens doorgaan met het uitvoeren van de ongeoorloofde nevenactiviteiten. Hierdoor is tevens de integriteit van Portaal als organisatie richting haar stakeholders in het geding gebracht.

4. [verwerende partij] voert gemotiveerd verweer. Hij concludeert primair tot afwijzing van het verzoek en subsidiair tot toekenning van een vergoeding met factor C = 1,4 van € 48.932,10 bruto kosten rechtens.

De beoordeling

5. [verwerende partij] erkent dat hij als bemiddelaar/tussenpersoon heeft gehandeld bij de ontruiming van een woning in [X]. Hij heeft op verzoek van een erfgename van de overleden bewoner drie vrienden bereid gevonden om dit te doen voor een bedrag van

€ 800,-. Hij heeft geen geld voor zijn bemiddeling ontvangen.

Hij ontkent dat hij in 1998 is gewaarschuwd, zoals Portaal stelt.

6. De vraag die partijen verdeeld houdt is of de gewraakte handelwijze van [verwerende partij] voldoende is om de ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen te rechtvaardigen. Bij de beantwoording van deze vraag is het volgende van belang.

Het is niet aannemelijk geworden dat [verwerende partij] reeds in 1998 is gewaarschuwd voor een dergelijke handelwijze. De onder 1.4 genoemde brief van Portaal van 24 februari 2004 draagt wel het karakter van een waarschuwing in de zin van een disciplinaire maatregel. Het geven van een “laatste waarschuwing” terwijl in rechte ervan moet worden uitgegaan dat [verwerende partij] in 1998 niet is gewaarschuwd, is echter een onevenredige sanctie. Hierbij is mede gelet op het feit dat [verwerende partij] blijkens de onder 1.5 genoemde brief van Portaal van 26 april 2004 alsnog toestemming is verleend voor de desbetreffende werkzaamheden.

Voorts is ter zitting gebleken dat Portaal de invoering van haar gedragscode, die ten doel heeft haar medewerkers bewust te maken dat het “allemaal om integriteit” draait, niet gepaard heeft doen gaan met een training of andere vorm van mondelinge kennisoverdracht. Portaal heeft weliswaar ter zitting nog aangevoerd dat zij de gedragscode heeft geplaatst op haar intranet en dat de gedragscode aan de orde wordt gesteld tijdens werkoverleggen, maar deze stelling kan haar niet baten. Dat de gedragscode tijdens werkoverleggen aan de orde wordt gesteld is niet vast komen te staan, nu dit door [verwerende partij] is betwist en ook niet nader is toegelicht door Portaal. Verder is enkel het plaatsen van de gedragscode op haar intranet onvoldoende om haar medewerkers bewust te maken van de gedragscode en de gevolgen van (herhaalde) overtreding daarvan.

De conclusie is dat de gewraakte handelwijze van [verwerende partij] zonder voldoende bijkomende omstandigheden de gevraagde ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen niet kan rechtvaardigen. Het verzoek zal dan ook worden afgewezen.

7. Portaal zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van de procedure worden veroordeeld.

De beslissing

De kantonrechter

wijst het verzoek af,

veroordeelt Portaal in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [verwerende partij] begroot op € 500,- aan salaris voor zijn gemachtigde.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. J.W.M. Tromp en in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2007.