Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BA7025

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
24-05-2007
Datum publicatie
13-06-2007
Zaaknummer
489178 AZ VERZ 07-7041
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Rechtsgeldigheid van een besluit van de Vereniging van Eigenaars. Uiteenlopende competenties ter zake van nietigheid en vernietigbaarheid, maar bij cumulatie daarvan is de kantonrechter sinds 2002 bevoegd voor beide vorderingen op grond van artikel 94 lid 2 Rv jo. art. 93 onder d Rv. Samenloop dagvaardings- en rekestprocedure en art. 69 Rv. Belang bij procedure, ook al erkent het bestuur de nietigheid van het besluit van de vergadering.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2007, 342
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Beschikking

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Nijmegen

zaakgegevens 489178 \ AZ VERZ 07-7041 \ 292/FH

uitspraak van 24 mei 2007

Beschikking

in de zaak van

[verzoekende partij]

wonende te [adres]

verzoekende partij

procederend in persoon

en

Vereniging van Eigenaars [VvE]

gevestigd te [adres]

verwerende partij

gemachtigde mr. E. van Riet

Partijen worden hierna [verzoekende partij] en de Vereniging genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit

? het verzoekschrift van 3 april 2007

? het verweerschrift van de Vereniging van 3 mei 2007

? het ter zitting overhandigde verweerschrift van [lid A], [lid B], [lid C] en [lid D] (allen leden van de Vereniging) van 4 mei 2007, hierna gezamenlijk te noemen: [leden] c.s.

? de aantekeningen van de griffier van het verhandelde ter zitting van 10 mei 2007. Namens [verzoekende partij] is, op haar verzoek, ter zitting het woord gevoerd door [vertegenwoordiger].

2 De vaststaande feiten

2.1 [verzoekende partij] is gerechtigde tot het appartementsrecht betreffende de woning aan de [straat] te [adres]. Deze woning maakt deel uit van een appartementencomplex met 27 woningen. Zij is uit dien hoofde lid van de Vereniging van Eigenaars.

2.2 In de splitsingsakte van 7 februari 1997 wordt van toepassing verklaard het model¬reglement van 2 januari 1992 (het 'gele boekje'), zoals nader aangevuld en gewijzigd door het bijzonder reglement in die akte. In artikel 5 van het bijzonder reglement wordt artikel 13 van het modelreglement als volgt aangevuld:

"5. Het is de eigenaars, noch de gebruikers van de appartementen toegestaan (…)

c. het dak van het gebouw te betreden (…)"

2.3 Het op artikel 44 van het modelreglement gebaseerde Huishoudelijk Reglement bepaalt in artikel 5 betreffende de jaarvergadering onder meer:

"Voorstellen die niet geagendeerd zijn kunnen ter vergadering besproken en besloten worden indien een volstrekte meerderheid van het aantal stemgerechtigde aanwezigen ermee instemt dat betreffend onderwerp aan de agenda wordt toegevoegd."

2.4 De agenda voor de vergadering van 28 februari 2007 vermeldt onder meer:

"In stemming brengen: verandering bepaalde zijramen van de penthouses:

Korte toelichting: onze dakbedekking (bitumen met grind) is ongeschikt om regelmatig belopen te worden. Bovendien moet tegenwoordig bij betreding van daken worden voldaan aan bepaalde veiligheidseisen.

Wij ontvingen hierover ook een schrijven van Schoonmaakbedrijf [X]. Als bestuur hebben wij de betreffende eigenaren geadviseerd de ramen naar binnen slaand open te laten maken zodat zij zelf de ruiten kunnen wassen. Deze verandering dient echter wel op eigen kosten te geschieden, zoals ook wel eerder is gebeurd. Er zal echter nog een oplossingsgericht gesprek plaats vinden. Meer hierover tijdens de vergadering."

2.5 De op 6 maart 2007 opgemaakte notulen van de algemene ledenvergadering van 28 februari 2007 vermelden, voor zover van belang, het volgende:

"In stemming brengen: verandering bepaalde zijramen van de penthouses.

Het bestuur wijst erop dat de Splitsingsakte het lopen over de daken verbiedt. [lid C] beweert dat verboden de daken te betreden kan betekenen dat het wel mag als men er de woorden eigener beweging bij bedenkt. Het bestuur raadt met klem af te stemmen over het aanbrengen van een looppad over de platte daken. Toch wil de vergadering een stemming. Afgesproken wordt, dat de eigenaren van de penthouses dan wel vooraf schriftelijk moeten verklaren, dat zij aansprakelijk zijn voor eventuele schade die er het gevolg van kan zijn.

De uitslag van de stemming luidt:

tegelpaden: 22 voor 3 tegen 2 onthoudingen."

De besluitenlijst vermeldt:

Voorstel tegels op het dak t.b.v. glasbewassing: 22 voor, 3 tegen en 2 onthoudingen."

2.6 [verzoekende partij] was bij deze vergadering niet aanwezig; zij heeft voor de uitoefening van haar stemrecht machtiging verleend aan een derde.

3 Het verzoek en het verweer

3.1 [verzoekende partij] verzoekt dat de kantonrechter, uitvoerbaar bij voorraad:

a. het door de vergadering op 28 februari 2007 genomen besluit om ten behoeve van de drie penthouses een looppad over de platte daken aan te leggen, nietig zal verklaren, althans zal vernietigen;

b. dit besluit zal schorsen totdat onherroepelijk op het verzoek is beslist;

c. de Vereniging zal veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2 De Vereniging heeft verzocht dat [verzoekende partij] niet-ontvankelijk wordt verklaard in haar verzoek, dan wel dat dit verzoek wordt afgewezen, met veroordeling van [verzoekende partij] in de kosten.

3.3 [leden] c.s. heeft verzocht het verzoek af te wijzen, met veroordeling van [verzoekende partij] in de kosten.

4 De beoordeling

4.1 Het onderhavige verzoek betreft de rechtsgeldigheid van een besluit van de Vereniging. Mede in verband met het verweer van de Vereniging dat [verzoekende partij] niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat zij deze kwestie had moeten voorleggen aan de sector civiel van de rechtbank, wordt het volgende overwogen met betrekking tot de bevoegdheid van de kantonrechter, waaronder hierna moet worden verstaan de sectorcompetentie als bedoeld in artikel 93 en 71 Rv.

De bevoegdheid van de kantonrechter

4.2 Op grond van artikel 2:14 BW is een besluit van een rechtspersoon nietig, wanneer dat in strijd is met de wet of de statuten en ingevolge artikel 2:15 BW is een besluit van een rechtspersoon vernietigbaar wegens a) strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van besluiten regelen, b) strijd met de redelijkheid en billijkheid in artikel 2:8 BW, c) strijd met een reglement. In artikel 5:124 lid 2 BW wordt, met inachtneming van enkele specifieke afwijkingen, titel 1 van boek 2 BW van overeenkomstige toepassing verklaard op de vereniging van eigenaars. In dat geval wordt "statuten" in artikel 2:14 BW gelijkgesteld met de splitsingsakte (artikel 5:129 BW) en wordt onder "reglement" in artikel 2:15 onder c BW niet verstaan het splitsingsreglement in de splitsingsakte (artikel 5:129 BW), maar wel het huishoudelijk reglement.

4.3 Op grond van artikel 42 Wet op de Rechterlijke Organisatie neemt in eerste aanleg, behoudens hier niet ter zake doende uitzonderingen, de rechtbank kennis van alle burgerlijke zaken. Enkele bepaalde, in artikel 93 Rv genoemde categorieën zaken worden binnen de rechtbank voorgelegd aan de sector kanton, de overige zaken, waaronder de procedures van de artikelen 2:14 en 2:15 BW, worden voorgelegd aan de sector civiel.

In titel 9 van boek 5 BW wordt voor een aantal procedures inzake appartementsrechten de kantonrechter aangewezen als de bevoegde rechter. Ter zake van procedures met betrekking tot de rechtsgeldigheid van besluiten van de vereniging van eigenaars geldt echter een verschillend regiem. Wanneer het gaat om de vernietigbaarheid, bepaalt artikel 5:130 BW dat deze zaken, in afwijking van artikel 2:15 BW, bij wege van verzoekschrift worden voorgelegd aan de kantonrechter, terwijl een dergelijke regeling ontbreekt ten aanzien van de kwestie van nietigheid, zodat in zoverre de rechtbank, sector civiel bevoegd blijft. Waarom er sprake is van een uiteenlopend regiem is niet duidelijk, maar het kan in de praktijk leiden tot onnodige processuele complicaties. Het is immers niet altijd meteen duidelijk of een besluit nietig is dan wel vernietigbaar en in dergelijke situaties kan een belanghebbende ter voorkoming van verval van rechten genoopt zijn zowel een (dagvaardings)procedure bij de sector civiel te beginnen om de nietigheid in te roepen als een (rekest)procedure bij de kantonrechter om datzelfde besluit te laten vernietigen.

4.4 Vóór 2002 bracht dit mee dat de kantonrechter niet bevoegd was te oordelen over de nietigheid van een besluit (vgl. onder meer rechtbank Arnhem 19 november 1998, Prg. 1999, 5101 m.nt. Van der Heiden, LJN: AI9818; Hof Amsterdam 18 juni 1998, NJ 1999, 437, BR 1999, p. 164 m.nt. Mertens, LJN: AD2895), niettegenstaande pleidooien in de literatuur dat het wenselijk is beide procedures te kunnen combineren.

4.5 Door de wijziging van het procesrecht en de integratie van kantongerecht en rechtbank in 2002 doet zich nu echter een andere situatie voor dan in de hiervóór vermelde uitspraken.

4.6 Het verzoekschrift van [verzoekende partij] bevat twee klachten (hetgeen, zoals gebleken ter zitting, ook is onderkend in het verweerschrift van de Vereniging). Ten eerste dat het gewraakte besluit nietig is wegens strijd met de splitsingsakte, ten tweede dat het besluit op een procedureel onjuiste wijze is tot stand gekomen (hetgeen hierna onder 4.12 en 4.13 nader wordt uitgewerkt) zodat het vernietigbaar is. Zoals gezegd, is voor de eerste klacht strikt genomen de rechtbank, sector civiel bevoegd en voor de tweede klacht de kantonrechter. Dit laatste moet worden aangemerkt als een bevoegdheid naar de aard van de zaak als bedoeld in artikel 93 aanhef en onder d Rv. Artikel 94 lid 2 Rv bepaalt vervolgens dat, indien een zaak meer vorderingen betreft en tenminste één daarvan een vordering is als bedoeld in artikel 93 onder c of d Rv, deze vorderingen alle door de kantonrechter worden behandeld en beslist voor zover de samenhang tussen de vorderingen zich tegen afzonderlijke behandeling verzet. Dat het laatste het geval is, behoeft nauwelijks nader betoog.

4.7 Uit het voorgaande volgt dat de kantonrechter bevoegd is van beide verzoeken kennis te nemen en dat er dus geen reden is de zaak op de voet van artikel 71 Rv te verwijzen naar de sector civiel.

De ontvankelijkheid van het verzoek

4.8 Zoals hiervoor overwogen, dient een klacht inzake de nietigheid van een besluit te worden voorgelegd in een dagvaardingsprocedure. Nu een verkeerde rechtsingang, gezien artikel 69 Rv, niet langer fatale gevolgen heeft voor de ontvankelijkheid, zal de kantonrechter beide kwesties behandelen zonder eerst het bevel te geven het verzoek tot nietigverklaring om te zetten in een vordering tot nietigverklaring teneinde daarop vervolgens bij vonnis te beslissen. Daarmee is in de gegeven omstandigheden geen redelijk doel gediend, mede gezien het belang van betrokkenen om op korte termijn duidelijkheid te krijgen over de juridische status van het besluit.

4.9 De Vereniging heeft betoogd dat [verzoekende partij] geen belang heeft bij het verzoek. Het bestuur heeft immers erkend dat het bewuste besluit nietig is wegens strijd met de splitsingsakte en heeft al aan de leden medegedeeld om die reden het besluit niet te zullen uitvoeren. Dat verweer wordt verworpen. Zolang het gewraakte besluit niet bij - onherroepelijke - rechterlijke uitspraak is vernietigd dan wel nietig verklaard, blijft er onduidelijkheid bestaan over de status en de rechtsgevolgen ervan. De Vereniging ziet eraan voorbij dat - in ieder geval in theorie - een bestuur kan worden ontslagen door de vergadering en dat een eventueel nieuw bestuur zou kunnen beslissen het bestreden besluit wel uit te voeren. In dat verband verdient ook aandacht de opmerking van [lid C] tijdens de mondelinge behandeling, dat de vergadering van eigenaars het bestuur aanwijzingen kan geven met betrekking tot de uitoefening van zijn taak, waartoe ook behoort het ten uitvoer leggen van besluiten van de vergadering (artikel 5:131 BW). [verzoekende partij] heeft dus wel degelijk belang bij de onderhavige procedure. Ook de omstandigheid dat zij heeft geweigerd in te stemmen met uitstel van de mondelinge behandeling in afwachting van de volgende ledenvergadering (gepland voor 5 juni 2007), levert geen grond op voor een niet-ontvankelijkverklaring. Het is allerminst zeker dat het besluit tijdens die vergadering zal worden herroepen. Ook in dit opzicht heeft [verzoekende partij] er belang bij dat ten tijde van de komende vergadering er meer duidelijkheid is over de rechtsgeldigheid van het besluit.

4.10 Van de zijde van [leden] c.s. is aangevoerd dat het verzoek niet binnen de termijn van één maand is ingediend. Dit verweer wordt eveneens gepasseerd. Het besluit is genomen op 28 februari 2007, maar [verzoekende partij] was daarbij niet aanwezig. De notulen van die vergadering zijn opgemaakt op 6 maart 2007 en dus noodzakelijkerwijs pas daarna verspreid. Nu het onderhavige verzoek ter griffie is ingekomen op 3 april 2007, is voldaan aan de voorwaarde dat het verzoek wordt gedaan binnen één maand na de dag waarop verzoeker van het besluit heeft kennis genomen of kennis heeft kunnen nemen. Bij dat laatste verdient opmerking dat de mogelijkheid dat [verzoekende partij] op enig eerder moment mondeling kennis zou hebben kunnen krijgen van het besluit, bijv. door leden die wel aanwezig waren, onvoldoende is om de termijn eerder te doen ingaan. De notulen vormen immers de kenbron bij uitstek van hetgeen is voorgevallen tijdens de vergadering en de exacte formulering van genomen besluiten.

Het gewraakte besluit

4.11 Het besluit waarvan thans de nietigheid wordt ingeroepen c.q. de vernietiging wordt verzocht, betreft de aanleg van een tegelpad op de platte daken van het appartementencomplex. Dat zou noodzakelijk zijn om het wassen van de ramen van enkele appartementen (de penthouses) mogelijk te maken. Voorheen gebeurde dat door een glazenwassersbedrijf, maar dit bedrijf heeft te kennen gegeven dat zulks sinds 1 januari 2007 niet meer mogelijk is in verband met een aanscherping van de Arbo-voorschriften. Het wassen van de betreffende ramen moet nu gebeuren vanaf het platte dak en daarvoor is de aanleg van een tegelpad noodzakelijk.

De vernietigbaarheid

4.12 [verzoekende partij] heeft aangevoerd dat het besluit op onzuivere wijze tot stand is gekomen. De agenda voor de vergadering bevatte immers slechts de aankondiging van het voorstel om bepaalde ramen van de penthouses te veranderen (naar binnen slaand open te laten maken) en niet om een tegelpad aan te leggen.

4.13 Op zichzelf is deze klacht juist, maar dat kan niet leiden tot vernietiging op grond van artikel 5:130 in verband met artikel 2:15 aanhef en onder a BW. Er is immers geen wettelijk of statutair voorschrift dat bepaalt dat alleen mag worden gestemd over expliciet geagendeerde onderwerpen. In ieder geval was aangekondigd dat de ramen en het probleem van het wassen daarvan, onderwerp van discussie zouden zijn. In het Huishoudelijk Reglement is verder bepaald dat een meerderheid van de ter vergadering aanwezige leden kan beslissen een niet geagendeerd onderwerp aan de agenda toe te voegen. Dat is hier kennelijk gebeurd, nu er daadwerkelijk een stemming heeft plaatsgevonden over de aanleg van een tegelpad. De klacht dat er niet eerst afzonderlijk is gestemd over de vraag of de aanleg van dat pad aan de agenda moet worden toegevoegd faalt ook. Uit de omstandigheid dat er is gestemd over het voorstel (en een meerderheid dat voorstel heeft aangenomen) volgt dat de meerderheid van de aanwezige leden daarmee kennelijk instemde.

De nietigheid

4.14 De splitsingsakte vermeldt uitdrukkelijk dat het de eigenaren of gebruikers niet is toegestaan het dak van het gebouw te betreden. Van de zijde van [leden] c.s. is aangevoerd dat dit verbod niet een absoluut verbod inhoudt, maar slechts een verbod om "eigener beweging" op het dak te komen. Het zou wel zijn toegestaan het dak te betreden wanneer het bestuur van de Vereniging daarvoor opdracht of toestemming geeft.

4.15 Deze beperkte uitleg kan niet worden aanvaard. Kennelijk houdt dit verbod verband met de constructieve of bouwkundige staat van het dak, dat er niet op berekend zou zijn om te worden belopen. Het gevaar zou bestaan dat het dak of de dakbedekking (bitumen waarop grind is gestort) wordt beschadigd, zoals aangevoerd door enkele appartementseigenaren ter zitting, onder verwijzing naar een uitdrukkelijke mededeling van de aannemer die het complex destijds heeft gebouwd. Of dat zo is, kan in deze procedure niet worden beoordeeld. Terzijde wordt opgemerkt dat dit overigens ook in de uitnodiging voor de vergadering wordt vermeld (zie 2.4). In het verweerschrift van [leden] c.s. is opgemerkt dat het aanleggen van een tegelpad, omdat de daken ongeschikt zijn om regelmatig belopen te worden, al lange tijd wordt besproken bij de technische commissie van de Vereniging. Ook dat wijst er op dat er bouwkundige problemen zouden kunnen zijn in dit opzicht.

Of het aanleggen van een tegelpad voldoende soelaas zou bieden en of er technische voorzieningen nodig en mogelijk zijn om het lopen op het dak mogelijk te maken en, zo ja, of dat wenselijk is, staat hier niet ter beoordeling. Dat is aan de vergadering van de Vereniging. Of het wenselijk is de splitsingsakte in dit opzicht te wijzigen teneinde het betreden van het dak wel mogelijk te maken, is aan de appartementseigenaren gezamenlijk te beslissen.

4.16 Naar het oordeel van de kantonrechter is het gewraakte besluit inderdaad in strijd met het uitdrukkelijke en niet mis te verstane verbod in de splitsingsakte, zodat dit besluit van rechtswege nietig is. Het daartoe strekkende verzoek zal dan ook worden toegewezen.

4.17 Een beslissing waarbij de nietigheid van een besluit van een rechtspersoon wordt vastgesteld, leent zich naar zijn aard niet voor uitvoerbaarheid bij voorraad, zodat het verzoek in zoverre wordt afgewezen.

4.18 De Vereniging wordt als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten veroordeeld. Daarbij verdient opmerking dat (het bestuur van) de Vereniging het gewraakte besluit weliswaar niet heeft uitgelokt en zelfs heeft ontraden, maar nu deze procedure verband houdt met de besluitvorming binnen de Vereniging, is het passend dat de Vereniging ook de kosten (die overigens beperkt blijven tot het door verzoekster betaalde griffierecht) draagt.

De beslissing

De kantonrechter:

verklaart voor recht dat het door de vergadering van eigenaars op 28 februari 2007 genomen besluit tot het aanleggen van een tegelpad op de platte daken van het appartementencomplex van de Vereniging nietig is;

veroordeelt de Vereniging in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [verzoekende partij] bepaald op € 106,- voor vast recht;

verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door de kantonrechter mr. F.J.H. Hovens en in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2007.