Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BA5855

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
16-05-2007
Datum publicatie
29-05-2007
Zaaknummer
124294
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De curatoren voeren verweer. Het verst strekkende verweer is dat de vorderingen inhoudelijk worden betwist en dat die vorderingen daarom op grond van artikel 122 van de Faillissementswet zullen moeten geverifieerd middels een renvooiprocedure.

Het verweer van de curatoren is juist.

De niet-ontvankelijkheid in reconventie laat onverlet dat gedaagden zich ingevolge artikel 53 van de Faillissementswet in conventie wel kunnen beroepen op verrekening van hun schuld met hun vorderingen op Megapool B.V.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 124294 / HA ZA 05-404

Vonnis van 16 mei 2007

in de zaak van

[curatoren] in hun hoedanigheid van curatoren in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MEGAPOOL B.V.,

gevestigd te Apeldoorn, kantoorhoudende te Zutphen,

eisers in conventie,

verweerders in reconventie,

procureur mr. L. Paulus,

advocaat mr. H. Krans te Zutphen,

tegen

1. de vennootschap onder firma

[gedaagde 1],

gevestigd te [vestigingsplaats],

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

3. [gedaagde 3]

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procureur en advocaat mr. H.A. Schenke te Nijmegen.

Partijen zullen hierna de curatoren en [gedaagden] genoemd worden. Afzonderlijk worden [gedaagden] aangeduid als: [gedaagde 1], [gedaagde 2] en [[gedaagde 3]

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 21 september 2005

- het proces-verbaal van comparitie van 14 december 2006

- de akte van de curatoren van 24 januari 2007

- de akte in conventie en in reconventie van [gedaagden] van 21 februari 2007

- de akte van de curatoren van 21 maart 2007.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. In verband met het belang van de zaak en het feit dat meer soortgelijke zaken bij de rechtbank aanhangig zijn, is besloten om de zaak daartoe te verwijzen naar de meervoudige kamer

2. De feiten

in conventie en in reconventie

2.1. Bij vonnis van 8 april 2004 van de Rechtbank Zutphen is Megapool B.V. in staat van faillissement verklaard met aanstelling van eisers tot curatoren.

2.2. Megapool B.V. maakte onderdeel uit van het Megapool concern. Bij dat concern hoort verder (onder meer) de besloten vennootschap Megapool Franchise B.V. Volgens de door de curatoren overgelegde uittreksels uit het handelsregister is Megapool B.V. de enig aandeelhouder van Megapool Franchise B.V. en is Megapool Holding B.V. de bestuurder van zowel Megapool B.V. als Megapool Franchise B.V. Megapool Franchise B.V. is bij vonnis van 23 augustus 2004 van de rechtbank Zutphen in staat van faillissement verklaard, eveneens met aanstelling van mrs. [curatoren] tot curatoren.

2.3. Op 18 juni 1997 heeft [gedaagde 1] een franchiseovereenkomst gesloten met Megapool Franchise B.V. De overeenkomst houdt in dat Megapool Franchise B.V. aan de franchisenemer het recht van franchise voor de exploitatie van een Megapool-winkel verleent en dat de franchisenemer het Megapool-merk gebruikt, het overeengekomen assortiment voert en een in de overeenkomst bepaalde franchisevergoeding verschuldigd is.

2.4. In de context van de franchiseovereenkomst heeft Megapool B.V. goederen aan [gedaagde 1] geleverd, in het bijzonder zogenaamd wit- en bruingoed. Van de facturen voor die leveringen en overige doorbelastingen (reparaties e.d.) staat na verrekening van een garantiepremie nog een bedrag open van € 105.143,63.

3. Het geschil

in conventie

3.1. De curatoren vorderen thans betaling van voormeld openstaand bedrag van

€ 105.143,63, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 1 september 2004 en met een bedrag van € 2.842,00 voor kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte, dit laatste bedrag vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dagvaarding.

3.2. [gedaagden] voeren verweer en beroepen zich op verrekening van de door hen verschuldigde bedragen met de door hen geleden schade als gevolg van het tekortschieten van Megapool in de nakoming van haar verplichtingen uit de franchiseovereenkomst en de onrechtmatige gedragingen van Megapool door het verkoopbeleid van haar eigen Megapool kantoren ten opzichte van [gedaagden] De schadeposten worden hieronder in reconventie opgesomd. Zij overtreffen het door de curatoren gevorderde bedrag.

in (voorwaardelijke) reconventie

3.3. [gedaagden] melden dat in de loop der jaren aan de zijde van de verschillende franchisenemers grote onvrede is ontstaan over het functioneren van Megapool als franchiseorganisatie. [gedaagden] klagen over structureel ongunstige inkoopcondities, waardoor hun concurrentiepositie werd geschaad, over het niet doorgeven van door Megapool bij leveranciers bedongen extra kortingen, tekortschietende administratieve en logistieke processen, een te beperkt leveringsprogramma, het uitblijven van verdere ontwikkeling van het franchisesysteem, het dumpen en tegen afbraakprijzen aanbieden van producten in een eigen nabijgelegen vestiging, een gedwongen kerstactie met zeer lage marges en over een onterechte verhoging van de franchisefee per 1 augustus 2003.

[gedaagden] spreken in dit verband van onrechtmatig handelen van Megapool en van voortdurend nalatig blijven in het voldoen aan haar verplichtingen uit de franchiseovereenkomst. Weliswaar heeft [gedaagde 1] de franchiseovereenkomst gesloten met Megapool Franchise B.V., maar [gedaagden] menen dat Megapool Franchise B.V. en Megapool B.V. vereenzelvigd moeten worden, omdat een groot aantal verplichtingen uit de franchiseovereenkomst uitsluitend werd nagekomen door Megapool B.V. Het betreft essentiële zaken als beleid ten aanzien van de inrichting van de organisatie van de franchisenemer, advertentiebeleid, administratieve gegevens, after-sales etc. Ook werd de franchisefee gefactureerd door Megapool B.V. en werd door [gedaagde 1] betaald aan Megapool B.V., voerde Megapool B.V. overleg met de leden van de franchisevereniging en werd alle correspondentie inzake het franchisecontract gevoerd met Megapool B.V., terwijl ook de curatoren geen onderscheid zouden hebben gemaakt.

3.4. In hun akte van 21 februari 2007 voegen [gedaagden] hier nog aan toe dat volgens de letter van de franchiseovereenkomst het assortiment geleverd zou worden door Megapool Franchise B.V. (een kernbeding), terwijl in de praktijk werd geleverd door Megapool B.V., dat Megapool Franchise B.V. slechts een lege juridische huls is zonder personeel en overige materiële activa, dat alle (bedrijfs)activiteiten zijn verricht met personeel en middelen van Megapool B.V., dat Megapool B.V. bovendien 100 % zeggenschap had over Megapool Franchise B.V. en dat beide vennootschappen hetzelfde bestuur en dezelfde plaats van vestiging hebben. Door deze constructie is volgens [gedaagden] tenminste de toerekenbare schijn gewekt dat Megapool B.V. en Megapool Franchise B.V. één entiteit zijn, althans in de contractuele context zich gezamenlijk als “Megapool” in het maatschappelijk verkeer hebben opgesteld en is bij [gedaagden] het vertrouwen gewekt dat niet alleen bedrijfsmatig maar ook juridisch in feite sprake was van één entiteit. [gedaagde 2] wijst er op dat hij voorheen in dienst was van Megapool B.V. en dat hij toen een “eigen zaak” mocht beginnen, waarbij allerlei zaken zijn geregeld door zijn voormalige werkgever, Megapool B.V. In feite bleef hij bedrijfsleider, alleen nu voor eigen rekening en risico. Hij had alle reden erop te vertrouwen dat Megapool B.V. onveranderd de partij was met wie hij zaken deed. [gedaagden] merken Megapool Franchise B.V. aan als een “losse flodder” die opeens om de hoek kwam kijken in de franchiseovereenkomst. Zij stellen dat Megapool Franchise B.V. optrad als een hulppersoon van Megapool B.V. Ten slotte wijzen [gedaagden] erop dat Megapool Holding B.V. een 403-verklaring heeft afgegeven en dat Megapool derhalve de aansprakelijkheid voor de activiteiten van Megapool Franchise B.V. op zich heeft genomen.

Op grond van een en ander concluderen [gedaagden] dat, voor zover Megapool B.V. en Megapool Franchise B.V. niet vereenzelvigd zouden kunnen worden, subsidiair hun vorderingen op Megapool Franchise B.V. op grond van de franchiseovereenkomst of de 403-verklaring aan Megapool B.V. kunnen worden toegerekend.

3.5. Op grond van het door Megapool tekortschieten in de nakoming van haar verplichtingen uit de franchiseovereenkomst vorderen [gedaagden] primair terugbetaling van de door hen in de periode van 1 januari 2003 tot aan datum van faillissement betaalde franchisefee ten bedrage van € 41.477,00. Subsidiair vorderen zij vergoeding van het verschil tussen de oorspronkelijke franchisefee van 4% van de inkoopprijs van de Megapool goederen en de verhoogde fee van 6,9% van de verkoopprijs van alle goederen. Dit verschil stellen [gedaagden] op € 22.360,00.

3.6. Stellend dat Megapool zich verplicht had ‘netto/netto’ te leveren en dat Megapool de voordelen die zij kon bedingen bij leveranciers diende terug te geven aan c.q. te verrekenen met de franchisenemers, hetgeen Megapool heeft nagelaten, en stellend dat, gezien de verhoging van de franchisefee en de door Megapool in gesprekken met het bestuur van de franchisevereniging genoemde margegaranties, het extra kortingspercentage minimaal 3% over de inkoopwaarde moet zijn geweest, vorderen [gedaagden] schadevergoeding ten bedrage van € 62.946,00. Het betreft niet verrekende kortingen in de periode van 1 januari 2000 tot en met 31 juli 2003.

3.7. [gedaagden] stellen voorts dat zij door de voortdurende wanprestatie van Megapool in 2003 en 2004 schade hebben geleden in de vorm van gederfde winst en marge. Hun margederving stellen zij op € 18.353,00. Zij vorderen tevens vergoeding van dit bedrag.

3.8. Ten slotte vorderen [gedaagden] een bedrag van € 1.132,00, welk bedrag Megapool van de NVMP vergoed zou hebben gekregen als tegemoetkoming in verband met administratieve lasten die met de invoering van het systeem van het afdragen en heffen van de verwijderingsbijdrage zijn ontstaan. [gedaagden] berekenen aan de hand van hun grootboekmutaties dat dit het bedrag is dat aan hen terzake moeten worden uitbetaald.

3.9. De curatoren voeren verweer. Het verst strekkende verweer is dat de vorderingen van [gedaagden] inhoudelijk worden betwist en dat die vorderingen daarom op grond van artikel 122 van de Faillissementswet zullen moeten geverifieerd middels een renvooiprocedure.

4. De beoordeling

in (voorwaardelijke) reconventie:

4.1. Het hierboven weergegeven verweer van de curatoren is juist. De vorderingen van [gedaagden] worden betwist en zullen ingevolge artikel 26 van de Faillissementswet moeten worden aangemeld ter verificatie en vervolgens, na gehandhaafde betwisting tijdens de verificatievergadering, moeten worden beslecht in een zogenaamde renvooiprocedure. Uit de stellingen en de producties van partijen leidt de rechtbank af dat de verificatievergadering nog niet heeft plaats gevonden en het geschil dus ook nog niet door de rechter-commissaris is verwezen naar de terechtzitting. Gezien de vestigingsplaats van Megapool B.V. zal dat geschil overigens naar alle waarschijnlijkheid niet door deze rechtbank in Arnhem worden berecht. In het onderhavige geding zullen [gedaagden] in deze vorderingen niet ontvankelijk moeten worden verklaard.

4.2. [gedaagden] zullen als de in het ongelijk gestelde partij moeten worden veroordeeld in de kosten van het geding in reconventie. Aan de zijde van de curatoren worden deze kosten gesteld op € 1.776,25 voor salaris van hun procureur (2 ½ /2 x tarief € 1.421).

in conventie:

4.3. De niet-ontvankelijkheid in reconventie laat onverlet dat [gedaagden] zich ingevolge artikel 53 van de Faillissementswet in conventie wel kunnen beroepen op verrekening van hun schuld met hun vorderingen op Megapool B.V. Te dien aanzien overweegt de rechtbank als volgt.

4.4. Dit geschil is niet uniek. Inzake openstaande facturen voor leveringen door Megapool B.V. wordt door de curatoren geprocedeerd tegen verschillende franchisenemers, verspreid over het land. De andere franchisenemers hebben soortgelijke verweren. Er is een tussenvonnis gewezen door de rechtbank Maastricht (op 21 december 2005) en er zijn eindvonnissen gewezen door de rechtbanken Haarlem (op 5 juli 2006) en ’s-Hertogenbosch (op 28 februari 2007). De rechtbank ’s-Hertogenbosch heeft zich aangesloten bij de rechtbank Haarlem. Deze rechtbank overwoog in de zaak tussen de curatoren en [betrokkene] Heemskerk B.V.:

“7.1. De curatoren vorderen betaling van door Megapool B.V. geleverde goederen en doorbelastingen. [betrokkene] betwist de vordering van de curatoren niet, maar voert als verweer dat Megapool B.V. en Megapool Franchise B.V. met elkaar dienen te worden vereenzelvigd, op grond waarvan zij haar op de franchiseovereenkomst gebaseerde vordering in de onderhavige procedure bij wijze van reconventionele vordering tegen Megapool B.V. instelt en haar vordering in conventie met die van Megapool B.V. verrekend wenst te zien.

7.2. Gelet op het verweer en de vordering van [betrokkene] ligt allereerst ter beoordeling voor of Megapool B.V. en Megapool Franchise B.V. met elkaar vereenzelvigd moeten worden. De rechtbank overweegt met betrekking daartoe als volgt.

7.3. Voorop moet worden gesteld dat de betrokken vennootschappen zelfstandige entiteiten zijn. Vereenzelviging is het volledig wegdenken of voorbijgaan aan het identiteitsverschil tussen verschillende (rechts)personen. De rechtbank neemt tot uitgangspunt dat van vereenzelviging slechts sprake zal kunnen zijn onder bijzondere omstandigheden. Die omstandigheden dienen dan zo uitzonderlijk van aard te zijn dat vereenzelviging de meest aangewezen vorm van redres is in een situatie dat misbruik is gemaakt van het identiteitsverschil en hetgeen met zodanig misbruik werd beoogd in rechte niet behoort te worden gehonoreerd.

7.4. Tussen partijen is niet in geschil dat de activiteiten van Megapool Franchise B.V. administratief via Megapool B.V. liepen. Zo werden de door de franchisenemer op basis van de franchiseovereenkomst te betalen vergoedingen door Megapool B.V. bij de franchisenemers in rekening gebracht, werd het op grond van de franchiseovereenkomst te voeren assortiment besteld bij en betaald aan Megapool B.V. en vermelden de facturen van Megapool B.V. aan de franchisenemers zowel de voor levering van goederen en doorbelasting verschuldigde bedragen als de verschuldigde franchisevergoedingen. De verwevenheid van Megapool B.V. en Megapool Franchise B.V. staat tussen partijen ook niet ter discussie en de rechtbank gaat daar dan ook van uit.

7.5. De werkwijze binnen het Megapoolconcern bestond erin dat in één vennootschap de franchisecontracten werden ondergebracht en vanuit een andere vennootschap de levering van goederen plaatsvond. Dit is echter op zichzelf genomen niet uitzonderlijk en zeker niet zo uitzonderlijk dat het voldoet aan de hiervoor in 7.3 gegeven maatstaf. Dat de administratie van Megapool Franchise B.V. werd gevoerd door Megapool B.V. is daartoe evenmin voldoende, teminder nu zeer wel traceerbaar was welk deel van de door de franchisenemers te betalen facturen betrekking had op de leveringen door Megapool B.V. en welk deel betrekking had op de vergoedingen die op grond van de franchiseovereenkomst verschuldigd waren. In de onderhavige procedure is dat onderscheid ook gemaakt: de curatoren vorderen uitsluitend betaling van door Megapool B.V. geleverde goederen en diensten en niet de onbetaald gebleven franchisevergoedingen.

Tenslotte kan de omstandigheid dat Megapool B.V. als penvoerder optrad bij de voortzetting van de franchiseovereenkomsten evenmin leiden tot het oordeel dat de vennootschappen moeten worden vereenzelvigd. De franchisenemers hebben de franchiseovereenkomsten gesloten met Megapool Franchise B.V. Uit het feit dat Megapool B.V. de onderhandelingen over de voortzetting van die overeenkomsten voerde blijkt weliswaar van verwevenheid van de beide vennootschappen, maar dat dit zou moeten worden geduid als misbruik van identiteitsverschil ten overstaan van de franchisenemers is gesteld noch gebleken.

7.6. Van vereenzelviging van Megapool B.V. en Megapool Franchise B.V. kan naar het oordeel van de rechtbank derhalve geen sprake zijn zodat [betrokkene] jegens Megapool B.V. ook geen beroep op wanprestatie van Megapool Franchise B.V. kan doen.

7.7. [betrokkene] heeft aangevoerd dat het opleggen van een nieuw vergoedingensysteem zeer nadelige gevolgen voor haar heeft en haar schade op grond van de redelijkheid en billijkheid door Megapool B.V. moet worden vergoed. Dit verweer, tevens grondslag van de reconventionele vordering, wordt verworpen, reeds omdat Megapool B.V. geen partij is bij de franchiseovereenkomst op basis waarvan de vergoedingen verschuldigd zijn. Niet is gebleken dat het vorderen van betaling van door Megapool B.V. geleverde goederen en diensten naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

Het beroep van [betrokkene] op ongerechtvaardigde verrijking wordt verworpen, eveneens reeds omdat de, in de ogen van [betrokkene] ongerechtvaardigde, wijziging van het vergoedingensysteem een zaak is van Megapool Franchise B.V. en niet van Megapool B.V.

7.8. Het voorgaande betekent dat de door [betrokkene] niet betwiste conventionele vordering zal worden toegewezen. Het beroep op verrekening en de reconventionele vorderingen liggen voor afwijzing gereed.

7.9. [betrokkene] zal als de in het ongelijk gestelde partij in conventie en in reconventie in de proceskosten worden veroordeeld.”

(enz.)

4.5. De rechtbank sluit zich hierbij aan en ziet in hetgeen [gedaagden] hebben aangevoerd geen geldige reden om anders te oordelen omtrent de vereenzelviging.

4.6. Met betrekking tot de aanvullende grondslag, het vertrouwensbeginsel, overweegt de rechtbank dat op het voorblad van de franchiseovereenkomst en in de aanhef vet en groot staat vermeld dat de contractspartij Megapool Franchise B.V. is. [gedaagde 2] was eerst als bedrijfsleider in dienst bij Megapool B.V. en hij werd nu zelfstandig ondernemer. In beide hoedanigheden wordt hij verondersteld bekend te zijn met het feit dat concerns in het rechtsverkeer kunnen optreden middels verschillende rechtspersonen. Bovendien wordt hij verondersteld bekend te zijn met de juiste benaming van zijn (voormalige) werkgever. Het kan, of althans mag, hem niet zijn ontgaan dat de franchisegever een andere rechtspersoon was dan zijn voormalige werkgever. Hetgeen [gedaagden] in hun akte stellen is onvoldoende om het door [gedaagde 2] gestelde of bedoelde vertrouwen te rechtvaardigen dat degene die bij het sluiten van de overeenkomst optrad voor de franchisegever Megapool B.V. en niet Megapool Franchise B.V. als contractspartij wilde verbinden. Voor nadere bewijslevering met betrekking tot een soort Haviltex-redenering is geen plaats.

4.7. De stelling dat Megapool Franchise B.V. bij het aangaan van de franchiseovereenkomst de hulppersoon was van Megapool B.V. miskent dat Megapool Franchise B.V. de contractspartij was en niet Megapool B.V. Het was dus eerder andersom.

4.8. De verklaring ex artikel 2:403 lid 1 onder f BW met betrekking tot de schulden van Megapool Franchise B.V. is in dit geding niet relevant, omdat die verklaring niet is afgegeven door Megapool B.V., maar door Megapool Holding B.V. Deze laatste, eveneens gefailleerde, vennootschap is geen partij in dit geding.

4.9. Het voorgaande heeft tot consequentie dat [gedaagden] eventueel geheel of gedeeltelijk onverschuldigd door [gedaagde 1], al dan niet via Megapool B.V., aan Megapool Franchise B.V. betaalde franchisefees in conventie niet kunnen verrekenen met hun schuld aan Megapool B.V. Het betreft de hierboven onder 3.5. genoemde vordering ten bedrage van primair € 41.477,00 en subsidiair € 22.360,00.

4.10. Hetzelfde geldt voor de tegenvordering onder 3.7. tot vergoeding van winst- c.q. margederving in de periode van april 2003 tot april 2004 ten bedrage van € 18.353,00. [gedaagden] baseren deze vordering in hun akte na comparitie nog eens uitdrukkelijk op tekortkomingen in de nakoming van verplichtingen uit de franchiseovereenkomst, maar Megapool B.V. is geen partij bij deze franchiseovereenkomst en kan niet zonder nadere toelichting, die ontbreekt, worden aangesproken voor de tekortkomingen van Megapool Franchise B.V.

4.11. Dit ligt echter mogelijk anders ten aanzien van de onder 3.6. vermelde kortingen. Megapool B.V. was de verkooporganisatie en het ligt dan ook voor de hand dat Megapool B.V. eventueel met de franchisenemer overeengekomen en/of aan hem toegezegde kortingen diende te honoreren.

4.12. De onderbouwing van de vordering tot schadevergoeding ad € 62.946,00 wegens niet teruggegeven/verrekende leverancierskortingen is de rechtbank echter niet helemaal duidelijk. [gedaagden] koppelen dit aan de verhoging van de franchisefee per 1 augustus 2003 en aan de margegaranties die genoemd zouden zijn in de gesprekken met het bestuur van de franchisevereniging, maar zij vorderen vergoeding van gemiste kortingen in de daaraan voorafgaande periode van 1 januari 2000 tot en met 31 juli 2003. Uit productie 12 bij hun conclusie, waarnaar [gedaagden] verwijzen, leidt de rechtbank voorts af dat het niet gaat om concrete kortingen, die niet zouden zijn doorberekend, maar om een aanspraak op alsnog uitbetaling van een bonus van 3% over alle inkopen in de voorgaande jaren wegens achteraf en in zijn algemeenheid te hoog gebleken inkoopprijzen. Daarbij is echter niet aangegeven of die aanspraak zou bestaan op Megapool Franchise B.V. of op Megapool B.V. en evenmin wanneer, op welke wijze en met welke wederpartij de ‘netto/netto’ afspraak is gemaakt, waarop [gedaagden] zich beroepen. De curatoren betwisten dat er een contractuele verplichting bestond om kortingen door te berekenen en daarover is niets te vinden in de schriftelijke franchiseovereenkomst, nog daargelaten dat Megapool B.V. daarbij geen partij was.

4.13. Het een en ander is dus te vaag om een concrete geldvordering met betrekking tot gemiste kortingen te kunnen dragen. [gedaagden] stellen echter ook in hun akte na comparitie dat de heer [betrokkene], destijds interim-directeur van Megapool B.V., zou hebben toegegeven dat er verkeerde prijzen aan de franchisenemers werden berekend en dat dit recht gezet zou worden. In productie 16 van de conclusie van antwoord van [gedaagden], de brief van hun voormalige advocaat van 15 december 2004 op pagina 4, wordt op dit punt een concreet bedrag genoemd: Megapool zou hebben toegezegd om € 29.750,00 te retourneren. Indien het inderdaad zou gaan om een concrete toezegging van Megapool B.V. en niet van Megapool Franchise B.V., dan kunnen [gedaagden] wellicht nakoming hiervan verlangen. Dat vorderen zij echter niet en de curatoren hebben zich nog niet uitgelaten, en zich processueel ook nog niet hoeven uitlaten, over die toezegging en de rechtsgevolgen daarvan. De rechtbank zal de zaak naar de rol verwijzen voor aktewisseling op dit onderdeel. Daarbij zijn [gedaagden] het eerst aan het woord. De rechtbank wil van hen vernemen of het inderdaad dezelfde toezegging betreft, dit wil zeggen de belofte van een directeur van Megapool B.V. om verkeerde prijzen recht te zetten en de concrete toezegging dat Megapool B.V.ter zake € 29.750,00 zou retourneren. [gedaagden] zullen ook moeten aangeven hoe zij dit kunnen bewijzen. Daarna kunnen de curatoren reageren.

4.14. Bij die akte kunnen [gedaagden] ook een nadere toelichting geven op hun, in het debat over de vereenzelviging wat ondergesneeuwde, vordering onder 3.8. tot doorbetaling van door Megapool ontvangen vergoedingen van de NVMP ten bedrage van € 1.132,00. [gedaagden] dienen aan te geven of deze vergoedingen door Megapool Franchise B.V. of door Megapool B.V. zijn ontvangen, alsmede op grond van welke contractuele bepaling zij aanspraak hebben op doorbetaling daarvan.

4.15. De rechtbank houdt nu iedere verdere beslissing aan.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie:

5.1. Verwijst de zaak naar de rolzitting van 13 juni 2007 voor indiening van een akte tot uitlating aan de zijde van [gedaagden],

5.2. houdt iedere verdere beslissing aan,

in (voorwaardelijke) reconventie:

5.3. verklaart [gedaagden] niet ontvankelijk in hun vorderingen,

5.4. veroordeelt [gedaagden] in de kosten van dit geding, tot aan deze uitspraak aan de zijde van de curatoren gesteld op € 1.776,25 voor salaris van hun procureur.

Dit vonnis is gewezen door mrs N.W. Huijgen, M.J. Blaisse en R.A. Boon en

in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2007.