Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BA5827

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
16-05-2007
Datum publicatie
29-05-2007
Zaaknummer
147440
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gelet op het voorafgaande, in het bijzonder op het bestaan van een verplichting voor Spl!xx Holding i.o. om zelf aan te geven door wie zij zich liet vertegenwoordigen en het bestaan van een verplichting voor JRsr om desgevraagd inzicht te geven in de door haar verrichte prestaties, en het gegeven dat beide partijen het bestaan van deze verplichtingen tot nu toe over het hoofd gezien hebben, is de rechtbank vooralsnog van oordeel dat er geen grond bestaat voor ontbinding van de overeenkomst door een van beide partijen.

Wat betreft de toepasselijkheid van de VEA-voorwaarden overweegt de rechtbank reeds thans dat de verklaring van de heer XXXXX ter comparitie, ‘Het is onze gewoonte om de algemene VEA-voorwaarden met een contract mee te sturen. Dat zal ook in dit geval gebeurd zijn’, op zichzelf onvoldoende is om te kunnen vaststellen of Spl!xx Holding i.o. de voorwaarden ontvangen heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 147440 / HA ZA 06-1921

Vonnis van 16 mei 2007

in de zaak van

de vennootschap onder firma

JRSR V.O.F.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

procureur mr. B.J. Schadd,

tegen

1. de vennootschap onder firma

SPL!XX HOLDING B.V. I.O.,

handelend onder de naam The Shake Factory,

gevestigd te [woonplaats],

2. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

3. [gedaagde 2],

wonende te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

procureur mr. P.M. Wilmink,

advocaat mr. J.L.J. Leijendekker te Wijk bij Duurstede.

Partijen zullen hierna JRsr, Spl!xx Holding i.o., [gedaagden 2 + 3] genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 7 februari 2007

- het proces-verbaal van comparitie van 24 april 2007.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. In oktober 2005 is een overeenkomst tot stand gekomen die JRsr bevestigt bij brief van 27 oktober 2005 aan [[gedaagden] 2 + 3], in de brief aangeduid als ‘Directie Spl!xx Holding’. [betrokkene] schrijft hierin onder meer:

Dear [betrokkenen],

We thank you very much for appointing JuniorSenior as your exclusive Marketing and Communications agency.

As per our recent meeting dated 11th October at the SAC offices, we are pleased to forward the agreed terms under which this project will operate.

Spl!xx Holding agrees to the following:

1. To appoint JRsr as its exclusive marketing and communications bureau

2. Official date of commencement will be taken from 11th October, 2005

3. For a period of 3 years (thereafter for review). To balance the investment in hours beyond Budget that JRsr has agreed to commit to.

4. Provide JRsr with a Budget of € 50.000 to cover its marketing and communications up until 1st March 2006 (…).

5. (…)

6. To pay invoices 14 days after receipt.

2.2. De brief bevat verder onder meer een overzicht van door JRsr te verrichten activiteiten en te vervaardigen producten en een factureringsschema voor de periode van november 2005 tot en met maart 2006.

2.3. De brief is voor akkoord getekend door [[gedaagden] 2 + 3] voor ‘Spl!xx Holding’.

2.4. JRsr heeft vervolgens aan Spl!xx Holding i.o. een aantal facturen gestuurd. Van de gefactureerde bedragen is in totaal € 39.014,63 onbetaald gebleven.

2.5. Op 11 augustus 2006 heeft JRsr een betalingsherinnering aan Spl!xx Holding i.o. gestuurd ter attentie van [gedaagde 2] en [betrokkene]. Daarin laat zij weten begrepen te hebben dat [betrokkene] ‘het merk The Shake Factory heeft gekocht’, maar niets met hem te maken te hebben omdat zij alleen zaken heeft gedaan met thans gedaagden. Deze zijn volgens JRsr steeds tevreden geweest over haar prestaties en dat [betrokkene] dat – kennelijk – niet is, raakt JRsr niet, zo stelt zij.

2.6. Op 5 september 2006 mailt [betrokkene] namens [betrokken ] B.V. aan [betrokkene] en [betrokkene]:

Met ingang van 5 september jl. hebben wij de activiteiten van The Shake Factory overgenomen.

Ik heb begrepen van de adviseur van TSF, de heer [betrokkene], dat er onenigheid is i.v.m. openstaande facturen en specificaties daarvan.

Ook zou er volgens de heer [betrokkene] een wanprestatie geleverd zijn door uw bedrijf.

Het is voor mij belangrijk dat zaken uit het verleden op een correcte manier worden afgesloten (…).

Ik zou dan ook graag de dialoog met u voeren om tot een vorm van overeenstemming te komen (…).

2.7. In het handelsregister staat op 3 oktober 2006 Spl!xx Holding i.o. ingeschreven – met domeinnaam www.theshakefactory.com en emailadres info@theshakefactory.com – met M. [gedaagde 2] Holding B.V. i.o. en Bonte Koe Investment B.V. i.o. als bevoegde functionarissen. Hiervan zijn respectievelijk [gedaagden 2 + 3] de bevoegde functionaris.

2.8. Op 18 oktober 2006 heeft Spl!xx Holding i.o. beslag laten leggen op een aan [gedaagde 2] toebehorende onroerende zaak en op 20 oktober 2006 heeft zij beslag laten leggen ten laste van de gedaagden onder [betrokken ] B.V.

3. Het geschil in conventie en in reconventie

3.1. JRsr vordert hoofdelijke veroordeling tot betaling aan haar van € 121.762,31 met rente en kosten, waaronder de kosten van de beslagen. Het genoemde bedrag is opgebouwd uit het onder 2.4 bedoelde totaal factuurbedrag (€ 39.014,63), de wettelijke rente hierover tot en met 19 oktober 2006 (€ 1.346,22), buitengerechtelijke kosten (€ 3.901,46) en schadevergoeding (€ 77.500,00). JRsr stelt dat gedaagden, een v.o.f. en haar vennoten, de niet betaalde facturen dienen te voldoen. Voorts stelt zij dat toerekenbare tekortkomingen van gedaagden de ontbinding van de onder 2.1 bedoelde overeenkomst rechtvaardigen en dat zij krachtens artikel 9 van de door haar gehanteerde VEA-voorwaarden gerechtigd is om in geval van ontbinding op deze grond haar schade op gedaagden te verhalen, die bestaat in gederfde inkomsten ad € 77.500,00. Ook het bedrag van de gevorderde vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten baseert zij op de VEA-voorwaarden.

3.2. Gedaagden verweren zich door, samengevat, te stellen dat de onder 2.1 bedoelde overeenkomst niet beëindigd is, dat zij alvorens eventueel te betalen, specificaties van de geleverde werkzaamheden en verdere tekst en uitleg wensen te ontvangen, uitleg van de nog steeds onduidelijke vordering verlangen en niet behoeven te betalen voor iets dat niet geleverd is en/of niet voldoet aan de kwaliteitseisen die zij mochten stellen. Zij stellen dat JRsr toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de onder 2.1 bedoelde overeenkomst.

Hierop baseren zij de reconventionele vordering tot betaling van € 52,680,00 met de wettelijke rente vanaf 24 januari 2007, met veroordeling van JRsr in de proceskosten. Deze reconventionele vordering is gebaseerd op de ontbinding van de overeenkomst die Spl!xx Holding i.o. ter comparitie heeft ingeroepen.

Gedaagden ontkennen de VEA-voorwaarden te hebben ontvangen.

3.3. Het verweer van JRsr in reconventie stemt inhoudelijk overeen met haar betoog in conventie.

4. De beoordeling in conventie en in reconventie

4.1. Vast staat dat JRsr in 2005 een overeenkomst heeft gesloten met de onder de gemeenschappelijke naam Spl!xx Holding i.o. een bedrijf uitoefenende [gedaagden 2 + 3]. Dat hierbij sprake is geweest van een overeenkomst tussen een vennootschap onder firma en JRsr is door de laatste gesteld en niet gemotiveerd weersproken. Tot oprichting van de besloten vennootschap Spl!xx Holding is het tot op heden niet gekomen, zodat van bekrachtiging van enige overeenkomst door haar geen sprake kan zijn. Op grond van de overeenkomst zijn dus de vennootschap onder firma Spl!xx Holding i.o. en haar beide vennoten naast elkaar hoofdelijk aansprakelijk.

4.2. Spl!xx Holding i.o. stelt dat bezwaar gemaakt is tegen de facturen van JRsr en dat klachten geuit zijn over de door JRsr verrichte werkzaamheden. Hierbij is van belang van wie de bezwaren en klachten afkomstig waren. JRsr heeft ze tot dusverre genegeerd omdat ze zich op het standpunt stelde dat de overname van het merk The Shake Factory los staat van haar overeenkomst met Spl!xx Holding i.o.. Dit standpunt is niet onjuist, maar hiermee is niet het laatste woord gezegd over dit onderwerp. Is bij het uiten van de bezwaren en klachten namens Spl!xx Holding i.o. gehandeld, dan behoorde JRsr op deze kritiek adequaat te reageren, onder meer door inzicht te geven in haar verrichtingen en zonodig door het aanbrengen van verbeteringen. Vooralsnog valt haar niet te verwijten dat dit niet is gebeurd, omdat Spl!xx Holding i.o. JRsr niet duidelijk heeft gemaakt wie buiten de twee vennoten – bijvoorbeeld krachtens volmacht – voor haar kon optreden. Dat zij zich ‘liet vertegen-woordigen’ door enig persoon, zoals zij betoogt, is mogelijk, maar dan lag het op haar weg zelf aan JRsr duidelijk maken dat zij dit deed. De mededelingen van [betrokkene] en [betrokkene] (2.5 en 2.6) zijn daartoe op zichzelf onvoldoende. Overname van de activa van Spl!xx Holding i.o. kan voor wat betreft de overeenkomst met JRsr niet plaatsvinden zonder medewerking van de contractspartner JRsr.

4.3. Vooralsnog kan deze kwestie blijven rusten omdat vast staat dat het in deze procedure Spl!xx Holding i.o. is die optreedt tegenover JRsr. Dit betekent dat de inhoud van haar bezwaren en klachten aan de orde kan komen.

4.4. Indien en voor zover Spl!xx Holding i.o. het standpunt inneemt dat zij tot en met maart 2006 niet meer dan € 50.000,00 aan JRsr behoefde te betalen op grond van de in de brief van 27 oktober 2005 vastgelegde overeenkomst, wordt haar standpunt door de rechtbank verworpen. Uit de tekst van de brief blijkt immers overduidelijk dat dit bedrag, zoals JRsr ook betoogt, een voorschot betreft en dat uiteindelijke facturering over de desbetreffende maanden dit bedrag kan overstijgen. Weliswaar lijkt Spl!xx Holding i.o. te stellen dat de afspraak anders luidde, maar nu deze stelling tegenover de gemotiveerde stellingname van JRsr en de tekst van de brief niet nader onderbouwd wordt, passeert de rechtbank haar.

4.5. Dat het bedrag van € 50.000,00 een voorschot betreft, benadrukt de verplichting van JRsr om desgewenst haar facturen te specificeren en inzage in de door haar geleverde prestaties te geven. Hiertoe is zij op grond van de overeenkomst, maar ook in het kader van dit proces verplicht tegenover Spl!xx Holding i.o.. Zij heeft zich hiertoe bereid verklaard (dagvaarding onder VI) maar vooralsnog geen vervolg aan die bereidverklaring gegeven. De rechtbank zal haar hiertoe alsnog in de gelegenheid stellen. Daarop kan Spl!xx Holding i.o. reageren. Dat is de gelegenheid waarbij Spl!xx Holding i.o. gemotiveerd kan aangeven in welk opzicht JRsr is tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Tevens dient zij daarbij aan te geven wanneer zij – zelf (zie 4.2 en 4.3) – voor het eerst tegenover JRsr klachten naar voren heeft gebracht.

4.6. Gelet op het voorafgaande, in het bijzonder op het bestaan van een verplichting voor Spl!xx Holding i.o. om zelf aan te geven door wie zij zich liet vertegenwoordigen en het bestaan van een verplichting voor JRsr om desgevraagd inzicht te geven in de door haar verrichte prestaties, en het gegeven dat beide partijen het bestaan van deze verplichtingen tot nu toe over het hoofd gezien hebben, is de rechtbank vooralsnog van oordeel dat er geen grond bestaat voor ontbinding van de overeenkomst door een van beide partijen.

4.7. Wat betreft de toepasselijkheid van de VEA-voorwaarden overweegt de rechtbank reeds thans dat de verklaring van de heer [betrokkene] ter comparitie, ‘Het is onze gewoonte om de algemene VEA-voorwaarden met een contract mee te sturen. Dat zal ook in dit geval gebeurd zijn’, op zichzelf onvoldoende is om te kunnen vaststellen of Spl!xx Holding i.o. de voorwaarden ontvangen heeft. Zonodig zal JRsr dit dienen te bewijzen. Daaraan komt de rechtbank thans echter nog niet toe.

4.8. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie en in reconventie

5.1. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 13 juni 2007 voor het nemen van een akte door JRsr over hetgeen is vermeld onder 4.5,

5.2. verstaat dat Spl!xx Holding i.o. hierop kan reageren op een termijn van vier weken,

5.3. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2007.