Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BA5759

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
02-05-2007
Datum publicatie
25-05-2007
Zaaknummer
141124
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Tussen partijen staat niet ter discussie dat Betuweroute Drie c.s. aansprakelijk is voor het jegens Casema toerekenbaar onrechtmatige handelen, bestaande uit het beschadigen van de glasvezelkabel van Casema. Betuweroute Drie c.s. dienen de daardoor door Casema geleden schade te vergoeden.

Casema heeft recht op vergoeding van het bedrag waarin de door beschadiging veroorzaakte waardevermindering kan worden uitgedrukt. Indien reparatie mogelijk en verantwoord is, is dit bedrag in het algemeen gelijk aan de naar objectieve maatstaven berekende herstelkosten. Als uitgangspunt dient te gelden dat Casema zoveel mogelijk in de toestand wordt gebracht waarin zij zou hebben verkeerd indien het onrechtmatig handelen achterwege was gebleven.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 141124 / HA ZA 06-900

Vonnis van 2 mei 2007

in de zaak van

de naamloze vennootschap

N.V. CASEMA,

gevestigd te Den Haag,

eiseres,

procureur mr. L. Paulus,

advocaat mr. A.R.M. Berntsen te Alphen aan de Rijn,

tegen

1. de vennootschap onder firma

BETUWEROUTE DRIE V.O.F.,

gevestigd te Rumpt, gemeente Geldermalsen,

2. de naamloze vennootschap

HEIJMANS N.V.,

gevestigd te Rosmalen,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

STRUKTON BETONBOUW B.V.,

gevestigd te Utrecht,

4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GEBR. VAN KESSEL WEGENBOUW B.V.,

gevestigd te Buren,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

GMB INFRA PROJECTEN B.V.,

gevestigd te Opheusden,

gedaagden,

procureur mr. P.M. Wilmink,

advocaat mr. J. Veenis te Purmerend.

Partijen zullen hierna Casema en Betuweroute Drie c.s. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 26 juli 2006;

- het proces-verbaal van comparitie van 24 november 2006;

- de akte uitlating van Casema;

- de akte uitlating van Betuweroute Drie c.s.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. Casema is beheerder van een glasvezelkabelnetwerk dat verspreid over Nederland in de grond ligt.

2.2. Heijmans N.V., Structon Betongroep B.V., Gebroeders Van Kessel Wegenbouw B.V. en GMB Infra Projecten B.V. zijn vennoten van Betuweroute Drie V.O.F.

2.3. Bij door Betuweroute Drie V.O.F. aangenomen en door Gebr. Van Kessel Wegenbouw verrichte (graaf)werkzaamheden is op 16 maart 2004 ter hoogte van de Lingedijk/Provincialeweg oost te Wadenoijen een glasvezelkabel van Casema beschadigd.

2.4. Bij brief van 22 maart 2004 heeft Casema Betuweroute Drie c.s. aansprakelijk gesteld voor de schade.

2.5. Betuweroute Drie c.s. heeft haar aansprakelijkheid voor de schade erkend.

2.6. Casema heeft de schade laten herstellen door de glasvezelkabel over een lengte van ongeveer 4 kilometer te laten vervangen. De hiermee gemoeide kosten bedroegen

€ 39.775,90 (exclusief BTW).

2.7. Bij brief van 14 januari 2005 heeft Casema Betuweroute Drie V.O.F. verzocht de herstelkosten van € 39.775,90 (€ 47.333,32 inclusief BTW) binnen dertig dagen te betalen.

2.8. Betuweroute Drie c.s. heeft ter vergoeding van de schade op 28 september 2005 een bedrag van € 8.302,28 aan Casema betaald.

3. Het geschil

3.1. Casema vordert samengevat - veroordeling van Betuweroute Drie c.s. tot betaling van € 39.775,90 aan herstelkosten en € 144,65 aan wettelijke rente over de periode van 16 maart 2004 tot en met 28 september 2005. Dit zijn de bedragen die resteren nadat op een bedrag van € 39.775,90, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 16 maart 2004 en vermeerderd met 15% aan buitengerechtelijke kosten, het door Betuweroute Drie c.s. op 28 september 2005 betaalde bedrag van € 8.302,28 in mindering is gebracht.

3.2. Aan haar vordering legt Casema ten grondslag dat Betuweroute Drie c.s. onrechtmatig hebben gehandeld door een glasvezelkabel te beschadigen en dat zij op die grond gehouden zijn de daardoor geleden vermogensschade (bestaande uit onder meer de gemaakte herstelkosten) te vergoeden.

3.3. Betuweroute Drie c.s. voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Tussen partijen staat niet ter discussie dat Betuweroute Drie c.s. aansprakelijk is voor het jegens Casema toerekenbaar onrechtmatige handelen, bestaande uit het beschadigen van de glasvezelkabel van Casema. Betuweroute Drie c.s. dienen de daardoor door Casema geleden schade te vergoeden.

4.2. Casema heeft recht op vergoeding van het bedrag waarin de door beschadiging veroorzaakte waardevermindering kan worden uitgedrukt. Indien reparatie mogelijk en verantwoord is, is dit bedrag in het algemeen gelijk aan de naar objectieve maatstaven berekende herstelkosten. Als uitgangspunt dient te gelden dat Casema zoveel mogelijk in de toestand wordt gebracht waarin zij zou hebben verkeerd indien het onrechtmatig handelen achterwege was gebleven.

4.3. Volgens Casema kon herstel in de oude toestand alleen plaatsvinden door volledige vervanging van de glasvezelkabel over een lengte van ongeveer 4 kilometer, te weten de gehele kabel tussen twee laskasten. In het vervangen stuk zaten ten tijde van de beschadiging op 16 maart 2004 nog geen lasverbindingen of lasmoffen en door vervanging van een kleiner stuk van de glasvezelkabel, zoals door Betuweroute Drie c.s. wordt voorgestaan, zouden er twee lasverbindingen of lasmoffen in de glasvezelkabel komen. Aangezien een lasmof/lasverbinding zorgt voor (extra) demping van het door de glasvezelkabel verzonden signaal zou bij partiële vervanging de kwaliteit van het glasvezelnetwerk achteruit gaan vergeleken met de toestand van het netwerk voor de beschadiging.

4.4. Betuweroute Drie c.s. hebben bij conclusie van antwoord betwist dat op het vervangen traject ten tijde van de beschadiging op 16 mei 2004 nog geen lasmoffen c.q lasnaden zaten en toegezegd deze betwisting door middel van later in het geding te brengen schriftelijke stukken te onderbouwen. Nu dergelijke stukken niet in het geding zijn gebracht en namens Betuweroute Drie c.s. ter comparitie is verklaard dat zij ‘in principe’ bereid zijn ‘aan te nemen dat er in dit traject van vier kilometer nog geen lassen zaten’, gaat de rechtbank er vanuit dat Betuweroute Drie c.s. hun verweer op dit punt niet handhaven. De rechtbank houdt het er dan ook voor dat in het door Casema vervangen stuk glasvezelkabel ten tijde van de beschadiging op 16 maart 2004 nog geen lasverbindingen of lasmoffen zaten.

Betuweroute Drie c.s. hebben voorts niet weersproken dat bij gedeeltelijke vervanging extra lasnaden ontstaan c.q. extra lasmoffen moeten worden aangebracht en evenmin betwist dat daardoor het signaal wordt gedempt, zodat de rechtbank van de juistheid daarvan zal uitgaan.

4.5. Gelet op het vorenstaande kan worden aangenomen dat een volledig herstel in de oude toestand enkel kon geschieden door vervanging van vier kilometer glasvezelkabel en dat door gedeeltelijke vervanging van de kabel geen herstel in de oude toestand plaats zou vinden omdat daarbij immers sprake is van ‘restschade’ bestaande uit de demping van het signaal door lasnaden c.q. lasmoffen.

4.6. Betuweroute Drie c.s. hebben aangevoerd dat Casema in het onderhavige geval geen aanspraak kan maken op volledig herstel en - naar de rechtbank begrijpt - in redelijkheid genoegen moet nemen met een minder kostbaar herstel, waarbij slechts een geringe demping van het signaal zou optreden. Zij hebben er daarbij op gewezen dat Casema in het verleden vergelijkbare schade ook heeft hersteld door gedeeltelijke vervanging van de glasvezelkabel. Casema heeft dit laatste erkend en - kort samengevat - betoogd dat zij daarbij in het verleden de met gedeeltelijke vervanging gepaard gaande demping van het signaal voor lief heeft genomen, maar dat zij thans om haar moverende redenen (zoals met derden gemaakte afspraken over de maximaal toelaatbare demping op het glasvezelkabelnetwerk) heeft besloten met een dergelijk gedeeltelijk herstel geen genoegen te nemen. Anders dan in de vorige gevallen was de maximale demping over het gehele traject reeds bereikt en was geen speelruimte meer voor extra demping.

Naar het oordeel van de rechtbank staat het Casema, zoals zij ook betoogt, vrij om thans anders dan in het verleden de schade volledig te herstellen en ook de kosten van volledig herstel in rechte te vorderen. Betuweroute Drie c.s. kunnen aan die in het verleden door Casema gemaakte keuzes ook geen rechten ontlenen. De door Casema aangevoerde redenen om thans anders dan in het verleden over te gaan tot volledig herstel, zijn niet zodanig dat een beroep daarop naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn.

Casema heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat vervanging van de kabel over een gehele lengte van vier kilometer noodzakelijk was om de reeds aanwezige demping van het signaal niet te vergroten en dat overschrijding van de contractueel maximaal toegelaten demping haar tot (grote) schadevergoeding zou verplichten. Onder die omstandigheden was de keuze voor een volledig herstel - zonder verdere demping - alleszins redelijk te noemen. De rechtbank merkt op dat het niet op de weg van Casema ligt om de noodzaak van volledig herstel aan te tonen - een volledig herstel van de zaak is immers uitgangspunt bij onrechtmatige daad -, maar dat het op de weg van Betuweroute Drie c.s. ligt om aannemelijk te maken dat het in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn om geen genoegen te nemen met onvolledig herstel. Daartoe hebben Betuweroute Drie c.s. echter hun stellingen te weinig geconcretiseerd.

4.7. Betuweroute Drie c.s. hebben voorts nog gesteld dat Casema haar schade had moeten beperken en had moeten zoeken naar een goedkopere wijze van herstel waarbij het totaal aantal van 26 (voor de beschadiging op 16 maart 2004 reeds aanwezige) lasnaden c.q lasmoffen niet zou worden vergroot en de demping derhalve gelijk zou blijven met die van voor 16 maart 2004. Betuweroute Drie c.s. betwisten hiermee naar de rechtbank begrijpt de redelijkheid van de gekozen herstelmethode in verband met de daaraan verbonden kosten. Voor een dergelijke betwisting is het onvoldoende te stellen dat er een mogelijk goedkopere wijze van herstel is. Gemotiveerd zal moeten worden gesteld dat een reëel, redelijk en substantieel goedkoper alternatief voorhanden was voor de door Casema verrichte wijze van herstel en dat van Casema in redelijkheid had kunnen worden gevergd dat zij tot die alternatieve wijze van herstel was overgegaan.

De door Betuweroute Drie c.s. geopperde mogelijkheid komt er op neer dat het nadeel van het ontstaan van lasnaden bij gedeeltelijke vervanging van de kabel ter plaatse van de beschadiging, wordt gecompenseerd door vervanging van een deel van de glasvezelkabel met meerdere lasnaden elders op het traject en waarbij de kosten van twee vervangingen de kosten van één vervanging van vier kilometer niet overschrijden. Casema heeft, wijzend op het ontbreken van inzicht in de exacte locaties van de gemaakte lassen en gelet op hoge kosten van vervanging van kabels die onder het asfalt liggen alsmede wijzend op het belang van het snel realiseren van een oplossing, betwist dat de genoemde optie een reële optie is of was. Zonder nadere toelichting, die evenwel ontbreekt, ziet de rechtbank in de door Betuweroute Drie c.s. genoemde mogelijkheid niet een reëel, redelijk en substantieel goedkoper alternatief. Het had op de weg van Betuweroute Drie c.s. gelegen hun stellingen in dezen concreet en onderbouwd te motiveren. Nu zij dit hebben nagelaten, wordt hieraan daarom voorbijgegaan. Nu andere alternatieven door Betuweroute Drie c.s. niet zijn gesteld en de rechtbank daarvan evenmin is gebleken, gaat de rechtbank uit van de redelijkheid van de gekozen herstelmethode en de in verband daarmee gemaakte en thans gevorderde herstelkosten.

4.8. De overige door partijen aangevoerde feiten en omstandigheden, voor zover deze dienen te worden opgevat als stellingen en verweren, behoeven geen nadere bespreking omdat deze, indien besproken, niet leiden tot andere dan de hiervoor gegeven oordelen.

4.9. Aan de benoeming van een deskundige, welke mogelijkheid ter comparitie met partijen is besproken en waarover zij zich bij akte hebben uitgelaten, heeft de rechtbank geen behoefte.

4.10. Resumerend kan de door het onrechtmatige handelen van Betuweroute Drie c.s. veroorzaakte waardevermindering worden begroot op een bedrag gelijk aan de kosten van de vervanging van vier kilometer glasvezelkabel, waarmee de situatie in de oude toestand werd hersteld.

4.11. Het door Casema gevorderde bedrag van € 39.775,90, dat volgens haar gemoeid was met de genoemde vervanging, is als zodanig niet betwist. De ingangsdatum van de daarover gevorderde wettelijke rente, stelt de rechtbank - als gevorderd - vast op de dag waarop de schade is veroorzaakt, te weten op 16 maart 2004. De rente tot en met 28 september 2005, te weten de dag dat door Betuweroute Drie c.s. een bedrag van € 8.302,28 werd betaald, bedroeg € 2.446,29. Na het in mindering brengen van voormelde betaling op de rente en de hoofdsom heeft Casema nog een bedrag van

€ 33.919,91 (€ 39.775,90 - (€ 8.302,28 - € 2.446,29)), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 29 september 2005, te vorderen van Betuweroute Drie c.s. Dit bedrag ligt dan ook voor toewijzing gereed.

4.12. Casema heeft ter vergoeding van buitengerechtelijke kosten een bedrag gelijk 15% van de hoofdsom, te weten € 5.966,36 gevorderd. Casema heeft ter toelichting betoogd dat zij met haar advocaat een honorarium van 15 % van de hoofdsom ter vergoeding van de kosten van rechtsbijstand is overeengekomen en dat de kosten zijn gemaakt voor het aanleggen van het dossier, het bepalen van de juridische positie en overleg en correspondentie met Casema en haar wederpartij. De rechtbank acht voldoende aangetoond dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht en dat schikkingsonderhandelingen hebben plaatsgevonden. Ten aanzien van de kosten daarvan stelt zij voorop dat de kosten die op grond van artikel 241 juncto de artikelen 237 tot en met 240 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering onder de vergoeding wegens proceskosten worden begrepen, niet voor vergoeding op grond van artikel 6:96, tweede lid, BW in aanmerking komen. Wat het daadwerkelijk aan een raadsman te betalen bedrag wegens verleende rechtsbijstand is, is voor de hoogte van de in rechte toe te wijzen vergoeding van de proceskosten niet van belang. De hoogte van de proceskosten wordt immers bepaald aan de hand van de hoogte van de ingediende vordering. Voor zover de gevorderde vergoeding betrekking heeft op het aanleggen van het dossier en het bepalen van de juridische positie moet deze worden afgewezen omdat een vergoeding daarvan reeds onder de proceskosten is begrepen. Nu voor het overige niet gesteld of voldoende aannemelijk is gemaakt dat ten behoeve van Casema werkzaamheden zijn verricht die een hogere vergoeding rechtvaardigen dan is aanbevolen in het rapport Voor-werk II, zal de gevorderde vergoeding wegens buitengerechtelijke incassowerkzaamheden voor het overige ambtshalve worden gematigd tot een bedrag gelijk aan twee punten van het toepasselijke liquidatietarief, zijnde € 1.158,00.

4.13. Betuweroute Drie c.s. zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Casema worden begroot op:

- dagvaardingen € 213,96 (3 x € 71,32)

- vast recht 900,00

- salaris procureur 1.447,50 (2,5 punt × tarief € 579,00)

Totaal € 2.561,46

5. De beslissing

De rechtbank:

5.1. veroordeelt Betuweroute Drie c.s. om aan Casema te betalen een bedrag van

€ 35.077,91 (vijfendertigduizendzevenenzeventig euro en eenennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het nog niet betaalde deel van het bedrag van € 33.919,91 vanaf 28 september 2005 tot de dag van volledige betaling,

5.2. veroordeelt Betuweroute Drie c.s. in de proceskosten, aan de zijde van Casema tot op heden begroot op € 2.561,46

5.3. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Noordraven en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2007.