Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BA5399

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
27-03-2007
Datum publicatie
21-05-2007
Zaaknummer
153525
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

De vraag is of gedaagde door indiensttreding bij Market Trailers het concurrentiebeding overtreedt. Voor beantwoording van deze vraag is van belang na te gaan welke uitleg dient te worden gegeven aan het concurrentiebeding. Partijen verschillen daarover van mening. Ingevolgde het zogenaamde Haviltex-arrest (HR 13 maart 1981 NK 1981, 635) dient bij die uitleg niet alleen te worden gelet op de bewoordingen van de vennootschapsovereenkomst, maaar komt het ook aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij dient ook gekeken te worden naar de positie van beide partijen en de over en weer kenbare belangen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 153525 / KG ZA 07-170

Vonnis in kort geding van 27 maart 2007

in de zaak van

1. de vennootschap onder firma

[eiser] MARKTWAGENS V.O.F.,

gevestigd te [woonplaats],

2. [eiser],

wonende te [woonplaats],

3. [eiser],

wonende te [woonplaats],

eisers in conventie bij dagvaarding van 20 maart 2007,

verweerders in voorwaardelijke reconventie,

procureur mr. W.D. Huizinga,

advocaat mr. J.D. van Vlastuin te Utrecht,

tegen

1. [gedaagde],

wonende te [woonplaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BK MARKET TRAILERS B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

gedaagden in conventie,

eisers in voorwaardelijke reconventie,

advocaat mr. E.J. de Groot te Utrecht.

Partijen zullen hierna respectievelijk de VOF, [eiser sub 2], [eiser sub 3], [gedaagde sub 1] en Market Trailers worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [gedaagde sub 1], tevens inhoudende een eis in voorwaardelijke reconventie, met producties

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten in conventie en in voorwaardelijke reconventie

2.1. Op 29 maart 2005 hebben [eiser sub 2], [eiser sub 3] en [gedaagde sub 1] met elkaar een vennootschapsovereenkomst gesloten. In deze overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen.

“Artikel 1: Naam en doel

De vennootschap draagt de naam [eiser sub 2] & [gedaagde sub 1] Marktwagens VOF en heeft ten doel het gezamenlijk en voor gemeenschappelijke rekening uitoefenen van een handelsbedrijf in marktwagens met al hetgeen daartoe in de ruimste zin behoort.

Artikel 3: Tijdsduur

De vennootschap is ingegaan per 1 februari 2005 en duurt voort voor onbepaalde tijd.

Artikel 5: Concurrentiebeding

1. Na beëindiging van de vennootschap is het de vennoot die ter zake van deze beëindiging een vergoeding voor goodwill heeft ontvangen, verboden om gedurende twee jaar binnen een straal van 100 kilometer bezien vanuit [woonplaats], hetzelfde of vergelijkbaar bedrijf uit te oefenen of te doen uitoefenen als de vennootschap.

2. De vennoot, die in strijd handelt met dit artikel, verbeurt voor elke overtreding casu quo voor elke dag dat een verboden toestand voortduurt, op eerste aanmaning, zonder sommatie of ingebrekestelling, een bedrag van € 500,- aan de andere vennoten gezamenlijk, onverminderd alle ingevolge deze overeenkomst en/of de wet aan de andere vennoten in deze toekomende andere rechten.”

2.2. Op 15 januari 2007 hebben [eiser sub 2], [eiser sub 3] en [gedaagde sub 1] een overeenkomst gesloten in verband met de ontbinding van de onder 2.1. bedoelde VOF en ter regeling van de gevolgen van die ontbinding. In deze overeenkomst is onder meer het volgende opgenomen.

“De ondergetekenden:

1. de heer G.F. [gedaagde sub 1] (…)

hierna te noemen vennoot 1

2. de heer J. [eiser sub 3] (…)

hierna te noemen vennoot 2

3. de heer C.J. [eiser sub 2] (…)

hierna te noemen vennoot 3

In aanmerking nemende:

- dat de vennoten om hen moverende redenen hun samenwerking in het kader van die vennootschap onder firma beëindigen;

dat de vennoot 1 de uittredende vennoot is met medeneming van enkele nader in de akte omschreven bedrijfsmiddelen en dat vennoot 2 en vennoot 3 degene zijn die de onderneming van de vennootschap onder firma hoofdzakelijk overnemen en voortzetten als vennootschap onder firma;

- dat zij op 23 november 2006 overeenstemming hebben bereikt terzake van de ontbinding van de vennootschap onder firma per 30 september 2006 alsmede terzake van de regeling van de gevolgen van die ontbinding voor de onderneming van de vennootschap onder firma en de gerechtigdheid van ieder van hen in haar vermogen;

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1. Ontbinding

De vennootschap onder firma genaamd “[eiser sub 2] & [gedaagde sub 1] Marktwagens” wordt ontbonden per 30 september 2006.

Artikel 2. Voortzetting onderneming

1.

De onderneming van de vennootschap onder firma wordt per 1 oktober 2006 voortgezet door vennoot 2 en vennoot 3 die gerechtigd is desgewenst de onderneming te drijven onder de naam: “[eiser sub 2] & [gedaagde sub 1] Marktwagens” dan wel onder een andere door hen te bepalen naam.

Artikel 3. Activa en Passiva

1.

Alle activa en passiva als vermeld in de aan deze overeenkomst gehechte en voor akkoord door alle partijen geparafeerde balans van de vennootschap onder firma worden toegedeeld aan vennoot 2 en vennoot 3 in de staat, waarin deze zich thans bevinden met alle lusten en lasten, rechten en bezwaren.

2.

De goodwill is vastgesteld op € 1.906 en zal worden verrekend met het negatief kapitaal van vennoot 1 per 30 september 2006.

Artikel 4. Koopsom

1.

De vennoten komen overeen dat ontbinding zal geschieden volgens hierna beschreven financiële verrekening.

a. Vennoot 1 neemt de [auto] met kenteken [kenteken] over tegen betaling van

€ 2.000. De verschuldigde omzetbelasting komt voor rekening van de vennootschap onder firma.

b. Vennoot 1 stort € 2.500 ter aanzuivering van zijn kapitaalrekening in de vennootschap onder firma.

c. De resterende negatieve stand van de kapitaalrekening van vennoot 1 wordt verrekend met de te ontvangen goodwill.”

2.3. [eiser sub 2] en [eiser sub 3] hebben de naam van de vennootschap onder firma gewijzigd in [eiser sub 2] Marktwagens VOF (eiseres sub 1, de VOF).

2.4. [gedaagde sub 1] heeft vervolgens kenbaar gemaakt in dienst te willen treden bij Market Trailers.

2.5. Blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel voor Oost Nederland houdt Market Trailers zich bezig met “verkoop en verhuur van aanhangwagens, alsmede het onderhoud, reparatie en onderdelenvoorziening daarvan, het onderhoud, onderdelenvoorziening en reparatie van caravans en marktwagens, nieuwbouw van verkoopwagens, afwerken en inrichten van verkoopwagens en dergelijke”.

2.6. Bij brief van 2 februari 2007 heeft de advocaat van de VOF, [eiser sub 2] en [eiser sub 3] [gedaagde sub 1] medegedeeld dat zij het aangaan van een dienstverband bij Market Trailers in strijd achten met het concurrentiebeding van artikel 5 van de vennootschapsovereenkomst. [gedaagde sub 1] is daarbij gesommeerd niet te handelen in strijd met dit concurrentiebeding. Tevens is aangegeven dat bij overtreding daarvan aanspraak zal worden gemaakt op de overeengekomen boete van € 500,- per dag dat in strijd met het concurrentiebeding wordt gehandeld.

2.7. Bij brief van 13 maart 2007 heeft de advocaat van de VOF, [eiser sub 2] en [eiser sub 3] Market Trailers gewezen op het tussen hen en [gedaagde sub 1] overeengekomen concurrentiebeding. Daarbij is aangegeven dat het gebruikmaken van de toerekenbare tekortkoming van [gedaagde sub 1] een eigen onrechtmatige daad oplevert.

2.8. De heer E. Bruinekreeft, directeur van Market Trailers, heeft daarop medegedeeld dat [gedaagde sub 1] met ingang van 21 maart 2007 in dienst treedt bij Market Trailers.

3. Het geschil

in conventie

3.1. De VOF, [eiser sub 2] en [eiser sub 3] vorderen, telkens op straffe van een dwangsom, dat:

a. [gedaagde sub 1] wordt verboden om voor 30 september 2008 binnen een straal van 100 kilometer rond [woonplaats] activiteiten te verrichten die concurreren met de activiteiten van de VOF;

b. [gedaagde sub 1] wordt verboden om voor 30 september 2008 in dienst te treden van Market Trailers, dan wel van een aan haar verbonden onderneming;

c. Market Trailers

primair wordt verboden om [gedaagde sub 1] voor 30 september 2008 zelf of via een gelieerde onderneming in dienst te nemen, dan wel met hem een samenwerkingsverband aan te gaan, voor zover dit ziet op het verrichten van activiteiten die concurreren met de activiteiten van de VOF binnen een straal van 100 kilometer rond [woonplaats], dan wel;

subsidiair wordt verboden om [gedaagde sub 1] ten behoeve van haar onderneming activiteiten te laten verrichten die concurreren met de activiteiten van de VOF, eveneens binnen een straal van 100 kilometer rond [woonplaats].

3.2. De VOF, [eiser sub 2] en [eiser sub 3] leggen het volgende aan hun vorderingen ten grondslag.

Primair schiet [gedaagde sub 1] toerekenbaar tekort in de nakoming van de op hem rustende verplichtingen voortvloeiende uit de vennootschapsovereenkomst, door per 21 maart 2007 in dienst te treden van Market Trailers, een onderneming die zicht richt op exact hetzelfde marktsegment als de VOF. [gedaagde sub 1] handelt dan in strijd met het overeengekomen concurrentiebeding. Een redelijke interpretatie van het concurrentiebeding brengt immers met zich mee dat daaronder niet alleen valt het zelf uitoefenen van een concurrerende onderneming, maar ook het in loondienst treden bij een concurrent. Een ruime uitleg strookt ook met de ratio van een dergelijk verbod.

Subsidiair handelt [gedaagde sub 1], indien hij in dienst treedt bij Market Trailers, onrechtmatig jegens hen. Hij heeft immers samen met [eiser sub 2] en [eiser sub 3] de VOF opgericht en treedt nu met medeneming van alle bedrijfs- en klantengegevens in dienst van een concurrent.

Market Trailers ten slotte handelt onrechtmatig jegens de VOF, [eiser sub 2] en [eiser sub 3] omdat zij profiteert van het toerekenbaar tekortschieten van [gedaagde sub 1]. Zij is immers op de hoogte van het concurrentiebeding en blijft desondanks voornemens [gedaagde sub 1] in dienst te nemen. Dit is onrechtmatig jegens de VOF, [eiser sub 2] en [eiser sub 3].

in voorwaardelijke reconventie

3.3. [gedaagde sub 1] en Market Trailers vorderen in voorwaardelijke reconventie, namelijk indien en voor zover de vorderingen van de VOF, [eiser sub 2] en [eiser sub 3] in conventie voor toewijzing in aanmerking komen, dat het tussen partijen overeengekomen non-concurrentiebeding wordt geschorst totdat bij een eventuele uitspraak door de in artikel 15 van de vennootschapsovereenkomst omschreven scheidslieden ten gronde anders zal zijn beslist.

3.4. [gedaagde sub 1] en Market Trailers leggen - kort gezegd - het volgende aan hun vordering in voorwaardelijke reconventie ten grondslag. Met toepassing van de Haviltex-formule valt het in loondienst treden van [gedaagde sub 1] bij Market Trailers niet onder de reikwijdte van het concurrentiebeding. Vanwege het heldere taalgebruik is het volstrekt duidelijk wat partijen hebben beoogd en wat zij van elkaar konden verwachten. De tekst wijkt ook af van een standaard beding. Als partijen een standaard beding hadden gewild, waren zij dit wel overeengekomen. Voorts is van belang acht te slaan op de zogenaamde contra-preferentem regel en de eisen van redelijkheid en billijkheid. Op grond van deze omstandigheden dienen de vorderingen in conventie te worden afgewezen. Indien desondanks anders wordt geoordeeld, dient het concurrentiebeding in ieder geval (voorlopig) te worden geschorst.

in conventie en voorwaardelijke reconventie

3.5. [gedaagde sub 1], Market Trailers, de VOF, [eiser sub 2] en [eiser sub 3] voeren op de vordering(en) van de andere partijen gemotiveerd verweer waarop, voor zover van belang, hierna zal worden ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

4.1. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de stellingen van de VOF, [eiser sub 2] en [eiser sub 3].

4.2. Voorop wordt gesteld dat niet in geschil is dat [gedaagde sub 1] bij zijn uittreding uit ‘[eiser sub 2] & [gedaagde sub 1] Marktwagens VOF’ (hierna eveneens ‘de VOF’ genoemd, nu het feitelijk om een en dezelfde vennootschap onder firma gaat) een vergoeding voor goodwill heeft ontvangen, die vervolgens is verrekend met zijn negatieve kapitaal in die vennootschap. Daarmee is voldaan aan de voorwaarde waaronder het concurrentiebeding van artikel 5 van de vennootschapsovereenkomst in werking treedt. Deze bepaling geldt namelijk slechts ten aanzien van ”de vennoot die ter zake van deze beëindiging een vergoeding voor goodwill heeft ontvangen”.

4.3. De vraag die vervolgens dient te worden beantwoord is, of [gedaagde sub 1] door indiensttreding bij Market Trailers het concurrentiebeding daadwerkelijk overtreedt. Voor beantwoording van deze vraag is van belang na te gaan welke uitleg dient te worden gegeven aan het concurrentiebeding. Partijen verschillen daarover van mening. Ingevolge het zogenaamde Haviltex-arrest (Hoge Raad 13 maart 1981 NJ 1981, 635) dient bij die uitleg niet alleen te worden gelet op de bewoordingen van de vennootschapsovereenkomst, maar komt het ook aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepaling mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij dient ook gekeken te worden naar de positie van beide partijen en de over en weer kenbare belangen.

4.4. Uit de tekst van het concurrentiebeding volgt dat het is verboden om gedurende twee jaar binnen een straal van 100 kilometer bezien vanuit [woonplaats], hetzelfde of vergelijkbaar bedrijf uit te oefenen of te doen uitoefenen als de vennootschap. Het in loondienst treden bij een concurrerende onderneming is derhalve niet in deze bepaling opgenomen.

Voorts is van belang dat de VOF, [eiser sub 2] en [eiser sub 3] geen feiten of omstandigheden hebben aangedragen waaruit volgt dat partijen in de gegeven omstandigheden over en weer een ruimere betekenis aan deze bepaling mochten toekennen en dat zij ook redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten dat er conform die ruimere betekenis zou worden gehandeld. Dat er sprake is geweest van een omissie is op geen enkele wijze gebleken. Bij het sluiten van de vennootschapsovereenkomst hadden zowel [eiser sub 2] en [eiser sub 3] als [gedaagde sub 1] hetzelfde doel, te weten het gezamenlijk aangaan van een vennootschap onder firma. Voor het opstellen van de bepalingen van de overeenkomst, waaronder het concurrentiebeding, hebben zij zich laten bijstaan door een accountant. Ter zitting is gebleken dat daarbij niet is gesproken over een ruime uitleg van het concurrentiebeding.

4.5. Voorshands geoordeeld dient het concurrentiebeding dan ook op bovengenoemde, beperkte wijze te worden uitgelegd. Dit betekent dat van overtreding van artikel 5 van de vennootschapsovereenkomst geen sprake is indien [gedaagde sub 1] bij Market Trailers in loondienst treedt. Van toerekenbaar tekortschieten door [gedaagde sub 1] is evenmin sprake en Market Trailers handelt niet onrechtmatig jegens de VOF, [eiser sub 2] en [eiser sub 3].

Bij een en ander speelt de contra-preferentem regel overigens geen rol. Deze regel houdt kort gezegd in dat in geval van onduidelijkheid het beding moet worden uitgelegd ten nadele van degene die de bepaling heeft bedongen. In het onderhavige geval hebben de vennoten echter gezamenlijk het concurrentiebeding bedongen.

4.6. Subsidiair stellen de VOF, [eiser sub 2] en [eiser sub 3] nog dat [gedaagde sub 1] onrechtmatig jegens hen handelt door met medeneming van alle bedrijfs- en klantengegevens van de VOF in dienst te treden bij een concurrent.

4.7. Voor de vaststelling dat er in een dergelijk geval sprake is van onrechtmatig handelen, dient te zijn voldaan aan verschillende vereisten. Het moet gaan om het gebruik maken van kennis en gegevens omtrent klanten opgedaan ten tijde van het bestaan van de VOF, waardoor stelselmatig en substantieel duurzaam debiet van deze VOF wordt afgebroken (vergelijk het arrest Boogaard/Vesta, Hoge Raad 9 december 1955, NJ 1956, 157). Gesteld noch gebleken is echter dat hiervan in de onderhavige zaak sprake is. Integendeel, vast is komen te staan - zoals hierna nog nader zal worden overwogen - dat [gedaagde sub 1] sinds maart 2006 niet of nauwelijks meer werkzaamheden heeft verricht voor de VOF, en dus ook nauwelijks contact heeft gehad met klanten.

4.8. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vorderingen van de VOF, [eiser sub 2] en [eiser sub 3] zullen worden afgewezen.

4.9. Ten overvloede wordt nog het volgende overwogen.

Op 29 maart 2005 is de vennootschapsovereenkomst gesloten en op 15 januari 2007 is de VOF per 30 september 2006 weer ontbonden. Vast is komen te staan dat [gedaagde sub 1] met ingang van 22 maart 2006 fulltime is gaan werken voor Bredenoord Aggregaten BV te Apeldoorn in de functie van commercieel technisch adviseur. [gedaagde sub 1] heeft ter zitting verklaard dat hij vanaf dat moment niet of nauwelijks meer werkzaamheden heeft verricht voor de VOF, en dus ook nauwelijks contact heeft gehad met klanten. Hij besteedde gemiddeld nog één avond per week tijd aan de VOF. Gelet op deze omstandigheden acht de voorzieningenrechter beperking van de duur van het concurrentiebeding tot één jaar op zijn plaats, ingaande op het moment dat [gedaagde sub 1] feitelijk geen werkzaamheden meer verrichtte voor de VOF, te weten 22 maart 2006. Omdat deze termijn inmiddels is verstreken, zouden de vorderingen van de VOF, [eiser sub 2] en [eiser sub 3], indien het concurrentiebeding - anders dan hiervoor is overwogen - op een ruime wijze zou moeten worden uitgelegd, ook om deze reden worden afgewezen.

4.10. De VOF, [eiser sub 2] en [eiser sub 3] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde sub 1] en Market Trailers worden begroot op:

- vast recht € 251,00

- salaris advocaat € 816,00

Totaal € 1.067,00

in voorwaardelijke reconventie

4.11. Nu de vorderingen in conventie van de VOF, [eiser sub 2] en [eiser sub 3] zullen worden afgewezen, behoeft de vordering in voorwaardelijke reconventie van [gedaagde sub 1] en Market Trailers geen verdere bespreking.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in conventie

5.1. wijst de vorderingen af;

5.2. veroordeelt de VOF, [eiser sub 2] en [eiser sub 3] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde sub 1] en Market Trailers tot op heden begroot op € 1.067,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. de Vries en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. van Gameren op 27 maart 2007.