Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BA2965

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
29-03-2007
Datum publicatie
16-04-2007
Zaaknummer
05/690 R en 05/691 R
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2007:BB1056, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek tot tussentijdse beeindiging schuldsaneringsregeling.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

afwijzing tussentijdse beëindiging schuldsanering

insolventienummers: 05/690 R en 05/691 R / es

nummers verklaringen: DUI0110500210 en DUI0110500202

uitspraakdatum: 29 maart 2007

Rechtbank Arnhem,

ENKELVOUDIGE KAMER

Bij vonnissen van deze kamer van 29 augustus 2005 is de definitieve schuldsa¬nering uitgesproken ten aanzien van respectievelijk:

[schuldenaar]

en

[schuldenaar]

De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van [schuldenaren] ingediend door mr. C.J. Diks, advocaat en procureur te Nijmegen, namens Arenda b.v. te Reeuwijk. Naar aanleiding van dit verzoek zijn de schuldenaren opgeroepen voor de terechtzitting van 20 maart 2007, alwaar zij zijn verschenen. Verder zijn verschenen de bewindvoerder mevrouw mr. M.C. Ording, mr. C.J. Diks en namens Arenda de gemachtigde mr. S. Roskam.

De rechtbank heeft voorts kennis genomen van het verslag van de bewindvoerder van 21 februari 2007.

Uit de stukken en ter terechtzitting is het volgende gebleken.

De schuldenaren hebben in 2001, met bij Cashplan, nu Arenda, geleend geld een Opel Zafira gekocht waarop ten behoeve van Arenda een bezitloospandrecht rust. De Opel is in 2002 ingeruild voor een andere auto. De opbrengst van de Opel is dus aangewend voor de aanchaf van de vervangende auto enniet naar Arenda B.V. gegaan.

Ter terechtzitting hebben de schuldenaren net als bij het verhoor van de rechter-commissaris medegedeeld dat zij de akte tot bezitloze verpanding inderdaad hebben getekend, maar dat ze eigenlijk niet wisten waar ze nou precies voor tekenden. De Opel Zafira is ingeruild voor een andere auto op een moment dat er nog geen sprake was van financiële problemen. De schuldenaren blijven bij hun eerder ingenomen standpunt dat als zij geweten hadden dat de auto niet verkocht/ingeruild mocht worden, zij dit ook zeker niet hadden gedaan.

Naar oordeel van mr. Diks hadden de schuldenaren moeten weten wat de akte tot bezitloze verpanding inhoudt, omdat een ieder de wet hoort te kennen. Hij wijst er verder op dat het verkopen van een auto waarop een pandrechtrecht is gevestigd een strafbaar feit is. Verder wijst de raadsman op het feit dat Arenda thans duidelijk in haar contracten heeft opgenomen dat een auto waarop een pandrecht rust niet mag worden verkocht.

- 2 -

insolventienummers: 05/690 R en 05/691 R / es

nummers verklaringen: DUI0110500210 en DUI0110500202

De bewindvoerder is van oordeel, dat het voor de schuldenaren niet duidelijk was dat de auto niet mocht worden verkocht en dat niet gebleken is dat de schuldenaren niet te goeder trouw hebben gehandeld.

De rechtbank overweegt het volgende. Naar aanleiding van hetgeen ter zitting is behandeld, is de rechtbank van oordeel dat niet voldoende aannemelijk is geworden dat de schuldenaren bij de inruil van de verpande auto niet te goeder trouw hebben gehandeld. Weliswaar kan hun worden verweten dat zij zich ten aanzien van de gevolgen van het tekenen van de akte tot bezitloze verpanding niet goed hebben laten informeren, op geen enkele wijze is echter gebleken dat zij bij de verkoop van de auto zich bewust waren van het nadeel voor Arenda, laat staan dat er bij hen tot een dergelijke benadeling enige vorm van opzet bestond. Zo bleek uit de akte van verpanding niet dat zij de auto niet mocht verkopen. Daarnaast is het van belang dat de schuldenaren tot het moment van toelating tot de schuldsaneringsregeling de aflossingen aan Arenda hebben voldaan, hetgeen hun verklaring ondersteund dat zij niet de bedoeling hadden Arenda te benadelen.

Gelet op het vorenstaande en gelet op de omstandigheden dat tussen de inruil en de toelating tot de schuldsaneringsregeling een periode van 3 jaar heeft gezeten waarin (ook overigens) geen sprake was van het ontbreken van goede trouw bij het ontstaan of onbetaald laten van schulden, is de rechtbank van oordeel dat niet aannemelijk is dat de schuldenaren als hetgeen, thans namens Arenda naar voren is gebracht, bij de toelatingszitting bekend was geweest het verzoek tot toelating zou zijn afgewezen.

De rechtbank overweegt voorts dat geen aanwijzing bestaat dat de schuldenaren op dit punt bij de toelatingszitting welbewust informatie hebben achtergehouden.

Overigens is niet gebleken dat de schuldenaren de verplichtingen voortvloeiende uit de schuldsaneringsregeling niet naar behoren nakomen. De rechtbank ziet in het vorenstaande geen aanleiding om de schuldsaneringsregeling van de schuldenaren tussentijds te beëindigen.

Het verzoek van Arenda b.v. zal derhalve worden afgewezen.

BESLISSING

De rechtbank:

- wijst af het verzoek Arenda b.v., ingediend door mr. C.J. Diks, tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van C.P.J. Willems en H.K. Fränkel.

-3-

insolventienummers: 05/690 R en 05/691 R / es

nummers verklaringen: DUI0110500210 en DUI0110500202

Gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen, lid van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 maart 2007 in tegenwoordigheid van de griffier.