Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BA1917

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
26-03-2007
Datum publicatie
29-03-2007
Zaaknummer
433214 CV Expl. 06/1654
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opvolgend werkgever sluit nieuwe pensioenverzekering af; instemming werknemers met nieuwe pensioenreglement; vergelijking pensioenreglementen; benoeming deskundige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Arnhem

zaakgegevens 433214 \ CV EXPL 06-1654 \ HK/198/HK

uitspraak van 26 maart 2007

Vonnis

in de zaak van

1. de vereniging met volledige rechtsbevoegdheid Abvakabo FNV

gevestigd te Zoetermeer

2. [eiser 2]

wonende te Borne

3. [eiser 3]

wonende te Borne

4. [eiser 4]

wonende te Hengelo

5. [eiser 5]

wonende te Zenderen

6. [eiser 6]

wonende te Borne

7. [eiser 7]

wonende te Neede

8. [eiser 8]

wonende te Hengelo

9. [eiser 9]

wonende te Oldenzaal

eisende partij

gemachtigde mr. A. van Deuzen

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Zwembad 't Wooldrik BV

gevestigd te Westervoort

procederend in persoon

gedaagde partij

Partijen worden hierna ook Abvakabo en ’t Wooldrik genoemd.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit

- het tussenvonnis van 5 februari 2007

- de aantekeningen van de griffier van de comparitie van partijen van 28 februari 2007.

De verdere beoordeling van het geschil

In deze procedure dienen de volgende vragen te worden beantwoord:

a. zijn eisers op enig moment akkoord gegaan met het Pensioenreglement van Aegon;

b. indien nee, is het Pensioenreglement van Aegon gelijkwaardig aan dat van ABP;

c. heeft eiseres sub 1 recht op een schadevergoeding ex artikel 15 jº 16 van de Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst (Wet CAO).

De vraag ad a is het meest verstrekkend, zodat daarop eerst zal worden beslist.

Instemming eisers met Pensioenreglement Aegon?

Uit de in de procedure overgelegde schriftelijke stukken valt nergens op te maken dat eisers sub 2 tot en met 9 op enig moment hebben ingestemd met het pensioenreglement van Aegon.

Ter terechtzitting is ’t Wooldrik uitdrukkelijk gevraagd of zij concreet kon aangeven wanneer en op welke wijze eisers sub 2 tot en met 9 akkoord zijn gegaan met het pensioenreglement van Aegon. De heer [x] antwoordde dat dit geweest zou zijn tijdens een bijeenkomst begin 2000.

Dat is te vaag. Op geen enkele wijze wordt aangegeven waarover partijen het concreet eens zouden zijn. Dat er op wezenlijke punten overeenstemming zou zijn, is ook niet waarschijnlijk, nu uit de overgelegde stukken duidelijk blijkt dat in het bijzonder mevrouw A. [y] van Abvakabo voortdurend op- en aanmerkingen had over het pensioenreglement van Aegon. In het bijzonder blijkt dit uit haar brief van 22 februari 2000 aan ’t Wooldrik. Daarin vermeldt zij uitdrukkelijk: “Voor het overige valt het nodige op- en aan te merken over het reglement. Zeker in vergelijking met die van het ABP, want dat er geen sprake is van gelijkwaardigheid, dat lijkt mij wel duidelijk.”

Uit de latere correspondentie tussen mevrouw [y] en ’t Wooldrik blijkt dat partijen juist geen overeenstemming hebben.

’t Wooldrik voert voorts aan dat instemming van eisers 2 tot en met 9 met het Pensioenreglement van Aegon blijkt uit de omstandigheid dat zij allen hebben getekend voor ontvangst van het reglement.

Daarover is de kantonrechter van oordeel dat het enkele tekenen van een stuk voor ontvangst niet kan inhouden dat men met de inhoud van het stuk akkoord gaat.

‘t Wooldrik heeft met betrekking tot dit onderdeel verder nog betoogd, dat uit het op 26 november 2003 tussen de nieuwe exploitant van het zwembad en ’t Wooldrik afgesloten Sociaal Plan 2003 blijkt, dat zij aan haar pensioenverplichtingen jegens eisers sub 2 tot en met 9 heeft voldaan.

‘t Wooldrik verwijst daarvoor naar artikel 10 lid 1 van het Sociaal Plan 2003 waarin is bepaald: “ESG Borne B.V. zal voor de betrokken medewerkers een pensioenregeling afsluiten bij de Stichting Pensioenfonds Verblijfsrecreatie … De regeling zal minimaal gelijkwaardig zijn aan de regelingen ingevolge het Pensioenreglement van Aegon. Zonodig wordt de gelijkwaardigheid vorm gegeven via een aanvullende polis”

‘t Wooldrik stelt dat als partijen het niet eens zouden zijn over het bestaande pensioenreglement, een dergelijke passage nimmer in het Sociaal Plan 2003 zou zijn opgenomen. In ieder geval zou dan het pensioenreglement zeker niet als uitgangspunt dienen voor het af te sluiten Sociaal Plan 2003.

Abvakabo heeft gewezen op artikel 10 lid 2 van het Sociaal Plan 2003 dat inhoudt: “Voor de medewerkers, die in het kader van de verzelfstandiging van het beheer en de exploitatie van het Zwembadcomplex ’t Wooldrik per 01 september 1999 in dienst zijn getreden van ’t Wooldrik b.v. blijft ook op dit punt het Sociaal Plan 1999 van toepassing.”

Artikel 10 lid 2 van het Sociaal Plan 2003 kan naar het oordeel van de kantonrechter niet anders worden gelezen dan dat het Sociaal Plan 2003 niet van toepassing is op eisers sub 2 tot en met 9. Voor hen blijft gelden het Sociaal Plan 1999. In tegenstelling tot wat ’t Wooldrik betoogt kan jegens eisers sub 2 tot en met 9 uit het Sociaal Plan 2003 niet blijken dat ’t Wooldrik aan haar pensioenverplichtingen jegens genoemde eisers heeft voldaan.

Gelet op het voorgaande treft het verweer van ’t Wooldrik inhoudende dat eisers sub 2 tot en met 9 hebben ingestemd met het Pensioenreglement van Aegon geen doel.

Gelijkwaardigheid Pensioenreglement Aegon/ABP?

Partijen verschillen daarover grondig van mening. Voor een afgewogen beslissing is het nodig dat een deskundige over de zaak rapporteert. Ter terechtzitting hebben partijen verklaard dat met de benoeming van één deskundige kan worden volstaan. Zij zijn het ook eens over de aan de deskundige voor te leggen vraag, namelijk of het door ’t Wooldrik bij Aegon afgesloten Pensioenreglement voldoet aan het bepaalde in artikel 19 van het Sociaal Plan van juni 1999.

De kantonrechter zal mr. H.M.J. van den Hulst van Akkermans & partners te Tilburg als deskundige benoemen.

De deskundige heeft aangegeven dat het onderzoek naar verwachting € 5.500,- gaat kosten.

Omdat de bewijslast rust op Abvakabo moet zij € 5.500,- betalen als voorschot op de kosten van de deskundige. In het eindvonnis zal worden beslist wie van partijen de kosten van die deskundige uiteindelijk moet dragen.

De kantonrechter wijst partijen op het voorschrift inhoudende dat de deskundige bij het onderzoek partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen.

Vordering schadevergoeding Abvakabo

De eventuele toewijsbaarheid van deze vordering hangt in de eerste plaats af van de uitkomst van de procedure met betrekking tot de eisers sub 2 tot en met 9. De beslissing over dit punt zal dus worden aangehouden tot dat daarover duidelijkheid bestaat.

Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

De beslissing

De kantonrechter

benoemt tot deskundige:

mr. H.M.J. van den Hulst

Koningshoeven 63

5018 AA Tilburg

legt de deskundige de volgende vragen voor:

- is het door ’t Wooldrik voor eisers sub 2 tot en met 9 in 2002 bij Aegon afgesloten Pensioenreglement in overeenstemming met het bepaalde in artikel 19 van het tussen Abvakabo en ’t Wooldrik in juni 1999 gesloten Sociaal Plan dat inhoudt: ’t Wooldrik bv. zal voor de betrokken medewerkers een pensioenverzekering c.a. …afsluiten, die minimaal gelijk is aan de rechten en de plichten van de regelingen ingevolge het Pensioenreglement ABP….

- welke andere feiten en omstandigheden die bij het onderzoek zijn gebleken, zijn verder van belang voor een goed begrip van de zaak?

bepaalt het voorschot op de kosten van de deskundige op € 5.500,- (excl. btw) en bepaalt dat Abvakabo dit bedrag binnen twee weken na vandaag moeten betalen door overmaking op rekeningnummer 19.23.25.752 t.n.v. MvJ Arrondissement Arnhem, postbus 9030, 6800 EM Arnhem onder vermelding van de namen van partijen en het zaaknummer;

bepaalt dat de griffier op de rolzitting van 16 april 2007 controleert of het voorschot is ontvangen;

bepaalt dat de deskundige pas moet beginnen met het onderzoek nadat de griffier heeft laten weten dat het voorschot is betaald;

verzoekt de deskundige daarna zo spoedig mogelijk het onderzoek te verrichten en om uiterlijk op 4 juni 2007 een gemotiveerd en ondertekend schriftelijk rapport in te dienen bij de rechtbank Arnhem, sector kanton, locatie Arnhem onder vermelding van het rolnummer met daarbij een gespecificeerde rekening;

wijst de deskundige erop dat beide partijen bij het onderzoek in de gelegenheid moeten worden gesteld om opmerkingen te maken en verzoeken te doen en dat uit het rapport, waarin de inhoud van die opmerkingen en verzoeken moet worden vermeld, moet blijken dat en hoe dat is gebeurd;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. H.P.M. Kester en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2007.