Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BA1749

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
07-03-2007
Datum publicatie
28-03-2007
Zaaknummer
138562
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over betaling loon(componenten)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 138562 / HA ZA 06-483

Vonnis van 7 maart 2007

in de zaak van

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser,

procureur mr. T.J. van Veen,

advocaat mr. J.S. Wurfbain te Ede,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TECHNICA GROEP B.V.,

gevestigd te Scherpenzeel,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TECHNICA ICT B.V.,

gevestigd te Scherpenzeel,

3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

TECHNICA INSTALLATIE B.V.,

gevestigd te Scherpenzeel,

gedaagden,

procureur mr. F.J. Boom,

advocaat mr. J.E. van der Wolf te Soest.

Partijen zullen hierna [eiser] en ofwel Technica, ofwel Technica Groep, Technica ICT en Technica Installatie worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure tot aan het tussenvonnis van 14 juni 2006 is in dat vonnis weergegeven. Zoals in dat vonnis is bepaald, heeft een comparitie van partijen plaatsgevonden en wel op 6 oktober 2006. Daarvan is proces-verbaal opgemaakt. Bij akte van 6 oktober 2006 heeft [eiser] zijn eis gewijzigd. Partijen hebben vervolgens geconcludeerd van re- en dupliek, waarna [eiser] nog een akte uitlating producties met een productie heeft genomen. Daarop is opnieuw vonnis bepaald.

1.2. Vanaf de akte van 6 oktober 2006 worden de gedaagden Technica ICT en Technica Installatie niet vermeld in de kop van de processtukken die partijen hebben gewisseld. De rechtbank leest deze stukken alsof zij daarin wel stonden vermeld. Waar in de processtukken ‘Technica Installatie Techniek B.V.’ dan wel ‘Technica Installatietechniek B.V.’ staat, leest de rechtbank ‘Technica Installatie B.V.’.

2. De feiten

2.1. Technica Groep is houdstermaatschappij van een groep van bedrijven die zich bezighouden met inkoop en verkoop van producten en diensten op het gebied van telecommunicatie en automatisering (Technica ICT) en met installatie, reparatie en onderhoud van elektrotechnische installaties (Technica Installatie).

2.2. [eiser] is vanaf 1 september 1988 in dienst bij Technica Groep, althans bij een rechtsvoorgangster.

2.3. Op 30 december 2002 hebben [eiser] en Technica Groep een zogenaamde ‘Arbeidsovereenkomst met een statutair directeur’ gesloten. De overeengekomen arbeidsvoorwaarden zijn met terugwerkende kracht van toepassing verklaard op de arbeidsverhouding vanaf 1 januari 2001. Partijen zijn overeengekomen dat [eiser] met ingang van die datum is belast met het bestuur van Technica Groep. Op grond van de taakverdeling binnen Technica Groep is [eiser] daarbij speciaal belast met de algehele dagelijkse leiding van Technica Installatie. De dienstbetrekking is aangegaan voor onbepaalde tijd.

2.4. De overeenkomst (waarin Technica Groep ‘A’ wordt genoemd en [eiser] ‘B’) bepaalt onder meer:

3. Salaris

A betaalt aan B een salaris van ƒ 10.779,58 bruto per maand, op de laatste dag van elke kalendermaand betaalbaar. In de maand mei van elk jaar ontvangt B daarnaast een vakantietoeslag groot 8% van het bruto jaarsalaris. Een en ander conform de voorwaarden van de CAO Klein Metaal.

5A. Winstuitkering

B is met ingang van 1 januari 2001 naast zijn bestaande arbeidsbeloning gerechtigd tot een jaarlijkse bruto-uitkering, welke winstafhankelijk is.

Deze brutowinstuitkering bedraagt in principe 30% van het resultaat vóór vennootschapsbelasting van Technica Installatie B.V., vermeerderd met 10% van het geconsolideerde resultaat vóór vennootschapsbelasting van Technica Groep B.V. echter exclusief het aandeel van Technica Installatie B.V. daarin.

Indien het totale resultaat vóór vennootschapsbelasting, waarop de winstuitkering gebaseerd zal zijn, in enig jaar negatief is, zal dit negatieve resultaat vóór vennootschapsbelasting eerst in mindering gebracht worden op het positieve resultaat/de positieve resultaten van het volgende jaar/van volgende jaren, alvorens een volgende winstuitkering zal plaatsvinden over een positief saldo.

Jaarlijks zal de winstuitkering worden uitgekeerd binnen 30 dagen na het vaststellen van de jaarrekening over het jaar waarover de winstuitkering is berekend.

2.5. Op 23 januari 2006 heeft de algemene vergadering van aandeelhouders van Technica Groep het voorstel tot het ontslag van [eiser] met algemene stemmen aangenomen. De arbeidsovereenkomst is opgezegd tegen 1 april 2006.

2.6. [eiser] heeft Technica Groep in een afzonderlijke procedure voor deze rechtbank gedagvaard en schadevergoeding gevorderd op grond van zijn stelling dat het ontslag kennelijk onredelijk was.

3. Het geschil en de beoordeling

3.1. Na zijn eis te hebben gewijzigd heeft [eiser] de volgende vorderingen ingesteld:

a) de veroordeling van Technica Groep tot betaling aan [eiser] van het salaris vermeerderd met de rente tot en met 31 december 2005 en de wettelijke verhoging, in totaal € 58.323,86, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2006;

b) de veroordeling van Technica Groep, Technica ICT en Technica Installatie om aan [eiser] een overzicht te verstrekken van hun resultaten over de jaren 2001 tot en met 2005, voorzien van verificatoire bescheiden, om het recht op het tantième ingevolge artikel 2b te kunnen vaststellen, op straffe van een dwangsom;

c) de hoofdelijke veroordeling van Technica Groep en Technica ICT tot betaling aan [eiser] van de tantièmes op grond van artikel 5A van de arbeidsovereenkomst over de jaren 2001 tot en met 2005, in totaal € 125.627,80, zijnde de hoofdsom inclusief wettelijke rente tot en met 31 december 2005 en de wettelijke verhoging terzake de jaren 2001 tot en met 2004, te vermeerderen met de tantième over het jaar 2005 en te vermeerderen met de wettelijke rente over de bedragen vanaf 1 januari 2006;

d) de veroordeling van Technica Groep en Technica Installatie om aan [eiser] te voldoen € 160.425,- inclusief wettelijke rente en wettelijke verhoging terzake van tantièmes ICT, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2006;

e) veroordeling van Technica Groep en Technica ICT tot betaling aan [eiser] van € 110.321,90, inclusief wettelijke verhoging en de wettelijke rente tot en met 31 december 2005 terzake provisies die staan vermeld op de jaaropgave van 6 januari 2003, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2006;

f) de veroordeling van Technica Groep om aan [eiser] € 16.074,49 te betalen terzake niet uitbetaalde verlofdagen en vakantietoeslag bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 mei 2006;

g) veroordeling van Technica Groep, Technica ICT en Technica Installatie tot betaling aan [eiser] van € 3.500,- aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag der dagvaarding;

h) veroordeling van Technica Groep, Technica ICT en Technica Installatie in de proceskosten, de kosten van het conservatoire beslag daaronder begrepen.

3.2. achterstallig loon volgens CAO

3.2.1. Aan de vordering sub a heeft [eiser] het volgende ten grondslag gelegd. Volgens artikel 3 van de overeenkomst van 30 december 2002 heeft [eiser] aanspraak op loon en vakantietoeslag, een en ander conform de voorwaarden van de CAO Klein Metaal. De loonsverhogingen die in die CAO zijn overeengekomen, zijn sinds 1 januari 2001 niet in de salarisbetalingen verwerkt. Het salaris is ongewijzigd ƒ 10.779,58 (€ 4.891,56) gebleven. [eiser] heeft Technica Groep daarop herhaaldelijk gewezen, maar Technica Groep heeft de verhogingen niet betaald.

3.2.2. Technica Groep heeft deze vordering gemotiveerd betwist, waartoe zij het volgende heeft aangevoerd. Volgens haar volgt uit de tekst van artikel 3 niet dat partijen zijn overeengekomen dat aan [eiser] de loonsverhogingen conform de CAO toekomen. De CAO is volgens artikel 2 ervan niet van toepassing op directeuren. Het is volgens Technica Groep ook niet de bedoeling van partijen geweest om dat overeen te komen en [eiser] heeft dat ook niet zo opgevat. Volgens Technica Groep is de passage over de CAO om een andere reden in de overeenkomst opgenomen. In de loop van 2000 is aan de orde geweest dat voor bepaalde onderdelen van Technica Groep die niet onder de CAO Klein Metaal vielen een andere pensioenvoorziening zou worden getroffen. Omdat [eiser] in de pensioenregeling van de CAO Klein Metaal wilde blijven, is de bewuste passage in zijn overeenkomst opgenomen. Toen de hele groep uiteindelijk in de pensioenregeling van de CAO Klein Metaal bleef, heeft deze passage volgens Technica haar betekenis verloren.

3.2.3. [eiser] heeft ter comparitie aangevoerd dat de pensioenen bij de gesprekken over zijn nieuwe contract als directeur allang geen item meer waren. Die stelling wordt bevestigd door de brief van verzekeringsadviesbureau Van Egdom B.V. van 18 april 2001, die Technica als productie 10 bij antwoord in het geding heeft gebracht als onderbouwing van haar stelling dat de hele groep uiteindelijk in de pensioenregeling van de Klein Metaal bleef. Technica heeft ter comparitie onbetwist gesteld dat de arbeidsovereenkomst (die op 30 december 2002 is getekend) eind 2002 is opgesteld. Hieruit volgt dat ten tijde van het opstellen van het nieuwe contract van [eiser] (eind 2002) over de pensioenen geen onduidelijkheid meer bestond (18 april 2001 aan de verzekeraar bevestigd). Weliswaar heeft Technica aangeboden te bewijzen dat de bepaling over de CAO haar betekenis had verloren toen de hele groep in de pensioenregeling van de CAO Klein Metaal bleef, maar zij had daarmee in het licht van het voorgaande niet kunnen volstaan. Dat bewijsaanbod wordt daarom gepasseerd. Daar komt bij dat het zonder nadere toelichting, die ontbreekt, onbegrijpelijk is dat een bepaling die betrekking zou hebben op het pensioen wordt opgenomen onder artikel 3, dat over het salaris gaat, en niet onder artikel 7, dat over het pensioen gaat, zoals [eiser] terecht heeft aangevoerd. Aldus is onvoldoende aannemelijk geworden dat de verwijzing naar de CAO Klein Metaal is opgenomen met het oog op de pensioenregeling. Nu overigens gesteld noch gebleken is welke andere bedoeling partijen kunnen hebben gehad met het opnemen van de verwijzing naar de CAO Klein Metaal in artikel 3, moet worden geoordeeld dat partijen met die verwijzing de bedoeling hebben gehad de CAO-bepalingen op het salaris van toepassing te verklaren. Dat de CAO ingevolge artikel 2 ervan niet van toepassing is op directeuren, staat er niet aan in de weg dat partijen de toepasselijkheid van de CAO overeenkomen.

3.2.4. Ook als zou komen vast te staan dat [eiser] gedurende zijn dienstverband bij Technica niet heeft aangedrongen op betaling van de verhogingen volgens de CAO, dan volgt daaruit niet dat hij zijn recht om alsnog betaling daarvan te vorderen heeft verwerkt. Voor het aannemen van rechtsverwerking is enkel tijdsverloop of enkel stilzitten immers onvoldoende, terwijl er geen bijzondere omstandigheden zijn gesteld of gebleken als gevolg waarvan hetzij bij Technica het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat [eiser] zijn aanspraak niet meer geldend zal maken, hetzij Technica in haar positie onredelijk wordt benadeeld nu [eiser] zijn aanspraak alsnog geldend maakt.

3.2.5. Technica heeft aangevoerd, eerst bij dupliek, dat in de CAO geen generieke salarisverhogingen zijn opgenomen, maar salaristabellen. Volgens Technica verdiende [eiser] ongeveer het dubbele van het hoogste CAO-loon, zodat hij aan de CAO, al zou die van toepassing zijn, geen aanspraak op loonsverhogingen kan ontlenen.

3.2.6. [eiser] heeft de CAO of CAO’s waarop hij zich beroept niet in het geding gebracht. Hij zal in de gelegenheid worden gesteld dat alsnog te doen, zodat dit verweer van Technica kan worden beoordeeld. De zaak zal daartoe worden verwezen naar de rol.

3.2.7. Subsidiair heeft Technica Groep aangevoerd dat de verhoging conform de CAO, als deze moet worden betaald, niet vanaf 1 januari 2001 maar vanaf december 2002 verschuldigd is. Het oordeel over dat verweer wordt ook aangehouden.

3.3. verstrekken overzicht resultaten 2001-2005

3.3.1. [eiser] heeft bij dagvaarding sub b gevorderd dat Technica Groep wordt veroordeeld hem een overzicht te verstrekken van haar resultaten voorzien van verificatoire bescheiden. Bij akte heeft hij deze vordering vermeerderd, in die zin dat hij heeft gevorderd dat alle drie de gedaagden worden veroordeeld overzichten te verstrekken van hun resultaten voorzien van verificatoire bescheiden. Deze vordering is gebaseerd op artikel 7:619 BW.

3.3.2. Bij antwoord (sub 14) heeft Technica als productie 13 een berekening van haar accountant in het geding gebracht. Zij heeft aangevoerd dat deze berekening de geverifieerde resultaten van Technica Groep bevat en dat [eiser] daarom geen belang meer heeft bij een apart overzicht en verifieerbare stukken. [eiser] heeft dat niet betwist en is bij zijn berekening van tantièmes over de resultaten van Technica Installatie van die gegevens uitgegaan (akte eiswijziging sub 2). Bij akte na dupliek (sub 3) heeft [eiser], zonder onderscheid te maken tussen de verschillende Technica-vennootschappen, gesteld dat zijn recht op tantième moet worden gebaseerd op de door hemzelf onder andere in zijn productie 17 verstrekte cijfers. Deze cijfers komen met die van Technica’s accountant overeen. Weliswaar gaat [eiser] in zijn productie 17 uit van een ander resultaat voor het jaar 2003 dan Technica’s accountant, maar het verschil wordt ook voor [eiser] afdoende verklaard doordat de accountant rekent met het resultaat vóór belastingen en [eiser] met het resultaat na belastingen. Hieruit volgt dat [eiser] er geen belang meer bij heeft dat de jaarrekeningen en verificatoire bescheiden over de jaren 2001 tot en met 2004 aan hem worden verstrekt.

3.3.3. Voor de berekening van de tantième over 2005 (terzake waarvan tot op heden geen gespecificeerd bedrag is gevorderd) is [eiser] uitgegaan van de winst zoals die blijkt uit de saldibalans en de accountant van Technica van een prognose. Volgens Technica kan de saldibalans niet als maatstaf van de werkelijke winst worden genomen en moet de definitieve jaarrekening worden afgewacht. Nu het uit proceseconomische overwegingen de voorkeur verdient dat de vordering van de tantième over 2005 in deze procedure wordt beoordeeld, zal de rechtbank Technica Groep opdragen de goedgekeurde jaarrekeningen van Technica Groep en Technica Installatie over 2005 bij akte in het geding te brengen. De zaak wordt daartoe verwezen naar de rol. [eiser] zal in de gelegenheid worden gesteld op de akte te reageren en desgewenst zijn vordering aan te passen, waarop van haar kant Technica zal mogen reageren.

3.4. tantièmes art. 5A

3.4.1. De vordering sub c is ingesteld tegen Technica Groep en Technica ICT. [eiser] heeft aan deze vordering artikel 5A van zijn arbeidsovereenkomst met Technica Groep ten grondslag gelegd en aangevoerd dat de vordering betrekking heeft op het resultaat van Technica ICT (de rechtbank neemt aan dat bedoeld wordt: Technica Installatie).

3.4.2. Technica Installatie heeft (evenals Technica ICT) aangevoerd dat zij geen arbeidsovereenkomst met [eiser] heeft, zodat deze vordering tegen haar moet worden afgewezen.

3.4.3. De arbeidsovereenkomst van 30 december 2002 bindt slechts partijen bij die overeenkomst, te weten [eiser] en Technica Groep. Weliswaar kan [eiser] op grond van die arbeidsovereenkomst aanspraak maken op een tantième die wordt berekend over het resultaat van Technica Installatie, maar die enkele omstandigheid biedt geen grondslag voor een aanspraak van [eiser] op die partij.Voor zover deze vordering is ingesteld tegen een andere partij dan Technica Groep, dient deze daarom te worden afgewezen.

3.4.4. [eiser] heeft over de periode van 2001 tot en met 2005 € 125.627,80 bruto aan tantièmes over het resultaat van Technica Installatie gevorderd. Gezien de berekening die [eiser] als productie 17 in het geding heeft gebracht en de afzonderlijke vordering van de tantième over het jaar 2005, begrijpt de rechtbank dat het bedrag van € 125.627,80 bruto, anders dan in het petitum weergegeven, betrekking heeft op de periode van 2001 tot en met 2004.

3.4.5. [eiser] heeft bij repliek sub 11 met een beroep op de jaaropgave 2005, die hij als productie 14b in het geding heeft gebracht, gesteld dat Van Maanen (Oldewarris), kennelijk namens Technica, zelf opgave heeft gedaan van de hoogte van het tantièmebedrag over de jaren 2001, 2002 en 2003. Technica heeft aangevoerd dat de inhoud van die jaaropgave niet aansluit op de door [eiser] genoemde bedragen.

Het door [eiser] bij repliek sub 11 genoemde bedrag van € 139.810,- komt niet voor op de jaaropgave 2005. Dat bedrag is ook niet te herleiden door de bruto maandsalarissen en het vakantiegeld op het in 2005 ontvangen loon in mindering te brengen. Het bedrag is evenmin gevorderd. Het beroep op die jaaropgave wordt daarom als onvoldoende toegelicht gepasseerd.

3.4.6. Technica heeft erkend dat [eiser] recht heeft op een bruto winstuitkering over de resultaten van Technica Installatie en van Technica Groep. Zij heeft evenwel de hoogte van de aanspraak van [eiser] betwist. Volgens Technica dient bij de berekening van de totale tantième van [eiser] 10% van een negatief resultaat van Technica Groep (dan wel van het gezamenlijke resultaat van de groep Technica-vennootschappen) in mindering te worden gebracht op een positieve tantième over de winst van Technica Installatie, nu de groep administratief als een geheel moet worden beschouwd. [eiser] heeft dat betwist.

3.4.7. Deze interpretatie van Technica volgt niet zonder meer uit de tekst van artikel 5A van de arbeidsovereenkomst en ligt ook overigens niet voor de hand. Zou Technica in haar betoog worden gevolgd, dan zou de hoogte van de tantième waarop [eiser] aanspraak kan maken worden verminderd door resultaten van werkmaatschappijen van Technica Groep waarop [eiser] zelf geen invloed heeft. Voorts zou de afspraak in dat geval, afhankelijk van de resultaten van de vennootschappen, kunnen leiden tot een betalingsverplichting van [eiser] aan Technica. Deze betekenis hebben partijen in het kader van een afspraak over een tantième als onderdeel van een arbeidsovereenkomst redelijkerwijs niet aan artikel 5A kunnen toekennen. Artikel 5A moet dan ook zo worden uitgelegd dat [eiser] aanspraak kan maken op percentages van de resultaten van Technica Groep en Technica Installatie voor zover die resultaten positief zijn.

3.4.8. Nu de resultaten van Technica Groep volgens het overzicht van de accountant van Technica (productie 13 bij antwoord), in zoverre door [eiser] geaccepteerd, over de jaren 2001 tot en met 2004 negatief zijn, bedraagt de aanspraak van [eiser] op tantième over de resultaten van Technica Groep nihil.

3.4.9. Partijen zijn het erover eens dat artikel 5A bepaalt dat negatieve resultaten moeten worden verrekend met positieve resultaten van de volgende jaren (dagvaarding sub 20, antwoord sub 14). De tantième over het resultaat van Technica Installatie over de jaren van 2001 tot en met 2004 dient als volgt te worden vastgesteld.

Jaar Resultaat Tantième 30%

2001 € 275.000 € 82.500

2002 € 126.000 € 37.800

2003 € 116.000 -/- -

2004 € 126.000 -/- € 116.000 € 3.000

3.4.10. Over deze bedragen is wettelijke rente verschuldigd vanaf dertig dagen nadat de jaarrekeningen over de betreffende jaren zijn vastgesteld. Technica heeft bij dupliek (sub 5) gesteld dat de jaarrekening van 2001 is vastgesteld op 15 mei 2003, die van 2002 op 12 maart 2004 en die van 2004 op 18 december 2005.

3.4.11. [eiser] heeft bij akte na dupliek onder overlegging van de notulen van de algemene vergadering van aandeelhouders van Technica Installatie van 30 december 2002 betoogd dat de jaarrekening 2001 niet op 15 mei 2003 maar op 30 december 2002 is vastgesteld. Nu Technica Installatie daarop nog niet heeft kunnen reageren, zal zij daartoe alsnog in de gelegenheid worden gesteld. Voor zover [eiser] de beide andere vaststellingsdata heeft betwist, heeft hij die betwisting niet toegelicht, zodat deze wordt gepasseerd. Daaruit volgt dat Technica over de tantième betreffende het jaar 2002 wettelijke rente verschuldigd is vanaf 11 april 2004 en over de tantième betreffende het jaar 2004 vanaf 17 januari 2006.

3.4.12. De wettelijke verhoging die over de verschuldigde bedragen is gevorderd, zal als onbetwist worden toegewezen op grond van de wet.

3.4.13. Technica heeft bij antwoord sub 14 aangevoerd dat zij op grond van een door haar gemaakte en in het geding gebrachte berekening een nabetaling aan [eiser] heeft gedaan van € 15.900,-. [eiser] heeft dat niet expliciet betwist, maar heeft evenmin in zijn gewijzigde berekening (productie 17) een betaling van € 15.900,- opgenomen. Van [eiser] wordt verwacht dat hij bij akte alsnog uitdrukkelijk op deze stelling reageert.

3.5. tantièmes ICT

3.5.1. Aan de vordering sub d heeft [eiser] bij dagvaarding het volgende ten grondslag gelegd. Volgens artikel 5A van de arbeidsovereenkomst heeft [eiser] recht op tantièmes berekend over de resultaten van Technica Groep en van Technica Installatie. Vanaf 2001 hebben Technica Groep en haar aandeelhouder een groot deel van de activiteiten van Technica Installatie overgeheveld naar Technica ICT. Van de werknemers van Technica Installatie zijn 16 werknemers overgegaan naar Technica ICT, waar er daarna 24 werkten. Daardoor zijn de winstmogelijkheden van Technica Installatie beperkt, wat effect heeft op de tantième. Om deze redenen en op grond van de regels van redelijkheid en billijkheid en wijziging van omstandigheden dient de tantièmeregeling volgens [eiser] zo te worden aangepast dat ook 30% van een deel (te weten 16/24 ofwel 2/3) van de winst van Technica ICT als tantième aan hem moet worden uitgekeerd.

3.5.2. Technica heeft deze vordering betwist. Om bedrijfseconomische redenen is in de loop van 2001 in het kader van een herstructurering personeel overgeheveld van Technica Installatie naar Technica ICT. [eiser] heeft deze maatregel gesteund. Hij heeft over dat personeel geen leiding meer hoeven geven. [eiser] en Technica hebben in de periode van de herstructurering over de arbeidsovereenkomst en de tantième onderhandeld. Vóór de herstructurering had [eiser] recht op een tantième van 10% van het resultaat van Technica Installatie. Vanwege de herstructurering heeft Technica toen ingestemd met de wens van [eiser] om een tantième te krijgen van 30% van het resultaat van Technica Installatie en 10% van het resultaat van Technica Groep. Daardoor is [eiser] voor de gevolgen van de herstructurering gecompenseerd. Onder deze omstandigheden dienen eventuele winstverschuivingen volgens Technica niet te worden gecorrigeerd.

3.5.3. [eiser] heeft niet betwist dat de herstructurering als gevolg waarvan de winstmogelijkheden van Technica Installatie zijn beperkt haar beslag heeft gekregen in 2001 en ook niet dat hij daarvan steeds op de hoogte is geweest. Dat staat in deze procedure daarom vast. Deze herstructurering kan dan ook niet worden beschouwd als een wijziging van omstandigheden na het ondertekenen van de arbeidsovereenkomst op 30 december 2002, ongeacht de terugwerkende kracht van die overeenkomst tot 1 januari 2001. Daaruit volgt dat de vordering tot betaling van tantièmes over het resultaat van Technica ICT op de grondslag van de aanvullende werking van de redelijkheid en de billijkheid (artikel 6:248 lid 1 BW) niet toewijsbaar is.

3.5.4. Voor zover [eiser] heeft gesteld dat is afgesproken en op papier vastgelegd dat hij recht heeft op 30% van de winst die is gemaakt door ‘de telecommers’ die oorspronkelijk werkten voor R&M, de voorgangster van Technica Installatie, vervolgens bij Technica Installatie en uiteindelijk voor Technica ICT, heeft hij die stelling onvoldoende onderbouwd. Het had immers op zijn weg gelegen deze schriftelijke afspraak in het geding te brengen, zo al niet bij dagvaarding of ter comparitie, dan toch bij repliek. Hij heeft dat evenwel nagelaten, zodat zijn vordering ook op deze grondslag niet toewijsbaar is.

3.5.5. Aldus dient de vordering tot betaling van tantième over het resultaat van Technica ICT te worden afgewezen. Daaruit volgt dat ook de vorderingen tot betaling van wettelijke rente en wettelijke verhoging hierover niet toewijsbaar is.

3.6. tantièmes dan wel provisies van vóór 2001

3.6.1. De vordering sub e is ingesteld tegen Technica Groep en Technica ICT. Technica ICT heeft (evenals Technica Installatie) aangevoerd dat zij geen arbeidsovereenkomst heeft met [eiser], zodat deze vordering tegen haar moet worden afgewezen. [eiser] heeft niet gesteld waarop zijn vordering tot betaling van dit bedrag door Technica ICT is gebaseerd, zodat deze vordering in zoverre als onvoldoende toegelicht moet worden afgewezen.

3.6.2. [eiser] heeft aan deze vordering een salarisspecificatie dan wel jaaropgave van 6 januari 2003 ten grondslag gelegd (productie 15c). [eiser] stelt dat het netto bedrag van € 26.081,- dat op het stuk van 6 januari 2003 is vermeld, niet is betaald. Technica Groep heeft niet betwist dat [eiser] jegens haar aanspraak kan maken op tantièmes van vóór 2001.

3.6.3. Technica heeft een beroep op verjaring gedaan. Zij heeft daartoe aangevoerd dat de vordering betrekking heeft op de periode vóór 2001, zodat dit langer dan vijf jaar geleden is. Technica heeft evenwel niet aangevoerd wanneer deze vordering opeisbaar is geworden, terwijl dat evenmin is gebleken. Daarmee is het beroep op verjaring onvoldoende gemotiveerd, zodat het faalt.

3.6.4. Technica heeft voorts als verweer aangevoerd dat [eiser] werkzaamheden aan zijn huis heeft laten verrichten die zijn betaald door Technica. Volgens Technica hebben partijen de tantième op die manier onderling verrekend. [eiser] heeft betwist dat zij hebben afgesproken dat de tantième niet aan hem zou worden uitgekeerd omdat Technica werkzaamheden aan zijn huis heeft verricht. Voorts heeft hij betwist dat hij verplichtingen jegens Technica heeft die met zijn vordering tot betaling van de tantième kunnen worden verrekend.

3.6.5. Voor zover Technica zich beroept op een afspraak met [eiser] dat de tantième van vóór 2001 zou worden voldaan door de betaling van de werkzaamheden aan het huis van [eiser], kan dat beroep niet slagen. Technica heeft immers geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit kan blijken dat zij een dergelijke afspraak met [eiser] heeft gemaakt, zodat zij in zoverre niet aan haar stelplicht heeft voldaan.

Voor zover Technica zich beroept op verrekening zonder een daartoe strekkende afspraak, kan dat beroep ook niet slagen. De gegrondheid van het beroep op verrekening is immers niet op eenvoudige wijze vast te stellen, aangezien daarvoor getuigenverhoren moeten plaatsvinden over zwarte werkzaamheden en betalingen. Nu de vordering van [eiser] overigens voor toewijzing vatbaar is, wordt het beroep op verrekening op grond van art. 6:136 BW gepasseerd.

3.6.6. Technica heeft bij dupliek (sub 6) voorts de hoogte van het verschuldigde bedrag betwist, waartoe zij heeft aangevoerd dat het bedrag is verloond en de loonbelasting erover allang is betaald. Zo [eiser] nog aanspraak kan maken op deze tantième, dan alleen over het netto equivalent. Hoewel [eiser] in haar akte uitlating producties ook heeft gereageerd op de nieuwe stellingen van Technica, heeft zij deze nieuwe stelling niet betwist. Daaruit volgt dat dit verweer van Technica slaagt.

3.6.7. Technica heeft voorts aangevoerd dat partijen ervan uitgingen dat zij niets meer van elkaar te vorderen hebben. Daaruit concludeert zij dat de vordering van wettelijke rente niet eerder toewijsbaar is dan vanaf de dag van de akte waarin de vordering is ingesteld en dat de wettelijke verhoging dient te worden afgewezen of gematigd. Technica heeft dat verweer niet anders toegelicht dan met de stelling dat zij in privé grote bedragen aan [eiser] heeft voldaan. Nu dat verweer echter is gepasseerd, kan ook het verweer dat partijen ervan uitgingen dat zij niets meer van elkaar te vorderen hebben niet slagen.

Technica heeft voorts aangevoerd dat de rente op zijn vroegst kan worden toegewezen vanaf 1 januari 2003, het moment waarop de afrekening van het bedrag werd opgesteld. Nu [eiser] van zijn kant heeft aangevoerd dat deze vordering is ontstaan op 6 januari 2003, zal de wettelijke rente vanaf die datum worden toegewezen.

3.6.8. Hieruit volgt dat Technica Groep zal worden veroordeeld tot betaling aan [eiser] van een netto bedrag van € 26.081,- te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% en met de wettelijke rente vanaf 6 januari 2003 tot aan de dag der algehele voldoening. Hetgeen sub e meer of anders is gevorderd zal worden afgewezen.

3.7. verlofdagen en vakantietoeslag

3.7.1. Aan de vordering sub f heeft [eiser] het volgende ten grondslag gelegd. Technica heeft verzuimd om na het einde van de arbeidsovereenkomst een eindafrekening te maken en aan [eiser] openstaande vakantiedagen en het tot en met 3 maart 2006 opgebouwde vakantiegeld uit te keren. [eiser] maakt aanspraak op € 12.070,80 aan openstaande vakantie-uren en op € 4.003,69 aan onbetaald vakantiegeld over 2005/2006.

3.7.2. Bij dupliek (sub 8) heeft Technica de vordering tot betaling van vakantiegeld erkend. Zij heeft gesteld het bedrag inmiddels alsnog te hebben voldaan. Hoewel [eiser] in haar akte uitlating producties ook heeft gereageerd op de nieuwe stellingen van Technica, heeft zij deze nieuwe stelling niet betwist, zodat moet worden vastgesteld dat Technica het vakantiegeld inmiddels heeft betaald. De vordering zal daarom worden afgewezen.

3.7.3. Bij dupliek (sub 9) heeft Technica [eiser]s opstelling betreffende de vakantiedagen betwist. Weliswaar heeft zij deze betwisting niet toegelicht aan de hand van een door haar bijgehouden administratie van vakantiedagen, maar zij heeft als bijzondere omstandigheid aangevoerd dat [eiser] als statutair directeur zelf verantwoordelijk was voor het opnemen en bijhouden van zijn vakantiedagen en dat zij daarom geen administratie van vakantiedagen heeft bijgehouden. Aldus kan zij in verband met de wijze waarop partijen aan de arbeidsovereenkomst invulling hebben gegeven niet beschikken over gegevens met betrekking tot het aantal opgenomen vakantiedagen (HR 12 september 2003, NJ 2003,604). Gezien deze betwisting dient [eiser] dus op grond van artikel 150 Rv. te bewijzen dat hij de vakantiedagen op vergoeding waarvan hij aanspraak maakt (productie 19 bij akte tevens wijziging van eis) nog tegoed heeft. Hij zal daartoe in de gelegenheid worden gesteld.

3.7.4. [eiser] maakt aanspraak op vergoeding van deze uren tegen € 33,53 per uur. Volgens Technica bedraagt het bruto uurloon van [eiser] € 28,22.

Het oordeel hierover wordt aangehouden totdat een oordeel is gegeven over de vordering tot betaling van loonsverhogingen conform de CAO, zoals sub a gevorderd.

3.8. buitengerechtelijke kosten en proceskosten

Het oordeel over de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten en over de proceskosten zal worden aangehouden tot het eindvonnis. Ook overigens worden alle beslissingen aangehouden.

4. De beslissing

De rechtbank

4.1. stelt [eiser] in de gelegenheid bij akte de CAO of CAO’s waarop zijn vordering sub a is gebaseerd in het geding te brengen, zoals overwogen sub 3.2.6;

4.2. draagt Technica Groep op de goedgekeurde jaarrekeningen van Technica Groep en Technica Installatie over 2005 bij akte in het geding te brengen, zoals overwogen sub 3.3.3;

4.3. stelt Technica in de gelegenheid bij akte te reageren op de stelling van [eiser], eerst bij akte uitlating producties van 10 januari 2007 onder verwijzing naar de daarbij overgelegde productie ingenomen, dat de jaarrekening van 2001 is vastgesteld op 30 december 2002, zoals overwogen sub 3.4.11;

4.4. stelt [eiser] in de gelegenheid te reageren op de stelling van Technica (antwoord sub 14) dat zij een nabetaling van € 15.900,- heeft gedaan, zoals overwogen sub 3.4.13;

4.5. draagt [eiser] op te bewijzen dat hij aanspraak kan maken op vergoeding van 360 verlofuren overeenkomstig zijn opstelling in productie 19 bij akte tevens wijziging van eis, zoals overwogen sub 3.7.3;

4.6. verwijst de zaak daartoe naar de rol van woensdag 21 maart 2007;

4.7. houdt voor het overige alle beslissingen aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. G. Noordraven en in het openbaar uitgesproken op 7 maart 2007.

coll.: CLB