Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:BA1484

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
26-02-2007
Datum publicatie
26-03-2007
Zaaknummer
150906
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Kernvraag die in dit geschil dient te worden beantwoord is, of de gemeente in de onderhavige aanbestedingsprocedure de algemene beginselen van aanbestedingsrecht dusdanig heeft geschonden dat van een behoorlijke aanbestedingsprocedure niet kan worden gesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 150906 / KG ZA 07-31

Vonnis in kort geding van 26 februari 2007

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser] B.V.,

gevestigd te Den Bosch,

eiseres bij dagvaarding van 18 januari 2007,

advocaat en procureur mr. E.P. Breukelaar,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE ARNHEM,

zetelend te Arnhem,

gedaagde,

advocaten mrs. M.J. Mutsaers en I.J. van den Berge te Zwolle,

waarin heeft gevorderd als tussenkomende partij te worden toegelaten:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiseres in het incident tot tussenkomst] B.V.,

gevestigd te Erp,

eiseres in het incident tot tussenkomst,

procureur mr. F.J. Boom,

advocaat mr. L.C. van den Berg te Rotterdam.

Partijen zullen hierna respectievelijk [eiser], de gemeente en [eiseres in het incident tot tussenkomst] worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties

- een tweetal akten houdende wijziging van eis

- de producties van de gemeente

- de incidentele conclusie tot tussenkomst van [eiseres in het incident tot tussenkomst]

- de mondelinge behandeling

- de pleitnota van [eiser]

- de pleitnota van de gemeente

- de pleitnota van [eiseres in het incident tot tussenkomst].

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. De gemeente heeft door middel van een aankondiging van opdracht, d.d. 20 oktober 2006, een openbare aanbesteding uitgeschreven voor het verlenen van diensten met betrekking tot – kort gezegd – de vervanging van het huidige telemetrie-systeem dat gemalen en stuwputten en dergelijke op afstand kan bewaken en beheren (Aanbestedingsdocument Telemetrie Afvalwaterketen Gemeente Arnhem, hierna: het aanbestedingsdocument).

2.2. In de aankondiging van opdracht is onder meer het volgende opgenomen.

“II.1.2) Type opdracht en plaats van uitvoering van de werken, levering van de goederen of verlening van de diensten:

Diensten

Categorie van diensten: nr. 27”

2.3. In het aanbestedingsdocument is onder meer het volgende opgenomen.

“1.2 De aanbesteding

De gemeente zal door middel van deze Openbare Aanbesteding beslissen welke inschrijver een contract zal worden gegund.

Met een uitzondering voor artikel 38 (de termijnen) wordt deze aanbesteding uitgevoerd volgens het Besluit Aanbestedingsregels voor Overheidsopdrachten (BAO).

2.4 De planning

De planning van de aanbestedingsprocedure is als volgt:

gelegenheid tot het schriftelijk stellen van vragen tot 8 november 2006 14.30 uur

2.5 Inlichtingen en opmerkingen

Vragen met betrekking tot de procedure en/of de inhoud van de stukken kunnen uitsluitend schriftelijk, of per e-mail worden gesteld (…)

2.7 De beoordeling

De beoordeling van de offertes met bijbehorende stukken geschiedt in meerdere stappen.

Stap 1 leverancierselectie

De offertes worden allereerst beoordeeld op volledigheid. Offertes die niet alle gevraagde gegevens bevatten, of niet zo zijn opgesteld als voorgeschreven, kunnen terzijde worden gelegd.

Er wordt geverifieerd, aan de hand van de eigen verklaring (inschrijvingsformulier 1), of de inschrijver in een situatie als bedoeld in artikel 45 van de BAO verkeert. In dat geval wordt de inschrijver van deelname uitgesloten.

Vervolgens wordt nagegaan of de inschrijver ingeschreven in het beroeps- of in het handelsregister is ingeschreven, als beschreven in artikel 47 van de BAO. Indien dit niet het geval is wordt de inschrijver van deelname uitgesloten.

Daarna worden de stukken inhoudelijk beoordeeld aan de hand van de overige in hoofdstuk 3 geformuleerde selectiecriteria. Inschrijvers die hieraan niet naar behoren voldoen worden terzijde gelegd en vallen dus af.

Stap 2 voorselectie aanbiedingen

De overgebleven offertes worden daarna beoordeeld aan de hand van de gunningscriteria als beschreven in hoofdstuk 4 van dit document.

Voor de beoordeling van het punt “prijs” zullen de totale te verwachten kosten van de komende 4 jaar worden berekend. Hierbij wordt voor de prijs van de opties als volgt gehandeld.

- eerst bepaalt de gemeente voor elke afzonderlijke optie de gemiddelde prijs van alle

geselecteerde leveranciers, daarna bepaalt de gemeente de opties met een acceptabele

prijs-kwaliteitverhouding binnen haar budget.

- Vervolgens wordt voor elke leverancier de totaalprijs inclusief de gekozen opties

berekend.

- De inschrijver met het laagste totaalbedrag krijgt vervolgens 100 punten voor de prijs en

de andere inschrijvers punten minder naargelang hun aanbieding procentueel duurder is

dan de laagste.

Voor de beoordeling van het punt “onderscheidende kwaliteit” zullen de antwoorden van de leveranciers op deze vragen door de leden van de verwervingscommissie afzonderlijk worden beoordeeld. Daarna worden de gescoorde punten getotaliseerd krijgt de inschrijver met het hoogste aantal punten 100 punten voor dit onderdeel en de andere inschrijvers punten minder naargelang hun totaalscore procentueel lager is dan de hoogste.

Voor de beoordeling van de boete krijgt de inschrijver met het hoogste boetevoorstel 100 punten en de andere inschrijvers punten minder naargelang hun boetevoorstel procentueel lager is dan de hoogste.

Stap 3 referentiebezoeken

Van de twee inschrijvers met de hoogste score zal de gemeente vervolgens een referentie naar eigen keuze bezoeken. Bij dit referentiebezoek kan de inschrijver tevens een presentatie geven, verder wenst de gemeente zonder aanwezigheid van de leverancier te kunnen spreken met zowel het management als de uitvoerende medewerkers van de referent. De inschrijver draagt tijdig zorg voor de organisatie van zo’n bezoek.

Het doel van dit bezoek is om een indruk te krijgen van o.a.

• de mate van tevredenheid van de referent over de betrouwbaarheid van de leverancier, worden afspraken nagekomen binnen de gestelde termijn en tegen de gestelde kosten

• de geboden functionaliteit en de deugdelijke werking ervan

• de heldere, consistente en logische presentatie afgestemd op de taken van de diverse gebruikers

• de benodigde kennis die vereist is om de applicatie te kunnen gebruiken

Voorafgaand aan het referentiebezoek zal de gemeente aangeven aan welke punten nog specifiek aandacht zal worden besteed.

De referentiebezoeken zal door de leden van de verwervingscommissie afzonderlijk worden beoordeeld. Daarna worden de gescoorde punten getotaliseerd en krijgt de inschrijver met het hoogste aantal punten 100 punten voor dit onderdeel en de andere inschrijvers punten minder naargelang hun totaalscore procentueel lager is dan de hoogste.

Stap 4 Voornemen tot gunning

De opdracht zal worden gegund aan de inschrijver met de ‘economisch meest voordelige inschrijving’.

Wegingsfactoren

Bij de gunning zal worden gelet op de criteria in onderstaand voorlopig wegingsmodel

1. Economische aspecten 50%

2. Onderscheidende kwaliteit 10%

3. Hoogte van de voorgestelde boete 15%

4. Beoordeling presentatie en referenties 25%

3 Selectiecriteria.

3.2.1 Solvabiliteit

Solvabiliteit = De mate waarin de onderneming met eigen middelen is gefinancierd = eigen vermogen + balanstotaal. Deze ratio dient minimaal 0,25 te zijn.

3.2.4 Verklaring betreffende jaaromzet

U dient de jaaromzet over de jaren 2003, 2004 en 2005 aan te geven. De jaaromzet over 2004 en 2005 dient minimaal 1.000.000,- te bedragen.

3.3.3 Over recente relevante ervaringen

De inschrijver moet aantoonbare ervaring hebben met soortgelijke opdrachten en opdrachtgevers. Hij dient om dat aan te tonen 5 referenties te overleggen van in de afgelopen vijf jaar gerealiseerde, soortgelijke leveringen en diensten.”

2.4. De heer [eiser] heeft per e-mail van 10 november 2006 onder meer het volgende aan de heer [naam] van de gemeente bericht.

“Onze dankzegging voor uw berichtgeving van de publicatie namens de gemeente Arnhem met betrekking tot het Telemetrie project van de afvalwaterketen. Uiteraard zijn wij op de hoogte van dit aanbestedingsdocument en hebben wij inhoudelijk op het bestek geen aanleiding gehad tot het stellen van aanvullende vragen. Wij zullen zorg dragen voor het tijdig indienen van ons projectvoorstel.”

2.5. [eiser] heeft vervolgens tijdig, op 20 november 2006, op de aanbestedingsprocedure ingeschreven.

2.6. Bij brief van 3 januari 2007 heeft de heer [naam], afdelingshoofd beheer, namens de gemeente onder meer het volgende bericht aan de heer [eiser].

“Na de ontvangen inschrijvingen met elkaar vergeleken te hebben blijkt de aanbieding van [eiseres in het incident tot tussenkomst] Bedrijven BV te [woonplaats] de economisch meest voordelige oplossing. De door [eiseres in het incident tot tussenkomst] aangeboden dienstverlening beoordeelt de gemeente als vrijwel van dezelfde functionaliteit en betrouwbaarheid als die van uw aanbieding, er is echter een belangrijk verschil in de kosten, zowel bij de eenmalige investering als bij de jaarlijkse onderhoudsbedragen. De gemeente heeft dan ook het voornemen om de opdracht aan [eiseres in het incident tot tussenkomst] Bedrijven BV te gunnen.”

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert na wijziging van eis, bij uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis en waarbij de gemeente wordt veroordeeld in de kosten:

1 primair

de gemeente te gebieden om, indien zij het werk wil opdragen, tot heraanbesteding daarvan over te gaan;

1 subsidiair

de gemeente te gebieden om in het geding te brengen, althans aan [eiser] te overhandigen, bewijsstukken waaruit blijkt op welke wijze zij de aanbiedingen van [eiseres in het incident tot tussenkomst] en [eiser] heeft beoordeeld, vergezeld van een beoordelingsmatrix c.q. de door de genoemde partijen behaalde scores, zomede vergezeld van de volledige aanbieding van [eiseres in het incident tot tussenkomst] opdat geverifieerd kan worden dat [eiseres in het incident tot tussenkomst] aan de in de aanbestedingsprocedure gestelde eisen voldoet;

2

de gemeente te verbieden het werk op basis van de tot nu toe gevoerde aanbestedingsprocedure te gunnen, althans aan [eiseres in het incident tot tussenkomst] te gunnen;

een en ander telkens op straffe van een dwangsom van € 200.000,00 voor iedere schending van genoemde ge- en verboden.

3.2. [eiser] legt aan haar vorderingen ten grondslag dat de gemeente in de onderhavige aanbestedingsprocedure de algemene beginselen van aanbestedingsrecht meerdere malen dusdanig heeft geschonden dat van een behoorlijke aanbestedingsprocedure niet kan worden gesproken. Dit kan niet leiden tot gunning, zodat de gemeente, indien zij de opdracht wenst te gunnen, tot heraanbesteding zal moeten overgaan. Het gaat volgens [eiser] om de volgende gebreken, die hierna bij de beoordeling - voor zover nodig - nader worden besproken:

- het aanbestedingsdocument bevat niet toegestane afwijkingen van het BAO;

- de aanbestedingsprocedure is volstrekt niet transparant. In het aanbestedingsdocument worden minimumeisen, selectiecriteria, gunningscriteria en wegingsfactoren door elkaar en op onjuiste wijze gebruikt;

- de beoordeling van de ingediende aanbieding is niet verifieerbaar en het gunningsvoornemen is onvoldoende gemotiveerd. Bovendien heeft de gemeente in strijd met haar eigen aanbestedingsdocument geen referentiebezoeken afgelegd.

Daarnaast is [eiser] van mening dat niet aan [eiseres in het incident tot tussenkomst] kan worden gegund, omdat zij daarvoor niet in aanmerking komt. De vennootschap aan wie de gemeente voornemens is te gunnen bestaat blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet meer en voorts heeft [eiseres in het incident tot tussenkomst] niet voldaan aan het selectiecriterium ten aanzien van de solvabiliteitsratio.

3.3. De gemeente en [eiseres in het incident tot tussenkomst] voeren gemotiveerd verweer tegen de vorderingen van

[eiser]. Hierna zal, voor zover van belang, op de stellingen van partijen worden ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Nu [eiser] en de gemeente geen bezwaar hebben gemaakt tegen de tussenkomst van [eiseres in het incident tot tussenkomst] en omdat [eiseres in het incident tot tussenkomst] een rechtstreeks en in rechte te erkennen belang heeft om als tussenkomende partij in het geding op te komen, zal zij worden toegelaten als tussenkomende partij.

4.2. Het spoedeisend belang vloeit voort uit de stellingen van [eiser].

4.3. Kernvraag die in dit geschil dient te worden beantwoord is, of de gemeente in de onderhavige aanbestedingsprocedure de algemene beginselen van aanbestedingsrecht dusdanig heeft geschonden dat van een behoorlijke aanbestedingsprocedure niet kan worden gesproken.

4.4. Allereerst dient het verweer van de gemeente te worden beoordeeld dat [eiser] haar recht heeft verwerkt om te klagen over eventuele gebreken in de gevolgde aanbestedingsprocedure voor zover betrekking hebbend op de aanbestedingsstukken. De gemeente verwijst daarbij naar het zogenaamde Grossmann-arrest (HvJ EG, 12 februari 2004, C-230/02) en stelt dat [eiser], nu zij niet eerder heeft geklaagd over vermeende gebreken in het aanbestedingsdocument, in dit stadium daartegen niet alsnog bezwaar kan maken.

4.5. Dit verweer treft doel. In genoemd Grossmann-arrest is onder meer het volgende overwogen: “Vastgesteld moet worden dat wanneer een persoon geen beroep instelt tegen een besluit van de aanbestedende dienst houdende vaststelling van de specificaties van een oproep tot inschrijving, ofschoon hij zich daardoor gediscrimineerd acht omdat zij hem beletten op zinvolle wijze deel te nemen aan de betrokken aanbestedingsprocedure, en de kennisgeving van het besluit tot gunning van de opdracht afwacht vooraleer deze juist op grond van de discriminerende aard van genoemde specificaties aan te vechten voor de verantwoordelijke instantie, zulks niet beantwoordt aan de doelstellingen van snelheid en doeltreffendheid van richtlijn 89/665. Een dergelijke handelwijze belemmert immers de daadwerkelijke toepassing van de communautaire richtlijnen inzake het plaatsen van overheidsopdrachten, omdat zij de instelling van beroepsprocedures, waarvoor de lidstaten ingevolge richtlijn 89/665 moeten zorgen, zonder objectieve reden kan vertragen.”

4.6. Uit deze overwegingen kan worden afgeleid dat van een (potentiële) inschrijver een pro-actieve houding mag worden verwacht en dat hij tegen eventuele onduidelijkheden/onvolkomenheden in het aanbestedingsdocument opkomt in een stadium waarin die onduidelijkheden/onvolkomenheden nog ongedaan kunnen worden gemaakt. Dit heeft [eiser] in het kader van de onderhavige aanbestedingsprocedure evenwel niet gedaan. Zij heeft haar bezwaren op geen enkel moment aan de gemeente kenbaar gemaakt, terwijl haar die mogelijkheid op grond van de punten 2.4 en 2.5 van het aanbestedingsdocument wel was gegeven (zie 2.3.). Op 10 november 2006 heeft [eiser] zelfs aan de gemeente laten weten dat zij “inhoudelijk op het bestek geen aanleiding hebben gehad tot het stellen van aanvullende vragen” (zie 2.4.).

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft [eiser] daarmee haar recht verwerkt om te klagen over eventuele gebreken in het aanbestedingsdocument en de daarbij behorende stukken. Dit leidt tot de conclusie dat de door [eiser] aangevoerde bezwaren met betrekking tot de niet toegestane afwijkingen van het BAO en de door elkaar en op onjuiste wijze gebruikte minimumeisen, selectiecriteria, gunningscriteria en wegingsfactoren geen verdere bespreking behoeven.

4.7. Ten overvloede wordt ten aanzien van het BAO nog opgemerkt dat de onderhavige aanbesteding een zogenaamde 2B-dienst betreft. Uit de aankondiging van opdracht blijkt dat het gaat om een dienst van de 27e categorie (‘overige diensten’) zoals opgenomen in bijlage 2, onderdeel B, behorende bij het BAO. Ingevolge artikel 21 BAO geldt voor dergelijke 2B-diensten een verlicht regime (slechts artikel 23 en 35 lid 12 tot en met 16 BAO behoeven door een aanbestedende dienst in acht te worden genomen) zodat de stelling van [eiser] - dat de termijn voor ontvangst van de inschrijvingen gelet op artikel 38 lid 2 BAO te kort is geweest - ook om deze reden niet als juist kan worden aanvaard.

Overigens staat het de gemeente vrij om, zoals zij ook heeft gedaan, het BAO - met uitzonderlijk van artikel 38 - toch op deze aanbestedingsprocedure van toepassing te verklaren.

[eiser] heeft bij repliek het standpunt ingenomen dat de gemeente zich in dit kader

ondanks het verlicht regime ook aan de bekendmaking van de Europese Commissie (de zogenaamde Interpretatieve Mededeling, 2006/C 179/02) dient te houden. Zij heeft niet aangegeven in welk opzicht de gemeente is afgeweken van de Interpretatieve Mededeling, zodat de voorzieningenrechter aan deze stelling voorbijgaat.

4.8. [eiser] stelt voorts dat de beoordeling van de door haar ingediende aanbieding niet verifieerbaar is en dat het gunningsvoornemen onvoldoende is gemotiveerd. Bovendien heeft de gemeente in strijd met haar eigen aanbestedingsdocument geen referentiebezoeken afgelegd.

4.9. Voorop wordt gesteld dat, zoals hiervoor reeds is overwogen, het in deze zaak gaat om een zogenaamde 2B-dienst ten aanzien waarvan een verlicht regime geldt. In beginsel is de gemeente op grond van artikel 21 BAO slechts gehouden de voorschriften omtrent de technische specificaties (artikel 23 BAO) en publicatie van de gegunde opdracht (artikel 35 lid 12 tot en met 16 BAO) na te leven. Maar ook overigens kan uit niets worden afgeleid dat de gemeente verplicht is een proces-verbaal van aanbesteding aan [eiser] te verstrekken. Op grond van artikel 41 lid 4 BAO is een aanbestedende dienst slechts verplicht om een inschrijver in kennis te stellen van de kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijving, en van de naam van de begunstigde. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de gemeente hieraan voldaan.

Daarbij komt dat [eiser] door het indienen van een aanbieding zich heeft geconformeerd aan hetgeen in punt 20 van 2.1 van het aanbestedingsdocument is opgenomen: “De opdrachtgever is niet verplicht interne (aanbestedings) documenten, zoals resultaten van evaluaties, adviezen aangaande kwalificatie en gunning aan inschrijvers bekend te maken”.

Voorts heeft de gemeente ter zitting voldoende aannemelijk gemaakt dat zij geen nieuwe gunningscriteria heeft gebruikt ter beoordeling van de aanbiedingen. De brief van 3 januari 2007 (zie 2.6.) is naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende duidelijk en het daarin opgenomen voornemen tot gunning is ook voldoende gemotiveerd. Dat hierin andersoortige termen worden gehanteerd (‘functionaliteit’ en ‘betrouwbaarheid’) dan in het aanbestedingsdocument doet hieraan niet af. De door [eiser] en [eiseres in het incident tot tussenkomst] aangeboden dienstverlening, ‘onderscheidende kwaliteit’, is blijkens genoemde brief als (nagenoeg) gelijk beoordeeld. Het verschil (ten nadele van [eiser]) zit hem in de kosten (‘economische aspecten’) hetgeen blijkens het wegingsmodel (zie 2.3.) voor maar liefst 50% heeft meegewogen.

4.10. Met betrekking tot de referentiebezoeken wordt het volgende overwogen. Vaststaat dat de gemeente geen referentiebezoeken heeft afgelegd. Hoewel de gemeente daarmee op zich in strijd heeft gehandeld met haar eigen aanbestedingsdocument, kan dit [eiser] naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet baten. De gemeente heeft ter zitting aangegeven dat de aanbieding van [eiser] als derde is geëindigd. Op grond van het aanbestedingsdocument wordt alleen van de twee inschrijvers met de hoogste score een referentie door de gemeente bezocht. In zoverre heeft [eiser] dus geen belang bij haar bezwaar op dit punt. Daarenboven heeft de gemeente aangegeven dat zij heeft afgezien van het afleggen van referentiebezoeken omdat het verschil tussen de winnende inschrijver ([eiseres in het incident tot tussenkomst]) en de inschrijver die als tweede is geëindigd, zo groot is dat het afleggen van die referentiebezoeken niets meer aan de rangorde had kunnen veranderen. Zij zou de inschrijvers slechts nodeloos op kosten jagen. Ook om deze reden heeft [eiser] dus geen belang bij haar bezwaar op dit punt.

4.11. [eiser] stelt ten slotte dat niet aan [eiseres in het incident tot tussenkomst] kan worden gegund, omdat zij daarvoor niet in aanmerking komt. De vennootschap aan wie de gemeente voornemens is te gunnen bestaat blijkens een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel niet meer en voorts heeft [eiseres in het incident tot tussenkomst] niet voldaan aan het selectiecriterium ten aanzien van de solvabiliteitsratio.

4.12. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan uit het door [eiser] overgelegde uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van 9 januari 2007 niet worden afgeleid dat de vennootschap [eiseres in het incident tot tussenkomst] Bedrijven BV, aan wie de gemeente voornemens is de opdracht te gunnen, is opgehouden te bestaan. Uit de inschrijving blijkt dat de naam van [eiseres in het incident tot tussenkomst] Bedrijven BV op 27 december 2006 is gewijzigd in [eiseres in het incident tot tussenkomst] BV.

[eiseres in het incident tot tussenkomst] heeft ter zitting ook bevestigd dat slechts haar statutaire naam is gewijzigd, en dat de vennootschap qua identiteit nog steeds dezelfde is.

4.13. Het betoog van [eiser], dat [eiseres in het incident tot tussenkomst] niet heeft voldaan aan het selectiecriterium ‘solvabiliteit’, wordt ook gepasseerd.

Weliswaar blijkt uit de door [eiser] overgelegde algemene gegevens uit de jaarrekening van [eiseres in het incident tot tussenkomst], zoals opgenomen in het uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel van 9 januari 2007, dat [eiseres in het incident tot tussenkomst] in 2004 een solvabiliteitspercentage heeft behaald van 0,11, maar daarmee is niet komen vast te staan dat [eiseres in het incident tot tussenkomst] niet heeft voldaan aan het in het aanbestedingsdocument opgenomen selectiecriterium van punt 3.2.1. In dat punt is immers niet opgenomen in welk jaar/in welke jaren een solvabiliteitsratio van 0,25 moet zijn behaald. In tegenstelling tot bijvoorbeeld punt 3.2.4 van het aanbestedingsdocument met betrekking tot de verklaring betreffende de jaaromzet. Daarin is opgenomen: “U dient de jaaromzet over de jaren 2003, 2004 en 2005 aan te geven. De jaaromzet over 2004 en 2005 dient minimaal 1.000.000,- te bedragen.”

De gemeente heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat het haar te doen was om een inzicht te verkrijgen in de ontwikkeling van de solvabiliteit van de inschrijvers. Daaraan heeft [eiseres in het incident tot tussenkomst] naar het oordeel van de gemeente voldaan nu [eiseres in het incident tot tussenkomst] in 2006 ruimschoots over de gevraagde solvabiliteit beschikte.

Dat [eiseres in het incident tot tussenkomst] overigens ongeschikt zou zijn om de opdracht te kunnen uitvoeren, is onvoldoende aannemelijk gemaakt door [eiser].

4.14. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de gemeente in de onderhavige aanbestedingsprocedure niet de algemene beginselen van aanbestedingsrecht (dusdanig) heeft geschonden dat van een behoorlijke aanbestedingsprocedure niet kan worden gesproken. De vorderingen van [eiser] zullen derhalve worden afgewezen.

4.15. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan zowel de zijde van de gemeente als aan de zijde van [eiseres in het incident tot tussenkomst] worden begroot op:

- vast recht € 251,00

- salaris procureur € 816,00

Totaal € 1.067,00

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

5.1. laat [eiseres in het incident tot tussenkomst] toe als tussenkomende partij in het kort geding van [eiser] tegen de gemeente;

5.2. wijst de vorderingen af;

5.3. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van de gemeente tot

op heden begroot op € 1.067,00 en aan de zijde van [eiseres in het incident tot tussenkomst] tot op heden begroot op

€ 1.067,00.

Dit vonnis is gewezen door mr. F.J. de Vries en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. M. van Gameren op 26 februari 2007.