Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:AZ9280

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
17-01-2007
Datum publicatie
26-02-2007
Zaaknummer
132905
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHARN:2009:BK4674
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De vraag of uit de beschreven gedragingen van eiser kan worden afgeleid dat hij zich ervan bewust was dat de ontstane schade het gevolg van zijn handelen zou zijn.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 132905 / HA ZA 05-1924

Vonnis van 17 januari 2007

in de zaak van

1. [eiser sub 1],

wonende te [woonplaats],

2. [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats],

eisers,

procureur mr. H. van Ravenhorst,

advocaat mr. A.C.H. van den Bergh te Haarlem,

tegen

de naamloze vennootschap

RVS SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,

gevestigd te Ede,

gedaagde,

procureur mr. L. Paulus,

advocaat mr. D.J. van der Kolk te Rotterdam.

Partijen zullen hierna [eiser sub 1], [eiser sub 2] en RVS genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 1 februari 2006

- het proces-verbaal van comparitie van 30 maart 2006

- de conclusie van repliek

- de conclusie van dupliek

- de pleidooien en de ter gelegenheid daarvan overgelegde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eiser sub 2], de moeder van [eiser sub 1], heeft bij RVS een aansprakelijkheids-verzekering voor particulieren afgesloten met polisnummer 04-10561122 (verder: de verzekering). Deze verzekering dekt de aansprakelijkheid van de verzekerden, waaronder begrepen [eiser sub 1], zijnde haar inwonende zoon, tot een maximumbedrag van fl. 2 miljoen, oftewel EUR 907.560,--.

2.2. Artikel 4.1 van de polisvoorwaarden van de verzekering luidt als volgt:

‘4.1

Niet gedekt is de aansprakelijkheid van:

a. een verzekerde voor schade die voor hem/haar het beoogde of zekere gevolg is van zijn/haar handelen of nalaten;

b. een in groepsverband optredende verzekerde voor schade die het beoogde of zekere gevolg is van een gedraging of gedragingen van de groep, ook in geval niet de verzekerde zelf deze schade opzettelijk heeft veroorzaakt.’

2.3. In de nacht van 3 op 4 januari 2004 is brand uitgebroken in een op een parkeerterrein in IJmuiden opgeslagen strandhuisje. Dit huisje is door de brand volledig vernield. De brand is overgeslagen naar andere op het parkeerterrein opgeslagen strandhuisjes waardoor in totaal circa 163 strandhuisjes zijn vernield of beschadigd.

2.4. [eiser sub 1] heeft op 9 maart 2004 bij de politie bekend dat hij in die nacht brand heeft gesticht in een strandhuisje en hij is bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Haarlem van 25 oktober 2004 (onder andere) daarvoor veroordeeld.

De advocaat van [eiser sub 1] die hem in de strafzaak heeft bijgestaan, heeft bij brief van

14 oktober 2004 aan RVS gemeld dat [eiser sub 1] moest voorkomen bij de strafrechter en dat er op dat moment twee schadeclaims tegen [eiser sub 1] waren ingediend. RVS wordt in die brief verzocht de claims in behandeling te nemen.

2.5. Tegen [eiser sub 1] zijn inmiddels diverse schadevergoedingsprocedures aanhangig gemaakt door eigenaren van de strandhuisjes en/of de brandverzekeraars van die eigenaren.

De totale claim bedraagt een kleine 4 miljoen euro.

2.6. RVS heeft bij brief van 4 april 2005 aan de moeder van [eiser sub 1] laten weten dat RVS geen dekking zal verlenen. RVS beroept zich daarbij op de hiervoor geciteerde ‘opzetclausule’ en op de te late melding van de schade.

3. Het geschil

3.1. [eiser sub 1] vordert te verklaren voor recht dat RVS onverkort gehouden is om op grond van de onderhavige verzekeringsovereenkomst en met inachtneming van de daarvan deel uitmakende polisvoorwaarden dekking te bieden terzake van de schade die is ontstaan ten gevolge van de onderhavige brand, waarbij RVS noch dekking kan weigeren op grond van de in de polisvoorwaarden opgenomen opzetclausule, noch op grond van het tijdstip waarop de melding van de tot de dekking aanleiding gevende gebeurtenis heeft plaatsgevonden, een en ander met veroordeling van RVS in de kosten.

3.2. RVS voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Het geding tussen partijen spitst zich toe op de vraag of RVS dekking mag weigeren met een beroep op de opzetclausule.

4.2. Uit de hiervoor geciteerde tekst van de opzetclausule volgt dat niet gedekt is de aansprakelijkheid van een verzekerde (in dit geval [eiser sub 1]) voor schade die voor hem het beoogde of zekere gevolg is van zijn handelen of nalaten.

4.3. Volgens vaste rechtspraak is bij de toepasselijkheid van een opzetclausule als de onderhavige van dekking uitgesloten de aansprakelijkheid van een verzekerde die de in feite toegebrachte schade heeft beoogd of zich ervan bewust was dat die schade het gevolg van zijn handelen zou zijn. Daarbij verdient aantekening dat de rechter onder omstandigheden uit de gedragingen van de verzekerde kan afleiden dat deze de schade heeft beoogd of zich ervan bewust was dat de schade het gevolg van zijn handelen zou zijn (vgl. HR 6 november 1998, NJ 1999, 220 en HR 27 juni 2003, NJ 2005, 140).

4.4. [eiser sub 1] ontkent dat hij de totale schade die in de bewuste nacht is ontstaan, heeft beoogd en stelt dat hij zich niet heeft gerealiseerd dat er ook schade aan de andere strandhuisjes zou ontstaan.

4.5. Vaststaat dat [eiser sub 1] die nacht brand heeft gesticht in één strandhuisje, te weten het huisje dat door hem en zijn vrienden diverse keren was gebruikt als ‘clubhuisje’. [eiser sub 1] heeft dit op diverse momenten toegegeven, laatstelijk bij gelegenheid van de pleidooien en hij is hiervoor ook strafrechtelijk veroordeeld. [eiser sub 1] heeft verklaard dat het zijn bedoeling was dat alleen het ‘clubhuisje’ door vuur zodanig zou worden aangetast dat de sporen van hun aanwezigheid gewist werden. Voorts heeft [eiser sub 1] verklaard dat hij wist dat de strandhuisjes van hout waren en dat deze op relatief korte afstand (ongeveer 1 meter) van elkaar stonden gestald.

4.6. De vraag moet nu worden beantwoord of uit de hiervoor bij 4.5. beschreven gedragingen van [eiser sub 1] kan worden afgeleid dat hij zich ervan bewust was dat de ontstane schade het gevolg van zijn handelen zou zijn.

4.7. Bij de conclusie van antwoord zijn twee (fotokopieën van) luchtfoto’s gevoegd van de situatie op de bewuste parkeerplaats ná de brand. Op de tweede foto staat de plaats aangegeven waar het huisje zich ongeveer bevond waarin [eiser sub 1] brand heeft gesticht. Bij gelegenheid van de pleidooien heeft [eiser sub 1] verklaard dat de op die foto aangegeven locatie correct is. Dit betekent dat dit huisje aan alle kanten omgeven c.q. ingesloten is geweest door in rijen gestalde andere strandhuisjes. Hieruit leidt de rechtbank af dat [eiser sub 1] zich ervan bewust was dat hij brand stichtte in een onderdeel van een complex van zeer dicht op elkaar staande, makkelijk ontvlambare huisjes en dat brand in een onderdeel brand van het complex betekende, waarbij de brand niet beperkt zou blijven en in het bijzonder niet door hem beperkt kon worden tot het verbranden van de sporen in het huisje waar hij brand stichtte.

Dit betekent dat RVS zich bij haar weigering dekking te verlenen terecht op de opzetclausule heeft beroepen, zodat de vordering van [eiser sub 1] moet worden afgewezen.

4.8. Aan een beoordeling van de overige stellingen van partijen komt de rechtbank dan niet meer toe.

4.9. [eiser sub 1] en [eiser sub 2] zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van RVS worden begroot op:

- explootkosten EUR 0,00

- vast recht 244,00

- getuigenkosten 0,00

- deskundigen 0,00

- overige kosten 0,00

- salaris procureur 1.920,-- (5 punten × tarief EUR 384,00)

Totaal EUR 2.164,--

5. De beslissing

De rechtbank

5.1. wijst de vordering af,

5.2. veroordeelt [eiser sub 1] in de proceskosten, aan de zijde van RVS tot op heden begroot op EUR 2.164,--,

5.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.D.A. den Tonkelaar, mr. O. Nijhuis en mr. M.M. Vanhommerig en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2007.

Coll:MV