Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2007:AZ6951

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
17-01-2007
Datum publicatie
24-01-2007
Zaaknummer
454950\ CV EXPL 06-3189
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

regresrecht ex artikel 7:25 BW van de verkoper op de voorman.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Vonnis

RECHTBANK ARNHEM

Sector kanton

Locatie Tiel

zaakgegevens 454950 \ CV EXPL 06-3189 \ 51 WHvE/MG

uitspraak van 17 januari 2007

Vonnis

in de zaak van

de besloten vennootschap [eiser]

gevestigd te Limmen

eisende partij

gemachtigde mr. R.J. Ingerman

tegen

de besloten vennootschap [gedaagde]

gevestigd te Boven-Leeuwen

gedaagde partij

gemachtigde mr. W.A. de Voorm

1. De procedure.

1.1. [eiser] (hierna te noemen [eiser].) heeft autodemontagebedrijf [gedaagde] (hierna te noemen [gedaagde]) gedagvaard. Aan de dagvaarding zijn diverse producties gehecht (genummerd 1 tot en met 13). [gedaagde] heeft geconcludeerd voor antwoord onder overlegging van producties.

1.2. Bij tussenvonnis d.d. 18 oktober 2006 is een comparitie van partijen bepaald. Op de dienende dag zijn beide partijen vertegenwoordigd door hun directeuren en bijgestaan door hun procesgemachtigden voor de kantonrechter verschenen. Van de behandeling ter comparitie zijn aantekeningen gemaakt door de griffier, die in afschrift bij het procesdossier zijn gevoegd. Aan deze aantekeningen zijn gehecht de Bovag bepalingen (versie 13-02-2002).

1.3. Partijen hebben de nodige inlichtingen verschaft. Er kon geen schikking tot stand worden gebracht.

1.4. De uitspraak van het vonnis is bepaald op heden.

2. Het geschil en de beoordeling daarvan

2.1. De navolgende feiten staan vast als enerzijds gesteld en anderzijds niet dan wel onvoldoende betwist, deels gestaafd met bewijsstukken:

a. [eiser]. exploiteert een garagebedrijf dat handelt in nieuwe en gebruikte automobielen, onderdelen, accessoires, benzine en smeermiddelen alsmede het repareren van motorvoertuigen en het uitoefenen van een plaatwerkerij.

b. [gedaagde] exploiteert een bedrijf, waarvan de bedrijfsomschrijving is ‘het demonteren van auto’s, verkoop van onderdelen, handel in auto’s en reparatie aan auto’s, groothandel in gebruikte onderdelen en secundaire materialen’.

c. Op 17 januari 2005 heeft [eiser]. van [gedaagde] een (tweedehands) motor en versnellingsbak 1900 TD voor een Peugeot 306 gekocht. De motor had op dat moment 66.000 kilometer gelopen. De koopsom bedroeg € 2000,00 (productie 1 inleidende dagvaarding).

d. [eiser]. heeft deze motor ingebouwd in een Peugeot 306 van een particuliere klant, ene [naam client] uit Amsterdam. Dat is begin februari 2005 gebeurd. De factuur gericht aan deze klant dateert van 2 februari 2005 (productie 2 inleidende dagvaarding)

e. Eind september 2005 berichtte de klant van [eiser]. dat hij met een defecte motor was gestrand. Op dat moment had de motor circa 14.000 kilometer gelopen. De klant maakte aanspraak op schadevergoeding wegens non conformiteit.

f. [eiser]. heeft vervolgens een onderzoek laten instellen door het expertisebureau H.A. van Ameyde B.V. Het door dit bureau uitgebrachte rapport d.d. 5 december 2005 is als productie 4 aan de inleidende dagvaarding gehecht. De conclusie van de deskundige is: ‘de schade is het gevolg van een defect in de motor die verzekerde leverde maar betrok van de firma [gedaagde] te Boven Leeuwen. Van de onderhavige motor die werd aangekocht voor € 2.000,00 en slechts 60.000 kilometer zou hebben gepresteerd zou men als kopende partij in alle redelijkheid meer mogen verwachten. De motor heeft na inbouw slechts 14.000 kilometer gepresteerd, terwijl men zou mogen verwachten dat een dergelijke motor nog 200.000 kilometer zou moeten kunnen presteren’.

(de monteurs van [eiser]. hadden geconstateerd dat de aandrijfstang gebroken was en dat er een gat in het motorblok was ontstaan)

g. [eiser]. heeft [gedaagde] aansprakelijk gesteld.

De aansprakelijkheidsstelling werd door [gedaagde] van de hand gewezen.

h. [eiser]. heeft in de auto van de particuliere klant een andere motor ingebouwd. De totale herstelkosten bedroegen € 3218,70. Verwezen wordt naar productie 7 van de inleidende dagvaarding.

2.2. [eiser]. vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar verklaard bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen tot betaling van de somma van € 4.088,44, zijnde een hoofdsom van € 3.218,70 vermeerderd met € 270,01 ter zake van expertisekosten, wettelijke rente ten bedrage van € 64,23 en buitengerechtelijke

incassokosten ten bedrage van € 535,50, een en ander met veroordeling van

[gedaagde] tot betaling van de proceskosten.

Kort samengevat is de vordering gebaseerd op het regresrecht van [eiser]. ex artikel 7:25 BW (het regresrecht van de verkoper ([eiser].) op de voorman ([gedaagde]).

2.3. [gedaagde] heeft de vorderingen van [eiser]. betwist. Zij vindt het onbegrijpelijk dat [eiser]. in de relatie met de particuliere koper geen beroep heeft gedaan op de Bovag standaard voorwaarden die [eiser]. hanteert en waarin een garantietermijn van 3 maanden is opgenomen. Volgens [gedaagde] had [eiser]. ter afwering van de schadeclaim van de particuliere klant een beroep moeten doen op deze garantietermijn.

Het tweede verweer van [gedaagde] is dat zij in de relatie met [eiser]. ook algemene voorwaarden hanteert. Zij noemt daarbij de Bovag voorwaarden, waarin een garantietermijn van drie maanden is opgenomen. Op die garantietermijn stuit de claim van [eiser]. af in de visie van [gedaagde]

In dit verband beroept [gedaagde] zich ook onder meer op artikel 6:235 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. In de visie van [gedaagde] komt [eiser]. geen beroep op vernietigbaarheid van de Bovag standaard voorwaarden toe.

2.4. Vooreerst stelt de kantonrechter vast dat er door [gedaagde] geen verweer is gevoerd met betrekking tot de technische aspecten van deze zaak, zodat van de technische conclusie van de deskundige, als vermeld in diens rapport, in rechte uitgegaan moet worden.

2.5. Het eerste verweer van [gedaagde] - dat [eiser]. in de relatie met de particulier koper ter afwering van diens schadeclaim een beroep had behoren te doen op de in de Bovag bepalingen genoemde garantietermijn van drie maanden- is naar het oordeel van de kantonrechter ongegrond, daar deze koper immers een beroep heeft gedaan op schadevergoeding bij consumentenkoop vanwege non conformiteit ex artikel 7:24 BW. Verwijzend naar artikel 7:6 BW kan in dat geval niet ten nadele van de koper afgeweken worden en kunnen diens rechten en vorderingen die de wet aan de koper ter zake van een tekortkoming in de nakoming van de verplichtingen van de verkoper toekent niet worden beperkt of uitgesloten.

Met andere woorden, [eiser]. had in de relatie met de particuliere koper geen beroep kunnen doen op de volgens de Bovag bepalingen geldende garantietermijn. Dit wordt ook verwoord in artikel 15 lid 1 van de Bovag bepalingen, waarin uitdrukkelijk is geregeld dat de wettelijke rechten (waaronder het recht ingevolge Boek 7 van het BW dat de zaak bij aflevering aan de overeenkomst beantwoordt)

die een koper/opdrachtgever niet handelend in de uitoefening van beroep of bedrijf uit dien hoofde heeft, onverlet gelaten worden door de garantiebepalingen.

2.6. Het tweede verweer van [gedaagde], erop neerkomend dat de claim van

[eiser]. afstuit op de garantietermijn, zoals deze in de Bovag bepalingen wordt gehanteerd en welke bepalingen op de relatie tussen partijen van toepassing waren – is eveneens ongegrond, daar terecht door de gemachtigde van

[eiser]. erop gewezen is dat conform het bepaalde in lid 2 van artikel 7:25 BW niet ten nadele van de verkoper (in casu [eiser].) van lid 1 (waarop [eiser]. haar vordering baseert) kan worden afgeweken.

Het verweer van [gedaagde] dat [eiser]. voor wat betreft dit onderdeel van de Bovag bepalingen geen beroep op vernietigbaarheid toekomt, is eveneens ongegrond. [eiser]. heeft onder punt 19 van de inleidende dagvaarding een beroep gedaan op vernietiging van de bepaling voor zover [gedaagde] een beroep zou kunnen doen op de exoneratieclausule in de algemene voorwaarden op grond van het bepaalde in artikel 3:40 lid 2 BW.

2.7. Daar voor het overige de vordering van [eiser]. niet is betwist (er is geen verweer gevoerd met betrekking tot de hoogte van de hoofdsom en met betrekking tot de bijkomende vorderingen) zal de vordering van [eiser]. moeten worden toegewezen.

2.8. [gedaagde] wordt als de in het ongelijk gestelde procespartij veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

3. De beslissing.

De kantonrechter

rechtdoende;

3.1. veroordeelt de besloten vennootschap [gedaagde] om aan de besloten vennootschap [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen de somma van € 4088,44 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot aan die der algehele voldoening te berekenen over de hoofdsom groot € 3.218,70;

3.2. veroordeelt de besloten vennootschap autodemontagebedrijf [gedaagde] tot betaling van de proceskosten tot aan deze uitspraak aan de zijde de besloten vennootschap autobedrijf G. [eiser]. begroot op € 617,00, waaronder

€ 350,00 salarisgemachtigde.

3.3. verklaart tot zover dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. W.H. van Empel en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2007.