Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2006:BW6498

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
21-04-2006
Datum publicatie
24-05-2012
Zaaknummer
05/090524-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Rechtbank Arnhem heeft gemeenteambtenaar voor het aannemen van steekpenningen en valsheid in geschrift veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf, onvoorwaardelijke werkstraf en ontzetting uit zijn recht een ambt te bekleden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

Parketnummer : 05/090524-04

Datum zitting : 7 april 2006

Datum uitspraak: 21 april 2006

TEGENSPRAAK

In de zaak van

de officier van justitie in het arrondissement Arnhem

tegen

naam : [verdachte],

geboren op : [geboortedatum] 1948 te [geboorteplaats],

adres : [adres],

plaats : [woonplaats].

Raadsvrouw: mr. M.R. van Gemert, advocaat te Lent.

1. De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegelaten vordering wijziging tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2001 tot en met 26 juli 2004 te Nijmegen en/of Duiven en/of Heumen, althans in Nederland, (telkens) als ambtenaar (van de gemeente Nijmegen) een gift en/of belofte en/of een dienst heeft aangenomen, wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem, verdachte, werd gedaan, verleend of werd aangeboden teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten hierin bestaande dat hij, verdachte, aan annemersbedrijf [BV1] en/of Bouwbedrijf [naam] en/of Bouwgroep [naam] BV (telkens) opdrachten zou gunnen namens de gemeente Nijmegen en/of (telkens) een bevoorrechte positie zou gunnen bij opdrachtverlening door de gemeente Nijmegen en/of wetende of redelijkerwijs vermoedende dat deze hem, verdachte, werd gedaan, verleend of werd aangeboden tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, verdachte, in strijd met zijn plicht, in zijn huidige of vroegere bediening is gedaan en/of nagelaten hierin bestaande dat hij, verdachte, aan Aannemersbedrijf [BV1] en/of Bouwbedrijf [naam] BV en/of Bouwgroep [naam] BV (telkens) opdrachten heeft gegund namens de gemeente Nijmegen en/of (telkens) een bevoorrechte positie heeft gegund bij opdrachtverlening door de gemeente Nijmegen, bestaande die giften en/of beloften en/of diensten uit gewerkte uren van werknemers en/of geleverde materialen van Aannemersbedrijf [BV1] en/of Bouwbedrijf [naam] BV en/of Bouwgroep [naam] BV, aangewend ten behoeve van de woning van verdachte ([adres]) en/of zijn dochter ([adres]) en/of zijn moeder ([adres]);

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 mei 2004 te Nijmegen en/of Heumen en/of Overasselt, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een- of meermalen - factu(u)r(en) van Bouwgroep [naam] BV gericht aan de gemeente Nijmegen, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid op die factu(u)r(en) werkzaamheden te vermelden als ware deze werkzaamheden uitgevoerd voor de gemeente Nijmegen (terwijl deze werkzaamheden niet of niet geheel verricht waren in het kader van de op die factu(u)r(en) genoemde projecten) en/of

- dag- en/of week- en/of materiaalstaten van Aannemersbedrijf [BV1] en/of Bouwbedrijf [naam] BV en/of Bouwgroep [naam] BV - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid op die dag- en/of week- en/of materiaalstaten een ander adres en/of "werk" te vermelden dan waar de werkzaamheden zijn uitgevoerd;

3.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2004 tot en met 26 juli 2004 te Nijmegen en/of Heumen, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen een of meermalen - factu(u)r(en) van Bouwgroep [naam] BV gericht aan de gemeente Nijmegen, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid op die factu(u)r(en) werkzaamheden te vermelden als ware deze werkzaamheden uitgevoerd voor de gemeente Nijmegen (terwijl deze werkzaamheden geheel of gedeeltelijk betrekking hadden op de aanleg van een zwembad in Beuningen) en/of -dag- en/of week- en/of materiaalstaten van Bouwgroep [naam] BV, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid op die dag- en/of week- en/of materiaalstaten een ander adres en/of "werk" te vermelden dan waar de werkzaamheden zijn uitgevoerd;

4.

hij op of omstreeks 13 april 2004, althans in de maand april 2004 te Nijmegen opzettelijk een partij hout (Western Red Cedar), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele toebehoorde(n) aan de Gemeente Nijmegen, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk(e) goed(eren) verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking van/als gemeenteambtenaar van de gemeente Nijmegen, en aldus anders dan door misdrijf

onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

2. Het onderzoek ter terechtzitting

De zaak is op 7 april 2006 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is verdachte verschenen. Verdachte is bijgestaan door mr. M.R. van Gemert, advocaat te Lent.

De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de tenlastegelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met aftrek van de tijd in verzekering doorgebracht.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zal worden ontzet uit het recht een ambt te bekleden voor de duur van 5 jaar.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de onder verdachte inbeslaggenomen goederen teruggegeven zullen worden aan de rechthebbende, met uitzondering van de goederen met de nummers 01.001.01, 01.002.01, 01.022.03.

Verdachte en zijn raadsvrouw hebben het woord ter verdediging gevoerd.

3. De beslissing inzake het bewijs

Voor zover in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat bewezen wordt geacht dat:

1.

hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2001 tot en met 26 juli 2004 te Nijmegen en/of Duiven en/of Heumen, telkens als ambtenaar (van de gemeente Nijmegen) een gift en/of een dienst heeft aangenomen, wetende dat deze hem, verdachte, werd gedaan, verleend of werd aangeboden teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten hierin bestaande dat hij, verdachte, aan aannemersbedrijf [BV1] en/of Bouwbedrijf [naam] BV en/of Bouwgroep [naam] BV opdrachten zou gunnen namens de gemeente Nijmegen en/of een bevoorrechte positie zou gunnen bij opdrachtverlening door de gemeente Nijmegen en wetende dat deze hem, verdachte, werd gedaan, verleend of werd aangeboden tengevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem, verdachte, in strijd met zijn plicht, in zijn huidige bediening is gedaan en/of nagelaten hierin bestaande dat hij, verdachte, aan Aannemersbedrijf [BV1] en/of Bouwbedrijf [naam] BV en/of Bouwgroep [naam] BV opdrachten heeft gegund namens de gemeente Nijmegen en/of een bevoorrechte positie heeft gegund bij opdrachtverlening door de gemeente Nijmegen, bestaande die giften en diensten uit gewerkte uren van werknemers en geleverde materialen van Aannemersbedrijf [BV1] en/of Bouwbedrijf [naam] BV en/of Bouwgroep [naam] BV, aangewend ten behoeve van de woning van verdachte ([adres]) en zijn dochter ([adres]) en zijn moeder ([adres]);

2.

hij op tijdstippen in de periode van 1 januari 1997 tot en met 31 mei 2004 te Nijmegen en/of Heumen en/of Overasselt, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, factu(u)r(en) van Bouwgroep [naam] BV gericht aan de gemeente Nijmegen, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid op die factu(u)r(en) werkzaamheden te vermelden als ware deze werkzaamheden uitgevoerd voor de gemeente Nijmegen (terwijl deze werkzaamheden niet of niet geheel verricht waren in het kader van de op die factu(u)r(en) genoemde projecten) en/of - dag- en/of week- en/of materiaalstaten van Aannemersbedrijf [BV1] en/of Bouwbedrijf [naam] BV en/of Bouwgroep [naam] BV - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid op die dag- en/of week- en/of materiaalstaten een ander adres en/of "werk" te vermelden dan waar de werkzaamheden zijn uitgevoerd;

3.

hij op tijdstippen in de periode van 1 juni 2004 tot en met 26 juli 2004 te Nijmegen en/of Heumen, tezamen en in vereniging met ander of anderen, - factu(u)r(en) van Bouwgroep [naam] BV gericht aan de gemeente Nijmegen, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, door (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid op die factu(u)r(en) werkzaamheden te vermelden als ware deze werkzaamheden uitgevoerd voor de gemeente Nijmegen (terwijl deze werkzaamheden geheel of gedeeltelijk betrekking hadden op de aanleg van een zwembad in Beuningen) en -dag- en/of week- en/of materiaalstaten van Bouwgroep [naam] BV, - (elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen -, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen

gebruiken, door (telkens) opzettelijk valselijk en/of in strijd met de waarheid op die dag- en/of week- en/of materiaalstaten een ander adres en/of "werk" te vermelden dan waar de werkzaamheden zijn uitgevoerd;

4.

hij in de maand april 2004 te Nijmegen opzettelijk een partij hout (Western Red Cedar), toebehoorde aan de Gemeente Nijmegen, en welk goed verdachte uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking als gemeenteambtenaar van de gemeente Nijmegen, en aldus anders dan door misdrijf onder zich had, wederrechtelijk zich heeft toegeëigend;

Hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd is niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

Omtrent de bewezenverklaring overweegt de rechtbank nog als volgt:

Ten aanzien van feit 1:

De rechtbank gaat ervan uit dat [verdachte] gedurende de periode van 1 februari 2001 tot en met 26 juli 2004 giften, te weten materialen, en diensten, welke bestonden uit werkzaamheden verricht door werknemers van [naam], zonder betaling van [naam] heeft aangenomen. [naam] had daarmee op het oog de goede relatie tussen [verdachte] als ambtenaar en opdrachtgever namens de gemeente Nijmegen en hemzelf als aannemer te bestendigen. Daarbij had hij het oogmerk om zijn positie als huisaannemer van de gemeente Nijmegen te behouden. Doordat [verdachte] gedurende lange tijd voornoemde giften en diensten van een en dezelfde aannemer, te weten [naam], heeft aangenomen, bracht hij zichzelf in een positie waarin hij niet meer de vereiste onafhankelijkheid bezat, met name niet ten aanzien van het namens de gemeente verlenen van opdrachten en inhuren van werknemers. Als gevolg daarvan oefende hij deze werkzaamheden, waartoe hij op zichzelf genomen bevoegd was, in strijd met zijn plicht uit.

Ten aanzien van feit 2 en feit 3:

De rechtbank stelt vast dat er sprake was een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] en [naam] bij het vervalsen van facturen en van dag- en weekstaten. [naam] vervalste facturen door werkzaamheden op projecten “weg te schrijven” waarvoor die werkzaamheden niet verricht waren; zijn werknemers vervalsten in opdracht van [naam] hun dag- en weekstaten door er andere adressen op in te vullen dan waar ze gewerkt hadden. [verdachte], die zelf een achtergrond van aannemer had, wist welke vervalsingen [naam] en zijn werknemers moesten verrichten wanneer hij met [naam] afsprak om bepaalde werkzaamheden onder andere projectnamen en projectnummers weg te schrijven. Door de facturen betreffende deze projecten vervolgens te paraferen pleegde [verdachte] ook zelf valsheid in geschrift.

De beslissing dat verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan, is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Voor zover meer feiten bewezen zijn verklaard, worden de bewijsmiddelen alleen gebruikt voor het feit of de feiten waarop deze betrekking hebben.

De bewijsmiddelen zullen worden uitgewerkt in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist en zullen dan in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen.

4a. De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:

Ten aanzien van feit 1:

Als ambtenaar een gift of dienst aannemen, wetende dat deze hem gedaan, verleend of aangeboden wordt teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen of na te laten, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 2 en feit 3, telkens:

Medeplegen van valsheid in geschrift, meermalen gepleegd

Ten aanzien van feit 4:

Verduistering gepleegd door hem die het goed uit hoofde van zijn persoonlijke dienstbetrekking onder zich heeft

4b. De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Niet is gebleken van feiten of omstandigheden die de strafbaarheid van verdachte geheel uitsluiten.

6. De motivering van de sanctie(s)

Bij de beslissing over de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met:

- de aard en de ernst van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan;

- de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waarbij onder meer is gelet op:

- de justitiële documentatie betreffende verdachte, gedateerd 27 februari 2006.

De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende. Verdachte heeft zich gedurende een periode van een aantal jaren schuldig gemaakt aan kortgezegd “het aannemen van steekpenningen” en valsheid in geschrift. Hij heeft door [naam] ten bate van voor hem in privé of zijn moeder of zijn dochter uitgevoerde werken laten factureren aan de gemeente Nijmegen. Deze misdrijven heeft hij gepleegd als ambtenaar van de gemeente Nijmegen[..]. Hij heeft hiermee het vertrouwen van de burgers geschaad. De rechtbank neemt dit verdachte zeer kwalijk.

Verdachte is niet eerder met justitie in aanraking geweest.

Bij bepaling van de strafmaat houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte op staande voet is ontslagen en dat hem het wederrechtelijk verkregen voordeel zal worden ontnomen. Verdachte is hierdoor financieel al ernstig getroffen.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen oordeelt de rechtbank dat voor de afdoening van de onderhavige zaak een forse werkstraf op zijn plaatsis , met daarnaast een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf. Deze laatste straf dient als waarschuwing.

Gelet op het feit dat verdachte door zijn gedragingen zijn plicht als ambtenaar om onafhankelijk te zijn ernstig heeft geschonden zal de rechtbank voorts bepalen dat verdachte wordt ontzet uit zijn recht een ambt te bekleden voor de duur van 5 jaar.

De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven goederen aan verdachte zullen moeten worden teruggegeven, met uitzondering van de goederen met de nummers 01.001.01, 01.002.01, 01.022.03

7. De toegepaste wettelijke bepalingen

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 27, 28, 31, 47, 57, 225, 321, 322 en 363 van het Wetboek van Strafrecht.

8. De beslissing

De rechtbank, rechtdoende:

Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.

Verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4.

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een gevangenisstraf voor de duur van zes (6) maanden.

Bepaalt dat deze gevangenisstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, ten¬zij de rechter later anders mocht gelasten. De rechtbank stelt een proeftijd vast van twee (2) jaren. De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit.

Veroordeelt verdachte voorts tot het verrichten van een werkstraf gedurende 240 (tweehonderdveertig) uren.

Bepaalt dat deze werkstraf binnen één (1) jaar na het onherroepelijk worden van dit vonnis moet worden voltooid.

Bepaalt voorts dat de termijn binnen welke de werkstraf moet worden verricht, wordt verlengd met de tijd dat de veroordeelde rechtens zijn vrijheid is ontnomen alsmede met de tijd dat hij zich aan zodanige vrijheidsontneming heeft onttrokken.

Beveelt dat, voor het geval de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast.

Stelt deze vervangende hechtenis vast op 120 (honderdtwintig) dagen.

Beveelt overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht dat de tijd, door de veroordeelde in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht geheel in mindering wordt gebracht, te weten 4 uren, zijnde 2 dagen hechtenis.

Bepaalt dat verdachte wordt ontzet uit zijn recht een ambt te bekleden voor de duur van 5 jaar.

Beveelt de teruggave van de inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen aan de rechthebbenden, met uitzondering van de goederen met de nummers 01.001.01, 01.002.01, 01.022.03.

Aldus gewezen door:

mr. C. Lely-Van Goch, rechter, als voorzitter,

mr. A.T.M. Vrijhoeven, rechter,

mr. H.P.M. Kester-Bik, rechter,

in tegenwoordigheid van mr. M.A. Bijl, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 21 april 2006.