Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBARN:2006:BC5082

Instantie
Rechtbank Arnhem
Datum uitspraak
28-09-2006
Datum publicatie
26-02-2008
Zaaknummer
AWB 06/1733
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTFR 2008/511

Uitspraak

RECHTBANK ARNHEM

Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 06/1733

Uitspraakdatum: 28 september 2006

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[X], wonende te [Z], eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Zevenaar, verweerder.

1. Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft aan eiser met dagtekening 20 december 2004 een aanslag Forensenbelasting (aanslagnummer [00]) opgelegd ten bedrage van € 475.

Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 13 februari 2006 het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard en de aanslag gehandhaafd.

Eiser heeft daartegen bij brief van 21 februari 2006, ontvangen bij de rechtbank op 24 februari 2006, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 10 augustus 2006 te Arnhem.

Eiser is daar in persoon verschenen. Verweerder is, met bericht, niet verschenen.

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en verweerder bij brief van 11 augustus 2006 verzocht om nadere inlichtingen te verstrekken.

Verweerder heeft bij brief van 21 augustus 2006 nadere inlichtingen verstrekt.

Bij brief van 12 september 2006 heeft eiser gereageerd op de brief van verweerder van 21 augustus 2006.

Zowel verweerder al eiser heeft toestemming gegeven voor het achterwege laten van het nadere onderzoek ter zitting waarna de rechtbank het onderzoek heeft gesloten.

2. Geschil

In geschil is het antwoord op de vraag of verweerder het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

3. Beoordeling van het geschil

Een bezwaarschrift is tijdig ingediend indien het binnen zes weken is ontvangen. Wordt een bezwaarschrift binnen een week na afloop van deze termijn ontvangen, dan wordt het toch als tijdig ingediend aangemerkt indien het binnen de zeswekentermijn ter post is bezorgd.

De rechtbank stelt vast dat de aanslag Forensenbelasting 2003 is gedateerd 20 december 2004. De bezwaartermijn eindigt in dit geval op 31 januari 2005.

Op 16 januari 2006 is door verweerder een brief, met dagtekening 12 januari 2006, ontvangen waarin eiser bezwaar maken tegen de aanslag Forensenbelasting 2003.

Verweerder heeft, nu de bezwaartermijn eindigde op 31 januari 2005, geconcludeerd dat eiser de bezwaartermijn heeft overschreden en heeft dientengevolge het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Eiser heeft als reden voor de overschrijding van de bezwaartermijn opgegeven dat hij de aanslag over het jaar 2003 nimmer heeft ontvangen omdat verweerder de aanslag wellicht naar een verkeerd adres heeft verzonden. Eiser heeft toen hij de aanslag Forensenbelasting 2004 ontving alsnog bezwaar gemaakt tegen de aanslag Forensenbelasting 2003.

Bij brief van 21 augustus 2006 heeft verweerder een duplicaat van de originele aanslag Forensenbelasting 2003 aan de rechtbank verstrekt zoals die volgens verweerder aan eiser is verstrekt. Verweerder merkt hierbij op dat de aanslaggegevens gelijkluidend zijn aan de aanslaggegevens op de originele aanslag. Deze originele aanslag zou op 20 december 2004 door de voormalige Gemeente Angerlo aan eiser zijn verzonden naar het adres [a-straat 1], [0000 XX] [Q].

Gelet op het feit dat het aanslagnummer van op de door verweerder na zitting toegezonden duplicaataanslag (nr. [0]) niet overeenstemt met het aanslagnummer van de originele aanslag – in de betalingsherinnering en de uitspraak op bezwaar wordt gesproken van nr. [00] – heeft de rechtbank gerede twijfel over de juistheid van de overige vermeldingen, waaronder het adres, op de duplicaataanslag. De rechtbank acht derhalve niet uitgesloten dat de aanslag niet op een juiste wijze is bekendgemaakt. Het risico dat het aanslagbiljet eiser niet heeft bereikt, dient naar het oordeel van de rechtbank voor rekening van verweerder te komen. Voor het onderhavige geval leidt dit tot de gevolgtrekking dat verweerder eisers bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Nu de rechtbank de uitspraak op bezwaar zal vernietigen, wijst zij de zaak, gelet op het arrest van de Hoge Raad van 9 juni 2006, nr. 41 130, NTFR 2006/844, terug naar verweerder met de opdracht opnieuw op het bezwaar te beslissen.

Gelet op het vorenoverwogene dient het beroep gegrond te worden verklaard.

4. Proceskosten

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

5. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de uitspraak op bezwaar;

- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;

- gelast dat de Gemeente Zevenaar het door eiser betaalde griffierecht van € 38 vergoedt.

Deze uitspraak is gedaan en dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. A.J.H. van Suilen, rechter, in tegenwoordigheid van M.J. Eggink, griffier, op 28 september 2006.

De griffier is verhinderd te tekenen. De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum:

- hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem (belastingkamer), Postbus 9030, 6800 EM Arnhem; dan wel

- beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag, mits de wederpartij daarmee schriftelijk instemt.

N.B. Bij het bestuursorgaan berust de bevoegdheid tot het instellen van beroep in cassatie niet bij de ambtenaar die de procedure voor de rechtbank heeft gevoerd.

Bij het instellen van hoger beroep dan wel beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen:

1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;

2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie.

Bij het instellen van beroep in cassatie dient daarnaast in acht te worden genomen dat bij het beroepschrift een schriftelijke verklaring van de wederpartij wordt gevoegd, inhoudende dat wordt ingestemd met het instellen van beroep in cassatie tegen de uitspraak van de rechtbank.